Mijn vader waarschuwt me soms: Francine, je grenzen!

Architect Francine Houben (55) had slechte ervaringen met het Nationaal Historisch Museum. Maar ze is nu met heel andere dingen bezig....

Kobaltblauw is het tapijt in de vergaderruimte, de kapel van het gewezen Diakonessenziekenhuis in Delft. Kobaltblauw zijn de sokkels waarop maquettes van haar ontwerpen staan. Kobaltblauw? ‘Houben-blauw noemen we het.’ Het zit in haar projecten, zoals de bibliotheek van de Technische Universiteit Delft en de Kapel Heilige Maria der Engelen in Rotterdam. ‘Het is uitgesproken. Het leent zich voor mooie contrasten.’

Met een mini-laptop onder de arm maakt ze haar entree, Aan tafel houdt ze twee smartphones onder handbereik. De wereld is tegenwoordig het werkterrein van Francine Houben (55), directeur van Mecanoo architecten, het bureau dat ze in 1984 met vier medestudenten oprichtte. Ze ontwierp recent onder meer de nieuwe bibliotheek in Birmingham en het Wei-Wu-Ying Center for Performing Arts in Kaohsiung, Taiwan. Vorige maand opende in Lleida, Spanje, het theater en congrescentrum La Llotja van haar hand; de koning en koningin van Spanje waren erbij. Nederland kent haar van de Montevideo-toren, de woonwijken Prinsenland en Nieuw-Terbregge in Rotterdam, het Bijlmerpark, het Openluchtmuseum in Arnhem, theaters in Haarlem, Doetinchem en Amsterdam.

Maar het zijn nu toch weer even de dagen van het Nationaal Historisch Museum in Arnhem, waarvoor zij in 2007 de canontoren bij het Openluchtmuseum bedacht en daarmee Randstedelijke concurrentie aftroefde, maar die er zoals de kaarten nu liggen toch niet gaat komen.

‘Ik heb er afstand van genomen. Ik heb er nog wel een Google-alert op staan, maar op de voet volgen, nee. Ik ben andere dingen aan het doen.’

U zou er nog voor kunnen vechten.

‘Tegen wie dan? De directie wil het niet. Die heeft er nooit naar gekeken, die heeft het direct opzij geschoven. Ik geloof niet dat het ministerie van OC & W het ooit heeft gewild. De Tweede Kamer, de officiële volksvertegenwoordiging, wilde het wel. Er spelen krachten waar ik geen zicht op heb. Je kunt je niet voorstellen dat het zo gegaan is. Het is eh’

Onfatsoenlijk?

‘Ja. Onzorgvuldig, ook. Het is publiek geld. Daar moet je verantwoording over afleggen. Nu ligt er ineens weer een plan met het dubbele aan vloeroppervlakte. Hoe kan dat toch? Wie heeft hier de leiding?, denk ik dan. Ik kijk met verbazing toe.’

U heeft het nog niet helemaal losgelaten.

‘Ik ga er niet gefrustreerd over doen, maar het was een goed concept. We hebben destijds de agenda’s schoongeveegd en zijn met Jan Vaessen van het Openluchtmuseum voor een klein bedrag keihard en liefdevol aan de slag gegaan. Dit was een van de mooiste plannen die we ooit hebben gemaakt. Volledig bedacht vanuit de bezoekers. Dit project was voor de schoolbussen, de personeelsuitjes, de gezinnen. Dit was niet voor de culturele elite. Hoe daar dan mee wordt omgegaan, kwetst me in mijn beroepseer. Snap je dat? Ik stel vast dat de directie nu van alles aan branding doet. Concerten, een automatiek in Amsterdam. Mijn ontwerp was in één seconde het beeldmerk. Nog altijd denkt de buitenwacht dat het over dat plan gaat. Het gaat helemaal niet meer over mijn plan.’

Boosheid stimuleert u, las ik.

‘Ik haal er inspiratie uit. Ik moet iets doen wat zin heeft. Zomaar een kop en schoteltje bedenken lukt me niet. Je kunt bij mij bijna jaarringen ontwaren. Toen ik begon, was ik kwaad over hoe het eraan toeging in de sociale woningbouw. Daarna ergerde ik me aan de invulling van de openbare ruimte. Scholen volgden, universiteiten en bibliotheken. De buitenwijken konden beter. Ik heb me ingezet voor de esthetiek van de mobiliteit; tegen die afschuwelijke bedrijfsterreinen en lelijke geluidsschermen langs de snelweg. Je kunt het bevlogenheid noemen, ja. Het houdt nooit op. Ik kan er wakker van liggen. Mijn vader waarschuwt dan wel eens: Francine, je grenzen!’

Maar leidt het ook tot iets? Het wemelt nog van de lelijkheid langs de weg.

‘Het duurt minstens tien jaar voor je resultaat ziet. Het staat nu op de agenda bij bestuurders en het publiek. De bewustwording is er. Maar ik ben ermee gestopt in 2005. Ik wilde niet alleen de missionaris van de mobiliteit worden.’

In welke jaarring zit u nu?

‘Publieke gebouwen, denk ik. Dat heeft veel met Birmingham te maken, een geweldig inspirerende stad, een second city, net als Rotterdam, wars van arrogantie. Dat project heeft mij er het meest bewust van gemaakt wat een publiek gebouw eigenlijk is. Het heet daar Het Gebouw van 193 Miljoen Pond. Ik vond dat raar. Waarom niet: de nieuwe bibliotheek van Birmingham, of de Mecanoo-bibliotheek? Is het soms bedoeld als waarschuwing – denk erom dat je binnen het budget blijft? Ik heb het nagevraagd. Het blijkt trots. Trots! Dat je zo’n bedrag investeert in je eigen mensen, in hun ontwikkeling. Dat heb ik in Nederland eigenlijk nooit zo ervaren.’

Verklaart uw bevlogenheid het succes van Mecanoo?

‘We hebben altijd maatschappelijke betrokkenheid getoond. We hebben visies op ontwikkelingen in de samenleving. Maar ook telt dat we geven en nemen in het overleg met de opdrachtgever en de aannemer. Je moet zorgen dat een plan veel vaders en moeders heeft. Samen zoeken naar oplossingen. Al zijn er collega’s die er anders over denken, maar geloof me: architectuur is geen autonome kunst.’

Het oeuvre van uw bureau is breed, er zijn nu negentig medewerkers. Bent u zelf nog wel herkenbaar als architect?

‘Het is niet zozeer Houben. Het is Mecanoo. Ik vergelijk mijn bureau altijd met een symfonieorkest. Het is geen solistisch werk. Het gaat over constructie, akoestiek, licht, materiaal. De filosofie van het bureau ligt vast in statements. Liefde voor de natuur, verantwoordelijkheid voor duurzaamheid, samenwerking als uitdaging. Mecanoo is een kweekvijver van talent, uit alle windstreken.

‘Het is een misverstand om te denken dat het altijd begint met een schetsje van mijn hand. Ik zet een gedachtelijn uit. Bij het Nationaal Historisch was dat bijvoorbeeld het idee dat je alleen terug kon kijken in de geschiedenis en niet vooruit. In Lleida is het heet in de zomer en regenachtig in de winter, ik wilde beschutting bieden, dan leidt dat tot grote overstekken. In Birmingham is de industriële revolutie begonnen, er is nog veel van dat vakmanschap terug te vinden. De bibliotheek zal dat weerspiegelen, de gevel krijgt sierlijke metalen cirkels. Er is een prachtige collectie van Shakespeare, die komt helemaal bovenin, in een goudkleurige bonbondoos. Dan beeld ik me in dat ik als kind aan de hand van mijn vader loop en omhoog kijk, vol verlangen daar ooit heen te mogen. Maar als je kenmerken wilt: het is humaan, tactiel, zintuiglijk, verhalend, goed gedetailleerd, met altijd een lokale identiteit. Wat ik voor Delft maak, kan niet in Taiwan of Spanje.’

Is het vrouwelijk?

‘Tot mijn 50ste wilde ik het daar nooit over hebben. Beoordeel me als architect, eiste ik. Maar nu durf ik het best te zeggen: ja, het is vrouwelijk. Soms glooiende, zachte lijnen. Het is uiteindelijk ook persoonlijk. Zeker als je intuïtief werkt. In Lleida dineerde ik vaak met de opdrachtgever. De stad is omgeven door fruitboomgaarden, er zit veel fruit in de gerechten. Dat bracht me op het idee fruitbomen als thema in het interieur te gebruiken. Het zit in de kleurstelling van de wanden, in de belichting van de zaal, met gestileerde bomen op de wanden en blaadjes in het plafond.’

In beschouwingen wordt uw werk steeds monumentaler genoemd, u zet iconen neer. U was toch nooit zo van het grote gebaar?

‘Maar de analyse klopt wel. Ik begon met woningbouw, maar ik word nu ook expliciet gevraagd iets monumentaals te ontwerpen. Een theater, een kapel, een cultureel complex. Ik heb er nu ook de tools voor. Ik weet gewoon veel meer dan toen ik 25 was.’

Dan komt al snel het verwijt dat de vorm boven de functie gaat.

‘Ik vind dat een ouderwetse discussie. Een cliché. Je ziet wel dat er veel architecten zijn die een bepaalde vormentaal als branding gebruiken. Richard Meier, Zaha Hadid, Ben van Berkel. Excellente architecten, zeker, maar ik doe het anders. Voor zo’n bibliotheek in Birmingham ben ik haast bezig alsof het mijn eigen huis is. In gedachten loop ik er dagelijks doorheen. Klopt alles?’

U bent nog de enige partner. De anderen zijn weg bij het bureau. Wat zegt dat?

‘We zijn in 1980 begonnen in mijn slaapkamer, in een studentenhuis hier achter. Met z’n drieën waren we aan het tekenen, later zijn er twee bij gekomen. Vol enthousiasme gingen we aan de slag. Het was crisistijd, we wisten niet eens dat er crisis was. We wonnen een project voor jongerenhuisvesting aan het Kruisplein in Rotterdam. Ik geloof dat we toen 2,75 gulden per uur verdienden. We moesten ineens een organisatie hebben. We hebben toen iedereen maar directeur gemaakt. Ik was 25, de oudste van het stel. Het was vriendschap, zeker, maar het is ook logisch dat je later in het leven uit elkaar groeit en dat iedereen zijn eigen weg zoekt. Zelf heb ik nooit overwogen op te stappen. Ik wás Mecanoo.’

Hoe moeilijk was het toen Erick van Egeraat vertrok, als mede-directeur én als de vader van uw kinderen?

‘Zwaar. Heel zwaar. Ik was de gelukkigste vrouw ter wereld. Ik woonde in een nieuw, zelf ontworpen huis, had een geweldig bureau, een dochter en een tweeling, een jongen en een meisje. Wat kun je je nog meer wensen? Ik zag het niet aankomen. We zaten diep in de schulden, de kinderen waren 2 en 0, dat is klein, hoor. Ik kreeg de ene longontsteking na de andere; verdriet slaat bij mij onmiddellijk op de longen. En tegenover de buitenwereld maar volhouden dat het goed met je ging. Die vond mijn positie toch al een beetje raar: toen ik mijn studie begon, was 10 tot 15 procent vrouw, weinigen haalden de eindstreep, architect werden er nog minder, een eigen bureau was helemáál ondenkbaar. Maar ik heb altijd de overtuiging gehad dat ik eruit zou komen. Ik vind dat je je talenten moet gebruiken. Het is die oergedrevenheid. Achteraf gezien is het goed dat het zo gegaan is. Het was een bevrijding voor alle partijen. En het vormt je wel.’

Wat leerde het u?

‘Hoe groter de stress, hoe rustiger ik word. Heel analytisch ben ik dan. Voeten in de klei. Hoe lossen we dit op?’

Was het een bewuste stap om de grens over te gaan?

‘We werden bekender, er kwamen uitnodigingen uit andere landen. In competities werden we vaak tweede of derde, tussen de groten der aarde. Het was trainen, zei ik maar. Niet iedereen in het bureau voelde ervoor. Pas toen ik in m’n eentje de leiding had, kwam er helderheid en ben ik het gaan organiseren. Ik zal ook niet ontkennen dat ik ambitieus ben.’

U etaleert weleens publiekelijk uw ongenoegen als u buiten de boot valt. Bent u een slecht verliezer?

‘Nee. Soms denk ik echt: de ander was beter. Maar ik kan niet tegen oneerlijkheid. Als de opdracht voor het Stadskantoor in Rotterdam is dat je binnen het budget moet blijven en de keus valt op Rem Koolhaas die nadrukkelijk niet binnen het budget blijft, dan zeg ik dat. Onbegrijpelijk dat we in kort geding geen gelijk hebben gekregen.’

Is het een glamoureus bestaan, dat van een internationaal architect?

‘Je kunt het ervan maken, maar ik kies ervoor dat niet zo in te vullen. Ik wil de stad voelen, de mensen observeren, het klimaat proeven. Ik denk dat ik dat heb overgehouden aan mijn jeugd. Mijn vader was jurist bij de Staatsmijnen, later bij de Gasunie. Ik ben twaalf keer verhuisd, van Zuid-Limburg naar Den Haag, van Den Haag naar Groningen. Ik vond het altijd heerlijk. Het leverde me aanpassings- en observatievermogen op.

‘ In de stad waar ik ontwerp, wil ik dingen doen die je doet als je er woont. Meelopen met de massa in Birmingham. Met z’n allen in Taiwan naar de voetmassage. Maar als je er bent, ben je ook de grote Francine Houben. Ik heb met de president van Taiwan te maken, of met de minister van Cultuur, of met vele burgemeesters. Je opereert op dat niveau. Dat kan ik ook.’

Een van de telefoons gaat. De achterkant is blauw. Bijna verontschuldigend: ‘Op Schiphol gekocht. Nee, het is niet ons handelsmerk. In het theater in Taiwan komt bijvoorbeeld veel goudgeel. Ik zat te eten in een Taiwanees restaurant en zag servetten in die kleuren. Toen wist ik het: zo wil ik het hebben.’

Voor de stoelen?

‘Ja. Eh... Zevenduizend stoelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden