Mistry verdient hem, maar hij gaat naar Swift

HET IS ALTIJD wat met de Booker Prize, en zo hoort het ook. Meestal klagen de Britse kranten, daags nadat de shortlist is bekendgemaakt, steen en been over de uiteraard verkeerde keuzes van de jury....

'Weinig avontuurlijk' en 'populistisch', verzuchtten de critici begin deze maand hoofdschuddend, toen bekend werd wie de uiteindelijke kandidaten zijn: Beryl Bainbridge met Every Man for Himself (ze werd driemaal eerder genomineerd); Margaret Atwood met Alias Grace (twee eerdere nominaties); Rohinton Mistry met A Fine Balance en Graham Swift met Last Orders (allebei eenmaal eerder genomineerd); en Shena Mackay (The Orchard on Fire) en Seamus Deane (Reading in the Dark). Dinsdag wordt de winnaar bekendgemaakt.

Meestal wordt geklaagd over de onvoorspelbaarheid van de jury en het gebrek aan logica in de selectie. Door de jaren heen is er al vaak op gewezen dat Martin Amis, een van de belangrijkste Britse schrijvers, slechts éénmaal werd genomineerd, in 1991, en dan nog met een van zijn minder belangrijke boeken: Time's Arrow. Met zijn grote romans Money, London Fields en The Information viste hij telkens achter het net.

Ook het feit dat Salman Rushdie na de bekroning van Midnight's Children in 1981 de prijs nooit meer heeft gekregen, wordt aangevoerd als bewijs voor het dikwijls dubieuze karakter van de jury-beslissingen. Superieure romans als Shame, The Satanic Verses en The Moor's Last Sigh kwamen niet in aanmerking, omdat Rushdie al eens eerder had gewonnen, zo luidde de beschuldiging.

Niet alleen de pers veroorzaakt stampij, ook de juryleden hebben er een handje van. Ze lekken naar de pers dat het een aard heeft, en af en toe rollen ze zelfs vechtend over straat. In 1971 gaf Malcolm Muggeridge briesend van woede zijn juryzetel op, nadat hij had geconstateerd dat het wemelde van de seksscènes in de boeken die hij moest beoordelen. Dat jaar won overigens de aseksuele V.S. Naipaul de prijs. In 1991 liep Nicolas Mosley kwaad weg, omdat niet één van zijn favorieten tot de shortlist was doorgedrongen.

Twee jaar geleden werd bijna de vrouw van een jurylid genomineerd, toen James Wood verzuimde zijn medejuryleden te vertellen dat hij tafel en bed deelde met de schrijfster Claire Messud. Om het weer goed te maken noemde Wood zijn vrouw vervolgens openlijk 'a very minor novelist'. Hetzelfde jaar sprak jurylid Julia Neuberger achteraf schande van het boek dat mede door haar was bekroond. James Kelmans How Late It Was, How Late (zojuist bij de Bezige Bij verschenen als Blind geschopt), bevatte naar haar smaak veel te veel scheldwoorden.

Ten slotte zijn daar nog de schrijvers zelf, die hun bekroning soms aangrijpen om zich tegen de sponsor af te zetten (John Berger), of het Londense literaire establishment te schofferen (James Kelman).

Wat alle rumoer rond de prijs meer dan duidelijk maakt, is dat de Booker Prize, voor het eerst toegekend in 1969, zich een belangrijke positie in de Britse literaire wereld heeft verworven. Zo belangrijk dat er onlangs, ongeveer tegelijk met de bekendmaking van de nominaties, een serieuze studie over is verschenen, getiteld Consuming Fictions - The Booker Prize and Fiction in Britain Today. Auteur Richard Todd analyseert hierin de invloed van de prijs op de boekverkoop en andere zaken in de Britse boekenwereld. Tevens ontmythologiseert hij een aantal verhalen over de prijs, en geeft hij aan hoe deze zich in zijn 28-jarig bestaan heeft ontwikkeld.

Doordat alle in het Engels geschreven romans voor de Booker Prize in aanmerking komen, behalve Amerikaanse, moet elk jaar in principe een keus worden gemaakt uit zo'n vijfduizend boeken. Om het voor de jury allemaal een beetje behapbaar te houden, mogen uitgevers maar een beperkt aantal titels ter beoordeling inzenden. Dat aantal is in de loop der jaren steeds kleiner geworden, en met ingang van dit jaar teruggebracht tot twee per uitgever, die daarmee eigenlijk medejurylid is geworden en het risico loopt in conflict te komen met auteurs die niet zijn uitverkoren. Daarnaast moet de jury tussen de twaalf en twintig boeken aanvragen die niet zijn ingezonden, zodat wie door zijn eigen uitgever is gepasseerd alsnog via de achterdeur naar binnen kan.

Aanvankelijk kwamen alleen boeken in aanmerking die in het jaar van de prijsuitreiking waren verschenen. Dit leidde ertoe dat veel uitgevers de jury bestookten met manuscripten en drukproeven van nog te publiceren romans, met als krankzinnig gevolg dat in 1984 drie van de zes genomineerde boeken nog niet in de boekhandel lagen. Daarop werd besloten 30 september als uiterste publicatiedatum aan te houden. Het resultaat was dat in Groot-Brittannië de laatste drie maanden van het jaar geen enkel belangrijk literair werk meer verscheen. Onder druk van boekhandels en uitgevers liet Booker zijn literaire jaar voortaan lopen van 1 oktober tot en met 30 september. Overigens wijzen de statistieken uit dat een boek nog altijd een grotere kans maakt op een nominatie wanneer het vlak voor het Booker-circus wordt gepubliceerd dan wanneer het in de winter of het voorjaar op de markt komt. Vier boeken uit de huidige shortlist zijn pas enkele weken oud. Last Orders verscheen begin dit jaar, A Fine Balance deze zomer.

Volgens Richard Todd zijn het vooral de 'two-horse races' (tussen twee favorieten), zoals in 1980 tussen Anthony Burgess en William Golding, en in 1981 tussen D.M. Thomas en Salman Rushdie geweest, die de prijs zijn bekendheid bij het grote publiek hebben gegeven. Maar ongetwijfeld speelt een andere factor een veel belangrijker rol: de televisie. Sinds 1981 wordt de winnaar immers tijdens een rechtstreekse televisie-uitzending bekendgemaakt, aanvankelijk via Channel Four, later via de BBC, zodat wij er in Nederland ook van kunnen meegenieten. De bekendmaking wordt doorgaans voorafgegaan door een korte typering van de zes boeken en mini-interviews met de auteurs. Daarna werpt een panel van schrijvers en/of critici zich op de zes boeken.

Dit jaar bestaat dat panel uit thrillerauteur Michael Dibdin, schrijfster Germaine Greer en de sardonische Ierse dichter Tom Paulin. Bij vorige gelegenheden is gebleken dat met name de laatste twee venijnige causeurs zijn, die het programma in elk geval een hoge amusementswaarde geven. Gelukkig is daar dan altijd nog discussieleidster Sarah Dunnant, die scherpzinnig en goedgebekt genoeg is om de nuance in het gesprek te waarborgen.

In het kielzog van de Booker Prize is inmiddels een hele reeks andere literaire prijzen ontstaan, zoals de Whitbread Prize, de Betty Trask Award, de Sunday Expres Award, de Commonwealth Writers Prize en de Irish Times-Aer Lingus Prize. In het Engelse taalgebied, de Verenigde Staten niet meegerekend, bestaan nu zo'n vijftig literaire prijzen. Het staat echter buiten kijf dat de Booker Prize verreweg de belangrijkste is. Weliswaar is de Whitbread Prize met 21 duizend pond de hoogst gedoteerde (een Booker-winnaar moet het met duizend pond minder doen), maar de effecten op de boekverkoop zijn met de Booker Prize veel groter. Een nominatie is goed voor ongeveer vijfduizend extra verkochte exemplaren, terwijl na een bekroning vele tienduizenden boeken over de toonbank kunnen gaan. Kunnen gaan, want soms trekt het publiek zich helemaal niets aan van het oordeel van de Booker-jury. Zowel The Bone People van Keri Hulme (1985) als James Kelmans How Late It Was, How Late (1994) was in Groot-Brittannië een commerciële flop.

De nieuwste literaire onderscheiding is de dit jaar ingestelde Orange Prize, die voor een vrouwelijke auteur is bestemd. Hij is voortgekomen uit onvrede van een groep vrouwen in de Britse literaire wereld, die menen dat er disproportioneel veel mannelijke schrijvers in de prijzen vallen. Met Pat Barker als winnaar 1995 van de Booker Prize en Atwood, Bainbridge en Mackay als genomineerden voor de editie van dit jaar, is de timing van de Orange Prize misschien wat ongelukkig, maar een feit is dat vrouwen in de Booker-geschiedenis ondervertegenwoordigd zijn.

Dat de kaarten dit jaar anders liggen, was met publiciste en voormalig uitgeefster Carmen Callil als juryvoorzitter wel te verwachten. Haar feministische sympathieën zijn genoegzaam bekend. Indertijd publiceerde zij Germaine Greers geruchtmakende The Female Eunuch. Ook richtte zij de imprint Virago op, die zich specialiseerde in het publiceren van vrouwelijke auteurs.

De zes genomineerde boeken van 1996 hebben één ding gemeen: ze zijn sterk retrospectief van karakter. Vijf spelen nadrukkelijk in het verleden en zowel Alias Grace van Margaret Atwood als Every Man for Himself zijn zelfs pure historische romans. Atwoods negende roman speelt halverwege de negentiende eeuw. Hij is gebaseerd op de historische figuur Grace Marks, een 16-jarig dienstmeisje dat ervan wordt beschuldigd samen met haar collega James McDermot haar baas en een andere dienstmeid te hebben vermoord.

Every Man for Himself vertelt het verhaal van de Titanic: de vier dagen in april 1912, van het vertrek uit de haven van Southampton tot het fatale moment dat het schip op een ijsberg liep. The Orchard on Fire van Shena Mackay speelt in het Britse Kroningsjaar, 1953. De roman is een bitterzoete weergave van een jeugd in de jaren vijftig. Ook Reading in the Dark brengt een jeugd in de jaren vijftig (en veertig) tot leven, ditmaal in de Noord-Ierse stad Derry. Veel grootser opgezet is A Fine Balance van de in Bombay geboren Canadees Rohinton Mistry. Zijn boek beschrijft het leven in Bombay in 1975, toen Indira Ghandi de noodtoestand had uitgeroepen en vrijwel dictatoriale macht wist te verkrijgen.

Graham Swifts Last Orders speelt weliswaar in het heden, maar beschrijft hoe vier mannen vanuit Zuid-Londen naar het badplaatsje Margate reizen, om gehoor te geven aan de laatste wens van een overleden vriend: zijn as in zee uitstrooien. Door de gesprekken en gedachten van de vier wordt het verleden in kaart gebracht.

In de zes genomineerde boeken mag dan stuk voor stuk worden teruggeblikt, ze zijn zeer ongelijksoortig. Dat is voor de Britse bookmakers echter geen hindernis voor het opstellen van een keurige hiërarchie. Volgens hen is Beryl Bainbridge - vanwege haar vier nominaties 'Booker bridesmaid' genoemd -- de grootste kanshebber met een notering van 5-2. Dan volgen Margaret Atwood en Graham Swift (3-1), Shena Mackay en Rohinton Mistry (5-1) terwijl Seamus Deane met 6-1 de outsider is.

Net als vorig jaar, toen ze Salman Rushdie tipten, hebben de bookies het natuurlijk mis. Eigenlijk verdient Rohinton Mistry de prijs voor zijn herculische prestatie het Bombay van de noodtoestand neer te zetten via de wederwaardigheden van vier personages. Maar na een snerpende discussie tussen Carmen Callil (pro-Atwood) enerzijds en Granta-redacteur Ian Jack en schrijver A.N. Wilson (pro-Swift) anderzijds, zal de Booker Prize 1996 uiteindelijk naar Last Orders gaan.

Hans Bouman

Margaret Atwood: Alias Grace.

Bloomsbury. In november in vertaling bij Bert Bakker.

Beryl Bainbridge: Every Man for Himself.

Duckworth.

Seamus Deane: Reading in the Dark.

Jonathan Cape.

Shena Mackay: Orchard on Fire.

Minerva.

Rohinton Mistry: A Fine Balance.

Faber & Faber. In november in vertaling bij Bert Bakker.

Graham Swift: Last Orders.

Picador. In januari in vertaling bij De Bezige Bij.

Richard Todd: Consuming Fictions - The Booker Prize and Fiction in Britain Today.

Bloomsbury, import Penguin Nederland; 340 pagina's; ¿ 42,10.

ISBN 0 7475 2822 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden