Miss 25 procent waakt over alle producenten

'Kijk, Joop van den Ende rijdt in een Mercedes, John de Mol in een BMW en ik in een auto waar er maar tien van zijn in Nederland....

Dat vertrouwde tv-producent Harry de Winter deze maand toe aan het blad Playboy. De oprichter van IDTV is de trotse eigenaar van een Lincoln Continental met pluche rode stoelen en gebruikt die om zijn stelling te onderstrepen: de ene tv-producent is de andere niet. Of zoals hij het, in zijn eeuwige gevecht met grote broer Endemol, pretentieus formuleerde: 'Endemol is de Hema, IDTV is de Bijenkorf.'

Naast warenhuizen telt de branche speciaalzaken met een klein, soms verfijnd assortiment: van spelletjesproducent Win TV (onder meer Herexamen en 10 voor Taal) tot documentairemaakster Ireen van Ditshuyzen. Haar Dits TV, dat programma's als Zonder Weerklank en Pro Deo maakt, vormt de tegenpool van de amusementsprogramma's van Endemol of IDTV's De Wallen op stap. Het is een bont gezelschap dat uiteenloopt van verantwoorde programmamakers tot slimme zakenlieden en van ondermaatse beunhazen tot doorgewinterde professionals.

Hoe bont ook, de tv-producenten lieten in het afgelopen seizoen identiek sombere geluiden horen. In een bedrijfstak waar riante marges en steeds hogere winsten jarenlang de gewoonste zaak van de wereld waren, bleken er grenzen aan de groei te bestaan.

De producenten ondervonden de gevolgen van het feit dat er nog altijd te veel commerciële omroepen in Nederland zijn. Die zijn uiterst terughoudend in het spenderen van hun zuurverdiende reclamegeld. De tv-producenten ondervinden bovendien een guur klimaat bij de publieke omroepen, waar McKinsey op bezoek is geweest en de aandrang zelf programma's te maken is toegenomen. Dat betekent dat de producent beter dan voorheen kosten die hij in rekening brengt, ook moet verantwoorden.

De tv-branche dreigt kortom volwassen te worden en leert dat er behalve ups ook downs bestaan. Kort voor de zomer bleek dat de producenten nog worstelen met die levensles. Een delegatie waarvan zowel Ireen van Ditshuyzen als Harry de Winter deel uitmaakte, ging op kamerleden inpraten. Kon de politiek niet te hulp schieten om deze zo belangrijke bedrijfstak door een moeilijke periode heen te helpen?

Kansloos, zou je denken. De Nederlandse overheid stuurt klagende ondernemers sinds het RSV-debacle uiterst consequent de vrije markt weer op. Meer dan een bemoedigend schouderklopje zit er niet in. Zelfs een uitzonderlijk bedrijf als Fokker dat lange tijd wel werd geholpen, heeft dat in zijn laatste levensfase moeten ervaren.

Maar voor de schijnwereld die televisie heet, bleek toch een uitzondering mogelijk. PvdA-Kamerlid Marjet van Zuijlen verdiende de bijnaam Miss 25 procent in de producentenwereld door met succes een amendement in te dienen dat omroepverenigingen verplicht tenminste 25 procent van hun programma's bij 'onafhankelijke tv-producenten' uit te besteden.

Wat is de rechtvaardiging van die bescherming - waarom verdienen tv-producenten een andere behandeling door Den Haag dan gewone ondernemers? Vertegenwoordigen hun programma's soms een zo grote culturele waarde dat zij net als theatermakers, opera-gezelschappen en literaire tijdschriften om die reden de beschermende hand van de overheid verdienen?

Natuurlijk is de ene producent de andere niet, zoals Harry de Winter terecht signaleerde, maar door de bank genomen valt aan het gemiddelde programma op de Nederlandse televisie toch moeilijk een culturele meerwaarde toe te kennen. Voor de bescheiden minderheid van programma's die daar wel toe kunnen worden gerekend, kan voor de financiering een beroep worden gedaan op het Stimuleringsfonds. Dat lijkt mooi genoeg, maar nu is er toch een quota-regeling bedacht die alle producenten, van Van Ditshuyzen tot Endemol, begunstigt.

Van Zuijlen verdedigde haar 25 procent met drie argumenten: de tv-producenten zijn goed voor werkgelegenheid in de audio-visuele sector, ze stimuleren technologische innovaties en ze zijn nuttig 'voor het ontwikkelen van content' - en dat is belangrijk, omdat Nederland behoefte heeft aan 'partijen die ervaring hebben met het produceren van informatie'.

Voor een bijzonder staaltje industriepolitiek zijn dat geen steekhoudende argumenten. Iedere ondernemer draagt per definitie bij aan de werkgelegenheid; technologisch innoveren doet ook het gros en ervaring met 'het produceren van informatie', wat dat ook precies mag zijn, hebben nog heel wat meer partijen dan de tv-producenten.

De 25 procent-maatregel is vooral het resultaat van politiek paniekvoetbal, een te snel antwoord op een geslaagde lobby van de producenten. Kennelijk hebben ze hun misère zeer overtuigend voor het voetlicht kunnen brengen. Maar of het werkelijk zo beroerd gaat, is maar de vraag. Een bedrijfstak die voor het eerst eens wat tegenwind ervaart, is nog niet ten dode opgeschreven.

Deze week lanceerde Canal Plus zich op de Nederlandse televisiemarkt. De Franse betaaltv-zender wil investeren in Nederlandse documentaires en films. Canal Plus' voorkeur voor 'lokale producten' bleek eerder in Frankrijk, waar de zender is uitgegroeid tot de belangrijkste financier van de filmindustrie. De Nederlandse tv-producenten kunnen de plannen van de Fransen als een lichtpuntje in hun sombere bestaan beschouwen.

Fokke Obbema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden