Moderne robotrollen vereisen een vorm van acteren die op fijnschilderen lijkt

Profiel Michael Fassbender

In Alien: Covenant speelt Michael Fassbender een schitterende dubbelrol als een tweeling. Twee robots, welteverstaan. Hoe doe je dat, acteren dat je een computergestuurde machine bent en toch menselijke emoties overbrengen?

David leeft! Dat is een verrassing. De laatste keer dat we de door Michael Fassbender gespeelde automaat zagen was in de slotscène van Ridley Scotts ruimte-epos Prometheus (2012) en toen oogde hij bescheten. Kop van de romp. Kwijl uit zijn mond. Rijp voor de schroothoop, dachten wij goedkeurend. Maar wie duikt daar halverwege Alien: Covenant op, de mantel smerig, het haar langer dan voorheen? David. In elkaar gezet door een goedgelovige professor. De voordelen van het robot zijn.

Androïden mogen zich in films de laatste tijd in hernieuwde aandacht verheugen. Androïden zijn robots met een menselijk uiterlijk. Denk aan C3PO uit Star Wars, de overbeleefde figuur met het geaffecteerde Britse accent - want wat is een robot immers anders dan een ingeblikte Victoriaanse klerk? Op dit moment is Scarlett Johansson te zien als tot de tanden bewapende cybersoldaat in Ghost in the Shell en later dit jaar zullen de replica's uit Blade Runner terugkeren. En nu is er dus Michael Fassbender met een dubbelrol als de tweelingrobots David en Walter in de nieuwe Alien. Hoe doe je dat, een goede robot spelen?

Niet door een pratende wekkerradio te imiteren, zoveel is duidelijk. De houterige mimiek en metalige dictie à la Robby the Robot: das war einmal - dergelijke valse baarden verhouden zich tot de eigentijdse robot als de verkleedkist tot de kostuumontwerper. De hedendaagse automaat is er een zonder maniërismen. Zij is een wezen dat misschien geen gevoelsleven bezit, maar emoties wel kan simuleren. En dat vereist een vorm van acteren die eerder lijkt op fijnschilderen dan op het theatrale futurisme van weleer.

Digitale trucages in Alien: Covenant zijn ontegenzeggelijk subliem (***)

Alien: Covenant rijgt de herkenbaarste momenten uit zijn voorgangers aaneen. De fans worden in navolging van de 'chestburster' getrakteerd op een 'back-' en 'mouthburster'. Lees hier de recensie.

Het is niet eenvoudig. Een filmrobot is al snel machinaal. Of menselijk, zoals Rutger Hauers replicant uit Blade Runner (1982). Huilend als een wolf en grimassen trekkend achtervolgde hij Harrison Ford door een verlaten gebouw. Dat zag er wel eng uit, maar in tegenstelling tot de andere replica's in die film had je geen seconde de indruk: deze man bestaat van binnen uit computerchips en siliconen. Andere filmbots wekken die suggestie wel. Jude Laws fantastische Gigolo Joe uit A.I (2001) bijvoorbeeld: een glijerige seksrobot die oude muziek laat klinken door z'n nek te buigen en uit het niets maffe dansjes te beginnen: Fred Astaire gereanimeerd als androïde. Of Alicia Vikander (Fassbenders vriendin) als Ava in Ex Machina (2014), een even verleidelijke als manipulatieve robot bij waarbij je steeds afvraagt: waar eindigt voorgeprogrammeerd gedrag en begint bewustzijn, ís bewustzijn niet een vorm van voorgeprogrammeerd gedrag? En dan is er nu Fassbenders David uit Covenant.

Die film is spectaculair, maar wel een assemblage van vondsten uit de franchise. Veel claustrofobische tunnels, slijmerige dingen die uiteenspatten, bij voorkeur in iemands gezicht. Uiteraard heeft sterke vrouw Daniels (Katherine Waterston) een trauma; uiteraard is de stuurman roekeloos en stapt de sloomste duikelaar van de groep al snel in een nest larven (die in een bloedstollende close-up z'n oor binnengaan) met als gevolg koorts, opgezwollen aderen en - het is een Alien-film - een parasiet die zich met misbaar door de rug van zijn gastheer naar buiten bijt.

De daaropvolgende slachtpartijen zijn naargeestig, maar emotionele impact hebben ze amper. Ze komen binnen als de overlijdensadvertentie van een onbekende. Dat zijn deze personages in zekere zin ook, onbekenden. Tegen de tijd dat de parasieten hen te grazen nemen, weten we hooguit hun naam en of ze roken. Hun reden van bestaan is duidelijk: lunch voor de aliens. Slechts twee personages doen er werkelijk toe: de synthetics Walter en David, de eerste een aangepaste, meer dienende versie van de tweede.

David kennen we nog uit Prometheus. Zijn volledige naam luidt David 8. Bouwjaar: 2090. Een leergierig knaapje, luilakken doet hij niet. Terwijl de rest van het cabinepersoneel is weggedommeld in hypersleep, houdt hij zich bezig met fietsen en basketballen, soms tegelijkertijd, en met het kijken naar films als Lawrence of Arabia. Aan die laatste film ontleent hij zijn kapsel (geverfde gouden lokken als die van Peter O'Toole in de film) en zijn Britse accent, met archaïsche kreten als: 'How extraordinary'. Zijn intelligentie had hij al.

Hij is het hoogbegaafde kind tussen de domme volwassenen. Hun beledigingen neemt hij voor kennisgeving aan; hun gedragingen slaat hij gade met de blik van een entomoloog die insecten determineert. Bij zijn 'geboorte' is hem zijn superioriteit ingepeperd, want hij is onsterfelijk. Dat leidt tot veel ellende: David zal een heel volk uitroeien en een compleet nieuw volk creëren: dáár komen die nare, slijmerige aliens dus vandaan. Zoiets zie je Walter, een latere versie van David, niet doen. Hij is een huis-tuin-en-keukenrobot met nul eigen initiatief. Hij is gemaakt om te dienen en dat doet hij. Sereen.Tot hij zijn ambitieuzere tweelingbroer treft. De toenadering tussen David en Walter, compleet met robo-erotische scène waarin ze samen een primitieve fluit bespelen ('I'll do the fingering') en het conflict dat erop volgt, is het emotionele hart van Alien: Covenant. Beide androïden worden gespeeld door dezelfde acteur, de Ier Michael Fassbender: een schitterende dubbelrol.

Fassbender is een intrigerende acteur, veelzijdig en productief. Hij speelde uiteenlopende rollen in films als Inglourious Basterds (2009), Fishtank (2009) en Jobs (2015), waarin zijn monomane vertolking van Steve Jobs werd geroemd. Hij is knap, maar niet popperig. Masculien, maar niet macho. Hij valt in de categorie acteurs die door zowel mannen als vrouwen leuk wordt gevonden. Ewan McGregor, Ryan Gosling, dat clubje. Hij maakte indruk in Shame (2011) van Steve McQueen, toen hij in die film in bodywarmer en muts door nachtelijk Manhattan jogde, een scène zo elegant en betoverend dat ze de competitie aankan met om het even welke balletopvoering.

Zijn personage in Shame heet Brandon: dertiger, vrijgezel, werkzaam in de financiële sector, bewoner van een steriel yuppenappartement én seks- en pornoverslaafd. Brandon moet tragisch zijn. Dat is hij een beetje. Hij moet interessant zijn. Dat is hij amper. Hij intrigeert niet dankzij, maar ondanks het script, dat bij vlagen ongeloofwaardig is. Wat de film redt, is McQueens New York, meer een sfeer dan een stad eigenlijk en, vooral, Fassbenders vertolking. Wat hij non-verbaal doet. Hoe hij in zijn lichaam zit, een heel mooi lichaam: de torso, de pik - all the junk in all the right places - de souplesse, de alertheid wanneer een prooi zich aandient. Zoals die vrouw in de metro. Die ene leuke met die muts. Die getrouwde.

'Ah, Fassbender', zei een Italiaanse kennis, 'un gato.' Een kat, zij het met zachtaardige blik. Gepijnigd ook. Zoals hij tijdens het neuken in het luchtledige staart, wekt hij de indruk dat seks al lang geleden veranderd is van bron van genot in bron van kwelling; compulsief en werktuigelijk, zo neukt hij. Machinaal. Zou die vertolking hebben meegespeeld toen Ridley Scott hem als robot castte?

Dát hij hem castte, daar kun je inkomen. Fassbender, zo weten we sinds hij in de X-Men-reeks tekende voor de rol van gewelddadige superschurk Magneto, heeft het perfecte voorkomen voor een alternatieve levensvorm. Het hoge voorhoofd, de staalblauwe ogen met de lange wimpers, het dikke haar met de rossige gloed: hij is mannelijk en androgyn tegelijk. Dat hij een blik heeft waarin je zelfs op dode momenten iets wilt lezen, helpt ook mee. Maar er is nog een kwaliteit, een die voorbij gaat aan Fassbenders fysiek: zijn ongekende beheersing. Of hij nu een robot speelt of een computeringenieur of een koning: meer dan welke acteur heeft hij controle over zijn lijf.

De openingsscène van Covenant getuigt daar direct van. Plaats van handeling is zo'n typisch vignet van de sciencefictionfilm: het minimalistisch ingerichte huis van de rijkaard, Davids ontwerper in dit geval. Panoramisch uitzicht, check. Luxe design-stoelen, check. Beroemd kunstwerk uit de oude wereld aan de muur, check (in Children of Men zat een rijke industrieel te eten onder de Guernica van Picasso; in Ex Machina heeft de briljante programmeur een Pollock in zijn slaapkamer hangen; hier dient The Nativity van Piero della Francesca ter symbolische decoratie). En David dus. De ogen blauw. Het space-agepakje wit. Vragen stellend aan zijn schepper als een kleuter. Thee schenkend. De manier waarop Fassbender door de kamer beweegt, is prachtig: afgemeten, geometrisch, alsof zijn computerbrein de ideale lijn tussen twee punten al heeft voorgerekend, wat ook zo is, natuurlijk. Als een danser op auditie, zo loopt Fassbender.

Fassbenders controle is groot; zijn timing subliem. Hij reageert altijd een fractie te vroeg of te laat op zijn tegenspeler, zoals je verwacht van een wezen dat meer uitgaat van voorgeprogrammeerde patronen dan van een levende gesprekspartner. Er zit autisme in zijn spel. Hij is de drumcomputer tussen de levende percussionisten: tot op de microseconde in de maat en daardoor net verkeerd.

De confrontatie met zijn broer voegt nog een laag toe. Fassbender versus Fassbender: wie wint? Ironisch genoeg voelt de serviele Walter voor de kijker menselijker dan de autonome en eigengereide David, maar dat heeft minder met Fassbenders spel te maken dan met het (door Hollywood gecultiveerde) idee dat opofferingsgezindheid gelijk staat aan humaniteit. Wij mensen vinden dat nu eenmaal een deugdzame eigenschap. Ook dat is voorgeprogrammeerd.

Westworld

Recente loot aan de stam van robotontwikkelaars zijn de schrijvers, regisseurs en acteurs van de tv-serie Westworld van de Amerikaanse abonneezender HBO. Daarin leven als mens ogende robots in een immens pretpark waar de bezoeker zich hoofdrolspeler in zijn eigen speelfilm kan wanen. De crux van de robotspeelkunde in het gelaagde Westworld zit erin (spoiler!) dat in de loop van de serie steeds meer menselijke personages robots blijken. Een proces dat makers en acteurs tot in de finesses beheersten. Hondsmoeilijk, razend knap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.