InterviewTouria Meliani

Minder grachtengordel, meer kunst voor iedereen: de missie van de Amsterdamse wethouder Touria Meliani

De missie van wethouder Touria Meliani is dat alle Amsterdammers zich herkennen in het rijke culturele leven van de hoofdstad. Wat minder grachtengordel dus. Maar kun je het roer in coronatijd wel omgooien?

Touria Meliani Beeld Ernst Coppejans
Touria MelianiBeeld Ernst Coppejans

Hoezeer Touria Meliani als wethouder van Kunst en Cultuur in Amsterdam uit een ander vaatje wilde tappen, bleek toen ze in 2019 haar kunstbeleid ten doop hield. Ze koos daarvoor namelijk niet de comfortzone van de binnenstad. Geen uurtje samenzijn in het Stedelijk aan het Museumplein, met tussendoor een allegro van een strijkkwartet dat voor de gelegenheid uit het Concertgebouworkest was samengesteld en een korte monoloog van een acteur vanuit de stadsschouwburg aan het Leidseplein.

Nee, Touria Meliani – in 1969 geboren in het Marokkaanse dorp Debdou en in 1975 aan de hand van haar ongeletterde moeder verhuisd naar Winterswijk in de Achterhoek – zette haar kunstenplan voor de hoofdstad van Nederland uiteen in de boksclub Boogieland in stadsdeel Noord.

De titel van haar Kunstenplan voor de jaren 2021-2024, ‘De kracht van kunst en cultuur’, mocht dan nogal kleurloos zijn, de presentatie kon je zo opvatten als een beginselverklaring. Wat minder grachtengordel alstublieft. Als entr’actes traden aan: dichter Gershwin Bonevacia, die zijn jeugd deels op Curaçao doorbracht, en rapper en schrijver Massih Hutak, die in de jaren negentig Afghanistan is ontvlucht.

‘Bij de start van mijn wethouderschap was een van mijn zorgen dat in onze groeiende stad een generatie opgroeit met verhalen waarvan ze in het cultuuraanbod weinig terugzien. Ik hou van de klassiekers op het toneel hoor, van Shakespeare, de Russen, en dat kun je allemaal blijven programmeren en de zaal uitverkopen. De vraag is alleen: ben je dan relevant genoeg? Hoe verhoud je je dan tot het publiek in de stad? Kijk even hoe de gemiddelde Amsterdammer eruitziet. We hebben hier 180 nationaliteiten, hè.’

Zo begon Touria Meliani (51) te wrikken aan het monumentale Amsterdamse culturele leven, waarvan de fundamenten in de 17de eeuw zijn gelegd. Met 5 miljoen euro extra op de cultuurbegroting van het door haar partij GroenLinks aangevoerde college ging ze aan de slag om de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West, ‘waar nu nauwelijks culturele voorzieningen zijn’, op te stoten in de vaart der volkeren.

De tweede pijler onder haar beleid was het ‘actieplan diversiteit en inclusie’, dat alle podia en gezelschappen die in 2020 weer voor vier jaar subsidie van de gemeente wilden krijgen op tafel moesten leggen. Van de gesubsidieerde instellingen bevond zich 90 procent als vanouds in de centrumwijken binnen de ringweg A10. Meliani wilde van binnenuit verandering op gang brengen zodat de samenstelling van personeel, programma en publiek beter zouden aansluiten bij de demografie van de stad. Om zichtbaar te maken hoeveel werk er aan de winkel was, bood de gemeente de instellingen een ‘nulmeting diversiteit en inclusie’ aan.

De schaal van het Amsterdamse kunstbeleid is groot: de culturele en creatieve sector is in de hoofdstad goed voor 10 procent van de werkgelegenheid. Dat betekent dat daar evenveel mensen in kunst, cultuur en media werken als in Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen en Maastricht samen. Met 134,5 miljoen euro per jaar aan subsidies voor kunst en cultuur geeft Amsterdam er van alle gemeenten ook veruit het meeste geld aan uit. Het Rijk heeft met 375 miljoen euro voor heel Nederland maar drie keer zoveel aan kunstsubsidies beschikbaar (exclusief bijdragen aan de rijksmusea).

Touria Meliani  Beeld Ernst Coppejans
Touria MelianiBeeld Ernst Coppejans

De wethouder van Cultuur van Amsterdam is zo bezien toch een beetje de onderminister van Cultuur van Nederland.

Lacht. ‘Nou, ik weet niet of ik dat ben, maar het is wel een enorme verantwoordelijkheid. Er moet nog wel meer geld voor cultuur bij, als je bedenkt dat we in de komende jaren nog honderdduizend woningen gaan bijbouwen.’

In de zomer roerden veel steden en provincies zich, toen bleek dat 54 procent van de subsidies uit het landelijke Fonds Podiumkunsten naar Amsterdamse gezelschappen gingen. Begrijpt u dat de rest van het land denkt: laat ook iets voor ons over?

‘Zo kun je ernaar kijken. Maar wij zijn wel de hoofdstad, wij zijn een aanjager, veel van wat hier begint gaat het land in. Dat is in de geschiedenis vaak zo gegaan. Moeten we dan plekken gaan sluiten? Ik denk dat we ernaar moeten streven dat er meer middelen voor cultuur komen en dat het niet als kostenpost wordt gezien. Het zou mooi zijn als veel meer gemeenten investeren in kunst en cultuur. Maar niet iedereen maakt die keuze.’

Veel partijen beloven in hun verkiezingsprogramma’s beter te letten op de regionale spreiding van het cultuuraanbod. Vreest u dat dat Amsterdam gaat leegeten?

Wij proberen als stad ook dienstbaar te zijn aan onze omgeving. Toen we een plek zochten voor nieuwe broedplaatsen voor kunstenaars en muzikanten, hebben we die in de gemeente Haarlemmermeer gerealiseerd. Broedplaats Bogotá is daar, twintig minuten buiten de stad, met ons geld tot stand gekomen. De stad zelf dit soort keuzes laten maken is een betere aanpak dan zomaar geld weghalen, instellingen verschuiven en dan denken dat het goed komt.

‘Het zou mooi zijn als de cultuurbezuinigingen van tien jaar geleden, die honderden miljoenen, worden teruggedraaid. We worstelen nog steeds met de kaalslag van toen, waar ik voor mijn wethouderschap ook tegen heb staan schreeuwen op het Leidseplein.’

De vraag is wat Touria Meliani van haar actieplannen en ambities overeind kan houden, nu de coronapandemie het culturele leven volledig heeft ontregeld. Nou, meer dan je denkt, zegt ze op vrijdagmiddag in een goeddeels verlaten stadhuis.

‘Het geld voor de nieuwe investeringen is er gewoon nog. In het strategisch huisvestingsplan – een lelijk woord, sorry – hebben we met een verdeelsleutel vastgelegd dat er per zoveel duizend huizen ook een vast aantal vierkante meters aan cultuur moet zijn. Dus we buigen ons over de plattegrond en zetten kruisjes: daar moet iets komen. Ik kan die cultuurplekken faciliteren, maar de plannen komen uit de stad zelf. Het heeft even geduurd, maar ik merk dat de opzet in de wijken is geland.’

Inderdaad maakte Amsterdam twee weken geleden bekend dat in Nieuw-West een eigen ruimte is gevonden voor het filmhuis Oxville Cinema. De 160 duizend inwoners van het stadsdeel, van wie tweederde een migratieachtergrond heeft, veelal Marokkaans of Turks, hadden geen bioscoop in de buurt. Aan het opzetten ervan draagt de gemeente 175 duizend euro bij.

‘De coronacrisis heeft initiatiefnemers in de stadsdelen tijd gegeven om plannen uit te werken. Ik zie dat dat proces is versneld, ook omdat ze nu weten dat er in het stadhuis een spreekbuis voor hen is. In Noord bij het Buikslotermeerplein, waar veel makers bij elkaar zitten, steken ze nu hun vinger op: wij willen ook een plek.’

Nee, zorgen heeft Meliani veel meer over de gevestigde orde, de ‘prachtige structuur’ van gezelschappen en instellingen die al jaren subsidie krijgen. Ze zijn bezig met overleven nu de deuren gesloten zijn en ondanks het infuus van overheidssteun zijn veel zzp’ers er hun werk kwijtgeraakt en is soms ook de vaste staf na ontslagronden uitgedund. Met zoveel onzekerheid is moed nodig om werk te maken van een inclusief personeelsbeleid of om nieuwe stemmen toe te laten in de programmering.

‘Vanaf 2021 hadden we de plannen in de praktijk moeten kunnen zien, maar door corona is veel nog niet gerealiseerd. We hadden dit jaar al veel meer nieuwe verhalen op het podium moeten zien. Lukt dat volgend jaar dan? Daar zit ik wel mee in mijn maag, want voor je het weet is na de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar de voorbereiding voor een nieuw Kunstenplan alweer in gang gezet.’

Haar drang om plek te maken voor ‘nieuwe verhalen’ komt voort uit ervaringen van vroeger. ‘Of je je ergens thuis voelt, hangt ervan af of je jezelf in die plek kunt herkennen. Dat begint al als je binnenkomt in een theater of museum. Er kan te veel pluche zijn, een te dure uitstraling, het publiek kan te jong zijn of te oud. Of er kan niemand zijn op wie je lijkt. Maar het kan ook zijn dat je je niet herkent in wat er wordt verteld. In Winterswijk kreeg ik op school in de jaren tachtig een boekenlijst waarvoor ik met mijn Marokkaanse achtergrond het referentiekader niet had. Als ik nu bekijk wat er op de boekenlijst staat voor jonge mensen, dan vind ik daar schrijvers die op mij lijken, met verhalen die ik herken. Daardoor denk je: ik heb bestaansrecht.’

De moeder van Meliani kwam in 1975 met zes kinderen naar Nederland, waar de vader van haar kinderen een paar jaar eerder als arbeider naartoe was getrokken. Ze was ooit, zonder schoolopleiding, aan hem uitgehuwelijkt. In Winterswijk volgde al snel een scheiding. De vader van Meliani keerde terug naar Marokko en haar moeder stond er in de opvoeding alleen voor in een vreemd land met een vreemde taal.

‘We waren arm, we woonden klein. Ik had geen eigen slaapkamer, je huiswerk maakte je op bed, er was geen knutseltafel om samen met mijn zussen aan te werken. Ik werkte op de markt bij een viskraam om geld te verdienen zodat ik lid kon worden van de turnvereniging. Mijn zus kon fantastisch tekenen en mijn moeder had twaalf cassettebandjes van Oum Kalthoum en andere Arabische zangers. Als ik daarnaar keek en luisterde, hielp me dat voorbij het alledaagse te denken.

‘Zo ben ik van kunst gaan houden. Kun je nagaan als je daar op school mee in aanraking komt, of iemand neemt je mee naar een culturele plek in de buurt, dat haalt je uit het alledaagse. Het is steeds mijn innerlijke motivatie geweest, ook als directeur was van cultuurpodium de Tolhuistuin in Noord. En toen was ik ineens wethouder en mocht ik het op grote schaal in gang zetten, wat nog steeds absurd voelt als ik bedenk waar ik vandaan kom.’

Haar koers riep weerstand op toen het museum Ons’ Lieve Heer op Solder, een 17de eeuwse schuilkerk, bij de vierjaarlijkse beoordeling van subsidieaanvragen over de rand dreigde te vallen. Onder meer omdat het inclusiebeleid niet op orde was. De toon was toen vilein: verkwansel je ‘onze’ geschiedenis om de nieuwkomers voorrang te geven? Het kwam uiteindelijk goed, door de subsidiëring voor Ons’ Lieve Heer op Solder via een andere gemeentepot te regelen.

Raakte de kritiek u persoonlijk?

‘Ik ben niet zo snel beledigd, en bovendien vond ik het ook erg dat het museum subsidie misliep. Dat er ooit mensen alleen verstopt in dit gebouw hun geloof konden belijden, dat ze zichzelf niet mochten zijn, dat verhaal raakt je ten diepste. Ook mij. Dat is ook mijn verhaal.’

Hoopt u dat de cultuurstad Amsterdam uit de coronacrisis herrijst als openluchtmuseum van de 17de eeuw of als toonbeeld van de diverse wereld van de 21ste eeuw?

‘Wat ik interessant vind: hoe gaan we samenleven, dat is de geschiedenis die we samen maken. We moeten niet alleen maar de schoonheid van ons erfgoed promoten. Het mooiste is dat we met zoveel verschillende mensen op zo’n klein stukje grond leven en omringd zijn door al die schoonheid, en dat die schoonheid van ons allemaal is. Dat is inclusie. We voegen daar elke keer onze eigen blik en opvattingen aan toe, en zo verandert de geschiedenis.’

Steun voor het nachtleven

Amsterdam heeft in april een tweede steunpakket van 21,4 miljoen euro opgetuigd om dit jaar culturele instellingen door de coronacrisis te helpen. Opvallend daarin is de steun voor clubs uit het nachtleven (900 duizend euro), die al meer dan een jaar gesloten zijn. Met informatie van gesubsidieerde popzalen als Paradiso en Melkweg inventariseert de gemeente welke clubs belangrijk zijn als kweekvijver voor dj-talent of performancekunst, zodat de noodsubsidie daar terecht kan komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden