Tv-recensieFrank Heinen

Mogelijk zijn we bezig onszelf langzaam simpel te bingen

Maandagavond trakteerde Nieuwsuur op een uitgebreide reportage met alle ins en outs van de arrestatie van Ridouan T. in Dubai. We zagen een pierenbadje en wat witte, rieten stoelen van het goedkopere soort. Het Ikea-achtig ingerichte appartement was een rommeltje. Het had ook het begin van zo’n programma over faliekant mislukte vakanties kunnen zijn, maar het was een scoop van heb ik jou daar. Nederland zat met rode konen voor de buis, en alle collega’s zouden knarsetandend van afgunst hebben toegekeken, als ze tenminste niet diezelfde avond bij Jinek en Op 1 verschillende moordzaken waren komen bespreken.

We zijn nog maar nauwelijks bekomen van onze dagelijkse Holleeder-update, of de usual suspects lopen zich al warm voor een Ridouan-T.-marathon in elke nieuwsuitzending en iedere talkshow. Tussendoor zijn de meesten van hen ook nog actief op de middellange afstand: de onopgeloste moord, de ontvoering of een Drents gezin in een kelder. Op zich voor de hand liggend, voor misdaadverslaggevers en rechtbankjournalisten. Maar zit er niet toch ook iets vreemds aan die voortdurende stroom van nieuwe verhalen, nieuwe verdachten, nieuwe gruwelijkheden, nieuwe plottwists? Iets ongemakkelijks wellicht – omdat het iets zegt over onze collectieve, niet onvoyeuristische zucht naar heftig en wow en dat zag ik effe niet aankomen?

Mogelijk zijn we bezig onszelf langzaam simpel te bingen, worden we ge-Netflixiseerd. Zó gewend zijn we geraakt aan tv-series en documentaires die ons dwingen door te kijken tot diep in de nacht, dat we aan nieuws en talkshows dezelfde eisen zijn gaan stellen. Maandag was het nieuws dat Jos B., de verdachte van de moord op Nicky Verstappen, niks zei in de rechtbank. In beide late-avondtalkshows werd er uitvoerig bij stilgestaan. Het verhaal van Verstappen is als een gruwelijk feuilleton, waarvan de kijker voortdurend nieuwe afleveringen wil zien.

Dan Schneider in The PharmacistBeeld Netflix

Deze week zag ik de vierdelige Netflix-documentaireserie The Pharmacist, over een apotheker uit de buurt van New Orleans die tijdens het onderzoek naar de moord op zijn verslaafde zoon in de krankjorume werkelijkheid van de ‘pill mill’, de pillenmolen, belandt: die van de promotie van, handel in en collectieve verslaving aan Oxycontin. Een loeizware pijnstiller of, zoals een geïnterviewde het noemt: ‘Heroïne in een pil.’
De documentaire is een atypische true crime: in de eerste plaats is het een portret van een rouwende man met een obsessie. Daarna is het een aanklacht tegen de farmaceutische industrie. Een vertegenwoordiger van Oxycontin zegt op een zeker moment: ‘I didn’t know shit about shit, but all I knew, was that people were making money.’ Oftewel: ‘Ik wist er geen reet van, maar iedereen werd rijk.’ Pas ten derde is het een misdaadverhaal. Toch zorgde dat laatste ervoor dat ik bleef doorkijken. Wordt de malafide dokter Cleggett, die duizenden recepten uitschreef en zo talloze overdosissen mogelijk maakte, ontmaskerd?

Misdaad loont. In elk geval op tv.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden