' Mijn vader is niet zomaar van de aardbodem verdwenen'

Elisabeth de Bus-Brugmans (61) verloor haar ouders tijdens de Japanse bezetting van Indonesië. Jarenlang heeft ze geknokt voor het knil-salaris van haar vader en daarmee voor het bestaansrecht van haar ouders....

'Toen ik hand in hand met mijn broer over de loopplank van het schip naar de wal liep, schoot mijn sandaal uit en viel in het water. Voor mij is dat hét symbool van mijn verlies. Die dag, 14 februari 1946, zette ik voor het eerst voet op Hollandse bodem en daarmee liet ik definitief mijn ouders achter aan de andere kant van de wereld.

'Mijn moeder stierf aan uitputting in een jappenkamp op Java. Mijn vader was een van de 5620 krijgsgevangenen die op 18 september 1944 omkwamen toen de Britten het schip Junyo Maru torpedeerden. Twee weken geleden heeft de Nederlandse marine deze scheepsramp, een van de grootste ooit, herdacht. Voor het eerst, na 56 jaar. Via een reisbureau kon ik een lintje laten bezorgen als eerbetoon aan mijn vader. Vond ik wat laat. Ik heb er allang voor gezorgd dat hij als mens heeft bestaan.

'Mijn vader was als knil-soldaat gestationeerd in Tjimahi, op Java. Mijn geboorteplaats. Ik was vier toen hij door de Japanners krijgsgevangen is gemaakt, te jong om me hem te herinneren. Het beeld van mijn moeder is vaag en stamt uit de laatste kampperiode in Semarang op midden-Java. Ze kamt mijn haar op mijn zevende verjaardag, in juli 1945. Snel daarna kreeg ik, net als zij, een ernstige vorm van hongeroedeem waardoor de meeste gebeurtenissen aan me voorbij zijn gegaan. Behalve haar afscheid. Iemand had me bij haar gebracht. Zij legde haar hand in de mijne. 'Dag vrouwtje', zei ze. Dat het haar laatste woorden waren, besefte ik pas nadat een nonnetje later die dag vertelde dat mijn mama bij onze lieve heer was gaan wonen. Die klap bracht me in een soort vacuum.

'In Nederland werd ik ondergebracht bij de zus van mijn vader en op dat moment ging er een deken over Indië. Ik werd geacht het verleden snel te vergeten, door te gaan met leven. Dat lukte. Hoewel ik veel last had van migraine was ik ogenschijnlijk gelukkig. Ik had een sterke band met mijn pleegouders, was goed op school, verdiende vervolgens de kost met schoonmaken en op mijn twintigste werd ik verliefd op mijn huidige man. Maar toen ik een jaar later trouwde en op eigen benen kwam te staan, begonnen de problemen.

'Ik voelde me opgesloten, ging hyperventileren, vloog ineens de straat op. Die paniekaanvallen werden heviger na de geboorte van mijn twee kinderen. Ik kwam in aanraking met verschillende hulpverleners, maar niemand die vroeg naar mijn verleden. Zelf kon ik de oorzaak van die paniek ook niet thuisbrengen. Ik werd overspannen verklaard. Pas op de begrafenis van mijn pleegmoeder, vijftien jaar geleden, drong tot me door dat ik voor de tweede keer afscheid nam van een moeder. Indië kwam boven. De nachtmerries begonnen.

'Ik was terug in het kamp. Her beleefde de honger, de angst. Zag de vrouw die voor straf een hele dag met haar gezicht moest meedraaien met de hete zon, de barak waar mijn moeder lag dood te gaan. De vragen rezen. Waar was haar lichaam gebleven? Hoe was mijn vader gestorven? Wat is er gebeurd in mijn jeugd? Mijn vier jaar oudere broer wilde niet praten over het verleden. Maar ik kon niet verder zonder dat ik de puzzelstukken van mijn leven bijeen had geraapt.

'Wie kent mijn ouders? De oproep in een Indisch tijdschrift leverde talloze reacties op. Zo ontdekte ik dat mijn vader op de zeebodem ligt tussen Batavia en Sumatra, en dat mijn moeder is begraven op een ereveld in Semarang. De stichting Oorlogsgraven stuurde een foto van haar graf. En ik kwam in contact met een boezemvriendin van mijn ouders. Zij had ook in Tjimahi gewoond en bezat zelfs een foto waar ik met mijn vader en moeder op sta! Mijn wereld draaide om. Ieder stukje bewijs van de bestaansgeschiedenis van mijn ouders bevrijdde me voor een deel uit de vacuumverpakking. Ik werd een steeds completer mens.

'Via de vereniging Kinderen Japanse Bezetting Beziap (kjbb) ontmoette ik lotgenoten. Het gaf me een gevoel van thuiskomen. Alsof ik familieleden had gevonden. Dat was de reden om samen met twee andere wezen in 1988 - onder de paraplu van de kjbb - de Werkgroep Indische Oorlogswezen op te richten, waarvan ik secretaris werd. Het doel van deze werkgroep was het ontmoeten van lotgenoten, maar daar bleef het niet bij. Uit naam van de honderd wezen die we via de media hadden ge traceerd, ging ik me inzetten voor het erfrecht van onze ouders.

'De Indische geïnterneerden van het knil hebben in 1981 van de Neder landse staat een uitkering van 7500 gulden gekregen, een afgekocht salaris. Wanneer de knil-militair niet meer leefde, ging dat geld naar de weduwe. Wij, oorlogswezen, vonden het logisch dat als zijn vrouw ook was gestorven in de oorlog, wij aanspraak konden maken op dat bedrag. Dat was niet zo.

'Een financiële vergoeding van de overheid is een erkenning van het bestaan van mijn vader, mijn ouders, van wie ik en mijn kinderen niets tastbaars bezitten, behalve die ene foto. En dan is er nog het graf van mijn moeder. Nu ga ik nooit meer terug naar Indonesië, maar er zijn wezen die wel op grafbezoek willen maar daar geen geld voor hebben of juist het geld van hun vader daaraan willen besteden.

'Na vier jaar van correspondentie met Binnenlandse Zaken mocht ik dit verhaal persoonlijk uitleggen aan minister Dales. Zij begreep de situatie. Al wilde ze niet de wetswijziging doorvoeren die noodzakelijk was om mijn verzoek te honoreren, ze zou proberen op een andere manier de vergoeding voor de honderd getraceerde wezen te regelen.

'Tranen liepen over mijn wangen toen ik in 1994 op Binnenlandse Zaken werd gefeliciteerd. Het recht van mijn vader had gezegevierd. De wezen kregen een eenmalige uitkering van in totaal 750 duizend gulden. Daarmee had minister Dales, die inmiddels was overleden, vermoedelijk een precedent willen scheppen. Als ze de honderd wezen 7500 gulden zou uitkeren, dan zouden de vooralsnog onvindbare Indische oor logswezen vervolgens ook bij het ministerie kunnen aankloppen.

'Het liep anders dan zij en wij voor ogen hadden. Het ministerie stortte het geld op rekening van de kjbb en deze eiste de zeggenschap over dat geld op. Ze wilde het besteden aan collectieve doelen. Samen met vijftig wezen heb ik een juridische procedure aangespannen tegen de kjbb, ook de overheid raakte betrokken bij de rechtszaak.

'Beide wisten dat Dales het geld had bedoeld voor de honderd wezen. Dat bleek overduidelijk uit de omvang van het bedrag. Ik heb nog een getuigenis afgelegd voor de Hoge Raad over mijn gesprek met minister Dales, maar we hebben de zaak verloren omdat de overheidsbeschikking - om een wetsverandering te omzeilen - het doel van de gift openliet. De kjbb kon met het geld doen wat ze wilde.

'Intussen hadden de overige zeshonderd Indische oorlogswezen zich gemeld en heeft de kjbb op aandringen van het ministerie alle zevenhonderd wezen 1050 gulden uitbetaald. Een bitter resultaat van zeven jaar strijd, als je weet dat de juridische kosten voor mij, net als voor de andere 49 wezen, 1500 gulden bedroegen. Maar ik was vooral teleurgesteld over het feit dat ik was belazerd door mijn eigen mensen, waardoor ik besloot mijn functie als secretaris van de werkgroep op te zeggen. Tegelijkertijd was die teleurstelling ergens goed voor. Ik kon daardoor de stap maken het verleden te laten rusten.

'Ik geloof niet in toeval. Ik weet niet waarom ik en mijn ouders die oorlog moesten meemaken, en mijn verleden heeft een groot verdriet aangericht, waardoor ook mijn man en kinderen zijn getekend. Toch beschouw ik mijn geschiedenis als een levensles. Ik heb altijd gevoeld dat ik er iets mee moest doen en ik ben ontzettend blij dat ik de kracht had om te doen wat ik heb gedaan. Het was soms een mars door de hel, maar die heeft geleid tot verrijkende ontmoetingen en tot de erkenning van mijn vaders bestaan. Al heeft hij zijn geld niet gehad, de naam Brugmans is gevallen op Binnen land se Zaken. Hij is niet zomaar van de aardbodem verdwenen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden