Taalgebruik Moeilijk maar mooi

Moeilijk maar mooi: satraap

Waarom iets makkelijk zeggen als het ook met een prachtig moeilijk woord kan? ‘Peter Buwalda, begenadigd metaforensatraap der letteren.’

Vorige week werd de Bookspot Literatuurprijs (u weet wel: ooit de Ako Literatuurprijs) uitgereikt, voor ‘de beste boeken’ van het afgelopen jaar. De winnaars zijn bekend: in de categorie fictie won Wessel te Gussinklo met zijn roman De hoogstapelaar, slavist Sjeng Scheijen kreeg de prijs in de groep non-fictie voor zijn groepsbiografie De avantgardisten.

De niet-bestaande trofee voor het opmerkelijkste juryrapport gaat naar de wervende tekst voor Peter Buwalda’s roman Otmars zonen. Tussen de vele loftuitingen schreef de jury daarover ook dit: ‘De taalrijkdom van Buwalda – begenadigd metaforensatraap der letteren – beoogt meer dan schittering en genot.’

Bij de uitreiking konden we de metaforensatraap zelf vragen of hij dat woord kende. ‘Jazeker’, antwoordde hij, ‘Jet noemt me altijd zo wanneer ik de vaatwasser weer moet uitruimen.’

Het enige juiste antwoord.

Voor wie geen vaatwasser of strenge partner heeft, hebben we het even opgezocht. De woordenboeken wijzen alle dezelfde kant op: een satraap is een ‘despoot’, een ‘heerser’ (al of niet in weelde levend), een ‘geweldige’, of een ‘landvoogd in het oude Perzië’.

Die laatste betekenis verraadt de herkomst: ‘Een satraap is de hoogste bestuurder als plaatsvervanger van de koning in de verschillende landen van het Perzische rijk. Het rijk was verdeeld in ongeveer vijfentwintig satrapieën en omvatte het gebied tussen Griekenland, India, Arabië en Libië’, lezen wij op website Ensie .

Satrapa in het Latijn, satrapès in het oud-Grieks. Ook de oude Perzen waren al bekend met het oeuvre van Buwalda: zij noemden de auteur al vroeg een metaforenxshathrapavan.

In het Nederlands heerst de satraap nauwelijks nog. De eerste tientallen pagina’s op Google leveren alleen maar betekenissen op, geen voorbeelden. In deze krant kwam het woord de laatste twintig jaar tweemaal voor. Beide keren weinig vleiend: in 2002 noemde H.J. Schoo de politicus Pim Fortuyn een ‘satraap’, vier jaar later schreef correspondent Latijns-Amerika Cees Zoon bij Peruaanse verkiezingen over ‘de dreigende klauwen van ‘de satraap’ Hugo Chávez’. Pieter Waterdrinker noemde in zijn roman Tsjaikovskistraat 40 de Russische leiders Lenin en Poetin maar liefst zo’n twintig keer ‘satraap’.

Met het juryrapport van de Bookspotprijs is de satraap weer terug in de taal. Laat hem heersen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden