Het talent van 2019 Acteren

Minne Koole kan iets dat niet zo veel acteurs kunnen: zijn binnenwereld tonen met één blik

Bravoure is niet wat Minne Koole tot acteertalent van het jaar maakt. Het zit ’m juist in zijn kleine, maar veelzeggende spel en zijn grote talent voor verwondering. 

Minne Koole. Beeld Imke Panhuijzen

Ze zijn goed bevriend: acteurs Chris Peters en Minne Koole. Toen Peters vorig jaar door het Volkskrant-panel werd verkozen tot acteertalent van het jaar, nam Koole hem mee uit eten om het te vieren. Koole: ‘Chris grapte nog dat ik heus volgend jaar wel aan de beurt zou zijn.’ En verdomd: dit jaar stond Minne Koole (25) prompt bij de meeste panelleden bovenaan hun lijstje. In de eerste plaats natuurlijk om zijn bijzondere hoofdrol in Niemand in de stad – zijn eerste filmrol, die meteen ook zijn doorbraak betekent.

‘Minne Koole toont in Niemand in de stad zijn natuurtalent’, schreef een panellid. Een ander: ‘Prachtig klein spel van een zorgvuldige speler.’ Een derde hield het simpel: ‘Charismatisch, technisch goed.’ Maar grotere woorden waren er ook: ‘Wat een droomdebuut als acteur!’ En dat terwijl Koole in de film van regisseur Michiel van Erp ogenschijnlijk helemaal niet zoveel te doen krijgt. Zeker, hij zit in elke scène, maar het is alsof zijn personage Philip Hofman steeds net buiten de actie valt. De grote emoties en ontwikkelingen komen andere personages toe. Hij heeft niet eens heel erg veel tekst. De wereld draait om Philip heen terwijl hij stil blijft staan.

Wat Minne Koole in die rol heel goed doet, is kijken. Hij observeert, registreert en incasseert. Dat klinkt klein, maar dat is het niet. Bij hem zie je het in zijn ogen als er iets in zijn binnenste verschuift. Een inzicht, openbaring, een opleving, een levensles – ze blijken uit een subtiele modulatie van zijn blik. Philip zwijgt, en hij kijkt. Hij neemt de wereld in zich op en daardoor verandert hij langzaam. Zo wordt hij – schoorvoetend – volwassen.

Koole is dus niet uitverkoren om zijn bravoure of theatraliteit – kleuren die hij overigens ook in zijn palet heeft. In Niemand in de stad toont hij zich een veel ‘kalere’ acteur dan Chris Peters, hier ook zijn flamboyante tegenspeler. Koole heeft een bepaalde bescheidenheid, zijn spel is subtiel en vrij van franje. Maar hij kan iets dat niet zo veel acteurs kunnen: zijn binnenwereld tonen met één blik. En dan knippert-ie met zijn ogen en het is weg. Zo blijft er altijd iets te raden over.

Regisseur Michiel van Erp weet nog goed hoe Koole binnenstapte voor de auditie. ‘Minne ziet er opvallend uit. Origineel, eigen. Hij is geen standaardschoonheid maar wel charismatisch en intrigerend. Als je hem ziet, denk je meteen: wat gaat er in die jongen om? Hij draagt een geheim met zich mee.’ Van Erp had geen vastomlijnd beeld van zijn gedroomde hoofdrolspeler. ‘Ik wilde me laten verrassen, zoals dat destijds gebeurde met Maarten Heijmans in de rol van Ramses Shaffy. En Minne heeft me meteen totaal overrompeld.’ Ook al was dit dan zijn eerste film, en was hij ‘zo groen als gras’, aldus Van Erp: ‘Ik heb van mijn keuze geen dag spijt gehad. Ik heb zelfs wel eens bij mezelf gedacht: als deze film lukt, dan wordt Minne heel groot. Er zijn er niet zoveel als hij.’

Minne Koole, die in 2017 afstudeerde aan de Amsterdamse Toneel en Kleinkunst Academie, is de zoon van filmmaker Boudewijn Koole en fotograaf Wineke Onstwedder. Van huis uit kreeg hij de liefde voor kunst mee, zegt hij, en vooral ‘een grenzeloze liefde voor verhalen.’ Als kind verslond hij Griekse mythen, en eiste van zijn vader dagelijks een nieuwe aflevering van diens zelfverzonnen slaapkamersaga rond de legendarische Grobbeldobbels. Nog steeds heeft hij een grote fantasie, zegt Koole. ‘In mijn verbeelding kan ik dingen enorm opblazen, tot heel erg eng, of heel erg mooi.’

Als acteur lijkt Koole ook te kunnen verdwijnen in die fantasie. Van Erp herinnert zich de opnames van een verdrietige scène in de film, waarin Philip (spoiler!) rondwaart op de woonboot van een overleden vriend. ‘Minne was alleen binnen met de cameraman en de geluidstechnicus. Hij nam de tijd en deed spontaan wat in hem opkwam: hij ging achter de piano zitten, pakte een fotolijstje op, streek met zijn hand langs een meubel. Soms huilde hij even, en slikte zijn tranen weer weg. Het duurde misschien wel een half uur, en het leek alsof hij in die tijd alles om zich heen vergat.’

Koole, bescheiden: ‘Het is ook gewoon heel technisch hoor. Spelen is een ambacht.’

Maar toch, houdt Van Erp vol, het zit hem ook in zijn grote empathische vermogen. ‘Bij Minne komt alles heel erg binnen. En dat zie je.’ Koole kijkt, voelt, en geeft daar vorm aan. ‘De meeste acteurs hebben meer handvatten nodig.’ Daarbij voelt hij feilloos aan wat een scène nodig heeft, zegt Van Erp, en durft hij te vertrouwen op zijn intuïtie, soms tot ergernis van de regisseur, als het nét even niet uitkomt.

Ja, hij kan soms wel in het moment verdwijnen, zegt Koole. Tijdens het draaien van de scène (spoiler, wederom!) waarin hij het uitmaakt met zijn filmvriendin Julia Akkermans werden beide acteurs opeens écht emotioneel. ‘We hadden een heel leuke vriendschap op de set en dit was onze laatste scène samen. Ons filmafscheid was ook een echt afscheid. Dat emotioneerde ons opeens allebei. Het overviel me. Acteren is geen toveren, ik wil er niet te heilig over doen. Maar heel soms gebeurt er wel iets magisch.’

Je hoeft hem maar een klein beetje aan te sturen en hij ‘schiet de hemel in’, zegt regisseur Marcus Azzini over Koole. Azzini regisseerde hem dit seizoen in Allemaal mensen van Toneelgroep Oostpool, een voorstelling met een ongebruikelijke, losse vorm, zonder vast script, en met scènes en teksten die zijn ontstaan vanuit heel persoonlijke ontboezemingen van de spelers. Hij deed dat heel goed, zegt Azzini, maar hij vond het héél eng. ‘Geef hem een stuk tekst en hij loopt ermee weg. Maar dit, zo persoonlijk en dichtbij, vond hij heel moeilijk. Het goeie is dat juist die worsteling heel mooie scènes heeft opgeleverd. Minne heeft de angst, de twijfel en het niet-weten omarmd.’

Koole: ‘Angst is toch ook een heel normale menselijke emotie? Ik vond dat écht heel eng. Maar ik dacht: dan moet ik daar ook voor gaan staan. Face your fears. Iets dat je bang maakt is vaak iets dat je belangrijk vindt.’

Zelf vindt Koole het moeilijk om zijn eigen talent te omschrijven. ‘Praten over acteren is verschrikkelijk. Het is het moeilijkste dat er is.’ Maar goed, vooruit dan, omdat we aandringen: ‘Ik heb denk ik een groot enthousiasme, veel energie, veel fantasie, en ook wel iets maniakaals: ik kan mezelf ergens helemaal in storten. Verder vind ik het moeilijk om sluitende uitspraken over mezelf te doen. Misschien wist ik een paar jaar geleden nog wel beter wat voor soort acteur ik was dan nu. Je kan wel prat gaan op je intelligentie, je techniek of je goeie tekstbehandeling, maar tegelijk kan ik geraakt zijn door een acteur die bijvoorbeeld weer heel authentiek en eerlijk is.’

Een duidelijk voorbeeld heeft hij wel: Jacob Derwig, ‘dat is de allergrootste acteur van Nederland. Hij kwam een keer eten in een café waar ik werkte, en toen was ik echt star struck. In mijn eerste jaar op de toneelschool heb ik hem een liefdesbrief geschreven. Hij schreef ook nog terug, heel aardig.’

Als puber raakte hij verslingerd aan toneel toen hij Angels in America van Toneelgroep Amsterdam bezocht. ‘Ik wist niet wat ik zag. What the fuck, dacht ik, is dít theater?’ Mooie mijlpaal in zijn korte carrière: hij kon vorig jaar een rol overnemen in de TA-productie Kings of War en speelt nu dus al bij dat bewonderde gezelschap.

Want dat zou bijna worden vergeten, bij zo’n mooi filmdebuut, maar Koole viel dit jaar óók op in het theater. In Kings of War en Allemaal mensen dus, en in Princess van Oostpool en Sonnevanck, een zogeheten ‘trailervoorstelling’ voor pubers die langs schoolpleinen toert. Een panellid schreef: ‘Minne is vooral ook in het theater een transformeertalent.’ En een ander: ‘zelfs op de vierkante meter in de laadbak van een vrachtwagen (trailervoorstelling Princess) wist hij voor zestig pubers een fraai spel te maken van gevoelige onderwerpen zoals seksualiteit en gender.’

Azzini prijst de manier waarop Koole zich in Allemaal mensen op toneel uiteindelijk revancheert. In een mooie, deels geïmproviseerde scène aan het eind van de voorstelling neemt hij uitgebreid zijn omgeving in zich op, observeert, registreert, en benoemt alles om zich heen, alsof hij het zojuist voor de allereerste keer heeft gezien. Azzini: ‘Dat moment is heel ontroerend. Minne heeft talent voor verwondering.’

Ja, beaamt Koole, ‘verwondering vind ik het mooiste en belangrijkste dat er is, in de kunst, en in het leven. Ik kan een bijna kinderlijke verbazing voelen over de wereld, hoe wij nu via een satelliet praten over de telefoon, hoe de lucht opeens roze kan zijn als je even opkijkt tijdens het fietsen. Die verwondering neem ik mee in mijn spel. Dat hoop ik nog lang zo te houden.’

CV Minne Koole

Koole (1993) studeerde in 2017 af van de Amsterdamse Toneel en Kleinkunst Academie. Hij speelde onder meer in Ivanov (regie Nina Spijkers), de muziektheatervoorstelling Metaman (Orkater en Goldmund) en De dood van Ricky Martin (regie Jan Hulst en Kasper Tarenskeen). Afgelopen seizoen was hij te zien in Kings of War (Toneelgroep Amsterdam), Princess (Toneelgroep Oostpool en Sonnevanck) en Allemaal mensen (Toneelgroep Oostpool). 

Niemand in de stad was zijn filmdebuut. Vanaf 6/1/19 is Koole te zien als de jonge Willem Holleeder in de tv-serie Judas. Ook heeft hij een rol in de Nederlandse Netflix-serie van Pieter Kuijpers die in 2019 te zien zal zijn. 

2. Bilal Wahib (19)

Hij staat al voor het tweede jaar ongeslagen op de tweede plaats van onze talentenspecial: Bilal Wahib.

‘Huiveringwekkend authentiek’, was Wahib volgens de Groene Amsterdammer in tv-film Malik (van Shady El-Hamus), waarin hij subtiel toonde hoe onder de haat van een ontsporende tiener een verlangen naar erkenning en liefde schuilt.

Bilal is intussen 19, en voegde aan zijn toch al indrukwekkende cv (A’dam-E.V.A., Broeders, Fissa, en Layla M.) afgelopen jaar ook de serie Mocro Maffia toe, en de film Taal is zeg maar echt mijn ding. En nog steeds gaat alles hem veel te langzaam, zo zei hij in mei in de Volkskrant.

Dit jaar staan hem hoofdrollen te wachten in de vriendenkomedie De Libi (opnieuw Shady El-Hamus, release zomer 2019) en het drama Paradise Drifters (regie Mees Peijnenburg). Misschien dat Bilal dan volgend jaar doorstoot naar de eerste plek. Het wordt tijd. Oja, trouwens, hij wil ook ‘zo snel mogelijk een Gouden Kalf’, zei hij in deze krant. Dat we het weten.

3. Bas Keizer (20)

Alweer zo’n jonkie, slechts een fractie ouder dan Wahib, is onze nummer 3: Bas Keizer. Keizer dook vorig jaar uit het niets op om prompt onze harten te stelen met de titelrol in de film Cobain van Nanouk Leopold. Louter lof viel hem na dit speelfilmdebuut ten deel. ‘Erg knap, hoe debutant Bas Keizer in Nanouk Leopolds nieuwe film Cobain zijn personage reliëf geeft, alleen al dankzij die subtiele schakeringen in zijn blik’, schreef deze krant in de recensie, om een paar maanden later te constateren dat het ‘genant’ was dat Keizer niet voor een Gouden Kalf voor beste acteur werd genomineerd. En zelfs de wereldpers merkte de jonge acteur op, toen Cobain in februari op het filmfestival van Berlijn in première ging. ‘Bas Keizer is een ster in wording’, schreef The Hollywood Reporter.

Voor de rol van Cobain werd hij destijds zomaar van het schoolplein geplukt. En ondertussen zit Bas Keizer gewoon ook nog op het Grafisch Lyceum Rotterdam. Maar zijn filmcarrière zet gelukkig door: afgelopen jaar bijvoorbeeld met Vechtmeisje, en komend jaar met het tragikomische familiedrama Shit Happens (regie Anna van der Heiden, release najaar 2019).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.