Moderne ‘on-held’ kan geluk niet vinden

Edo Kleingeld, de hoofdpersoon in Hans Hogenkamps debuut Excuses voor het ongemak, heeft het goed. Hij bewoont een ruim grachtenpand in Amsterdam en heeft een riant betaalde baan als projectleider bij een marketingbureau....

Edo voelt zich alleen en vindt zijn werk belachelijk. Op een dag vraagt zijn Srilankaanse schoonmaker Bayya hem of hij tijdelijk en alleen formeel zijn adres zou willen geven aan zijn zusje Chandrani, ‘vanwege de instanties’. Edo is niet echt enthousiast, maar kan niet weigeren. Hij stemt toe omdat hij ergens in zijn achterhoofd de verwachting heeft dat hij met Chandrani een mooie vrouw in de schoot geworpen krijgt.

Helaas, Edo is niet voor het geluk geboren. Chandrani blijkt met een sterk vergrotende bril en een misvormd oog het tegendeel van aantrekkelijk. Haar formele verblijf verandert langzaam maar zeker in een permanente aanwezigheid, en het samenleven valt Edo zwaar. Er komt een einde aan hun gedwongen intimiteit als Edo’s jeugdvriend Kooi, de zoon van de huiseigenaar, hem ertoe brengt zijn onderhuurster het huis uit te zetten. De prijs die betaald wordt is hoog. Aan het slot van het boek zit Edo opnieuw, helemaal alleen, in zijn grote huis. Hij is nog steeds niet tevreden met zijn leven en enkele illusies armer.

Edo is een moderne on-held – de term anti-held zou wat veel van het goede zijn voor een weinig uitgesproken type als Edo Kleingeld. Hij is niet aantrekkelijk (‘Ik had wiskunde gestudeerd en zo zag ik er ook uit’), hij is, 34 jaar oud, nog maagd en hij doet werk dat hij volstrekt onzinnig vindt, maar waarin hij bij gebrek aan beter promotie maakt. Hij kijkt terug op een weinig opwekkende, maar ook niet verschrikkelijke jeugd en zijn volwassen leven is niet ondraaglijk, maar evenmin opwindend. Edo is een redelijk aardige, tamelijk intelligente en nogal besluiteloze jongeman.

Met die eigenschappen zou hij een gelukkig leven kunnen leiden, ware het niet dat de wereld om hem heen geregeerd wordt door de Wetten van de Markt. Die sturen hem en alle mensen om hem heen meedogenloos van de ene ogenschijnlijke bevrediging naar de andere, zonder ooit echt in een behoefte te voorzien. In lange rijen kantoorgebouwen zitten mensen te meten hoe mensen in andere kantoorgebouwen zich gedragen, en produceren eindeloze hoeveelheden gegevens over niets.

‘De om haar efficiency geroemde marktwerking had een bureaucratie gecreëerd zonder weerga. Zelfs in de hoogtijdagen van de Sovjet-Unie was er niet zo’n massale schijnproductiviteit geweest’, denkt Edo als hij vanachter zijn bureau om zich heen kijkt. Maar iedereen doet mee en probeert geld te verdienen met het maken van niets. De meesten lukt dat heel aardig.

Een echt product van de graaicultuur is Edo’s vriend Kooi, die, niet gehinderd door goede smaak of fijngevoeligheid, in zijn terreinwagen door Amsterdam toert en zijn goedbelegde boterham verdient als managementconsultant (‘bedrijvenkwakzalver’, vertaalt Edo). Ondanks alle kritiek van zijn kant zijn Kooi en hij bevriend sinds het alfabet hen op de lagere school naast elkaar deed belanden. Koois familie valt de eer te beurt het nieuwe geld te vertegenwoordigen, met alle schaamteloosheid die daarmee gepaard gaat.

Hoogtepunt van de tekening van Koois wereld is een vergadering ter voorbereiding van zijn huwelijk bij zijn ouders in Heemstede. Vader Kooi, een selfmade man die in de Quote wordt geprezen als ‘keihard voor zichzelf en zijn omgeving’, giet met een groots gebaar de fles dure wijn in de tuin leeg als Edo, geprovoceerd, zegt dat hij die niet te drinken vindt. ‘Vijfenzestig euro, hop, weg ermee, net zo makkelijk. Als onze gasten het maar naar hun zin hebben’, zegt vader Kooi hartelijk, en laat een nieuwe fles aanrukken.

Ook op minder welvarend niveau wordt Edo omringd door koopjesjagers. Het leven in het Amsterdam van nu wordt geschilderd als een grabbelton waaruit iedereen probeert zijn eigen voordeeltjes te halen. Liefde, seks, aandacht, status: alles is te koop en alles wordt verkocht. En Edo draait mee in de molen. Dat er ongelukken zullen gebeuren, ligt voor de hand, en treurig genoeg is ook voorspelbaar dat de machine daarna zonder haperen verder zal draaien.

Hans Hogenkamp heeft de kleine wereld van Edo met zijn grote huis, zijn illegale onderhuurster, zijn goedbetaalde, uitzichtloze baan en zijn verlangen naar intimiteit subtiel verweven met de wereld van geld en status, en de lichte spot maakt alles draaglijk. Dat er uiteindelijk weinig verandert, daaraan kan de schrijver weinig doen. Zo gaat dat in een land met marktwerking waarin dagelijkse gevoelens van onvrede worden bezworen met de toverspreuk die de titel van het boek vormt.

Hans Hogenkamp: Excuses voor het ongemak. Nijgh & Van Ditmar; 224 pagina’s; ¿ 16,50. ISBN 90 388311 9 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden