Misschien gaan oude bomen spreken

Waar de nieuwe Zwolse wijk Stadshagen verrijst, hebben archeologen honderden oude bomen opgegraven. In het jaar 0 stond hier misschien bos....

HEEL EVEN maar schraapt de Zwolse stadsarcheoloog dr. Hemmy Clevis met zijn schop over de bodem van de opgravingesput. Direct wordt een boomstammetje zichtbaar. En vlakbij liggen er nog meer: stammetjes van tweeduizend jaar oud. Het zijn er zoveel dat je soms het gevoel hebt over een houten vloer te lopen.

Hier op de Zwolse Vinex-locatie Stadshagen is voor het eerst in Nederland een bos opgegraven. Althans: de onderzoekers vermoeden dat hier een bos heeft gestaan. Nader onderzoek moet opheldering verschaffen, onderzoek dat grotendeels nog moet beginnen. Niettemin heeft het Zwolse graafwerk al flinke opwinding veroorzaakt onder onderzoekers. Want hier kan misschien de discussie worden beslecht - of beïnvloed - over de vraag hoe het Nederlandse landschap eruit zag in het jaar 0.

Dit debat werd begin jaren tachtig aangezwengeld door de ecoloog dr. Frans Vera en companen. Nederland, stelden zij, was aan het begin van onze jaartelling helemaal geen oerbos, zoals vaak wordt beweerd. Nee, het land was parkachtig, halfopen, met gras, struiken en groepen bomen. En het werd opengehouden door grote grazers: wisenten, runderen, paarden, herten.

Vera, werkzaam op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, werd dé pionier van het moderne, offensieve natuurbeheer. Onttrek grond aan de landbouw en geef dit aan de natuur, werd zijn devies. Laat de mens zoveel mogelijk wegblijven uit die gebieden en laat grazers er hun natuurlijke werk doen: het terrein deels openhouden. Zulk land zal heus niet dichtgroeien met bos, zoals traditionelere natuurbeschermers vaak vreesden en nog vrezen.

Van die natuurbeschermers, de landbouw en beleidsmakers ontmoetten Vera en de zijnen aanvankelijk behoorlijke tegenstand. En hoewel Vera's ideeën over natuurbeheer later flink aansloegen, is zijn hypothese over het landschap in het jaar 0 nooit gemeengoed geworden.

Wat is er in Stadshagen te zien dat de discussie kan beïnvloeden? 'Wij hebben de resten gevonden van zo'n vierhonderd bomen', vertelt archeoloog Clevis. 'Het zijn voornamelijk eiken en essen.' En hij wijst: 'Kijk, de boomstammen liggen vaak kruislings over elkaar, de eiken bovenop de essen. Misschien zijn ze omgewaaid bij twee stormen, elk met een andere windrichting. Vaak zijn ze met wortel en al omgevallen, maar soms zijn ze van de wortels afgeknapt en is het wortelstelsel in de grond blijven zitten.'

Het zichtbare oude hout - het is niet versteend, maar de eikenstammen zijn keihard geworden - ligt aan de bovenkant van een veenlaag van twintig tot vijftig centimeter dik. Hier moet een moeras zijn geweest. Na het jaar 400 steeg het water in de IJssel, stroomde uit over het gebied en zette er een kleilaag af van vijftig centimeter dik, waarop - denken de archeologen - geen bomen meer groeiden.

Die laag is door de onderzoekers op vier flinke plekken afgegraven. Daarbij blijft het niet. Op sommige plaatsen wordt dieper in het veen gekeken wat er te zien is, sporen van nog meer bomen bijvoorbeeld. En er wordt onderzoek gedaan aan de gevonden stammen. De onderzoekingen zullen tot in het volgende jaar door lopen. Clevis: 'Maar we weten nu al bijna zeker dat het hele gebied vol bomen heeft gestaan, dat er een moerasbos was. Het heet hier waarschijnlijk met recht polder Mastenbroek.'

Dr. Ute Sass-Klaassen, een van de dendrologen die onderzoek doen aan de opgegraven bomen, denkt in dezelfde richting. 'Het moet een vrij dicht bos zijn geweest. De eiken waren heel slank, 25 centimneter dik.' Zoiets kan wijzen op een groei snel de hoogte in om licht te kunnen vangen temidden van andere bomen.

En wat vindt Vera? 'Er kan op die plek best een gesloten bos zijn geweest, hoewel er naast lange, rechte eikenstammen ook kleine met veel zijtakken zijn gevonden. De grote vraag is: zijn al die eiken van één generatie? Dat kan best het geval zijn geweest.'

In Vera's theorie is namelijk wel degelijk plaats voor aaneengesloten bossen, zij het tijdelijk. Die bossen verdwijnen weer, er komt open land, dat langzaam weer dicht groeit. Die cyclus van verandering doet zich op verschillende plaatsen ongelijktijdig voor; alle plekken bij elkaar vormen een steeds veranderend, halfopen landschap met hier en daar dichte bomengroei.

Vera: 'Je zou dus moeten weten wat zich in Zwolle over een langere periode heeft afgespeeld, wat er vóór die opgegraven bomen stond en wat erna. Dat weten we niet, dat moet dus nog onderzocht worden. Misschien was er inderdaad lange tijd een dicht bos. Mijn theorie gaat trouwens niet zozeer over zulke moerasgebieden, zou men mij kunnen aanrekenen.'

Spoedig zullen de stille getuigen van de oude moerasvegetatie weer bedekt zijn met aarde, grond waarop huizen komen te staan van de nieuwbouwwijk Stadshagen. Vroeger, tot 650 voor Christus, was het gebied ook al bewoond, maar dat hield op toen het water steeg en het moeras ontstond. De mensen gingen op de hogere zandgronden wonen, meer naar het oosten, het moeras werd bedekt met klei en eeuwen later ingepolderd.

Clevis, trots: 'Hoe het nadere onderzoek aan de vondsten ook uitpakt, we hebben een fase van de geschiedenis van dit gebied blootgelegd. Dat is niet alleen belangrijk voor Nederland, maar ook voor Zwolle.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden