Mik blijkt verrassend actueel in New York

Ronddolende beurshandelaren, verwarde scholieren en stevige bewaking. In de VS valt het werk van Mik op zijn plek.

Net open en nu al razend druk. Lange rijen voor de kassa, mensen die op bankjes zitten of liggen, een gids die haar groep bij elkaar probeert te houden – business as usual op maandagochtend in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Met dit verschil: de bezoekers zien vanaf nu een vreemde echo van zichzelf terug in de werken van de Nederlandse kunstenaar Aernout Mik.

Op een groot scherm direct na de ingang draait zijn werk Middlemen (2001). Daarop zijn beurshandelaren te zien op een ontspoorde beursvloer. Ze hangen rond, vormen groepjes, winden zich op en zakken dan weer weg in apathie – net als de bezoekers er tegenover. Op de tweede verdieping draait de speciaal voor het MoMa gemaakte dubbelprojectie Schoolyard (2009) waarin op twee schermen verwarrende interactie tussen middelbare scholieren, docenten en bewakers te zien is. De klassen echte schoolkinderen lopen ervoor langs, blijven staan en wijzen: hee, dat gaat over ons.

Een dag voor de opening leidt Aernout Mik (Groningen, 1962) rond langs zijn werk dat sinds een uurtje echt af is. Is het MoMA het summum voor een kunstenaar? ‘Het summum kan alleen maar in je eigen werk liggen’, zegt hij fijntjes.

‘Je merkt wel in je omgeving dat iedereen oh en ah roept. Natuurlijk is het eervol om in het MoMA te staan, maar dat maakt nog geen goede tentoonstelling. Wat het echt anders maakt, is die enorme hoeveelheid mensen die hier elke dag door gaat, en de manier waarop het werk opgesteld is.’

Het overzicht was ook voor het MoMA een avontuur. De curator, hoofd van afdeling film Laurence Kardish, stelde voor het werk grotendeels buiten de zalen te plaatsen, door het museum verspreid – iets dat nog nooit gedaan was. Mik: ‘Ik dacht dat het te druk zou zijn. Maar al snel begon me dat heel erg te bevallen: in mijn werk gaat het ook altijd om groepen mensen.’

Van de kelder naar de vierde verdieping gaat het nu, langs acht werken waarvoor – zoals altijd bij Mik – speciale constructies gebouwd werden terwijl het publiek er omheen moest lopen. Het ophangen van het enorme scherm boven de balie was een huzarenstukje dat na sluitingstijd moest gebeuren.

Drie jaar geleden, ruim voordat Aernout Mik Nederland vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië, werd de kunstenaar uitgenodigd en begonnen de voorbereidingen voor de tentoonstelling. Een aantal oudere werken lijkt juist in New York wonderlijk actueel. De uitgebluste beurshandelaren kloppen helemaal, zo vlak bij Wall Street. En een ander werk lijkt wel een voorspelling. Osmosis and Excess (2005) bestaat uit beelden van een gigantisch autokerkhof in Tijuana (Mexico), afgewisseld met scènes in een Mexicaanse mega-apotheek, waar de apothekers tot hun enkels in de modder staan. In New York, waar per dag meer mondkapjes op straat verschijnen, kun je niet anders dan aan Mexicaanse griep denken.

Morgen opent er nog een tentoonstelling in de New Yorkse galerie (The Project) van Mik, met nog twee nieuwe werken. Na de Biënnale van Venetië van 2007 ging het gerucht dat hij ingestort was. Hij zegt wel ‘fysiek nogal uitgeput’ geweest te zijn, maar haalt er verder zijn schouders over op. ‘Ik heb het afgelopen jaar drie nieuwe werken gemaakt. Na iets groots heb je sowieso tijd nodig, alleen al om het geld weer bij elkaar te krijgen.’

Op een rustige plaats in het souterrain is Raw Footage geplaatst, een werk dat curator Kardish ‘diep verontrustend’ noemt. Het bestaat als enige uit documentair materiaal (uit de oorlog in Joegoslavië in de jaren negentig). Daarna, zegt Mik, heeft hij er wel enige tijd over gedaan om uit te zoeken wat hij met deze nieuwe wending in zijn werk ging doen.

Nieuwsbeelden gebruikt hij niet meer, maar in zijn opnamen is hij naar eigen zeggen directer en ‘meer op de huid’ geworden. ‘De verwarring over echt en niet echt is groter geworden.’ Ook de ruimten zijn minder kunstmatig.

De spelers in het nieuwe Schoolyard, middelbare scholieren op een Nederlandse ‘roc-, vmbo-achtige school met een gemengde samenstelling, het doet er niet zoveel toe waar’, zijn maar ten dele geregisseerd. De rollen wisselen steeds, nu eens is er dreiging, dan lijkt er weer een feestje, een ritueel of een demonstratie aan de gang. En zeker jongeren hebben hun eigen inbreng. Mik wijst naar het scherm en zegt: ‘Kijk, die jongen bijvoorbeeld. Die kwam naar me toe en zei: meneer, meneer, zal ik die prullenbak op mijn hoofd zetten? Het is toch kunst?’

Of zijn werk in de Verenigde Staten anders begrepen wordt, weet hij nog niet – de gemengde scholen en hun problematiek zijn echt een Europees onderwerp, denkt hij, maar gewelddadigheid op scholen is iets dat sinds de moorden op de Columbine High School niet meer verdwenen is.

In de laatste drie werken van Mik speelt bewaking en bewaakt worden een grote rol; ook dat lijkt in de Verenigde Staten wel extra toepasselijk. ‘Maar vergeet niet dat we nu een andere president hebben’, zegt de curator Laurence Kardish. ‘Amerika is een veel relaxter land geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden