Mobiele onrust

Wie kan er nog zonder zijn mobieltje? Al worden we soms gek van de stress, hem afzetten maakt het alleen maar erger, concluderen Jutka Halberstadt en Machteld van Hulten....

HÉBBEN we een keer een leuk gesprek dat níet over werk gaat, gebeurt het weer. Terwijl we lekker langs de Amstel slenteren in de zon, gaat ie af. Tegelijkertijd grijpen we naar onze tassen. 'Ben jij dat?' 'Nee, het is de jouwe.' Einde intiem gesprek.

Hoe gezellig het samenzijn ook is, een plotseling telefoontje krijgt altijd voorrang. Zonder aarzelen neemt de eigenaar zijn piepende telefoon op: misschien is het wel belangrijk. En bovendien: een leuke onverwachte afspraak mag je natuurlijk niet missen. De ander kan intussen niet anders dan wachten. Meestal heeft degene die aan het bellen is nog wél het fatsoen om verontschuldigend te gebaren dat het niet al te lang zal duren. Maar als de ander net op het punt staat weg te gaan, eindigt zo'n ontmoeting vaak abrupt: met een zwaai en het gebaar dat je nog wel belt.

Mobiel telefoneren zorgt voor onrust. De aandacht moet verdeeld. In een fractie van een seconde valt de beslissing: of je kapt je vriendin aan de andere kant van de lijn af, of je schoffeert degene die naast je staat. Twee mensen tegelijk tevreden stellen is moeilijk, zo niet onmogelijk. Maar niet voor de mobiele beller, denkt hij.

Het liefst doet hij twee dingen tegelijk. Het onbeschofte belgedrag is maar één vervelend gevolg. De bellers gaan ervan uit, nu zelfs de meest behoudende mensen het gemak van de mobiele telefoon onderkennen, dat er steeds meer begrip voor hun gedrag is. Immers, iedereen heeft wel eens dat zijn telefoon niet goed ontvangt en dat hij ineens midden in een verhaal een zijstraatje induikt waar níet zoveel lawaai is. Niet opnemen is geen optie. En uitzetten doe je alleen als het echt niet anders kan: in de bioscoop, tijdens een lezing, in de kerk.

Nog zoiets: telefoneren op de fiets. Na het werk is het het eerste wat je doet. Je luistert je voicemail af, of je belt een vriend of hij nú tijd en zin heeft om ergens wat te gaan drinken. 'Waar spreken we af?', vraag je terwijl je door rood rijdt. 'Verdomme!' - nog net kan je die auto van links ontwijken - 'wat zei je?'

Met je hoofd al op het terras, maar fysiek nog op de fiets, de mobiele mens doet alsof het kan. Net als bellen en autorijden, bellen en boodschappen doen. Nooit ben je er helemaal met je hoofd bij - niet bij het telefoongesprek en niet bij de vriendelijk knikkende treinconducteur of het meisje dat vraagt: 'Spaart u zegels?' Ouderen begrijpen niet hoe het kan, twintigers en dertigers zijn er inmiddels aan gewend en tieners weten niet beter.

Stilstaan en mobiel bellen gaat niet samen. De mobiele beller heeft het tenslotte druk! Daarom heeft hij dat apparaat ook zo hard nodig, om geen tijd te verliezen. Tegelijkertijd belichaamt het mobieltje zijn grootste vijand. Want elk telefoontje, hoe belangrijk of leuk ook, betekent in feite oponthoud.

De telefoon vergroot de mogelijkheden. Maar de mobiele beller vergeet dat het lichaam nog steeds ondeelbaar is. Zijn telefoon geeft hem de illusie overal bij te kunnen zijn. In werkelijkheid is alleen zijn hoofd op alle plaatsen tegelijk. Ook al zit je lekker rustig op een terras, het feit dat je gebeld wordt door vrienden die elders een leuke tijd hebben, bezorgt je een opgefokt gevoel. Gewoon genieten van het moment kan haast niet meer. De telefoon houdt je altijd bewust van wat je mist.

Altijd bereikbaar zijn betekent ook dat afspraken steeds losser worden. Spontane ontmoetingen zijn zo te regelen, iemand mislopen kan alleen nog maar expres en achteraf horen van een leuk avondje waar je niets van wist, komt niet meer voor. Het adagium is: 'We bellen nog.' Soms spreek je elkaar wel vier keer op een avond. De keerzijde is een doorlopend gevoel van gejaagdheid en onzekerheid. Want met wie ga je nou waar afspreken, hoe laat en om wat te doen? De enkeling die niet mobiel is, is gedwongen net zo flexibel te zijn; voor veel afspraken is hij aangewezen op de dichtstbijzijnde telefooncel. Nog even en ook híj zal op aandringen van de omgeving een 06 aanschaffen.

En wie er eenmaal een heeft, kan niet meer zonder. Al ga je snakkend naar rust op zondagmiddag langs de Amstel wandelen, dan nog stop je hem voor de zekerheid in je zak. Weersta je de verleiding, dan veroorzaakt het afluisteren van de voicemail bij thuiskomst onrust met terugwerkende kracht. Het aantal boodschappen bepaalt je belangrijkheid. Ook al worden we af en toe gek van de stress, zónder leven willen we ook niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden