Beschouwing Julidans

Misère, kunst en diversiteit gaan samen tijdens het festival Julidans

Het Amsterdamse festival Julidans biedt dit jaar opvallend veel ruimte aan geëngageerd werk. Wat motiveerde de makers? En hoe brengen ze hun verhaal voor het voetlicht?

Dorothée Munyaneza in Unwanted Foto Christophe Raynaud de Lage

Unwanted 3 en 4/7, Theater Bellevue

Dorothée Munyaneza

De verhalen van andere Rwandese vrouwen die Dorothée Munyaneza (35) in haar voorstelling Unwanted doorvertelt, liegen er niet om. Tijdens de genocide van 1994 werden ze verkracht, vaak door meerdere mannen, soms tegelijk met hun moeder. De ‘vieze’ kinderen die ze baarden, lachten hen onwetend toe. ‘Na zijn geboorte mocht ik hem in een soort zacht toiletpapier wikkelen’, herinnerde een van de moeders zich. ‘Mijn familie raadde aan de baby te doden. En ik begreep waarom: ik zag een hyena aan mijn borst, geen kind.’

Voor Unwanted, vorig jaar gemaakt voor het Festival van Avignon, sprak Munyaneza in Rwanda via hulporganisatie Savota met veel slachtoffers. Na de verkrachtingen hield hun ellende niet op: ‘De vrouwen zijn vaak hiv-positief, getraumatiseerd, verstoten, arm. De kinderen zijn voor altijd the ones born of rape.’ Munyaneza komt uit een christelijk Rwandees gezin en had als 12-jarige bij de uitbarsting van het geweld het geluk dat ze beschikte over emigratiepapieren: haar moeder werkte al enige tijd in Londen, het gezin zou haar nareizen. Na studies muziek en sociale wetenschappen belandde Munyaneza voor de liefde in Frankrijk. Daar werkte ze met onder anderen de vermaarde Zuid-Afrikaanse Robyn Orlin, die eveneens geëngageerde dans met veel tekst maakt.

Hoewel Munyaneza zich in haar werk ook fysiek sterk uitdrukt – gekweld kronkelend en dolend, koortsig klappertandend en zichzelf slaand op één borst – is Unwanted niets zonder de gesproken getuigenissen. ‘Dit soort oorlogsgeweld wordt meestal doodgezwegen en kan daarom doorgaan. Ook de vrouwen in Rwanda worden niet gehoord. Het voelde als mijn plicht om hun een stem te geven, zodat de daders niet het laatste woord hebben.’

Muziek trekt de tragiek een andere, ongrijpbaardere lyrische dimensie in. Munyaneza: ‘Op het moment dat je de woorden niet meer kunt verdragen, neemt livemuziek het stokje over.’ Alain Mahé speelt een elektronische compositie en er is zang door Munyaneza en Holland Andrews, een Amerikaanse die moeiteloos switcht van rauwe blues naar teer klassiek. Grote inspiratiebron was Gorecki’s Derde Symfonie, ook wel Symfonie der klaagliederen genoemd, waarin het verlies van een kind centraal staat.

Gelukkig is er ook hoop in Unwanted. Wanneer Munyaneza Andrews’ voeten wast, is dat niet alleen een reinigingsritueel, maar ook een beeld van het dagelijks leven dat doorgaat en een teken van saamhorigheid. Voor een duet gaan ze gekleed in prachtige jurken. ‘Toen ik de vrouwen in Rwanda vroeg of ik een foto van ze mocht maken, gingen ze weg om hun mooiste kleren aan te doen. Dat ontroerde me. Ze gaven mij hun nachtmerries, maar ook hun schoonheid.’

Yassin Mrabtifi

Yassin Mrabtifi in From Molenbeek with Love Foto Stanislav Dobak

From Molenbeek with love 4 en 5/7, Podium Mozaïek

From Molenbeek with Love: zo’n titel valt geheid op. Een aantal terroristen achter de aanslagen in Parijs, Brussel en Madrid kwam uit de Brusselse wijk Molenbeek. Choreograaf en danser Yassin Mrabtifi (33), geboren en getogen Molenbeeker uit een Marokkaans gezin, beaamt het half spottend: ‘Ik wist dat ik hiermee makkelijk aandacht zou trekken.’

Maar verwacht geen verhaal over Molenbeek als ‘broeinest van terreur’. Of een tearjerker over een kansarme Marokkaan. Mrabtifi: ‘Cultureel divers theater is hip in België, maar best oppervlakkig. Met mijn Marokkaanse achtergrond word ik makkelijk die hoek in geduwd. Vreselijk! From Molenbeek gaat over identiteit en dat is iets veel complexers dan Marokkaans óf Belgisch zijn, dan mannelijk óf vrouwelijk zijn, en meer van dat soort binaire tegenstellingen.’

In zijn solo oogt Mrabtifi behoorlijk verknipt. Je ziet een macho in trainingsbroek die hoekige hiphopritmes door zijn borstkas laat stuiteren. Maar ook een golvend feminien wezen dat in een derwisj-achtige jurk alle kanten op wordt getrokken aan meterslange mouwen. Nu eens is hij de cabareteske grapjas, dan weer een bang beest in gevecht met rode folie. Het vroeg-modernistische Sacre du printemps van Igor Stravinsky klinkt naast een Arabisch liefdeslied van Oum Kalthoum. Twee iconen, hij uit het Westen, zij uit het Oosten. Beiden riepen in hun tijd heftige weerstand op. De Sacre was ‘een slachting van het trommelvlies’ en Kalthoum moest aanvankelijk verkleed gaan als jongen, zo’n schande was het, een meisje op het podium.

Het constant goochelen met identiteiten, daarover gaat het. ‘Ik verander mezelf voortdurend, omdat ik er niet bij hoor’, verklaart Mrabtifi. ‘Dat is opgroeien in Molenbeek. Altijd heb ik me eenzaam gevoeld: geen Marokkaan én niet geaccepteerd door de ‘gewone’ Belg. Terwijl dat is wat je het liefste wilt. Molenbeek is een getto als vele andere. De wereld heeft zulke zondebokwijken nodig. Dáár zijn de onaangepaste mensen, de straatratten van Brussel. Als Marokkaan uit Molenbeek kom je niet makkelijk onder dat stigma uit; je adres staat op alle officiële papieren. Jezelf zijn, dat is op die manier een hele zoektocht.’

Mrabtifi’s conservatieve ouders doen alsof zijn danscarrière niet bestaat. Als tiener leerde hij het hiphoppen in de metrostations van Brussel. Vele battles en ‘Arabierenbaantjes’ in gsm-winkels en snackbars later, besluit hij er helemaal voor te gaan. Hij belandt bij een auditie van de gelauwerde choreograaf Wim Vandekeybus. Deze Vlaming, die altijd met dansers van verschillende nationaliteiten en achtergronden werkt, had zijn studio net naar Molenbeek verhuisd; betaalbaar en lekker multicultureel. Vier jaar danst Mrabtifi vervolgens op de grote wereldpodia en in 2015 maakt hij zijn eerste eigen theaterchoreografie: From Portici with Love, over de Belgische onafhankelijkheidsstrijd. ‘From Molenbeek is het persoonlijke vervolg daarop.’

Hooman Sharifi

While They Are Floating van choreograaf Hooman Sharifi Foto Arash A. Nejad/nyebilder.no

While They Are Floating 5/7, Stadsschouwburg

Art = politics. Deze slogan van choreograaf Hooman Sharifi (45) is zo’n beetje zijn handelsmerk geworden. ‘Met dans promoot ik altijd ook politieke waarden. Regelmatig zijn dat uitgesproken thema’s, zoals oorlog of de relatie tussen macht en geweld. Maar ook indirect bedrijf je als kunstenaar politiek: ik ben tegen populisme, dus zal ik nooit een populistisch stuk maken. En als ik vind dat mannen en vrouwen gelijk zijn, kan ik hoofdrollen niet alleen aan danseressen geven, wat traditiegetrouw vaak gebeurt in de dans.’

While They Are Floating (2017) gaat over de vluchtelingencrisis aan de grenzen van Europa. Sharifi zelf werd als 14-jarige, alleen, zonder zijn ouders, Iran uit gesmokkeld. De reis ging niet per boot, maar per vliegtuig. Via Libanon en Italië naar Noorwegen. Daar kreeg hij de felbegeerde toekomst zonder oorlog. Daar ook maakte het voetballen op straat plaats voor hiphopdansen in een jeugdhonk en later een choreografieopleiding in Oslo. Sharifi: ‘Het vluchten heb ik puur praktisch beleefd. Ik ging gewoon, een gehoorzaam kind.’

Zwelgen in emoties, dat wil Sharifi niet. Ook niet op het toneel. ‘Dansers die emoties tonen vind ik niet interessant. Emoties roepen hooguit empathie op. Ik wil dat het publiek zich afvraagt wat kwesties als identiteit en thuis voor henzelf betekenen. Na dertig jaar zijn mijn eigen herinneringen aan Iran bovendien bijna onwerkelijk, en niet meer omrand met een gevoel van gemis.’

Het zijn andere aspecten uit zijn geschiedenis die Sharifi’s werk beïnvloeden. Zoals contrasten. ‘Mijn moeder was fel antireligieus, mijn oma in haar gebeden juist zacht. Het Perzisch is indirect, het Noors direct.’ Ook While They Are Floating speelt ermee: de titel en de van internet geplukte verhalen van vluchtelingen die de dansers bij aanvang vertellen, geven een concreet kader aan een choreografie die behoorlijk abstract is.

De in het zwart gestoken dansers bewegen kriskras door elkaar, op een unheimisch galmende soundtrack. Anderen staan stil of liggen stokstijf. Hun enige houvast is een rood Turks kleedje, symbool van huiselijkheid, dat oogt als een eilandje in een onmetelijke oceaan. Sharifi: ‘De dans moest ‘kleverig’ worden: de bewegingen mogen nooit stoppen, want ook een vluchteling is altijd bezig verder te komen, zelfs in een opvangkamp. Tegelijkertijd is er veel wachten en dood in zijn leven, vandaar die momenten van stilstand.’

Het wrangst vindt Sharifi de slotscène, waarin continu wordt gehuppeld. ‘Het is tegelijk vrolijk en uitputtend. Zoals de paarden in A Lover’s Discourse van filosoof Roland Barthes: die kunnen niet meer stoppen met rennen en bijten zichzelf om extra zuurstof te krijgen. Verlichting en tragiek verstrengeld.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.