Mike Boddé.

Interview Mike Boddé

Mike Boddé verloor in korte tijd beide ouders: ‘Onbewust denk ik: ze zijn er nog, ze zijn maar een klein beetje dood. Daar kan ik mee leven’

Mike Boddé. Beeld Anouk van Kalmthout

Zijn vader overleed ‘als een oude, wijze indiaan’. Zijn moeder sloeg druk aan het regelen, toen ze wist dat haar einde kwam. Muzikant en ex-cabaretier Mike Boddé (51) heeft nog steeds de behoefte ze te bellen, na een optreden.

Hij wrijft over zijn gezicht. ‘Ik zit nog in de allereerste fase van de rouw, denk ik. Dat je het stiekem ontkent. In mijn slaap wek ik mijn ouders weer tot leven. Ik klets met ze over van alles — gewone, huishoudelijke dingetjes. Mijn vader is dan nog van vóór zijn alzheimer. Symbolische dromen heb ik ook: dat ik mijn ouderlijk huis niet meer kan vinden. Ik dwaal maar rond in Rotterdam en denk: waar wás het nou ook alweer? Tja, dat ouderlijk huis is weg. Definitief weg. Zo word ik wakker.’

En overdag? ‘De tranen komen als ik ’t zelf orkestreer.’ Draait zich om, wijst naar de cd-speler. ‘Rachmaninoff. Het tweede pianoconcert — dat zet ik vaak op. Ga’k effe huilen. Ik vind het nog steeds een volmaakt stuk, heel listig in elkaar gezet, met tempoversnellingen en -vertragingen op precies de juiste momenten. Het is erg Russisch: sterke melodieën, lyrisch en vervoerend, zwarte noten — die doen denken aan een Siberisch herfstbos in de lente, hoe raar dat ook mag klinken. En ja, dan geloof ik weer in het leven! Van huilen word ik heel vrolijk.’

Komt het verdriet nooit als een overval? ‘Ook wel. Ik heb de hele tijd heftige schrikmomenten. Na een voorstelling of een uitzending wil ik mijn moeder bellen — om te horen dat ze het mooi heeft gevonden en dat ik zo te zien gelukkig mijn haar had gewassen. Of ik wil mijn vader om een adviesje vragen. Maar ze zijn er gewoon echt, waarlijk, heus niet meer. Hoeveel van die besefmomenten heb ik nog nodig voordat ik het geloof? Kennelijk denk ik onbewust: ze zijn er nog, ze zijn maar een klein beetje dood. Daar kan ik dan wel mee leven. Maar helemaal dood? Zo ver ben ik nog niet.’

Lied voor Pa 

Heeft hij ooit een lied geschreven voor zijn ouders? ‘Ja’, zegt hij, en opent zijn laptop. ‘Hier. Lied voor Pa.’

Soms wens ik weleens dat ik dood ga

Want doodgaan is prachtig misschien

Dan hoop ik dat ik in die tunnel

Jouw stralende lach weer kan zien

‘Dit zong ik vlak na het overlijden van mijn vader, in het tv-programma Podium Witteman. Het is net Orpheus en Eurydice — afdalen naar het schimmenrijk en al zingend proberen Hades te verleiden om mijn geliefden terug te geven. Wel een hoogromantische gedachte, hè.’

Mike Boddé in Park Doornburgh in Maarssen. Beeld Anouk van Kalmthout, met dank aan Park Doornburgh

Hij loopt naar de keuken. Een sonore brom van de espressomachine, drie koffie. Hij gaat weer zitten.

‘Mijn vader was een man van de lange termijn. Hij werkte als verkoper en later directeur bij Kramers en Ruys Automatisering. In de jaren tachtig en negentig automatiseerden ze veel ziekenhuizen en gemeenten. Hij kreeg dan een bonus. Dat noemde hij tantième, een veel mooier woord. Het extra geld zette hij nooit op zijn rekening, daar kocht hij meteen aandelen van het bedrijf voor. ‘Zo heb ik voor straks iets om naar uit te kijken’, zei hij, ‘en voor nu een reden om extra mijn best te doen.’

‘Hij was een plichtsgetrouwe, maar ook emotionele man. Ik weet nog dat we thuis voor de buis naar een film over de landing in Normandië zaten te kijken, Saving Private Ryan, met die afschuwelijke beginscène met drijvende lijken in de branding. Mijn vader zat dan als een kind te huilen: ‘Ach jongens, ach jongens, ach, die arme jongens.’ Ik dacht: hij heeft gewoon medelijden. Later begreep ik waar zijn emotie vandaan kwam. Eigenlijk had hij zelf willen meevechten, daar had hij nog steeds in hoge mate een schuldgevoel over. Wel raar, want in juni 1944 was hij 14 jaar, maar zo ervoer hij dat toch.

‘Schuld en schaamte zijn bekende symptomen van depressiviteit. Ik weet uit eigen ervaring precies hoe dat voelt. Mijn vader werd zwaar depressief op z’n 24ste. Ik denk dat hij niet helemaal begreep wat hem overkwam. Hij schijnt een jaar lang niet gepraat te hebben — helemaal in zichzelf opgesloten. Met rust en pillen is hij er weer uitgekomen, zei mijn moeder. In de jaren vijftig kreeg hij ook een slaapkuur. Dan brachten ze je twee weken onder zeil, om te resetten. Ontprikkelen. Een soort shock krijg je dan, maar geen elektroshock. Schijnt geholpen te hebben.’

Stuk voor Ma

Heeft Boddé ook muziek gemaakt voor zijn moeder? ‘Geen liedje, wel iets instrumentaals, een vrolijke, romantische, redelijk eenvoudig in het oor liggende étude. Stuk voor Ma. Met veel stijgende lijnen in de melodie, die geven een positieve draai aan muziek, dat is iets fallisch. Mijn moeder was de spin in het web van de familie. Ze leefde echt voor haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ook het welzijn van andere mensen ging haar na aan het hart. Ze bracht bezoekjes met een bloemetje aan oudere mensen die niet meer naar de kerk konden komen. Mijn ouders waren allebei remonstrants. Mijn vader had meer met de schapen dan met de herder, mijn moeder was wat steviger en principiëler in haar geloof. Ik ben ook gedoopt. Mijn doopnamen zijn: Michael George. Als het andersom was geweest, was ik nu een wereldster. En dood.’

Had zijn moeder geen ambities? ‘Jawel. Moeilijk punt. In haar eindexamenjaar werd ze zwanger van mijn vader. Ze heeft haar school niet afgemaakt, daar had ze wel spijt van. Haar grote passie was archeologie. Kijk, mijn moeder was altijd keurig netjes, maar op sommige dagen trok ze in overall en kaplaarzen naar Heenvliet, ergens onder Rotterdam. Ging ze wroeten. Er kwam dan een muurtje tevoorschijn, nou, dat maakte haar helemaal extatisch. Ze waren op het kasteel van Heenvliet gestoten. ‘Mike! We hebben een papkommetje gevonden!’ Avondenlang zat ze met professor Henkes, een bekende archeoloog, scherven te passen om dat aardewerk weer in elkaar zetten. Geweldig vond ze dat.’

Alzheimer 

Net als zijn vader kreeg Boddé op jonge leeftijd last van ‘heftige’ onverklaarbare’ schuldgevoelens.

‘Zit in de genen, denk ik. Daar kreeg ik echt pijn van in m’n buik, zo van: ik ben niet goed genoeg, weet je wel. Ben je 13, 14 jaar. Mijn ouders vonden het wel raar dat ik hele dagen alleen op m’n kamertje zat, maar ze gingen daar prima mee om. Ik kom uit een goed nest.

‘Mijn ouders zijn 72 jaar heel gelukkig bij elkaar geweest. Dat huwelijk was een vesting. Geen barst in te krijgen. In zijn depressiejaren heeft mijn vader wel eens gezegd: ‘Jeanne, misschien kun je beter bij me weggaan.’ Wilde ze niets van horen: ‘Ben je nou helemaal besodemieterd? Ik ga nooit bij je weg!’ Veel oudere echtparen hebben geen fysiek contact meer, maar mijn ouders raakten elkaar tot op het allerlaatst nog aan. Seksualiteit en zo, dat weet ik allemaal niet, dat wil je als kind ook niet weten. Maar… haha, als mijn moeder net iets te blij en enthousiast stond te praten met een andere man, kon mijn vader nog steeds jaloers zijn. ‘Sjaan, we gaan’.’

Zijn vader kreeg alzheimer. ‘Het begon een jaar of tien geleden. Eerst ontkenden we het met z’n allen nog, maar mijn schoonzus is arts en had het al snel in de gaten. Door zijn groeiende onzekerheid ging hij steeds meer aan mijn moeder hangen, zoekend naar steun. Dan komen er van die momentjes dat hij de telefoon aanziet voor de afstandsbediening. Mijn broer en schoonzus namen het initiatief: het was het beste als mijn ouders zouden verhuizen naar een plek met fijne zusters, en winkels in de buurt. Mijn vader onderging de bekende testen. Alzheimerpatiënten moeten dan een klok tekenen en komen meestal niet verder dan een paar onsamenhangende lijntjes. Daar wilde ik niet bij zijn. Daar kón ik niet bij zijn — ik kreeg dat gewoon niet voor elkaar.

‘De dementie ontwikkelde zich op een milde manier. Ik leerde mijn vader kennen als een heel lieve, zachtaardige, warme, totaal níét autoritaire man. In verwondering liet hij de ziekte over zich heen komen. Iemand zei: ‘Het is allemaal wel zwaar hè, Jim?’ Dan wees hij naar mijn moeder en zei: ‘Met haar kan ik alles doorstaan.’ Een godsgeschenk dat hij nooit onaardig tegen haar is geweest. Terwijl het voor mijn moeder best zwaar was, want mijn vader werd angstig als zij niet in de buurt was. Tot op het einde bleef hij thuis, ook met hulp van thuiszorg.’

Nancy Reagan noemde de alzheimer van haar Ronald a long, long goodbye. ‘Ja, dat is wel zo. Hoe afschuwelijk ook: je neemt met kleine stukjes afscheid. Mijn vader overleed in juli 2018, 88 jaar. Hij had voor de tweede keer een tia gekregen, daar takel je behoorlijk door af. Hij werd ook bedlegerig. Het is nog snel gegaan — hij was gewoon op. Toen ik het bericht hoorde, zat ik net met mijn gezin op de boot naar Vlieland. Vreselijke huilbui, met allemaal verbaasde mensen om me heen, die een min of meer bekende Nederlander effe onderuit zagen gaan. Ik zat in tweestrijd: moest ik rechtsomkeert maken, of ging ik toch dat geplande optreden doen? Ik koos voor het laatste. Ik had behoefte aan de zee. De troost lag voor mij op het eiland.

‘Op kampeerterrein Stortemelk heb ik die avond een heel leuk concert gegeven, samen met Joris Lutz. Ik vertelde het publiek dat mijn vader net was overleden. Laa’k dat maar zeggen, dacht ik. Hoe je dan zingt en speelt… Je komt in een superbewustzijn, alles is verhevigd. Ik heb me voor 200 procent ingezet. Niet dat je wegblijft bij je vader en dan een kutconcert geeft, weet je wel. Het klopte gewoon. Muziek gebruikten mijn pa en ik altijd voor het verwerken van ellendige dingen. Joris kwam met een paar liedjes die mijn vader mooi vond, zoals She van Aznavour. We probeerden ons ook samen door Bohemian Rhapsody van Queen te worstelen, maar dat ging helemaal mis. Iedereen zat zo hard mee te zingen dat het niet uitmaakte. Mijn dochter van 16 vond het heel grappig. Ze zei: ‘Dit was het leukste optreden dat ik ooit van jou heb gezien, papa.’’

Wijze, oude indiaan

Op Facebook schreef Mike Boddé: ‘Mijn vader overleed als een wijze, oude indiaan.’ ‘Hij lag er zo mooi bij. Mijn vader had een donkere huidskleur — hij was wel een beetje een roodhuid. Ik kreeg ook wijze raad van hem — in mijn zwartste perioden. Zijn geschiedenis van schuld, schaamte en somberheid resoneerde in mij. Ook ik werd na die aanloop in mijn puberteit op mijn 24ste knetterdepressief. Dat was heel zwaar. Verpletterende angst. De overtuiging dat alles verkeerd gaat of al verkeerd is gegaan. Elk geluid kwam keihard binnen. Ik voelde veel te veel, alsof mijn zenuwen open lagen. En dan nog stemmen in m’n hoofd… pfff.

‘Het grote probleem van een depressief persoon is: hij denkt dat-ie er nooit meer uitkomt. Alles om hem heen is zwart en donker. Mijn vader zei tegen me: ‘Je zult geleidelijk aan weer opklimmen. Daarna zul je een periode beleven van grote activiteit, voldoening en succes.’ Langetermijnvisie weer, hè. Zo had hij het zelf ook ervaren. Licht aan het einde van de tunnel, een helder en fel licht. Daar probeerde ik mij dan maar op te richten. Maar makkelijk ging dat niet.

‘Op een dag kwam ik in een soort psychose — door een pilletje te slikken en daar te snel mee te stoppen. Toen werd de wereld helemáál zwart om mij heen. Ik zat in een woongroep in Utrecht. Een huisgenoot zei: ‘Zal ik Sjim en Sjaan maar even bellen?’ Zij haalden mij op. Ik was 28 jaar. Drie jaar heb ik bij ze gewoond, gewoon weer bij pa en ma in. Dat was heerlijk. Mijn vader werd mijn ‘secondant’. Ik had straatvrees, dus hij bracht mij naar therapie. Ging-ie voor de deur in z’n auto zitten, De Telegraaf  lezen, wachten tot ik klaar was.

‘Ik had ook conflictjes, hoor. Leren hoe je kleine oorlogjes uitvecht, dat had ik met mijn ouders nooit geoefend. God, ik weet nog dat ik een paar schoenen kocht waar ik blaren van kreeg. Die smeet ik in een hoek. ‘Zonde van het geld’, zei mijn vader, ‘die ga je terugbrengen.’ Dan was ik weer kwaad: ‘Nee pa, dat kan toch niet, ik heb daar toch al op gelopen!’ Het waren dat soort dingetjes van niks die het contact met mijn ouders verdiepten. Ik heb daar iets afgemaakt. Wat weet ik niet precies. Ik denk: mijn puberteit.’

Soulmates

Boddé is een nakomertje. Twee broers en een zus kwamen vóór hem. Harry, de oudste, kreeg slokdarmkanker — precies in de periode dat Mike weer bij zijn ouders was gaan wonen.

‘Met Harry had ik een hele goede band. We waren soulmates, als oudste en jongste kind hadden we een gedeeld buitenstaandersgevoel. Harry was farmacoloog. Als hij naar een internationaal congres was geweest, ging hij Japanse wetenschappers imiteren, heel geestig. Muziek was een passie van ons, maar Harry vond eigenlijk alles wel interessant — van de perspectieftechniek van Vermeer tot de Domus Aurea in Rome, het huis van Nero. Ik dacht dan vaak: shit, já, daar moet ik ook eens iets over gaan lezen! Dee’k nooit.’

Boddé: van Pil tot Podium Witteman

Mike Boddé (1968) is pianist en muzikant, en voormalig cabaretier. Hij studeerde muziek in Amerika, Chinees in Leiden en ging later naar het conservatorium om zich te bekwamen in compositieleer. Met Thomas van Luyn won hij in 1991 het Groninger Studenten Cabaret Festival. Door hevige depressies kon Boddé enkele jaren niet optreden; over die periode schreef hij het boek Pil (2010). Bij het grote publiek werd hij bekend als imitator in het tv-programma Kopspijkers. De laatste jaren richt hij zich alleen op muziek. Boddé is geregeld te zien in theaters en op televisie (Podium Witteman). Hij is getrouwd en heeft twee tienerkinderen.

Harry overleed na vier, vijf maanden, 45 jaar oud. ‘Mijn ouders gingen kapot. Ze waren blij dat ik om ze heen was. We sleurden mekaar er een beetje doorheen. Gewoon: elkaar vasthouden. We maakten een boekje met Harry’s sinterklaasgedichten en limericks. Daar begonnen we al mee vóór zijn overlijden. We lieten hem meesleutelen: welk wil je d’r in, welke niet? Dat is al een soort rouw — je bent toch de balans aan het opmaken.

‘Ga nu maar, zei ik weleens in gedachten tegen Harry. Zijn laatste dagen waren zo zwaar en pijnlijk… Toe maar, sterf nu maar. Daar voel je je dan enorm schuldig over, maar het was niet te harden. Na zijn dood zochten mijn ouders en ik afleiding. We gingen stomme dingen doen. ‘Jongens’, zei mijn vader dan, ‘laten we naar Middelburg gaan, daar is nog een oude VOC-werf.’ Of we reden naar Friesland om naar het vrouwtje van Stavoren te kijken. Zo probeerden we de dagen te breken.’

Was muziek een troost? ‘Voor mij niet. In die tijd kon ik eigenlijk geen muziek verdragen. Mijn moeder zette weleens wat oude Schumann-dingen voor me op, maar het was te veel. Soms kwam Kees Torn langs om piano te spelen. Bach. Daar kon ik nog wel naar luisteren. Bach giet alles in hele strakke vormen — ze noemen hem niet voor niets de mathematicus van het gevoel. Dat klavecimbel vult ook alles maar op, dat is dichtgeplamuurde, vacuüm getrokken horror. Oh, die riedeltjes, gék word je daarvan. De Kunst der Fuge is gewoon architectuur, dat kon ik niet verdragen. Zware kerkelijke muziek als de Hohe Messe ook niet echt. Ik hou het meest van de wereldse dingen, zoals de Brandenburgse concerten en het Concert voor twee violen. Daar zitten tenminste wat gaten in. Sommige allemandes en menuetten zijn als dansen geschreven. De dansante Bach, om te rouwen vind ik die het fijnst.’

Regelen

Begin dit jaar werd zijn moeder ongeneeslijk ziek. Hoe reageerde zij op haar naderende einde? ‘O, die wilde gewoon naar m’n vader. ‘Jim zit aan me te trekken’, zei ze. ‘En haar zus en haar oudste kind ook. Ze had lymfeklierkanker. Meteen ging ze van alles regelen: mensen bellen en afscheid nemen, zorgen dat een schilderij terugkeerde naar de dochter van de schilderes, envelopjes met sieraden maken voor de kleinkinderen. Ze overleed 2 maart. Sneller dan gedacht. Ik had toen net een operatie gehad waarbij galstenen zijn verwijderd. Als je dan in het ziekenhuis ligt en een telefoontje krijgt dat ze is ingeslapen… Dat is wel kut, hoor. Pas toen ze opgebaard was, kon ik afscheid van haar nemen. Ik had geen laatste woorden. Eigenlijk hadden we het goede gesprek tussen moeder en zoon al lang gevoerd, uitgesmeerd over een heel leven.

‘Ze wilde per se een uitvaart met religieuze liederen in de kerk. De dominee ging bewust niet op de kansel staan, hij stond midden tussen de mensen. Dat was lief. Ik kon niet zingen. Emotie slaat sterk op je stem, hè. Piano spelen lukte wel. Je vingers doen wat ze altijd doen, ze hebben elk een eigen motorisch geheugen. Ik speelde Theme from Mahogany, van Diana Ross. Do you know, where you’re going to…

‘Ik neem mijn moeder mee, verder het leven in. In mij bestaat ze na. Dan denk ik opeens: laat ik die en die eens een belletje geven, want dat zou ma gedaan hebben. Met mijn vader heb ik het precies zo. Ik moet echt stoppen met roken, want pa lukte het ook. En: met Harry. Als ik een woord niet weet, ga ik het nu wél opzoeken, net als hij vroeger deed.’

In hoeverre kleurt zijn pil tegen depressie de rouw? Maken de middelen het verlies minder zwart? ‘Nee. Ik weet wat ik voel. Als ik die pil niet slik, ben ik hooguit wat angstiger en onstabieler. Op de verwerking van het verdriet hebben de medicijnen geen beslissende invloed. Rouwen gaat over andere dingen. Over de betekenis die mensen voor jou hebben, over de verhalen die je met hen deelt. Ik ben wees. Zo voelt het ook: het magische vangnet is verdwenen. Ik mag dan 51 zijn, bij echt grote problemen ging ik toch naar mijn ouderlijk huis. Soms denk ik: het nadeel van een harmonieus gezin en een heel goede verstandhouding met je ouders is: dat je wel heel veel mist als ze weg zijn. Het gat is zo groot. Maar een vriendin zei treffend: ‘Ja Mike, het gat is groot, maar dat komt doordat het ooit helemaal gevuld is geweest.’ Daar houd ik mij maar aan vast.’ •

Serie: Hoe besta je na?

Een dierbare sterft. En dan? In de onregelmatig verschijnende serie Hoe besta je na? spreken Frénk van der Linden en Pieter Webeling met mensen die een geliefde, kind, ouder of goede vriend(in) hebben verloren, of op het punt staan te verliezen. Met welke herinneringen blijven we achter? Hoe rouwen we? Staat God ons bij? Is het mogelijk om een groot persoonlijk verlies betekenis te geven?

Hans Spekman: ‘Steeds als ik met mijn verdriet de bodem raak, voel ik de diepe liefde en verbondenheid met Muriël’
Na de vroege dood van zijn ouders en zijn zussen dacht Hans Spekman (52) voorlopig van verlies verlost te zijn. Nu moeten de voormalig PvdA-voorzitter en zijn vrouw Muriël (50) haar plotselinge terminale ziekte onder ogen zien. Een dubbelinterview.

Jack de Vries verloor zijn geliefde Melissa: ‘Ze leefde alsof ze maar de helft van de tijd had, alsof ze voorvoelde wat zou komen’
Anderhalf jaar geleden overleed Melissa, de vrouw met wie oud-staatssecretaris Jack de Vries een kind van 2 had. De voormalige CDA-spindoctor spreekt met de Volkskrant voor het eerst uitvoerig over de dood van zijn geliefde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden