Analyse Museumdrama

Moet Beatrix Ruf worden teruggehaald als directeur van het Stedelijk? Vier argumenten vóór en tégen herbenoeming

Onafhankelijk onderzoek pleitte vertrokken directeur Stedelijk Museum vrij van de beschuldiging van belangenverstrengeling.

Beatrix Ruf in 2014. Foto ANP

Acht maanden duurde het onafhankelijke ­onderzoek naar ­de gang van zaken rondom het vertrek van Beatrix Ruf (58) als directeur van het Stedelijk ­Museum Amsterdam. Maar het was het wachten waard voor haar: het onderzoek van oud-advocaat Sjoerd Eisma en oud-rechter Jan Peeters pleit haar vrij van ­belangenverstren­geling. Maakt dat de weg vrij voor een ­herbenoeming van Ruf? In een eerste reactie op het onderzoeksrapport – zij wil geen interview geven – zegt ze er niets over. Vier argumenten die pleiten voor haar terugkeer, én vier die dat ­juist onwaarschijnlijk maken.

JA

1 Nu de beschuldiging van tafel is, verzet zich niets tegen een herbenoeming van Ruf. Weliswaar heeft ze te weinig informatie gegeven over de inkomsten uit haar nevenfuncties, maar die slordigheid valt vooral de raad van toezicht aan te rekenen, die haar niets vroeg. Dit orgaan heeft de taak de directeur te controleren en is hierin ernstig tekortgeschoten. Het rapport is opvallend positief over haar tomeloze inzet voor het museum en haar integriteit, ook pluspunten voor een herbenoeming.

2 Uit het rapport blijkt dat Ruf naderhand spijt heeft gekregen van haar ontslag. In de verklaring die zij woensdag uitgaf, een dag na openbaarmaking van het rapport, zegt ze ‘heel blij’ te zijn dat de aantijgingen van tafel zijn. Dan volgt een ontboezeming: ‘Maar boven alles was ik het diepst geroerd door de vaststelling dat ik mij altijd met hart en ziel heb ingezet voor het Stedelijk Museum Amsterdam. Want zo was het.’ Wil zij hiermee duidelijk maken dat zij zich nog steeds betrokken voelt bij het museum en graag weer plaatsneemt achter haar oude bureau?

3 Na het lijvige rapport, waarin uitvoerig wordt ingegaan op de gedragsregels over goed en integer bestuur in de cultuursector, mag worden aangenomen dat zij haar les heeft geleerd. Bovendien zullen de nieuwe raad van toezicht en de wethouder van cultuur haar extra op de huid zitten wat betreft nevenfuncties en andere belangenkwesties. In het rapport staan veel aanbevelingen om het toezicht te verbeteren, die ongetwijfeld worden opgevolgd.

4 Ruf geniet nog steeds steun van belangrijke kunstenaars en galeriehouders. Onder de begin dit jaar gestarte petitie ‘Roep Ruf Terug’, ondersteund door advertenties in Het Parool, staan vele grote namen uit de (internationale) kunstwereld. ‘Het is zonde dat het Stedelijk Museum nu voor de tweede keer zo’n capabele directeur laat weggaan. Ik ken Beatrix Ruf als een geweldig integere tentoonstellingsmaker’, zei bijvoorbeeld performancekunstenaar Marina Abramović. Meerdere private sponsors van het Stedelijk Museum eisten in het openbaar haar terugkeer – een unicum. Nu Ruf is vrijgepleit zullen zij waarschijnlijk aandringen op een tweede kans voor haar.

Beatrix Ruf in het Stedelijk Museum. Foto ANP

NEE

1 Het rapport pleit Ruf vrij van ­belangenverstrengeling. Ook heeft zij volgens de onderzoekers ‘naar vermogen’ op de aantijgingen gereageerd. Dat is een mild oordeel. Ruf heeft tegenover NRC Handelsblad gelogen over een nevenfunctie bij een Zwitserse uitgever. Ze zei dat ze daar niet meer werkte, maar herriep later die verklaring. Keer op keer reageerde zij afhoudend op kritische vragen over haar dubbele petten van journalisten en kunst­verzamelaar Christiaan Braun, die hiervoor zelfs ­krantenadvertenties plaatste. Dat past niet bij de publieke rol die een directeur van het Stedelijk moet hebben, een museum dat nauw verbonden is met de gemeente Amsterdam.

2 De Amsterdamse Kunstraad heeft maandag de gemeente geadviseerd de leden van de raad van toezicht voortaan te laten benoemen door het college van B en W. Het gemeente­bestuur neemt dat advies over. Nu bijna de helft van de raad is opgestapt, moet er vervanging komen. Waarschijnlijk zal worden gezocht naar doorgewinterde toezichthouders die een veilige koers voor het museum uitzetten. De nieuwe raad van toezicht benoemt ook de nieuwe directeur. Dat moet iemand zijn zonder besmet verleden, die een frisse wind door het museum laat waaien.

3 In het rapport worden veel woorden gewijd aan de enorme inspanningen van Ruf om van het Stedelijk een topmuseum te maken. Daarvoor was zij ook binnengehaald. De Amsterdamse Kunstraad adviseert juist een stap terug te zetten; geen concurrentie met Tate Modern en Museum of Modern Art (MoMA), maar uitgaan van de eigen kracht. Het is de vraag of dat past bij een hoogvlieger als Ruf.

4 Na het debacle rond het toezicht op de bijbanen is het onwaarschijnlijk dat ook de nieuwe directeur weer een kampioen nevenfuncties mag zijn, zoals Ruf. Het is zeer de vraag of betaalde nevenfuncties überhaupt nog worden toegestaan. Ruf wist naast haar directeurschap van het Stedelijk jaarlijks zo’n 100 duizend euro met nevenfuncties te verdienen. Ze beweegt zich in de jetset van de kunstwereld. Nu ze is vrijgepleit is er geen belemmering meer voor een andere topbaan. Waarom kiezen voor een ­directeurschap waarbij toezichthouders voortdurend over haar schouder meekijken en elk contact met vermogende kunstverzamelaars onder een vergrootglas komt te liggen?

Reactie van Ferdinand Grapperhaus: naar eer en geweten gehandeld

Ferdinand Grapperhaus (58), nu minister van Justitie, was slechts kort voorzitter van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum Amsterdam toen de bom barstte. Een publicatie over mogelijke belangenverstrengeling van directeur Beatrix Ruf liep uit op een heftig intern debat over haar transparantie ten aanzien van haar nevenfuncties en -inkomsten. Grapperhaus liet, aldus de onderzoekers, geen onafhankelijk onderzoek instellen en wist escalatie niet te voorkomen. Dit leidde tot het vertrek van Ruf. Volgens hen zijn er wel verzachtende omstandigheden. Grapperhaus had niet eerder in de raad van toezicht gezeten en was afhankelijk van de informatie van zijn voorganger. Hij heeft ‘meer aandacht en tijd aan het museum besteed dan van hem kon worden verwacht’, schrijven zij. Grapperhaus was die dagen in de race voor het ministerschap van Justitie en Veiligheid en werd korte tijd later beëdigd. Grapperhaus laat woensdag in een reactie weten dat de uitgangspositie van het Stedelijk ‘niet bepaald gunstig’ was toen hij er aantrad. ‘Daar heb ik in de korte periode van drie weken dat ik operationeel was als toezichthouder naar eer en geweten gepoogd verandering in te brengen.’ Hij wijst erop dat het onderzoek door hem is geïnitieerd.

Raad van toezicht: ‘Rust en continuïteit nodig’

Vanwege het rapport over de kwestie-Ruf is nu bijna de helft van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum weg. Eén vertrok dinsdag per direct, twee legden woensdag hun functie neer. Onder hen waar­nemend voorzitter Madeleine de Cock Buning. Haar rol wordt overgenomen door Cees de Bruin, die twee jaar voor Rufs komst toetrad, wat de vraag opwerpt of hij, gezien zijn medeverantwoordelijkheid voor het falende toezicht, niet ook had moeten opstappen. De raad noemt zijn aanblijven en dat van drie andere leden nodig ‘voor rust en continuïteit’.