Mond kwijt in de Groote Oorlog

Afgelopen dinsdag, 11 november, werd het einde van de Eerste Wereldoorlog herdacht. Negentig jaar na dato presenteert de Nederlandse uitgeverij Dulce & Decorum een literaire serie over 1914-1918....

In 1936, schrijft Fons Oltheten in het nawoord van zijn nieuwe vertaling van Johnny got his gun van Dalton Trumbo, stond in een Nederlandse krant een bericht over ‘geheime slachtoffers van den wereldoorlog’. In Wenen was een van de ‘afgrijselijkste nalatenschappen’ van de oorlog aan het licht gekomen. Op een afgesloten terrein van een groot ziekenhuis werd al achttien jaar lang een tachtigtal halfdode en verminkte mannen verzorgd.

Ze lagen in een soort ‘waschmanden’, stond in het bericht, de meesten hadden geen armen en benen meer, het waren rompen met misvormde gezichten die door hun schrikaanjagend uiterlijk aan geen mens meer konden worden getoond.

Er waren na de Eerste Wereldoorlog wel meer van die lazaretten waar zieltogende jonge mannen verbleven met gebarsten darmen, ingedeukte schedels of verbrijzelde geslachtsdelen. In het begin van de jaren ’30 bezocht de Prins van Wales zo’n veteranenhospitaal in Canada. Journalisten zagen hem huilend uit een kamer komen waarin een soldaat verpleegd werd die niet alleen al zijn ledematen verloren had, maar ook al zijn zintuigen. De prins had hem op zijn voorhoofd gekust. Het stond in alle kranten.

Ook de jonge Amerikaanse schrijver Dalton Trumbo, die later in Hollywood furore zou maken, las het bericht en schreef vervolgens een roman vanuit het perspectief van zo’n gruwelijk gemutileerde soldaat, Johnny got his gun (in 1971 succesvol verfilmd). Hij had geen armen en geen benen meer, maar ook geen oren, ogen, neus of mond. Hij kon alleen communiceren door met zijn hoofd morsetekens op het kussen te slaan.

Stiltewoorden, zoals de eerder als En Johnny trok ten strijde verschenen klassieker nu heet, is het tweede deel van een nieuwe Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog.

Na meer dan twintig jaar werken in het onderwijs is Fons Oltheten uit Deventer een nieuwe uitgeverij begonnen, Dulce et Decorum. De naam verwijst naar een fameus gedicht van de Britse war poet Wilfred Owen (1893-1918), die de Latijnse woorden op zijn beurt ontleende aan een ode van Horatius: Dulce et decorum est pro patria mori, ofwel: ‘Het is zoet en eervol voor het vaderland te sterven.’

Al jaren is Oltheten door de Groote Oorlog gefascineerd. Er is naar zijn mening vooral non-fictie over verschenen, terwijl de literaire kant onderbelicht bleef. Uiteraard verschijnen in Nederland klassiekers uit die tijd, onder meer in de serie Oorlogsdomein van De Arbeiderspers, maar veel ‘minor classics’ bleven ongepubliceerd. Oltheten wil in zijn Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog de mooiste en interessantste romans, verhalen, dagboeken en memoires vertalen en uitgeven. Daarbij speurt hij naar ‘vergeten stemmen’, zoals in het eerste deel van zijn serie, Compagnie K, met getuigenissen van die ‘kleine mannen’ die met mooie leuzen de oorlog ingelokt werden.

In het in 1933 verschenen Compagnie K komen in 113 ‘vignetten’ telkens andere militairen aan het woord. In deze caleidoscopische roman van de Amerikaan William March klinken de stemmen van 93 soldaten, zeven korporaals, acht sergeants, vier luitenants en een enkele kapitein. Sommige recensenten vonden Erich Maria Remarques Im Westen nichts Neues, dat vier jaar eerder was verschenen, ‘bijna idyllisch’ in vergelijking met het indrukwekkende boek van March. Toch waren er ook lezers die vonden dat March met zijn demythologiserende benadering van de oorlog de eer van miljoenen Amerikaanse soldaten had bezoedeld. Als oorlogsveteraan voelde March schuld omdat hij het had overleefd. ‘Slechts één ding weet ik zeker’, zucht een van de soldaten in Company K, ‘in naam van de menselijkheid zou er een wet moeten zijn die de verplichte executie beveelt van iedere soldaat die aan het front heeft gediend en daar aan de dood is ontsnapt.’

Het derde deel van de serie, Het Fluitersvertrek, is een ontroerende roman van de Duitse soldaat Paul Alverdes die bij gevechten aan de Somme zwaargewond raakte aan zijn keel. Zijn herstel vergde anderhalf jaar. Het verblijf in het hospitaal vormde de inspiratiebron van zijn verhaal over de band tussen vier mannen die behandeld worden aan een kogelwond in de keel. Ze kunnen onmogelijk via hun luchtpijp ademen, dat doen ze met behulp van een zilveren buisje dat in de keel is geplaatst en een fluitend geluid veroorzaakt. Het boek is een klein, te lang vergeten meesterwerk.

Inmiddels verschenen drie nieuwe deeltjes in de bibliotheek: oorlogsromans van Thomas Boyd (Door het koren), Francis Brett Young (Mars op Tanga)en Jennifer Johnston (Witte zwanen, zwarte zwanen).Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden