InterviewMingus Dagelet

Mingus Dagelet: ‘Achteraf vind ik mezelf wel een beetje verwend’

Fun fact: naast acteur in films als Mannenharten en op het toneel in De stille kracht, was Mingus Dagelet (28) ook de ‘verwendste taxichauffeur die er bestaat’. Nu is hij terug in de toneelversie van Wees onzichtbaar van Murat Isik.

Beeld Frank ruiter

Wees onzichtbaar of De stille kracht? 

‘Wees onzichtbaar. Ik speel de hoofdpersoon en verteller, Metin, van kind tot volwassene. Het is een veel grotere rol dan ik had in De stille kracht en ook inhoudelijk interessanter, vind ik. Een krachtig coming-of-ageverhaal over een slimme, eigenzinnige jongen die opgroeit in een situatie vol huiselijk geweld in een arm gezin in de Bijlmer, en zich daaraan ontworstelt.

‘In De stille kracht, zowel het boek als de voorstelling, staat het westerse perspectief centraal. Het is het verhaal van de witte man, de kolonisator. Ik ben natuurlijk een beetje getypecast als de exotische verleider Addy De Luce. Wat ik er wel bijzonder aan vind is dat mijn vader, Hans Dagelet, hetzelfde personage speelde in de serie in de jaren zeventig.’

De familie Dagelet: een familie Von Trapp of The Addams Family?

‘Toen ik 7 of 8 was, trad ik al op op de Parade met mijn ouders, acteur Hans Dagelet en altviolist Esther Apituley. Ik drumde en herinner me een dansje waarbij ik op de voeten van mijn zus Charlie Chan stond. Achter op het toneel lag een berg speelgoed, dus als ik even niks te doen had, zat ik daar gewoon rustig te spelen. Mijn kleine broertje Monk neuriede vanuit de buggy mee met de muziek. Ja, in dat opzicht zijn we wel een beetje een familie Von Trapp.

‘Ik vond het heerlijk om op de Parade rond te struinen in mijn cowboypak. Ik hield van spelen en verkleden en voelde me daar helemaal op mijn plek. Eén keer stond ik gewoon rustig poffertjes te bakken bij de poffertjeskraam, toen mijn ouders in paniek in kostuum kwamen aangerend: zat de hele tent al vol publiek en moesten we bijna beginnen.

‘Maar het was zeker niet alleen maar romantisch. Als kind wilde ik in de zomer ook gewoon lekker buiten spelen. Maar nee, dan moest ik ‘repeteren’. Vaak was het bij ons thuis een grote chaos, mijn vader die trompet speelde in zijn studio, met keiharde jazzmuziek op, mijn moeder die altviool studeerde in de andere kamer, en dan zat de woonkamer ook nog vol met vrienden; schrijvers, muzikanten, regisseurs. Ik verlangde soms wel naar een beetje, eh, rust. Mijn zus en ik hebben aan die chaos een groot verlangen naar structuur en controle overgehouden.

‘Hier (toont een foto van het gezin op zijn telefoon), deze is gemaakt door Erwin Olaf. Kijk dan, allemaal in het zwart, superstreng. Dat is toch wel een beetje The Addams Family, haha.’

Amsterdam-Zuid of de Bijlmer?

‘Ik ben opgegroeid in Amsterdam-Zuid en zat op een basisschool om de hoek bij de chique, dure PC Hooftstraat. Voor mij was het een shock toen ik in het eerste jaar van de middelbare school langskwam bij een vriendje dat met zijn ouders op 60 vierkante meter woonde. Zo van: ‘Wauw, wonen jullie hier állemaal?’ Wij hadden een huis met drie verdiepingen en op de basisschool zat ik in de klas met allemaal kinderen van advocaten met kasten van huizen. Dat vond ik normaal.

‘De theaterproductie Gevangenismonologen, gebaseerd op verhalen van gedetineerden, was voor mij een introductie in een andere wereld, waar ik met Wees onzichtbaar nu ook weer in verkeer. Ik vond het heel confronterend, maar ook heel verrijkend, om die andere maatschappelijke realiteit te ontdekken. Want ik ben natuurlijk heel veilig en bevoorrecht opgegroeid.

‘Gevangenismonologen is het waardevolste wat ik ooit heb gedaan. We speelden in gevangenissen voor een publiek van gedetineerden; die ontmoetingen waren stuk voor stuk heel indrukwekkend. Na de allereerste voorstelling kwam er een man op mij af, die zei: ‘Ik heb jou als baby’tje vastgehouden. Ik ken je zus, je moeder, je vader. Doe ze de groetjes.’ Hoe makkelijk het mis kan gaan in het leven, daar schrok ik van, dat heeft me veel gedaan.’

Methodacting of verbeelding?

‘Ik heb me afgevraagd of ik met mijn afkomst een gedetineerde kan spelen, en niet een fictieve, maar een echt mens, op wiens levensverhaal het stuk was gebaseerd. Maar de emoties die daarbij komen kijken hebben we in meer of mindere mate allemaal. Angst ken ik, wanhoop ook. Daar maak je als acteur gebruik van. Rollen die verder van mij af liggen vind ik vaak interessanter, omdat ze meer onderzoek vergen; het leukste deel van het proces. Maar ik geloof niet honderd procent in ‘methodacting’: ik hoeft niet zelf opgesloten te zijn geweest om me dat te kunnen voorstellen.

‘Ik heb wel even overwogen om drie dagen in een cel te gaan zitten om me voor te bereiden. Maar je kunt het nooit écht begrijpen. En het voelde ook een beetje aanmatigend, om dan na drie dagen te zeggen: ‘Nou jongens, het was een mooi onderzoek, ik ga naar huis.’

‘Maar ik heb wel keihard aan die rol gewerkt, zowel emotioneel als fysiek. Mijn personage Jack is een harde jongen, een vechter. Dus ik ben gaan trainen, bij een hele toffe boksschool in Amsterdam-Noord. De allereerste keer dat ik daar kwam werd ik meteen de ring in gegooid. Hup, bam, een stoot in m’n buik. Daarna was ik gesloopt. Maar ik voelde: dit is precies wat ik nodig heb. Ik moest hard zijn voor mezelf en flink afzien, om Jack goed te kunnen spelen. 

‘Na afloop van de voorstelling kwam een keer een gedetineerde naar me toe die vroeg: ‘Hé man, zit jij hier ook, of wat?’ Dat was het grootste compliment dat ik heb gekregen.’

Na de toneelschool: direct een droomcarrière of even een zwart gat?

‘Vóór de toneelschool had ik al veel werk als acteur. Op mijn 15de speelde ik in Vrijland, en op mijn 19de had ik de hoofdrol in Koning van Katoren. Dat ging allemaal vrij gemakkelijk, en ik besefte toen eigenlijk niet hoe bijzonder het was, misschien ook omdat ik van huis uit niet anders wist. Een leven als acteur, dat was logisch, dat voelde natuurlijk.

‘Tijdens de toneelschool had ik als eerste uit mijn klas meteen drie stages, bij (toen nog) Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Toneel en bij de Toneelschuur. Dan ben je opeens een ‘jong talent’ en sta je in de krant. Iedereen zei voortdurend: met jou komt het wel goed. Ik presenteerde ook nog twee seizoenen Disneys Goalmouth. Dat betaalde goed en zo gaf ik het ook uit. Maar toen ik klaar was met school werd het plotseling stil. Niet dat ik helemaal niks heb gedaan, ik had hier en daar wel een klein rolletje, maar niet genoeg om van te leven.

‘Toen werd ik ook nog eens heel ziek, een lange, vervelende nasleep van een kaakabces, waardoor ik niet kon eten en nauwelijks nog op mijn benen kon staan. Daardoor kon ik ook een tijd niet werken.  Dus het was soms echt wel worstelen.

‘Die tegenslag heeft veel effect gehad op wie ik nu ben, als acteur maar ook als mens. Het was een realitycheck. Want achteraf vind ik mezelf wel een beetje verwend. Ik dacht niet na over geluk en succes; dat was gewoon vanzelfsprekend. Doordat ik heb ervaren dat het soms flink kan tegenzitten, en bij Gevangenismonologen heb gezien hoe makkelijk het ook écht mis kan gaan, ben ik nu een lievere persoon, denk ik. Opener, respectvoller, dankbaarder.’

Liever een bijbaan in theatercafé de Smoeshaan of liever Uber-chauffeur?

‘Als ik geen werk had, deed ik eigenlijk liever iets dat niet te maken had met acteren. Toen ben ik voor Uber gaan rijden. Dat wilde ik liever dan barman zijn in theatercafé de Smoeshaan zoals veel collega’s doen, waar je dan toch tegen dat wereldje aan blijft schurken. Dan had ik me misschien eerder een beetje mislukt gevoeld.

‘Ik vind het leuk om te rijden, en het was geweldig om al die verschillende soorten mensen te ontmoeten. Zo veel types; zo veel verhalen, stemmen, gedrag – dat is een goudmijn voor een acteur. Ik was natuurlijk wel de verwendste taxichauffeur die er bestaat. Omdat ik ook nog andere klussen had, pakte ik gewoon af en toe een paar uurtjes. Maar veel collega’s reden tien tot twaalf uur op een dag voor een modaal salaris of minder. Ik heb in die tijd veel respect gekregen voor hardwerkende mensen met ‘echte’ banen.’ 

Een mooie carrière in Nederland, of internationaal succes?

‘Ik doe nu geregeld internationale audities, en ik kom best vaak ver. Ik heb een casting gedaan voor de film Aladdin, en was met Achraf Koutet één van de allerlaatsten, van vijfduizend acteurs over de hele wereld. Recent kwam ik heel ver voor een grote BBC-serie, The Serpent. Toen werd ik het ook weer nét niet. Maar ik ben nu minder van slag van zo’n afwijzing. Mijn verwachtingen zijn minder hoog en ik bescherm mezelf beter. Het is gewoon onderdeel van het vak. Casten is ook een ervaring op zich. De auditietape voor Aladdin heb ik opgenomen terwijl ik op Vlieland aan het draaien was voor Dokter Deen. Zat ik daar tot vier uur ’s nachts op mijn hotelkamer luidkeels A Whole New World te zingen, haha. De buren moeten hebben gedacht dat ik gek was.’

Wees onzichtbaar van Theater Rast gaat 15/2 in première in Podium Mozaïek in Amsterdam. 

CV Mingus Dagelet

1991 Geboren in Amsterdam

2009 -2011 Vooropleiding conservatorium (drums)

2010 Vrijland

2012 Stach in Koning van Katoren

2012 -2016 Toneelacademie Maastricht

2015 - nu Op toneel te zien in o.a. Summer of ‘96, De Zender, De stille kracht, Gevangenismonologen. Rollen in films als Mannenharten en Een echte Vermeer en series als Overspel en Dokter Deen.

2020 Wees onzichtbaar 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden