Reportage

Modehuizen die echt bestaan van de kledingverkoop

Juist modehuizen die bestaan van de verkoop van kleding in plaats van parfums en accessoires, floreren. Hun geheim: houd grote geldschieters op afstand. Huh?

Een creatie van de herfst/wintercollectie 2015/16 van de Ready to Wear-collectie van de Italiaanse designer Alessandro Dell'Acqua voor Rochas.Beeld EPA

De Franse modeontwerper Christophe Lemaire gaf woensdagochtend een show in de Bibliothèque nationale de France, een indrukwekkend ontwerp van architect Dominique Perrault met vier glazen torens op de hoeken en een groot park in het midden. Nu kan een ochtendshow op een afgelegen locatie (de bibliotheek ligt in het 13de arrondissement in het zuidoosten van de stad binnen de Périphérique) betekenen dat een groot aantal genodigden het laat afweten. Niet bij Lemaire.

Schare fans

Daarvoor was het publiek te nieuwsgierig. Dit was de eerste show voor zijn eigen label sinds Lemaire een half jaar geleden vertrok als hoofdontwerper bij Hermès. De afgelopen jaren moest hij zijn tijd steeds verdelen tussen Hermès en zijn eigen label, maar de laatste zes maanden kon hij zich volledig concentreren op zijn eigen merk. Dat kreeg meteen een nieuwe naam en heet nu kortweg Lemaire; na Saint Laurent en Margiela wordt het blijkbaar een trend onder modehuizen de voornaam van de stichter te schrappen.

De jaren bij Hermès hebben de ontwerper goed gedaan: hij is een stuk bekender geworden. Vier jaar geleden werd nog verrast gereageerd op zijn aanstelling. Goed, hij had prima werk geleverd voor Lacoste, maar hij was geen grote naam. Zeker niet vergeleken bij zijn voorgangers, Jean Paul Gaultier en Martin Margiela. Zo bekend is Lemaire nog steeds niet, maar de afgelopen jaren heeft hij zijn schare fans flink weten uit te breiden.

Bereid om te investeren

Hij runt Lemaire tegenwoordig met zijn vriendin Sarah-Linh Tran, na afloop van de show kwamen ze samen de catwalk op. Dat hun werk aanslaat, is niet gek. De manier waarop ze mode benaderen, sluit naadloos aan op de tijdgeest en de opvatting van de meeste modeprofessionals als het om hun eigen garderobe gaat: een vrouw hoeft niet elke zes maanden allemaal nieuwe kleren aan te schaffen om zich goed te voelen. Ze gaan ervan uit dat mensen bereid zijn te investeren in kleding die goed gemaakt is en niet te schreeuwerig is. Daarom zet Lemaire niet in op trends, maar op kwaliteit.

Lange wollen jassen worden gecombineerd met klassieke pantalons of wijde broeken tot op de kuit. Boven asymmetrische rokken die hoog in de taille vallen en mooi afkleden, worden simpele truien gedragen. Geen prints. Veel grijs, donkerblauw, groenbruin, crème-wit en hier en daar een rood accent. Dit is het soort kleding dat in de smaak valt bij dames als Penny Martin, hoofdredacteur van The Gentlewoman, die altijd iets draagt dat in de verte lijkt op een schooluniform en die elk seizoen ten minste één kledingstuk koopt bij het populaire modemerk Céline.

Nu hij weg is bij Hermès, is Lemaire meteen een nieuwe samenwerking aangegaan: met Uniqlo, een winkelketen aan de andere kant van het modespectrum. Terwijl de luxe van Hermès alleen is weggelegd voor de allerrijksten - 750 euro voor een kasjmieren trui is geen uitzondering - verkoopt Uniqlo goedkope basics en kost een kasjmieren trui er nog geen 100 euro. Aankomend najaar hangt bij Uniqlo, de dichtstbijzijnde filialen zitten in Londen of Parijs, een kleine collectie van Lemaire.

Ontwerp van Dries van Noten.Beeld Peter Stigter

Draagbare mode

Nog meer draagbare mode kwam van Dries Van Noten. Nu is deze Belgische ontwerper al jaren geliefd vanwege zijn opvatting dat mode geen dictaat hoeft te zijn; wie zijn kleding draagt, mag zich niet verkleed voelen, vindt de ontwerper. Dus als Van Noten zich aan glamour waagt, dan wordt het draagbare glamour. In de show werden wijde casual broeken van katoen gecombineerd met een sleep van brokaat en kregen chique zijden broeken een nonchalant accent door grote zakken.

Aan de nieuwe collectie is goed te zien dat Van Noten een zwak heeft voor mooie materialen. Er kwam een variëteit aan stoffen voorbij waarop menig handelaar jaloers zou zijn: weelderig versierde zijde, exclusieve jacquardstoffen, lurex en bont. Dat het geheel er nog steeds zo lekker nonchalant uitzag, was te danken aan het feit dat die stoffen werden gecombineerd met een stevige katoen in kakikleur.

Aanrader: Kunst en Van Noten

Het ModeMuseum in Antwerpen toont nu werk van Dries Van Noten: Inspirations. De tentoonstelling was eerder te zien in Musée des Arts Décoratifs in Parijs. De opzet van de tentoonstelling in Antwerpen is vergelijkbaar met die in Parijs. Behalve kleding uit de depots van het museum en van Van Noten, zijn kunstwerken te zien van onder anderen Damien Hirst en Mark Rothko. Een aanrader. T/m 19/7.

Altijd plaats voor mooie kleren

Van Noten, die nog altijd onafhankelijk is van grote geldschieters en maar twee collecties per jaar maakt, waar de meeste merken tegenwoordig minstens vier collecties maken, is lang een buitenbeentje geweest in de mode.

Maar de afgelopen jaren staat hij volop in de belangstelling: zijn bedrijf wordt nu beschouwd als een typerend voorbeeld van hoe een modebedrijf óók kan bestaan. Want zijn omzet bestaat voor meer dan 90 procent uit de verkoop van kleding. En dat is niet zo logisch als het lijkt, veel modemerken verdienen momenteel vooral geld met de verkoop van parfums en accessoires.

Ook voor Lemaire, die opvallende leren tassen in de vorm van een buste presenteerde, zijn de accessoires slechts bijzaak. Van Noten en Lemaire houden bewust afstand van de grote geldschieters die het voor het zeggen hebben in de modewereld. Ze moeten er niet aan denken dat iemand hen zou kunnen verplichten min of meer opnieuw te maken wat het voorgaande seizoen goed heeft verkocht. Beide bedrijven blijven groeien. Ze bewijzen dat er voor mooie kleren altijd plaats is, ook bij dames die niet iedere zes maanden een compleet nieuwe garderobe aanschaffen.

Ontwerp van Christophe Lemaire.Beeld Peter Stigter
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden