Moet Barbertje hangen?

Deze keer eerst eens iets heel anders dan klachten over de journalistieke handel en wandel van de redactie. Maar die komt natuurlijk ook nog aan bod....

JAN KEES HULSBOSCH

Het artikel 'Ina Brouwer in een mijnenveld' van 21 maart over de beschuldigingen dat zij persoonlijke relaties zou hebben bevoordeeld bij het geven van opdrachten, eindigde met de uitspraak van een van de geïnterviewden: 'Ik proef in de huidige discussie te veel de sfeer van Barbertje-moet-hangen.'

Niks mis mee, dacht ik zo. Maar, schrijft een lezer uit Hilversum, naar mijn opvatting is deze uitdrukking niet juist. In een uitgave van de Max Havelaar van Multatuli, trof hij namelijk, vóór het eerste hoofdstuk, de tekst aan van het Onuitgegeven Tooneelspel.

Ik citeer enkele relevante zinnen van de dialoog:

G e r e c h t s d i e n a a r. Mynheer de rechter, daar is de man die Barbertje vermoord heeft. R e c h t e r. Die man moet hangen. (. . .) L o t h a r i o. Rechter, ik heb Barbertje niet vermoord. (. . .) R e c h t e r. Ge moet hangen. Ge hebt Barbertje stukgesneden, ingezouten, en zyt ingenomen met u zelf. . . drie kapitale delikten! Wie zyt ge vrouwtje? V r o u w t j e. Ik ben Barbertje.

Barbertje blijkt dus niet stukgesneden, noch ingezouten. En als zij vervolgens Lothario 'een edel mensch' noemt, en Lothario zich daarop beroept, zegt de rechter: 'Hm. . .het derde punt blyft dus bestaan. Gerechtsdienaar, voer dien man weg, hy moet hangen.'

Uit deze tekst blijkt zonneklaar dat Barbertje in het bekende gezegde verwisseld is met Lothario, schrijft de Hilversummer. Hij wil nu wel eens uitsluitsel, want hij heeft al jaren een discussie met iemand over de kwestie.

De redactie van het boekenkatern Cicero adviseerde de vraag voor te leggen aan Multatuli-deskundige prof. dr. H. van den Berg.

Het Onuitgegeven Tooneelspel geldt als motto bij de Max Havelaar, aldus Van den Berg. 'Vandaar ook dat het op de achterzijde van de titelpagina wordt weergegeven. De strekking van de Havelaar wordt er mooi in samengevat.'

De hoogleraar bestempelt de verwisseling als een oude, bekende kwestie, waarvoor geen verklaring bestaat. Hij gaat ervan uit dat de inhoud van het stuk ooit verkeerd is overgebracht, mogelijk omdat de naam Barbertje nu eenmaal makkelijker blijft hangen dan de wat ingewikkelder naam Lothario.

Het is daarna een staande uitdrukking geworden. En hoezeer die uitdrukking is geïnstitutionaliseerd, zegt hij, blijkt wel uit het feit dat een fabrikant van huishoudelijke artikelen in de jaren zeventig een draadmandje uitbracht dat onder aan een kastplank kon worden opgehangen. Het kreeg de naam 'barbertje' mee, die inmiddels ook weer soortnaam is geworden.

***

Geldt nu ook voor de schrijver van de deze week begonnen serie Dagboeknotities van Frits Bolkestein dat Barbertje moet hangen? Niet alleen Frits Bolkestein heeft zich geërgerd aan deze persiflage, of pastiche zo u wilt. Ook lezers bleken er niet gelukkig mee, al bleef het aantal reacties op de eerste aflevering van afgelopen dinsdag gering.

De hoofdredactie wil er - met onregelmatige tussenpozen - in ieder geval mee doorgaan tot aan de verkiezingen. Bolkestein wil dat de Volkskrant duidelijk maakt dat de aantekeningen niet van zijn hand zijn, zo liet hij de hoofdredacteur in een brief via zijn advocaat weten.

Origineel is het idee natuurlijk niet. Zoals ook de hoofdredacteur aan het ANP meedeelde, hanteerde het weekblad Vrij Nederland deze formule toen Dries van Agt premier was. Dat is één minpunt - laat ik zeggen, 'een kapitaal delikt'.

Ontevreden lezers gebruikten kwalificaties als 'zeldzame kinderachtigheid', 'flauw en niet meer van deze tijd' en 'uitermate misleidend en verwarrend'. Eén lezer vindt dat de krant met dit soort 'grappen' niet voorzichtig genoeg kan zijn. 'Dit komt de integriteit van de krant niet ten goede', zegt hij.

Bovendien is het zaak, denk ik, om verwarring over werkelijkheid of fantasie te vermijden. Want de appreciatie neemt ongetwijfeld extra af met de mate waarin een lezer er aanvankelijk intrapt en zo'n verzonnen dagboek voor echt aanziet.

Een tweede minpunt - of 'kapitaal delikt'.

Blijft over een derde aspect. Ik vind de aanpak op zich een kwestie van smaak. Journalistiek gesproken is de vorm niet fout of verwerpelijk. Maar het is heel moeilijk om zoiets goed te doen. Je moet als schrijver dus erg overtuigd zijn van eigen kunnen, wil je je eraan wagen.

De schrijver zal niet twijfelen aan eigen kunnen. De lezer moet daarom zelf uitmaken of hier sprake is van het derde 'kapitale delikt'. U weet inmiddels: voor de rechter in het Tooneelspel zou dat niets aan zijn oordeel hebben veranderd. Maar goed, we leven ook niet meer in 1860, het jaar waarin de Havelaar verscheen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden