Mode voor fantastische vrouwen

Strepen, teksten, stras, veren, pailletten, plateauzolen en vooral: binnenste buiten gekeerde truien. De Franse modelegende Sonia Rykiel viert dit jaar het 40-jarig bestaan van haar altijd herkenbare modemerk....

Natuurlijk is ze bang, zegt Sonia Rykiel (78). ‘Je zou gek zijn om niet bang te zijn. Wat er nu gebeurt in de economie, met het milieu. De hele wereld staat op z’n kop! Er gebeuren verschrikkelijke, ingewikkelde dingen. En natuurlijk gaan wij dat ook merken! Ik zou naïef zijn als ik zou denken dat dat niet zo was. De mensen kopen niet, ze wachten af.’

Vooralsnog lijkt het echter nog prima te gaan met het naar haarzelf genoemde modehuis, dat dit jaar zijn 40-jarig jubileum viert. Het is een van de laatste bekende merken die nog zelfstandig opereren, en bovendien opmerkelijk succesvol. 100 miljoen euro bedraagt de geschatte omzet van het bedrijf, dat zevenhonderd verkooppunten over de hele wereld heeft.

In Frankrijk is Sonia Rykiel het grootste prêt-à-portermerk. In een beetje stad heeft ze een winkel.

Het centrum van haar universum bevindt zich in de Parijse wijk Saint-Germain des Prés. Ze woont er op een grote etage boven in een appartementencomplex, en heeft er vijf winkels. ‘Ik houd van deze buurt’, zegt ze. ‘Er zijn natuurlijk veel meer winkels dan vroeger, maar het draait nog steeds om boeken en er wonen intellectuelen.’ In het pand waar ze veertig jaar geleden tijdens de studentenrellen haar eerste winkel opende, verkoopt ze kinderkleren. Ernaast zit haar tassenwinkel. Om de hoek, tegenover haar huis, is de winkel van haar tweede lijn: Sonia. En dat ligt weer om de hoek van de Boulevard Saint- Germain, waar haar mannenwinkel is, en vooral: het begin dit jaar nieuw ingerichte vlaggenschip, waar ze haar vrouwenmode verkoopt en waar haar kantoren zijn. De winkel is één grote viering van Rykiels vrouwelijke, sensuele, vrolijke stijl. Er zijn varianten op de truien waaraan ze haar roem te danken heeft, er zijn bontjassen, veren, pakken van velours, en elegante, vloeiende jurken. Elk kledingstuk is wel ergens mee versierd: stras, de beroemde Rykiel-strepen, glimmende studs van alle rauwheid ontdaan, teksten (‘Artist’, ‘Belle’ en ‘Rykiel, Voyageuse’), en afbeeldingen van vrolijke gezichten, fruit en lippen. Rykiels aanstekelijke vrolijkheid is in alles doorgevoerd: de met franje en gekleurde studs versierde tassen die worden ontworpen door haar zus, de schoenen met plateauzolen, de verleidelijke yogakleren, en de satijnen accessoire-tasjes met glitterletters erop. En in de seksspeeltjes, die ze sinds een paar jaar verkoopt. Rammelende penissen met Swarovski-kristallen worden aangeprezen als ‘familiejuwelen’, vibrators in de vorm van bloemen staan keurig in een vaas. De plastic badeendjes met Rykielstreep lijken verdwaald te zijn, tot je merkt dat hun kopjes kunnen trillen. Die eigen, herkenbare, consequent volgehouden stijl, de combinatie van comfort en vrouwelijkheid, dat Franse, het tot op hoge leeftijd doorwerken, zelf het boegbeeld zijn van het merk; het maakt allemaal dat Rykiel vergeleken wordt met die andere vrouwelijke Franse modelegende, Coco Chanel. Het is een compliment waarvan ze niet erg onder de indruk is. ‘Dat zeggen veel mensen’, klinkt het een beetje afgemeten. ‘Ik zie de overeenkomst niet. Ik wist niks van mode toen ik begon. Ja, je zou kunnen zeggen dat Chanel ook niks van mode wist toen ze begon. Ik vind het verder ook niet zo interessant. Wat belangrijk is, is hoe je denkt, en...’ – ze maakt een wapperende beweging met haar hand – ‘...wat er in de lucht hangt.’ Hoe ziet ze haar plaats in de modegeschiedenis dan wel? ‘Ik maak mode voor fantastische vrouwen. Schrijvers, politici, moeders, alle vrouwen. Ik heb ze kleren gegeven waarin ze kunnen bewegen. Ik heb ze de totale vrijheid gegeven. Met alles wat ik maak, doe, schrijf, zeg ik: ga, stop niet. En vrouwen zijn vrijer nu. Ik heb de deur voor ze geopend. Daar ben ik trots op.’

Ze zit aan een lange tafel met een grijs gebloemd tafellaken, aan de rand van haar enorme, in donkere kleuren gehouden en verder vooral met lage banken met kussens in tijgerprint ingerichte woonkamer van haar appartement, dat de sfeer van de late jaren zeventig uitademt. Voor haar staan een grote doos chocolade en flesjes nagellak. Naast een potje met pennen liggen een paar schriften. Rykiels vriend, een lange man van eind 60, die bij een uitgeverij werkt, gaat net weg. In de keuken is haar hulp bezig, die af en toe een opdracht krijgt toegeroepen: ‘Marie! Pourriez-vous fermer la Porte!’ Rykiel is een kleine vrouw, met een opvallend jonge stem en een scherp, goed geconserveerd gezicht, waar ze, zegt ze, niets aan heeft laten doen. Nog niet, tenminste. ‘Er is niks zo erg als vrouwen die te strak zijn gelift’, zegt ze, terwijl ze haar wangen naar achteren trekt. ‘Maar ik wil best een facelift. Ik heb het nooit gedaan omdat de mannen in mijn leven altijd hebben gezegd: ‘Doe het alsjeblieft niet.’ Als er een vrouw was geweest die had gezegd dat ik het nodig had, had ik het allang gegaan. Misschien doe ik het nog wel.’ Ze draagt de sluike, zwarte wollen doorknoopjurk met een uitbundige glitterbroche erop van haar eigen merk, die ze de laatste jaren altijd lijkt aan te hebben. Haar voeten zijn, ondanks problemen met haar knie, gestoken in schoenen met hoge hakken en plateauzolen. ‘Ik kan er niet meer de hele dag op lopen, maar ik probeer ze zo lang mogelijk aan te houden. Ik hou van benen, van hakken. Hakken maken vrouwen interessanter, geven ze een houding. En als je houding goed is, kun je alles aan. Kleren hebben niets te maken met leeftijd, maar alles met houding. Er is geen enkele reden waarom een vrouw er op haar 80ste niet geweldig kan uitzien. Als ze goed voor zichzelf zorgt, tenminste.’ Ze deed tot voor kort dagelijks aan gymnastiek. Haar knie maakt dat nu onmogelijk. Eigenlijk had ze allang een operatie moeten hebben, maar die heeft ze uitgesteld tot eind november, tot na de opening van haar overzichtstentoonstelling in Parijs. Ze kan niet lopen zonder stok, aan het ongemakkelijke geschuifel op de stoel is te merken dat ze pijn heeft. ‘Ik ben helemaal out vandaag’, verzucht ze halverwege het gesprek. ‘Maar ik ga het er niet over hebben, want dan wordt het alleen maar erger.’

Haar haar draagt Rykiel al tientallen jaren in hetzelfde schouderlange, wijduitstaande kapsel met pony. Ze verft het in de vuurrode kleur die ze als jongere vrouw van nature had, al is naturel niet het eerste waaraan je denkt bij de zorgvuldig opgemaakte Rykiel. Zoals ze zelf een paar jaar geleden in een Britse krant zei: ‘Mensen zoals ik zijn helemaal gecultiveerd. Ik haat de natuurlijke look. Mijn moeder werd vroeger bang van de hoeveelheid make-up die ik op mijn gezicht smeerde. Maar ik vind dat een vrouw heel lang in de spiegel moet kijken om te besluiten wat ze laat zien, en wat ze verbergt. Vrouwen doen dat veel te weinig, ze vragen altijd aan winkelpersoneel wat ze moeten kopen.’ In haar in 2006 verschenen boek met herinneringen en mijmeringen, L’envers à l’endroit, wat zoiets betekent als ‘de binnenkant naar buiten gedragen’, schrijft ze: ‘Ik ben geobsedeerd geweest door het idee een beeld te worden, irreëel, een mythe.’ Het is gelukt: Rykiel is een icoon, ontelbare malen gefotografeerd, getekend, geschilderd. Aan elk van de donkerblauwe wanden in haar woonkamer is wel een paar keer die beroemde rode bos haar te zien: twee van de vier portretten die Andy Warhol in de jaren zeventig van haar maakte, en portretten door Karl Lagerfeld, Christian Lacroix, Claire -Bretécher.

Het beroemde kapsel speelde ook een grote rol in de ode die ze als verrassing kreeg na haar jubileumshow, vorige maand in Parijs. Na de extra feestelijke presentatie van de collectie voor voorjaar 2009, kwam er nog een show: dertig bekende modeontwerpers hadden een outfit in de stijl van Rykiel ontworpen. Karl Lagerfeld maakte van haar kapsel een dessin voor een rok, Olivier Theyskens plooide oranje zijde tot een jurk, Jean-Charles de Castelbajac maakt een strapless jurk met haar gezicht erop en een rode pruik eraan vast, Martin Margiela’s jurk was helemaal een rode pruik. Gaultiers model, dat een een half-transparante, gestreepte trui droeg die nog aan de pennen vastzat, had een oranje pruik op. Gaultier is eigenlijk de enige ontwerper waarmee ze zich verwant voelt, zegt ze. ‘Als ik een ontwerp van Jean Paul zie, denk ik: dat had ik kunnen maken. En hij heeft dat met mij. Yves Saint Laurent, die bewonderde ik ook. Maar meer als persoonlijkheid.’

Als ontwerper had Rykiel een late start. Pas op haar 31ste maakte ze haar eerste ontwerp: een zwangerschapsjurk voor zichzelf. Ze tekent hem nog eens na met een dikke zwart stift: een wijduitstaande jurk met korte mouwen. ‘Ik kon geen goede zwangerschapsjurk vinden. In die tijd was alles erop gericht een zwangerschap zoveel mogelijk te verbergen. Maar ik was zo trots en zo gelukkig, ik wilde het juist laten zien. Mensen zeiden tegen me dat het leek alsof ik duizend baby’s in mijn buik had. ‘Ja’, zei ik, ‘misschien is dat wel zo.’ En heel veel vrouwen wilden net zo’n jurk.’ Ze is de oudste van vijf dochters, haar ouders waren Joden van Russisch-Roemeense afkomst, haar vader werkte in de horloge-industrie. Op het platteland kwam het Parijse gezin de oorlog ongeschonden door. ‘Très bourgeois’ omschrijft ze de sfeer thuis. ‘Je mocht praten over beeldende kunst, over theater, over literatuur, politiek, maar niet over kleren. Dat was verboden. Mode bestond niet. Je moest er zo onopvallend mogelijk uitzien.’ Sonia, een ‘wild kind’, de naar eigen zeggen minst mooie dochter, wier rode haardos ‘iedereen ergerde’ dacht erover iets met theater te doen, of ‘gewoon’ tien kinderen te baren. Vanaf haar 17de werkte ze af en toe als etaleur, op haar 23ste trouwde ze met Sam Rykiel, eigenaar van een hippe boetiek. Ze kreeg geen tien, maar twee kinderen. ‘Het was moeilijk voor mij om kinderen te krijgen, ik verloor ze.’ Haar dochter Nathalie (52) is de oudste. Ze is algemeen directeur van Rykiels modehuis, waar ze op haar 18de binnenkwam als catwalk-model. Rykiel: ‘Ze had weinig zelfvertrouwen. Ik dacht dat het goed voor haar zou zijn om shows te lopen.’ Lachje: ‘Ik denk dat het heeft geholpen. Volgens mij is ze nu wel oké.’ De jongste, Jean-Philippe, een musicus, werd vlak na zijn geboorte blind. ‘Een ongeluk. Hij kreeg te veel zuurstof toegediend, waardoor zijn ogen verbrandden. Het was vreselijk. Een jaar lang dacht ik: ik kan dit niet aan. Ik was er niet op voorbereid dat mij iets ergs kon overkomen. Maar mijn echtgenoot was fantastisch. Hij leerde braille, en liet Jean-Philippe kennismaken met muziek.’

Haar eerste commerciële ontwerpen waren truien. In de winkel van haar man ontmoette ze een vertegenwoordiger van een breifabriek. Rykiel vroeg de vrouw haar idee voor een trui uit te voeren: grijs, strak, net iets te kort. Na zeven pogingen was Rykiel tevreden en hing ze hem in de winkel. Truien waren in die tijd degelijk en tuttig. Maar de hare, bij voorkeur zonder beha te dragen, waren sensueel en jong. Zoals ze zelf zegt: ‘Breiwerk is zacht, het is als een adem, het volgt het lichaam. Het is teder, alsof je wordt geliefkoosd door een man.’ Een van haar truien belandde in 1962 op de cover van de Amerikaanse Elle, die haar tot Queen of Knitwear doopte. Audrey Hepburn, herinnert ze zich, kocht veertien truien tegelijk. Haar stijlkenmerken ontwikkelden zich snel. Het vele zwart (‘dat staat het best bij mijn haar’), de vrolijk gekleurde strepen, de teksten, de glittersteentjes, en vooral het binnenstebuiten draaien van truien, in de jaren zeventig nog een revolutionair idee. Iedereen verklaarde haar voor gek, maar haar vriend Karl Lagerfeld zei: ‘Sonia, ga ermee door, iedereen zal je nadoen.’ Hoe kwam ze erop? ‘Je weet nooit precies hoe die dingen gaan. Ik ben een ontwerper, een creatief iemand. Je ziet de dingen gewoon anders dan andere mensen ze zien. Een omgekeerde trui deed me denken aan het interieur van een kathedraal.’ Toen ze, inmiddels gescheiden, haar eerste winkel opende, was de collectie al wat breder. In de etalage lagen boeken (een concept waar ze tot op de dag vandaag trouw aan is; momenteel ligt Ennemis publics van Michel Houellebecq en Bernard Henri Levy tussen de schoenen en glittertasjes), binnen hing van elk kledingstuk één model. Eé n jurk, één jas, één rok, één sjaal. ‘Als vrouwen meer wilden hebben, zei ik: ‘Dan neem je er nog maar een in een andere kleur.’ Ze werkte in het begin net zo als bij haar zwangerschapsjurk: ze ontwierp voor zichzelf. Maar makkelijk was dat niet. ‘Ik bedenk een jurk nooit voor de lol. Schrijven is iets wat me makkelijk afgaat, dat moet ik doen, maar ontwerpen en tekenen niet.’ In L’envers a l’endroit beschrijft ze een van haar momenten van twijfel: ‘Ik weet niks, ik begrijp niks, ik ontwerp niks. Ik sta in de studio en staar uit het raam. Ik kijk naar de leegte, de straat, de lucht, een boom. Help me!’

‘De mode avant-garde heeft haar de afgelopen tien jaar op dezelfde manier vereerd als ze vroeger Balenciaga vereerde; in stilte, met gevoel’, schreef de toenmalige moderedacteur van The New York Times in 1974. ‘En haar tijd is gekomen. Vrouwen die ooit Dior droegen, zie je nu in truien van Rykiel.’ Haar shows ontroerden mederedacteuren tot tranen toe, blijkt uit hetzelfde artikel. ‘O ja’, zegt Rykiel, ‘het was fantastisch. We deden de shows in de winkel die volgepakt was, heel intiem.’ Terwijl de modellen de kleren toonden, sprak de ontwerpster. Ze vertelde over ‘de kleuren, de kleren, over lippen, vrouwen, kinderen, eten, tassen, alles. Het was als poëzie.’ Tijdens haar shows nu, die worden gehouden in grote zalen, zijn er geen voordrachten meer van Rykiel. Maar de sfeer van de jaren zeventig, toen mode nog een vrolijke bedoening was, zit er nog steeds in. De shows van Rykiel zijn de enige waarbij de modellen lachen en dansen en in groepjes opkomen, en ze eindigen met een grote groep van modellen in dezelfde kleren, vaak letterlijk in alle kleuren van de regenboog. ‘Ik denk dat het komt door de haute couture, dat de shows bij andere ontwerpers zo serieus zijn geworden’, zegt ze. ‘Haute couture is heel serieus en hiërarchisch, en ik denk dat veel ontwerpers zich daardoor hebben laten inspireren. Maar ik maak geen haute couture, ik maak prêt-à-porter. Ik vind ook: mensen nemen de moeite om naar je show te komen. Dan moet je zorgen dat het tien minuten lang feest is.’

Tot tien jaar geleden werkte ze alleen. Pas eind jaren negentig stelde ze een ontwerpteam samen. Dat werd een tijdje geleid door de Nederlander Tom van Lingen. Een klein jaar geleden werd hij vervangen door de 35-jarige Gabrielle Reiss, een Duitse ontwerpster die het merk een modieuze duw heeft gegeven. In tegenstelling tot Van Lingen mag Reiss na afloop van de shows met moeder en dochter Rykiel het podium op. ‘Ik hield veel van Tom, maar hij was niet helemaal de juiste persoon’, zegt Rykiel. ‘Gabrielle kan meewerken, ze kent mijn stijl, en ze brengt iets nieuws mee. Het is moeilijk geweest om zo iemand te vinden, zeker voor mij, omdat ik altijd alleen heb gewerkt.’ Maar noem Reiss niet haar opvolger. ‘Niemand is mijn opvolger. Ik werk nog elke dag. Ik bel elke dag om tien uur – tien nul nul uur – met kantoor, eerder is er helaas niemand, en voor die tijd heb ik in mijn bed al uren liggen schrijven, tekenen en lezen.’ Ze pakt twee van de schriften die voor haar liggen. In het ene staan ingekleurde schetsjes van truien en jurken; ontwerpen die ze maakte voor de najaarscollectie 2008. In het andere staan teksten voor haar nieuwe boek – het dertiende, allemaal non-fictie – met zwarte stift geschreven in een groot, regelmatig handschrift. ‘Veel van mijn vrienden zijn muzikant, schrijver of kunstenaar. Ze zijn allemaal zoals ik. Ze denken altijd na, schrijven altijd dingen op, zijn bezig. Ik begrijp heel goed dat mensen met pensioen gaan. Op het moment dat je wakker wordt en denkt: olala, ik blijf liever in bed of ik wil eigenlijk naar de film vanmiddag, dan moet je ophouden met werken. Maar ik denk nog elke dag: ik moet dát nog regelen, dat moet die en die kleur krijgen, ik moet zorgen dat er bloemen komen. J’adore ça.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden