InterviewOlaf Hussein

Modeontwerper Olaf Hussein: ‘Mijn vrienden en ik zijn geïntegreerd en hebben toch onze eigen identiteit’

Robert Vuijsje interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Deze week: modeontwerper Olaf Hussein (34).

Olaf HusseinBeeld Ernst Coppejans

De eerste Nederlandse maaltijd at Olaf Hussein bij het kerstdiner op de basisschool. ‘Zuurkool. Ik dacht: wat is dit?’

Het was anders dan in Somalië?

‘Op de eerste schooldag sprak ik de taal niet. Het rook anders dan ik gewend was. Ineens zag ik veel witte mensen om me heen. Mijn ouders waren voor de burgeroorlog gevlucht, ik was toen 3. Na een paar dagen in een azc kregen we een huis toegewezen. In die tijd was het beleid om asielzoekers zo veel mogelijk te verspreiden over dorpen in Nederland. Wij kwamen terecht in Hasselt, een dorp met tienduizend inwoners bij Zwolle. Een gereformeerde gemeenschap.’

Een aangetrouwde oom woonde in een huis in Baarn met twee auto’s voor de deur. ‘Hij was getrouwd met een zus van mijn moeder en zat al jaren in Nederland. Niemand hier sprak Somalisch, hij was tolk voor al die vluchtelingen, daar had hij zijn business van gemaakt. Ze gingen op dure vakanties.’

Dat wilde jij ook?

‘Ik was daar vaak en ik zag: dit kan in Nederland, voor iemand zoals ik. Eerst móést ik de universiteit afmaken, daar kon niets tussen komen. Vier jaar mavo, daarna vier jaar mbo, vier jaar hbo en drie jaar universiteit. Ik vond dat je dan pas echt slim was.’

In de periode op het hbo maakte hij vrienden die alvast begonnen met werken. ‘We waren een collectief dat Daily Paper heette. Zij richtten een kledingmerk op met die naam en ik ging naar de universiteit. Een paar jaar later was ik er zelf klaar voor.’

De kleding van Olaf Hussein hangt nu onder meer in de Bijenkorf. ‘Hussein Suleiman, Abderrahmane Trabsini en Jefferson Osei, mijn vrienden van Daily Paper – die vriendschap is heel belangrijk geweest voor mijn merk. Zij hadden alles al gedaan en konden tegen mij zeggen: zo doe je dit, daar moet je heen.

‘Een paar jaar eerder zeiden de Nederlandse winkeliers nog nee. Ze wilden hun kleren niet in de winkel. Daily Paper had eerst internationaal succes voor ze terugkwam naar Nederland. We zaten bij hetzelfde agentschap. Zijn konden ons gezamenlijk verkopen aan retailers in de Benelux: dit is de toekomst, dit zijn de nieuwe jongens, deze merken moet je hebben.’

Wat is veranderd in die paar jaar?

‘De markt ziet nu hoe het werkt. Dit zijn de populaire merken geworden. Opgroeiende kinderen luisteren naar Nederlandse hiphopmuziek. Wat dragen die artiesten? Kleding van onze merken. Die willen zij ook hebben. Jongeren willen dit en dan moeten de grote machines meewerken, ze hebben geen andere keuze.

‘Het helpt dat ik veel artiesten al jaren ken. Lil’ Kleine kende ik voordat hij doorbrak. De jongens van Zwart Licht, Faberyayo van De Jeugd van Tegenwoordig. Acteurs, muzikanten die ik kende uit Amsterdam, met dezelfde dromen, alleen in een ander segment. Dat maakt het makkelijker om te zeggen: dit is ons nieuwe product, wil jij het dragen in je clip?’

Is Olaf Hussein een artiestennaam?

‘Mijn echte voornaam is Hussein, ik heb gekozen voor Olaf als roepnaam. Hussein Suleiman van Daily Paper is mijn beste vriend. Hij liep op straat in Amsterdam en ik zag meteen dat hij ook Somalisch was. We worden veel met elkaar verward, ook door gerenommeerde bedrijven. Dan krijg ik een uitnodiging voor een modeshow en staat zijn naam erop.

‘Olaf Hussein staat voor een nieuwe wereld, waarin je veel van dit soort namen zult horen. Zulke kinderen worden nu geboren. Ik heb ervoor gekozen omdat die namen zo tegenstrijdig lijken. Als je hoort: Olaf Jansen, dan weet je wat voor persoon daarbij past, hoe die er ongeveer uit zal zien. Bij twee namen die zo hard clashen als Olaf Hussein weet je niet hoe die persoon eruitziet, je gaat jezelf vragen stellen. Als ik mensen ontmoet, stel ik me ook voor als Olaf Hussein.’

Hoe begon je te werken met kleding?

‘Vanaf mijn 15de zat ik in de moderetail, in Zwolle, vaak in het hoogste segment. Ik weet dat discriminatie kan bestaan bij sollicitaties, maar ik merkte daar niets van. Misschien door hoe ik situaties in ga. Ik zorg gewoon dat het lukt. In die tijd was ik ook niet bezig met mijn identiteit.

‘Als je in Zwolle met een groep van tien jongens uitgaat en daar zitten er twee bij met een buitenlandse afkomst, dan is dat geen probleem, je komt de club wel binnen. Als de groep alleen uit Somalische jongens bestaat, merk je dat het anders is. Dat zet je aan het denken. Ik ben me er altijd bewust van dat ik anders word benaderd dan een blonde man. Stel dat ik op straat met de fiets een botsing heb en er komt ruzie. Dan weet ik dat ik rustig moet blijven. Anders zal het beeld zijn: daar staat een zwarte man agressief te schreeuwen.

‘Een paar jaar geleden had ik voor mijn bedrijf een groter pand nodig, ik wilde een winkel huren op de Prinsengracht. Het bedrijf dat er vóór mij zat, had een borg betaald van twee maanden huur. Ik moest zes maanden vooruit betalen. Wanneer je eruitziet zoals ik denken mensen: hoe sterk ben jij financieel? Ik was ook superjong.

‘En nu heb ik stiekem een eigen wereld gecreëerd, met mijn vriendengroep. We zijn allemaal van buitenlandse afkomst, werken in de mode, wonen in Amsterdam, maar komen uit kleine dorpen in Nederland. We zijn geïntegreerd en hebben toch onze eigen identiteit. Dit is onze tijd. Een paar jaar geleden bedachten ze bij Daily Paper dat African heritage de kern van hun product zou worden.

‘Wij geloofden er toen al in, alleen wilde niemand het hebben. Nu willen ze het allemaal. Autofabrikanten, verzekeringsmaatschappijen: overal is dit het grootste topic. Diversiteit. Louis Vuitton heeft voor het eerst een zwarte hoofdontwerper, Virgil Abloh, die uit de streetwear komt. Wij bedachten dit jaren geleden al, we moesten alleen afwachten tot de tijd rijp was.’

Nederlands

‘Ik voel me meer Amsterdammer. Meer dan in een klein dorp weten mensen hier dat er meer culturen bestaan. Voor mij is het een veilige omgeving.’

Somalisch

‘Als ik alleen op basis van mijn identiteit word benaderd.’

Partner

‘Half Cambodjaans en half Nederlands. Ik vind het mooi dat ze is opgegroeid in twee culturen.’

Wit of blank

‘Ik zou het allebei net zo makkelijk kunnen zeggen.’

Coronavirus

‘Ik weet niet aan wie of wat ik moet denken bij besmetting. Het kan elke vreemde zijn die je passeert.’

Olaf Hussein (Somalië, 1985) studeerde aan InHolland en de Universiteit van Amsterdam en werkte als designer op het Europese hoofdkantoor van Tommy Hilfiger, alvorens hij een eigen modemerk begon. Tot nu toe ontwierp hij unisex kleding en kleding voor mannen, eind juni komt de eerste vrouwencollectie uit. Ook komt er een zonnebrillenlijn bij Ace & Tate en een kleine collectie items in samenwerking met Jeugd van Tegenwoordig-rapper Faberyayo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden