INTERVIEW

'Misschien is troost brengen mijn taak'

Lichamelijk en vlezig is het werk van Berlinde De Bruyckere, groot en geliefd in België. De Vlaamse kunstenares over de bronnen van haar fascinatie.

Berlinde De Bruyckere in het Gemeentemuseum in Den Haag. `Ik wil troost bieden.'Beeld Raimond Wouda

Een oeuvre vol hele en vooral halve lichamen, van beesten en van mensen, en de laatste jaren ook van vleesachtige boomstronken - Berlinde De Bruyckere, slagersdochter, hanteert een heftige beeldtaal. Dit weekeinde opent haar solotentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Hoe zou zoiets macabers troost kunnen bieden, zoals zij graag wil?

Het Gentse atelier van de Belgische kunstenares Berlinde De Bruyckere is op twee manieren te beschrijven.

Zo: als een vriendelijk oord, dat er in het prikkende zonlicht van februari helder en schoon bij ligt. Aan het einde van een kort straatje in de arbeiderswijk Muide is het gevestigd in een voormalige katholieke jongensschool: gele baksteentjes, rode biezen, lichte, grote toegangsdeur, tuin rondom een grote binnenplaats waar de zon doorheen spoelt. Er wordt hard gewerkt voor de expositie in het Gemeentemuseum Den Haag. Twee jonge assistenten, Karin en Leda, zijn met ernstige toewijding een beeld aan het restaureren dat beschadigd uit China is teruggekomen. Ze stoppen er vulling in en lijken werkelijk als verpleegkundigen bezig onderdelen die vervangen moesten worden met repen stof te verbinden. Er heerst de sfeer van een kliniek.

Of zo: als een duister oord. De school, met zijn hoge koude lokalen en gangen waarin een oude hond rondhinkelt, kan zo dienen als decor voor een horrorfilm. Er liggen halve en hele paardenlijven op schragen. De poten stram uitgestrekt, de hoofden afwezig of tot knoest gereduceerd. Hier een gewei dat overgaat in een ongedefinieerde homp. Daar een mand met paardenvellen, bruin en zwart, met omgekrulde randen. Op tafel takken - of zijn het botten? - die als knoken door elkaar liggen. Als de schemer invalt en het stil wordt, moet je wegwezen.

Het is allebei waar én het slaat allebei de plank mis. De Bruyckeres beelden van paarden, mensen en bomen - en alles daartussenin - zijn mooi noch duister, lieflijk noch akelig; en tegelijk zijn ze dat allemaal. En nog iets meer.

Elders in Gent, in het SMAK, waar op dat moment een grote solo ten einde loopt, zitten de bezoekers lang op bankjes in gedachten verzonken. Als een suppoost niet oplet, leggen ze schielijk hun hand op de vleeskleurige beelden, gemaakt van was, waar aderen doorheen schemeren. Ze wrijven aan de dekentjes waarop een beeld rust, bekijken een paard zonder hoofd van wel heel dichtbij - of aaien het.

Elke maand een levenswerk

Het is topdrukte voor Berlinde De Bruyckere, elke maand een levenswerk. Haar solotentoonstelling in Den Haag is zaterdag open, de première van de opera Penthe silea met haar scenografie is in De Munt in Brussel op 31 maart. Dan volgt de opening van een solo-expositie en een hele nieuwe paardeninstallatie, in het Zwitserse Kunsthaus Bregenz en het nabijgelegen Dornbirn op 18 april. Volgend jaar is er een tentoonstelling rond haar favoriete heilige Sint Sebastiaan in het Rubenshuis. En een solotentoonstelling in New York, waarvoor ze 'nog absoluut niet weet wat dat gaat zijn'. Stress is er niet. 'Ik weet na 25 jaar dat ik langzaam werk, maar ook dat er altijd iets groeit uit hetgene wat ik al gemaakt heb. De stappen zijn klein. En ik heb een equipe, hè. Die werken desnoods in ploegendienst het weekend door.'

Troost

Berlinde De Bruyckere (1964) was al een van de bekendste Belgische kunstenaars, de laatste jaren in één adem genoemd met Luc Tuymans en Jan Fabre. Toen kwam de Biënnale van Venetië in 2013. Ze liet daar het gehele nationale paviljoen verduisteren, bespande de wanden met zwartgeblakerde lappen en legde in het midden een reusachtige installatie (Kreupelhout), die het midden hield tussen een gevelde woudreus, een gespalkte oorlogsinvalide en een fallus. 'Uit de kelders van ons aller verdrieten' omschreef De Morgen dat werk. Nu is Berlinde De Bruyckere ook een van België's meest geliefde kunstenaars - en dat is iets heel anders.

'Ik denk soms aan de schilder Rogier van der Weyden uit de 15de eeuw', heeft ze die ochtend gezegd. Mensen konden in de kerk voor zijn werk gaan zitten om te huilen. 'Dat vond ik zo mooi. Toen ik dat hoorde, dacht ik: misschien is dat mijn taak, troost bieden.'

Aantrekkingskracht

Na een rondleiding door de werkplaatsen zitten we in de keuken. De Bruyckere in het zwart met gesloten wit kraagje. Serieus en sereen als een non, maar geregeld barst ze uit in een meisjesachtige lach. Geen spoor van tijdsdruk, hoewel de agenda (zie inzet) boordevol zit. 'Voilà, geheel de uwe.'

De keuken is groen betegeld, met een antieke beenhouwerskast (een slagerskoeling) als keukenkast. Nee, geen familiestuk - had zomaar gekund, De Bruyckeres ouders hadden een slagerij. Ze heeft daar wel een vroege herinnering aan: hoe de karkassen werden binnengedragen. 'Dat mag nu niet meer, maar toen sleurde iemand gewoon zo'n half dier op zijn rug naar binnen. In een witte kiel, besmeurd met bloed. Ik was er niet bang van en ook niet vies - het was de realiteit.

'Wat ik nu doe is eigenlijk het tegengestelde van wat mijn vader deed', zegt ze. 'Hij verkocht vlees, iets wat een andere waarde had gekregen. Terwijl ik, als ik werk met een dood dier, uitga van de aantrekkingskracht van dat dier. Daar moet ik iets bij voelen. Vaak zie ik schoonheid die ik niet verloren wil laten gaan. Die vertaal ik in een beeld.'

Eén, 2003-2004 (paardenhuid, ijzer, polyester, polyurethaan). Hauser & Wirth Collection.Beeld Mirjam Devriendt

Metamorfose

Als De Bruyckere afgietsels in was maakt van paarden (de siliconenmallen maakt ze op de dieren bij de faculteit diergeneeskunde Merelbeke van de Gentse universiteit), worden die later zo veel mogelijk bekleed met de eigen huid. Er kan ook gekozen worden uit een voorraad huiden die als pakketten in de vriezer liggen - er is een catalogus met foto's van aangelegd.

Met mensfiguren en bomen of schors is het anders; de wasafdrukken daarvan worden niet bekleed, maar door De Bruyckere 'ingeschilderd'. Ze wijst me de talloze potjes en steelpannen met gekleurde was op een aangekoekt fornuis. Blauw dooraderd, rood uitgeslagen, grijzig; huid kan zo veel gradaties hebben. Soms zijn wel twintig lagen nodig voor de doorschijnende opperhuid. Daarna vullen assistenten de vorm verder op.

Als het warm uit de mal komt, zijn er twintig minuten om het beeld in de juiste houding te zetten, te vouwen, een arm nog een draai te geven of een hals te buigen. 'Er komt veel meer improvisatie bij kijken dan je denkt. Het staat nooit helemaal vast.' En meteen goed is het dan ook zelden; dan begint het aanpassen, bijkleuren, vervangen, littekens wegwerken. De kunstenares grijnst. 'Meestercamoufleur ben ik.'

In Den Haag is een totaal andere tentoonstelling te zien dan in Gent. De ruimtes zijn kleiner, maar het prachtige museumgebouw daagde haar uit. 'Het zal er intiemer zijn. En het zal veel gaan over de metamorfose.'

Marthe, 2008 (was, hout, epoxy, ijzer). Privécollectie Antwerpen.Beeld Mirjam Devriendt

Vertalen

Een lichaam dat overgaat in takken, een boom die in een paard gegroeid is. 'Die dingen interesseren me nu. Hoe alles constant verandert, ook mijn eigen beeldtaal. Ik had nooit gedacht dat ik weer met paarden zou gaan werken en toch gebeurt het, maar weer helemaal anders. Met menselijke lichamen ook. Vroeger zocht ik dat knokige, dat fragiele als beeld. Nu werk ik met dansers [van het dansgezelschap van Alain Platel, red.] en kijk ik veel meer naar de expressie van een lichaam.'

Een belangrijk werk vind ze juist datgene wat nu door haar assistenten voor Den Haag wordt opgelapt, Inside Me II (2011): twee schragen met een vangnet van koorden ertussen, waarin wasafdrukken van takken kriskras liggen opgestapeld, ondersteund door kussens. Sommige takken zijn geplooid, andere zien er stevig uit. 'Maar allemaal hebben ze dat viscerale - dat vlezige, als van ingewanden. Ik denk veel na over de buitenkant, waar wij zelf van alles aan kunnen doen, en aan de oncontroleerbare chaos eronder. Die weer vertaald wordt naar de buitenkant. Als iemand ziek is of lijdt, kun je dat aan de kleur van de huid aflezen.'

Daar kijkt De Bruyckere naar, observerend, als ze wandelt of de tram neemt door haar smeltkroesbuurt Muide: arm en rijk, zelfstandigen, daklozen, immigranten. 'Wat niet af is, wat sporen draagt... ik neem op wat ik zie en ik vertaal het.

In Doubt, 2007-2008 (was, ijzer, hout, glas, epoxy). Fundació Sorigué, Lleida, Spanje.Beeld Mirjam Devriendt

Toeschouwers

'En het is niet alleen de huid van de mensen', zegt ze. Samen met haar man, kunstenaar Peter Buggenhout, is ze al acht jaar twee historische panden aan het restaureren. Ze zijn er net heen verhuisd. Toepasselijk: ook hier worden twee lichamen aaneengeklonken. 'We zijn daar met veel respect mee bezig. De doorbraak tussen de twee panden hebben we wel drie keer opnieuw gemaakt. Dan was de opening niet goed van vorm, dan was de richting weer verkeerd.' Haar gevoel voor esthetiek bestaat uit het tonen van de dingen inclusief littekens - óók in zo'n huis, dat naast een nieuwe aanbouw ook de sporen draagt van dertig jaar leegstand.

Voor haar is het verband duidelijk met haar favoriete heilige Sint Sebastiaan, van wie kaarten met afbeeldingen in het atelier op allerlei plaatsen zijn opgeprikt. Hij wordt doorboord met pijlen, maar je zult hem nooit zien lijden. De Bruyckere: 'Hij staat daarboven. Dat vind ik een voorbeeld van hoe wij met leed moeten omgaan: we moeten het verdragen, maar we mogen het wel tonen.'

Het komt over op haar toeschouwers, die haar aanklampen en bedanken na een rondleiding. Zo zei één het onlangs: 'Wat u maakt is niet mooi, maar ik ben tot in mijn vezels geraakt.'

Berlinde De Bruyckere, Sculptures and Drawings 2000-2014, Gemeentemuseum Den Haag, van 28/2 t/m 31/5.

Zout op de huiden

De Bruyckeres toneelbeeld van de opera Penthesilea (in maart in première in Brussel) over de strijd tussen Achilles en amazone Penthesilea, komt van een huidenhandelaar in Anderlecht. In grote loodsen zijn daar vers gevilde huiden van de nabijgelegen slagerij gespoeld, uitgespreid, gekeurd, gezouten en op stapels gelegd een apocalyptisch beeld, dat terugkeert op toneel. De Bruyckere: 'Die huiden zijn eigenlijk afval. Als anoniem gesneuvelde soldaten. Hier worden ze nog eens stuk voor stuk vastgepakt, bekeken, gelabeld en verzorgd. Ze krijgen als het ware hun naam terug. Ik vind wat die mannen daar doen ongelooflijk mooi.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden