REPORTAGE

Mislukt bestaat niet

In plaats van lelijke gebouwen te willen slopen, omarmen architecten de misbaksels. En dat doen ze niet alleen om opportunistische, economische redenen.

Brandlhubers Antivilla, bij Potsdam.

Bedrijfsruimte beschikbaar, schreeuwen gevels wanhopig; de kantoren rond station Sloterdijk in Amsterdam-West staan al jaren leeg. Rondom schieten spoor- en snelwegen door het stadslandschap, een woestijn van asfalt, staal en beton. Op straat geen mens te bekennen; je stuit er enkel op hekwerken, slagbomen van parkeerplaatsen en de stenen wal van een viaduct.

Een plek waar je nog niet dood gevonden wilt worden? Voor curator Michiel van Iersel en stadsgeograaf Mark Minkjan is Sloterdijk de hemel. Zij zijn oprichters van Failed Architecture, een organisatie die onderzoek doet naar 'stedenbouwkundig falen'. Wat dat betreft zit je op deze plek goed. 'Eigenlijk lijkt alles hier mislukt. Alleen dit olifantenpaadje werkt', wijst Minkjan naar het zandpad dat reizigers dwars door een grasperk hebben gesleten, op zoek naar de snelste route richting perrons.

Sloterdijk is een van de onderzoeksprojecten waaraan Van Iersel en Minkjan werken. Van 4 tot en met 8 juni, de Week van het Lege Gebouw, zullen ze zich in de vacante kantoorkolos La Cascade met een groep studenten buigen over de vraag hoe dit bouwwerk nieuw leven kan worden ingeblazen. Want een gebouw dat hopeloos oogt, ís dat niet altijd - dat willen Van Iersel en Minkjan uiteindelijk laten zien.

En dat is niet onopgemerkt gebleven. Failed Architecture groeide in vijf jaar tijd uit tot een onlineplatform met maandelijks 50 duizend bezoekers, dat lezingen op locatie organiseert en als workshop de wereld rondreist.

Die populariteit staat niet op zichzelf. 'Slechte' architectuur is bezig aan een internationale opmars. Het onlangs verschenen boek Ugly Belgian Houses, waarin blogger Hannes Coudenys vijftig 'pareltjes' van lelijkheid verzamelde (zie kader boven aan de pagina), is een wereldwijde hit. Net als de 'Antivilla' van de Duitse architect Arno Brandlhuber bij Potsdam: een betonnen barak uit de DDR-periode die hij tijdens een 'sloopfeest' samen met een groep vrienden omtoverde tot een hedendaagse ruïne. Het project staat in de mei-editie van architectuurglossy MARK.

Het is een nieuw geluid in de architectuurmedia, die doorgaans publiceren over goede gebouwen, vergezeld van perfecte plaatjes. Waar komt die trend vandaan?

Bij station Sloterdijk in Amsterdam-West.

'Failed Architecture begon met een naïeve vraag', zegt Minkjan. 'Waarom is een plek als Sloterdijk zo'n puinhoop? Wie heeft al die kantoren daar neergezet, welke financiële belangen gaan daarachter schuil, hoe kan het dat er ondanks de crisis nog steeds plannen zijn om nieuwe torens te bouwen? Architectuur is in die ontwikkeling slechts een component, een radertje in een ingewikkeld mechaniek. Dat is wat wij met ons onderzoek proberen te begrijpen.'

Tegelijk speelt iets anders, ziet Van Iersel: de herwaardering van het modernistisch erfgoed. 'In Amsterdam ging het altijd over de binnenstad. Het centrum heette mooi, de Wibautstraat lelijk - zo simpel was het.' Door het tijdelijk hergebruik van het Trouwgebouw (waar Failed Architecture is begonnen met een lezingenreeks), de renovatie van het tegenovergelegen Volkskrantgebouw (nu Volkshotel) en projecten als Klusflat Kleiburg in de Bijlmer, is dat beeld aan het veranderen. De brute esthetiek van de naoorlogse betonbouw rond de ringweg is aantrekkelijk geworden. Of, zoals het in Ugly Belgian Houses staat: lelijkheid is de nieuwe schoonheid.

Waarom zou een gebouw ook perfect moeten zijn, vraagt de Frans-Portugese architect Didier Faustino zich af in een interview in MARK. Hoe fijn is het om in een smetteloos witte villa te wonen, bang een vlek te maken op de muren? Met zijn bureau Mésarchitecture neemt Faustino stelling tegen 'steriele' gebouwen. Hij vindt dat architectuur spontaan gebruik zou moeten stimuleren, dat je als ontwerper het experiment moet aangaan. En een experiment kan nu eenmaal slagen of falen.

De fascinatie voor architectonische mislukkingen is ook een kwestie van opportunisme, denkt Minkjan. 'Sinds de economische crisis staan veel gebouwen en terreinen leeg; afbreken is bij gebrek aan geld niet langer een optie. In plaats van je daartegen te verzetten, kun je dat gegeven beter omarmen.'

Een huis op de site Ugly Belgian Houses.Beeld Ugly Belgian Houses

Neem de Antivilla van architect Brandlhuber bij Potsdam. Als hij de betonnen DDR-barak had afgebroken, had hij niet alleen de kosten voor sloop en nieuwbouw moeten betalen, maar vanwege de strikte bouwvoorschriften ook veel minder vierkante meters terug hebben mogen bouwen. Dus is zijn keuze, in zijn eigen woorden, logischer.

Bovendien ziet Brandlhuber gebouwen niet als 'affe' composities, maar veeleer als gebruiksobjecten waaraan je naar behoefte kunt blijven sleutelen.

As found heet deze benadering, die in de jaren vijftig werd geïntroduceerd door het Britse architectenpaar Peter en Alison Smithson. Het is een werkwijze die je nu ook op Sloterdijk ziet. Gesloopt wordt er niet, 'gesleuteld' wel. Een aantal kantoren is inmiddels in gebruik als hotel, in twee lege tramstellen zijn kiosken geopend. Tussen de torens, pal tegenover de uitgang van het station, bouwde architect architectenbureau Gijs de Waal in samenwerking met Wouter Valkenier het tijdelijke horecapaviljoen BRET uit hergebruikte zeecontainers en sloopmaterialen. Hier ervaar je ineens wat Sloterdijk zou kunnen worden: een plek om te verblijven, een plek waar je mensen ontmoet, waar dingen gebeuren.

'Het probleem van Sloterdijk schuilt in onze perceptie van de stad', zegt Van Iersel. 'Zo lang we vinden dat een stad uit gezellige straatjes moet bestaan, is dit mislukt. De kunst is niet om het mooier te maken, maar om mensen er anders naar te laten kijken, door de potentie van de lelijkheid te tonen. Als dat eenmaal lukt, wordt dit een heel acceptabele vorm van stedelijkheid.'

MARK magazine #55, april-mei 2015 (Frame Publishers), 19,95 euro. Hannes Coudenys, Ugly Belgian Houses, uitgegeven door Borger & Lamberigts, 22,50 euro.

uglybelgianhouses.tumblr.com

Lachen om lelijke huizen

'So who's your architect? Frank Lloyd Wrong?' Het is een van de snedige commentaren bij de foto's op Ugly Belgian Houses, de blog die digital creative Hannes Coudenys in 2011 begon, omdat hij zich ergerde aan en tegelijk gefascineerd was door de architecturale misbaksels in België, zelfbouwland pur sang. De blog werd een wereldwijde hit, net als het pas uitgebrachte boek waarin de vijftig lelijkste huizen zijngebundeld. 'Een ode aan de bakstenen wanorde', aldus Hannes Coudenys. 'Omdat lelijk nog altijd beter is dan saai.'

Beeld Ugly Belgian Houses
Beeld Ugly Belgian Houses
Beeld Ugly Belgian Houses
Beeld Ugly Belgian Houses
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden