Mijn voornemen voor 2016: een paar riem papier en een kroontjespen

Houdt u een dagboek bij, vroegen we vier schrijvers die dit jaar met nieuw werk komen. Niets blijft bewaard, vreest twitteraar Pieter Waterdrinker.

Beeld Valentina Vos

Tot mijn vijftiende bestond het boek niet, laat staan het dagboek. Ik groeide op in een klein familiehotelletje, annex kroeg, annex feestzaal, annex doorgangshuis. Beter gezegd: eeuwig werkhuis. We hadden één boek: Wenken bij het koken voor de ex-koloniaal. Het werkje lag in de huiskamer onder de linker achterpoot van de (geel-zwart gestreepte) divan die was afgebroken en hield het meubelstuk recht.


Toen kwam het boek in mijn leven. De literatuur. Omdat het kinderboek nu eenmaal volledig aan mij voorbij was gegaan, begon ik maar meteen oeuvres te lezen. Couperus, Emants, Nescio, Elsschot, Hermans, Reve. Het gebruikelijke werk. Al snel gevolgd door de Russen, de Duitsers, de Fransen. Ook in oeuvres.


Waren daar dagboeken bij? Niet dat ik me herinner. Op mijn achttiende - ik was doordeweeks student Russisch, in het weekend stond ik bij mijn vader in de keuken schnitzels te bakken - kreeg ik voor het eerst een deeltje Privé-domein in handen. De dagboeken van Paul Léautaud. Het proza trof me als een mokerslag. Al snel stoof ik door naar de dagboeken van de gebroeders Jules en Edmond de Goncourt. Het werk van Flaubert, Maupassant en Toergenjev kende ik. Maar nu zag ik deze heren als het ware 'levend' voor me, mocht ik met ze mee naar de Parijse bordelen, de restaurants, de soirées. Geen fictie, maar werkelijkheid! De drang om zelf een dagboek te beginnen, kon ik toen amper nog beheersen.

Maar het kwam er niet van. Er was namelijk iets gebeurd. Mijn twee beste vrienden waren plots vertrokken naar het buitenland. De één naar Midden-Amerika, de ander naar Rome. Mijn dagboek begon ik te gieten in de briefvorm. Ik werd een brievopaat. Een brievopaat is iemand die de ziekelijke behoefte heeft om brieven te schrijven. Honderden, vele honderden heb ik er geschreven en verstuurd. Vanuit Nederland, vanuit Spanje toen ik daar woonde (en weer later werd dat Rusland). Helaas heb ik vrijwel geen kopieën gemaakt. Ik zeg helaas, want de drank heeft inmiddels zijn werk gedaan. Hoe dikwijls snakte ik bij het schrijven - al mijn romans zijn uiteindelijk autobiografisch - naar data, details, indrukken die ik eerder had vastgelegd in brieven die verloren zijn gegaan. Zo wil ik ooit nog eens een non-fictieboek schrijven over mijn Spaanse jaren. Ik bedolf mijn toenmalige liefdes met in beroerd Frans en in nog beroerder Spaans geschreven epistels. Zouden die er nog zijn? Hooguit in lades van commodes, ergens in Nice, Valencia of Madrid, die ik nimmer zal openen.

Met mijn brievopatengedrag was het opeens gedaan. Door de komst van de e-mail. Die heeft een nog groter gat geslagen in het boekstaven van mijn leven (als ik het zo mag noemen) dan de verloren brief. In Rusland gingen drie van mijn providers failliet. Twee keer werd mijn laptop gestolen. Gmail bestond nog niet. Alles was ik kwijt, onder meer een mailwisseling met Theo van Gogh.

Op een koude winterdag, vier jaar geleden, zat ik naast Olaf Koens in een kroeg in Moskou. Hij keek voortdurend op zijn iPhone. Hij wist alles, nog voordat het feitelijk gebeurd was. Ik wist eigenlijk nooit iets.

Ik vroeg: 'Jongen, hoe weet je dat toch allemaal?'

'Twitter', antwoordde hij. 'Zonder dat ben je gedoemd.'

Zo werd ik een twitteraar. Tegen wil en dank. Twitter: dat is het nieuwe dagboek. Onlangs moest ik, voor de roman waaraan ik nu de laatste hand leg, weten wat er op een bepaalde dag in Kiev was gebeurd. Ik googelde mijn eigen Twitter-account, en ja hoor! Tot op de minuut, inclusief fotomateriaal, werd ik bediend. Het is een wonder. Maar zal dit wonder eeuwig zijn?

Ik denk van niet. Op een dag valt er natuurlijk een meteoriet op die cluster van supercomputers, daar ergens in Groenland of Alaska, waar al die data opgeslagen liggen. Of bedenkt een kwade genius een allesvernietigend virus. Wat blijft er dan over? De aloude, met de hand gemaakte notitie. Vandaar mijn enige voornemen voor 2016: een paar riem papier kopen, en een kroontjespen. Om het toekomstige digitale Armageddon in de dagboekliteratuur voor te zijn.

Pieter Waterdrinkers roman Poubelle verschijnt in april 2016 bij Nijgh & Van Ditmar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden