Interview

'Mijn vader was gek én geniaal'

Hun fietstochtjes. Dán was Jelle Brandt Corstius' vader, de vermaarde columnist Hugo Brandt Corstius, ontspannen. Ze duurden hooguit twee dagen. Toen Hugo overleed, besloot Jelle tot een solokoers, waarover hij het boek As in tas schreef.

Beeld Nederlandse Freelancers

Jelle Brandt Corstius ging in het voorjaar van 2014 op de fiets naar de Middellandse Zee. Hij zou er zestien dagen over doen en de as van zijn pas overleden vader zou hij meenemen, in zijn fietstas, om aan het eind van de route te verstrooien.

Eenmaal bij de balie van het crematorium vroeg de baliemedewerkster hoeveel as hij wilde hebben. 'Ik wist niet dat er drieënhalve kilo overblijft - een gigantische hoeveelheid, terwijl ik al op elke gram bagage aan het bezuinigen was.'

Hij pakt een bus babymelkpoeder van tafel (hij is drie maanden geleden voor het eerst vader geworden). 'Hoeveel gram is dit, 850? Dan zijn het vier van die bussen. Dat had echt niet gekund. Doe maar een koffiekopje, zei ik.'

Eigenlijk heeft hij niets met dit soort symboliek, zegt Brandt Corstius (37). Het verstrooien van as in zee, waarom zou je? Zijn vader Hugo, de in 2014 overleden columnist en taalkundige, had er al helemáál niets mee. Stop me als ik dood ben maar in een vuilniszak, had hij altijd gezegd. 'Maar ik vond het leuk als mijn vader op de een of andere manier mee was.'

In As in tas (zaterdag in deze krant met vier sterren beoordeeld) doet Brandt Corstius verslag van die tocht, onderwijl herinneringen ophalend aan zijn vader en de fietstochtjes die hij met hem maakte.

Het is een boek over een zeer opmerkelijke vader, die zijn drie kinderen Aaf, Merel en Jelle in zijn eentje grootbracht nadat zijn vrouw aan kanker was overleden. Jelle was toen 3 - hij kan zich niets van haar herinneren. Vader Hugo bracht zijn dagen door in zijn werkkamer, waar hij werkte aan zijn columns voor de Volkskrant en Vrij Nederland. De kinderen kregen 'een spartaanse opvoeding', zegt zoon Jelle, wat betekent dat ze grotendeels aan hun lot werden overgelaten.

CV Jelle Brandt Corstius

9 april 1978 Geboren in Bloemendaal

1990-1996 VWO, Amsterdams Lyceum

1997-2003 Geschiedenis en Journalistiek aan de Universiteit Groningen

2002-2005 Redacteur Barend & Van Dorp

2005-2010 Woont in Moskou, correspondent Trouw en De Standaard

2008 Publiceert Rusland voor Gevorderden

2009 Presenteert VPROserie Van Moskou tot Magadan

2009-2014 Publiceert reisboeken

2010-2015 VPRO-series over Rusland, India en buurlanden van Rusland

2010-2011 Presentator Zomergasten (VPRO)

2014 Boekenweekessay Arctisch Dagboek

2016 As in tas

Wat heb je hem kwalijk genomen?

'Als kind vond ik dat ik niet genoeg aandacht kreeg. En spullen. Andere vriendjes hadden allemaal speelgoed, ik niet. Andere vriendjes kregen zakgeld, ik niet. Mijn vader liet altijd bankbiljetten in zijn broekzakken zitten, die ik terugvond in de wasmachine. Op een gegeven moment lag er weer eens 50 gulden. Ik denk dat ik een jaar of 10 was, en ik dacht: deze steek ik in mijn zak. Ik kocht er een racebaan van met een looping erin.

'Daar kwam hij natuurlijk achter. Een andere ouder zou misschien denken: waarom koopt mijn kind speelgoed voor zichzelf, doe ik iets verkeerd? Niet mijn vader. Die ging naar de Postbank en haalde mijn hele Pennie-rekening leeg. Ook moest ik vanaf toen altijd de bonnetjes laten zien als ik boodschappen voor het avondeten had gedaan. Dat duurde een paar jaar.

'Nog weer later kocht ik van het boodschappengeld een keer een zakje pepermuntjes voor mezelf. En uitgerekend die dag wilde hij het bonnetje zien. Hij vroeg: waar zijn die pepermuntjes voor? Dat zal je nog wel zien, zei ik. Het was mijn beurt om te koken, dus ik heb de hele zak pepermuntjes in de bosvruchtenyoghurt gegooid. Zo heb ik dat toen opgelost.'

Beeld Teun Berserik

En yoghurt met pepermuntjes, daar keek hij niet raar van op.

'Het was mijn kookbeurt, dus het was mijn beslissing.'


Kookte hij wel eens?


Lacht. 'Nee hoor, nee. Als mijn vader zei: ik ga koken, dan gingen we naar een heel goedkoop eettentje in de buurt. Hij heeft nog nooit een ei gekookt, zelfs geen water. Vanaf ons 12de kookten wij alledrie een dag in de week. En hij huurde vrouwen in die kwamen koken. Mijn tante, die verderop woonde, nam de moederrol op zich. Zij nam ons elk halfjaar mee naar C&A om kleding te kopen, zij kocht onze Sinterklaascadeautjes. Toen zij overleed, ook aan kanker, viel er een steunpilaar weg. Mijn leven lag in duigen. Bij het overlijden van mijn vader was dat niet het geval.'


Met 'spartaans' bedoelt hij ook nog iets anders: 'Mijn vader was aan het overleven. De notie dat je ook van het leven kan genieten, dat je er het beste uit kan halen, was bij hem afwezig. Hij zag het leven als één grote strijd tegen hem. Collega-columnisten waren tegen hem, maar ook iemand bij de incheckbalie op Schiphol, die hem aansprak op zijn voordringen. Alles was een strijd. Hij kon nooit ontspannen.'

Zijn tegendraadsheid - het linksaf slaan op de rotonde in plaats van driekwart rond - heeft toch ook iets van kwajongensgedrag?

'Kwajongensgedrag impliceert dat je lol beleeft aan het feit dat anderen ergens aanstoot aan nemen. Dat was het niet. Neem zo'n rotonde: mijn vader vond het onzin om er driekwart omheen te rijden, omdat hij zichzelf zag als het middelpunt van het universum. Het kon hem oprecht niet schelen dat andere mensen driekwart rond rijden - hij zag het waarschijnlijk niet eens.

'Maar er is ook gedrag dat ik nog steeds niet kan duiden. Zoals het beledigen van iedereen, waar ik bij was: 'Wat heeft die serveerster een dikke kont', en dan zo hard dat zij het zeker zou horen. Wat was daar de functie van? Als hij haar wilde beledigen, had hij ook in haar gezicht kunnen zeggen dat ze een dikke kont had. Hij wilde mij erbij betrekken. Die serveerster was niet het doelwit, ík was het doelwit. Hij wilde dat ik me zou schamen.'

Beeld Teun Berserik

En dat lukte.

'Het is in de loop der jaren minder geworden. Vroeger schaamde ik me overal voor: hoe hij een pizza at, bijvoorbeeld; die tilde hij in zijn geheel met twee handen op en werkte hij zo naar binnen. En inderdaad, waarom niet? Het kán! Alleen: niemand doet het zo, dus is het raar! Maar waaróm is het dan raar? Dat soort dingen.'

Er zat geen opvoedkundige gedachte achter: blijf zelf nadenken, conformeer je niet aan wat door de massa normaal wordt gevonden?

'Als dat zo was, heeft hij dat verdomd goed verborgen gehouden. Opvoeden betekent, per definitie, dat jij zelf niet het middelpunt bent van het universum, maar dat je kinderen dat zijn. Het is niet zo dat hij ons verwaarloosde, maar wij stonden nooit in het middelpunt. Het was niet zíjn idee geweest om kinderen te krijgen, maar dat van mijn moeder. En dat zei hij ook herhaaldelijk; niet om ons te kwetsen, maar gewoon omdat dat zo was.'

Maar was hij echt gek? Hij was ook succesvol wis- en taalkundige, succesvol columnist en, tot de dood van jullie moeder, iemand met een relatie en drie kinderen.

'Hij was gek én geniaal, denk ik. En er moet na de dood van mijn moeder ook wel iets zijn veranderd. Vrienden van mijn ouders hebben een boek samengesteld met herinneringen aan haar, zodat wij haar op die manier een beetje konden leren kennen. In dat boek staat een boodschappenlijstje met daarop de boodschappen voor een huisfeestje: twáálf flessen jenever, onder andere. Kennelijk waren er dus grote feesten bij mijn ouders thuis, waar mijn vader bij aanwezig was - ik kan me er werkelijk geen voorstelling van maken. Een feest, thuis, tientallen mensen? Ondenkbaar. Haar dood moet hem hebben beïnvloed, al ben ik er nooit achtergekomen hoe.'

Je was een boze puber.

'Ja. Ik zeg nu: ik wilde meer aandacht, maar op dat moment kon ik dat niet zo verwoorden. Op dat moment was ik gewoon boos. De ruzies waren zo heftig dat de buren een keer de politie hebben gebeld. Maar dit boek gaat niet over mijn slechte jeugd, dat wilde ik nou juist niet. Het is geen liefdesverklaring, maar ook geen afrekening met mijn vader.'

Dit boek is een ode aan hem - zo heb ik het gelezen.

'Ik ben milder geworden. Ook omdat ik nu zelf vader ben, heb ik meer bewondering voor hem gekregen. Er was wel een stiefmoeder, maar in principe deed hij het alleen. Ik heb één dochtertje en ik vind dat al veel werk. Hij is na mijn moeders dood met drie kleine kinderen naar Minnesota verhuisd, omdat hij geen zin had in de bemoeienis van tantes en vriendinnen. Hij negeerde alle hulp en ging met ons midden op de prairie wonen, de kleren haalden we bij het Leger des Heils en we kregen hondenvitaminen. Dat is natuurlijk volstrekt maf. Maar in zekere zin ook bewonderenswaardig: hoe heeft hij dat jaar overleefd?'

Als je tien jaar geleden een boek over hem had geschreven, was het dan een heel ander boek geworden?

'Dan was ik gemener geweest. En dat is niet omdat hij nu dood is, maar omdat ik er nu met meer afstand naar kan kijken. De vijf jaar dat ik in Rusland heb gewoond: dat had ik nooit volgehouden als ik niet zo spartaans was opgevoed. Alles hangt met elkaar samen; als je uit een warm en gezellig nest komt, hou je het misschien niet uit in zo'n kutstad als Moskou.'

Ook best een tragische gedachte.

'Natuurlijk. En ik ben ook zeker niet van plan mijn dochtertje Mae eenzelfde soort opvoeding te geven. Ik zat ooit eens met Martin Šimek te eten, en die zei: 'Ik had mijn kinderen ook zo moeten opvoeden als jouw vader, dan waren ze ook zo goed terechtgekomen.' Dat is natuurlijk absurd. Het heeft absoluut iets tragisch.'

In september 2013 werd vastgesteld dat Hugo Brandt Corstius dementeerde, en dat de ziekte al in een vergevorderd stadium was. 'De scheidslijn tussen een rare vader en een demente vader is een dunne. Er gebeurden voor de diagnose al gekke dingen: hij verdween af en toe, hing voortdurend dezelfde verhalen op, wij zagen dat niet als iets bijzonders. Het leek alsof mijn vader het zichzelf na de diagnose toestond om achteruit te gaan. Hij takelde ongelooflijk snel af. Hij had een vorm van dementie die vooral van invloed is op het motorische deel van je brein; elke week viel er iets anders uit. Eerst kon hij niet meer fietsen, toen niet meer lopen, toen niet meer drinken. Hij wilde geen water toegediend krijgen. Een halfjaar na de diagnose is hij overleden. Uiteindelijk ben ik daar blij om - hij hoefde niet naar een verzorgingstehuis. Dat zag ik, voor mijn vader, gewoon echt niet voor me.'

Na die diagnose belandde Jelle Brandt Corstius, zegt hij, in een 'manische periode'. 'Ik voelde de drang om te gaan fietsen, maar ik kon Nederland niet uit, want mijn vader lag op sterven. Maar thuis wilde ik ook niet zijn. Ik was alleen, en dat vond ik niet prettig, dus zocht ik dingen om mijn geest bezig te houden. In de hoek van de kamer staat een gitaar waar ik drie keer op heb gespeeld. Ik ben Spaans gaan leren en tai chi en nog veel meer zweverige dingen waar ik normaal gesproken helemaal niet vatbaar voor zou zijn.'

Dertien letters

Een fragment uit Opperlandse taal- & letterkunde (1981), een boek over bijzondere Nederlandse taalverschijnselen. Het werd geschreven door Battus, een van de vele pseudoniemen van Hugo Brandt Corstius: 'Schrijf de dertien letters van het Nederlandse getal eenennegentig in zeven rijen onder elkaar herhaald op, zo dat in een verticale kolom zeven keer n onder elkaar komt, dan komt in een andere verticale kolom het zevenletterige woord nittien, dat Noors is voor 91. 7 x 13 is trouwens 91.'

Die manische periode stopte vorig jaar. 'Maar eigenlijk zou je mijn hele leven tot aan vorig jaar in zekere zin als manisch kunnen omschrijven. Al dat reizen, dat gedoe, dat kwam ook ergens vandaan - zo had ik tenminste geen tijd om over andere dingen na te denken. Voor het eerst heb ik nu een basis: een vriendin, en niet weer een gestoorde Russische vriendin, een kind, een Skoda, een normaal leven. Ik kan enorm genieten van wekelijkse boodschappen. Ik vind dat zó ontzettend leuk. Dan gaan we naar de Jumbo, met zo'n lijst. Heerlijk.'

Het rouwen om zijn vader gebeurde vooral vóór zijn dood en niet erna, zegt Brandt Corstius. 'Mijn vader overleed vlak voor het Boekenbal. Ik had het Boekenweekessay geschreven en er stond een hele week aan lezingen gepland, die ik allemaal door liet gaan. Mensen zeiden tegen me: wat knap! Soms insinueerden ze dat de dood van mijn vader me niks deed. Ik begon me bijna schuldig te voelen: moet ik huilend op een bank gaan zitten? Rouwen is geen lineair proces, het is niet: vanaf de dood is het verdriet heel groot, daarna wordt het minder en dan is het weg. Er is niks zinnigs te zeggen over rouw.'

Beeld Jelle Brandt Corstius

Heb je tijdens de fietstocht meteen besloten dat het een boek moest worden?

'Nee, ik heb niet eens aantekeningen gemaakt. Als je het boek leest, lijkt het alsof ik tijdens het fietsen enorm heb gefilosofeerd over mijn vader en het leven. Dat wílde ik ook; ik was in de war en greep die tocht aan als manier om mijn gedachten te ordenen. Maar uiteindelijk heb ik tijdens die reis drie keer aan mijn vader gedacht, als het niet minder is. Ik was bezig met klimmen, dalen, zoeken naar een overnachtingsplaats of een godvergeten Frans café dat niet dicht was. Ik viel elke avond uitgeput in slaap. Uiteindelijk is dat misschien juist precies wat ik nodig had - een leeg hoofd.'

Het idee voor het boek ontstond vorig najaar, toen Das Magazin, de nieuwe uitgever, hem vroeg iets te schrijven. 'Dit was een overzichtelijk project: die reis, en het gaf me de aanleiding om over mijn vader te schrijven. Elke dag fietste ik een stuk. Daarna dwong ik mezelf drieduizend woorden te schrijven.'

Die fietstochtjes met je vader duurden nooit langer dan twee dagen.

'Dat was het maximum. Daarna ging ik me ergeren. Ik heb ook geen spijt dat ik niet meer tijd met hem heb doorgebracht, want dat had alleen meer irritatie opgeleverd. Tijdens het fietsen gingen we het best met elkaar om. Dan was hij ontspannen, iets wat verder nauwelijks voorkwam. Zelfs als hij de krant las, voor de meeste mensen toch een redelijk ontspannende activiteit, zat hij constant met zijn mond te trekken.

Tijdens een vakantie op Curaçao, die hij had betaald van het geld dat hij won met de P.C.Hooftprijs, gingen we snorkelen. Maar mijn vader kon dat helemaal niet. Hij beet zo hard op die snorkel dat hij niet kon ademen, dus dat ging voor geen meter. Het is me een raadsel waarom hij op reis ging. Misschien toch voor ons, want voor zichzelf deed hij het in elk geval niet.'

Beeld Jelle Brandt Corstius

Is dit boek ook een poging meer van hem te begrijpen?

'Ik denk niet dat dat kan. Een voorbeeld: een paar jaar geleden liepen we samen over het strand bij Petten, toen ik een politieagent zag, gebogen over een dood lichaam. Ik riep tegen mijn vader: een lijk! Ik schrok, zoals iedereen zou schrikken, maar mijn vader reageerde niet op wat ik zei en wees naar de dijk, waar iemand overheen fietste. Dat vond hij er grappig uitzien. Ik voelde me eenzaam: hij zou mijn universum nooit betreden, en ik dat van hem ook niet.

'Het is alsof ik ben opgevoed door een stripfiguur. Stripfiguren zijn origineel, grappig en hartstikke leuk, maar op een bepaalde manier niet echt.'

Zie je hem zo, als onecht?

'Hoe zou ik hem anders moeten zien?'

Hij is toch ook een mens geweest, met gevoelens?

'Nou, dat vind ik nogal een boude uitspraak. Als ik naar die foto kijk, daar aan de muur, waar ik bij hem op schoot zit en op mijn eerste verjaardag het kaarsje op de taart uitblaas, dan denk ik: ja, hij had gevoelens. Maar die uitte hij dan wel op een hele bijzondere manier.'

Wat had hij van dit boek gezegd?

'Niks, denk ik. Hij heeft nooit iets gezegd over iets wat ik heb gemaakt. En ik heb er ook niet naar gevraagd, want dan had ik het risico gelopen dat hij had gezegd: ik heb het niet gelezen of gezien. Door niets te vragen kon ik tenminste niet teleurgesteld worden.'

Was hij trots op je?

'Dat heb ik van anderen wel gehoord, maar dat heeft hij me nooit zelf gezegd.'

Wat heb je van je vader geleerd?

'Ik heb geleerd van zijn onafhankelijke geest. Als je denkt dat iets een goed idee is, moet je dat idee uitvoeren en je niets aantrekken van anderen. Daarom begrijp ik recensies ook niet - wat kan mij het schelen wat één persoon van het boek vindt? Ik lees ook liever geen boeken die iedereen al heeft gelezen, zoals Bonita Avenue. Daar heb ik dan gewoon geen zin meer in. Je moet niet iets doen wat iedereen al doet.'

Je noemt hem een stripfiguur, maar schrijft in je boek ook dat je veel van hem hebt gehouden.

'Het kan samengaan. Als persoon vond ik hem bijzonder, maar hij was geen goede vader. Ik had het gevoel dat hij niet gekwetst kon worden. Hij heeft nooit gezegd dat hij iets jammer vond, dat hij teleurgesteld was in iets of iemand, dat hij ergens onzeker of verdrietig over was. Nooit.'

Toonde hij nooit emotie?

'Nee, behalve bij dieren. Maar ja, dieren kunnen niet terugpraten. Tijdens het fietsen moesten we vaak stoppen als er een koe in de wei stond die hij interessant vond, en dat was dan ook altijd één bepaalde koe. En mieren, daar was hij gek van. Hij at ook geen vlees, al zat daar volgens hemzelf geen reden achter. Het is veel fascinerender om te zeggen dat je vegetariër bent zonder reden, dan omdat je het zielig vindt voor dieren.

'Ik heb mijn vader nooit volledig begrepen en ik denk dat niemand hem ooit volledig heeft begrepen. Ik zal nooit weten of hij niet toch schrok van dat aangespoelde lijk, of hoe verdrietig hij was toen mijn moeder overleed. Dat geeft niet. Ik heb er alles uitgehaald wat erin zat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden