Mixteekse schedels niet alleen in Leiden, maar in negentien musea nep

Het Museum Volkenkunde in Leiden blijkt niet de enige die een valse Mixteekse schedel voor echt hield. Wereldwijd bevinden zich in zeker negentien museale en privécollecties vergelijkbare, met eeuwenoud turkoois ingelegde schedels. De vermoedelijke maker is een Mexicaanse tandarts die er in de jaren vijftig van de vorige eeuw een opmerkelijke hobby op nahield.

Mixteekse schedel

Samen met zijn vrouw groef hij illegaal schedels en door Mixteekse ambachtslieden bewerkte turkooise mozaïek op, en knutselde daar nieuwe objecten van. Volgens Martin Berger, als conservator Midden- en Zuid-Amerika van het Museum Volkenkunde belast met het onderzoek naar de schedel, is de man vermoedelijk al in 1932 geïnspireerd geraakt door de in Mexico breed in de media uitgemeten opgraving van de enige originele met turkoois versierde schedel ooit gevonden. Via een internationaal netwerk van kunsthandelaren zijn de diverse exemplaren vanaf het einde van de jaren vijftig in toonaangevende musea en privécollecties terecht gekomen.

Het is sinds 1963 een van de topstukken van het Museum Volkenkunde: een schedel ingelegd met een mozaïek van turkooise steentjes in de vorm van een slang die op het voorhoofd kronkelt. Gemaakt, dachten ze daar, in de dertiende eeuw door de Mixteken, een oud Indiaans volk uit het zuiden van Mexico. Het museum kocht de schedel destijds voor 20 duizend dollar van de Amerikaans-Amsterdamse kunsthandelaar Robert Stolper. Berger: 'Een respectabele handelaar, er was geen enkele aanleiding voor wantrouwen. Het was een groot bedrag voor het museum. Er zijn speciale fondsen voor aangetrokken om de aankoop te kunnen doen.'

Lees ook:

Jarenlang keken bezoekers van het Museum Volkenkunde in Leiden bewonderend naar de zogeheten Mixteekse schedel, een menselijke schedel versierd met mozaïek in de vorm van een slang. Maar het topstuk blijkt vals te zijn.

In 2010 kreeg Berger voor het eerst argwaan, toen een vergelijkbare schedel uit de collectie van het volkenkundig museum Musée d'Arts Africain, Océaniens et Amérindiens in Marseille na onderzoek door de mand was gevallen: weliswaar was de schedel eeuwenoud en bleken de stukken turkoois wel degelijk bewerkt door de Mixteken, maar de lijm waarmee de steentjes waren vastgeplakt, bleek pas een eeuw oud. Berger: 'Omdat er bij de aankoop ook geen echtheidscertificaat bleek te zijn overhandigd, hebben we toen besloten om onze schedel voor onderzoek op te sturen naar Frankrijk. Eind 2012 kregen we de eerste onderzoeksresultaten binnen, een half jaar later wisten we zeker dat we met een vals stuk van doen hadden. Dat we het nu pas in de publiciteit hebben gebracht, komt omdat we eerst onderzoek naar de herkomst van de schedel wilden doen.'

Het eerste dat Berger deed, was achterhalen of er meer vergelijkbare schedels in volkenkundige collecties bestonden. De eerste drie vond hij in een catalogus van Dumbarton Oaks, een instituut annex museum verbonden aan de universiteit van Harvard en gespecialiseerd in pre-Colombinaanse kunst. Die bleken afkomstig van dezelfde Robert Stolper. 'Met een beurs van Dumbarton Oaks heb ik vervolgens het netwerk achter de handel in kaart gebracht. In archieven vond ik een brief van Gordon Ekholm, de archeoloog die in de jaren vijftig als eerste publiceerde over falsificaties. Hij schreef daarin over een archeologische site in Chiapas waar je makkelijk turkoois kon vinden, en dat hij ook had gehoord over een tandarts die daar in de buurt woonde, en die samen met zijn vrouw oude schedels een nieuw leven inblies. Toen ik niet zo lang daarna een brief vond van het archeologisch museum in Tapacula, in Chiapas, waarin ze schreven over een authentieke schedel, gekregen van een vooraanstaand persoon uit hun gemeente, wist ik: nu ben ik dicht bij de bron.'

De afgelopen twee jaar heeft Berger negentien vergelijkbare schedels opgespoord. Die bevinden zich niet alleen in de collecties van volkenkundige musea in Mexico, de Verenigde Staten en Europa, maar ook in drie privécollecties. Berger: 'De laatste is voor een paar honderd duizend euro aangekocht bij een handelaar in Parijs die geloofde dat hij echt was. Alleen: hij had wel de schedel en de stenen laten onderzoeken, maar niet de lijm.' Hoe de musea reageerden op zijn ontdekkingen? 'Ik word hier en daar uitgenodigd om de schedels te komen bekijken. Een museum in Jeruzalem start zelf met een onderzoek. Het museum in Mexico heeft vreemd genoeg tot nog toe niet op mijn mails gereageerd.'

De gedecoreerde schedel is intussen opgenomen in de tentoonstelling Topstukken onder de loep. Het Museum Volkenkunde toont daarin het verslag van de speurtocht naar drie voorwerpen uit de collectie. Voor Berger is de schedel er ondanks de falsificatie alleen maar interessanter op geworden. 'We kunnen nu zo veel meer verhalen vertellen: over hoe respectloos er in Mexico, ondanks wetten die het illegaal opgraven strafbaar stellen, wordt omgegaan met archeologie en menselijke resten. Over hoe rijke Amerikanen in de jaren vijftig dankzij de fiscus belastingvrij kunst konden schenken aan musea, en er zo een handel in Maya-kunst onstond. En het mooiste: hoe nieuwe technieken nieuw licht werpen op objecten die soms al eeuwen in museale collecties zijn.'

Hoewel het wetenschappelijk onderzoek is afgerond, reist Berger naar verwachting volgend jaar naar Mexico. 'Dat is puur nieuwsgierigheid. Ik vermoed dat de tandarts niet meer leeft, maar ik zou dolgraag weten wie hij was. Ik weet nu zelfs zijn naam niet. Ik vermoed dat die te vinden is in de archieven van het museum in Tapacula, maar of ik daar toegang toe krijg? Dat ze niet reageren op mijn mails, is geen goed teken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden