Mijn tong is niet mijn beste vriend

Fiona Tan noemt zichzelf 'vreemdeling van beroep' - geboren in Indonesië, op haar tweede verhuisd naar Australie, en later naar Duitsland en Nederland....

DE NEUS van Fiona Tan is te groot voor een Chinees. Bovendien telt haar gezicht talloze sproeten. Daarmee kan ze de onbekende familieleden die hun bakermat trouw zijn gebleven nooit misleiden.

Het merendeel van haar naamgenoten woont in Shan Hou, letterlijk: 'Achter de Berg', in de binnenlanden van China. Daar staat een vierhonderd jaar oude tempel, gewijd aan de Tans. Iedereen in Shan Hou heet Tan, maar Fiona lijkt niet op hen en heeft trouwens ook een tolk nodig om zich verstaanbaar te maken.

De ontvangst in dit oord van verre voorouders, vastgelegd in de documentaire Dat u in interessante tijden moge leven, is het hoogtepunt van haar zoektocht naar het wezen van Chinezen in den vreemde: mensen zoals zij. Tan is het kind van een Chinees-Indonesische vader en een Schots-Australische moeder.

In Shan Hou wordt ze als verloren dochter omarmd. Wijze mannen openen een imposant boek en leggen hun stamboom uit - eeuwen in karakters geschilderd. Tan, die de tekens niet kan lezen, beseft eens te meer dat 'Achter de Berg' haar thuis niet ligt, zomin als op de Noordpool.

'Mijn identiteit is een paradox. Voor mij staat nu vast dat cultuur altijd tegelijk een paleis is, en een gevangenis', zegt ze tot slot van de VPRO-reportage. Dat u in interessante tijden moge leven werd in 1997 bekroond als beste debuut op het Nederlands Filmfestival. Deze weken toont Tan haar omzwervingen bij De Begane Grond in Utrecht, op de solo-expositie Elsewhere is a Negative Mirror: een overzicht van haar film- en video-installaties.

De kunstenares, tien jaar geleden neergestreken in Amsterdam, noemt zichzelf een 'vreemdeling van beroep'. Ze werd in 1966 geboren in Indonesië en verhuisde op haar tweede naar Australië, blijkens de film omdat het gezin gevaar liep. 'Maar ik weet niet of ik dat wel mag vertellen', stamelt haar moeder. Ze verwijst naar haar man, die zich afzijdig houdt. En niet alleen voor de camera, vertelt Tan. 'Er was veel waar ik als kind naar moest raden. Mijn vader spreekt in understatements. Hij hield het erop dat het indertijd een beetje onrustig was in Indonesië.'

Intussen ging Soeharto's staatsgreep gepaard met moordpartijen onder de communisten, speciaal de 'verdachte' Chinezen. Tan portretteerde deze 'gele joden': oom Thjan, die in 1965 voor twaalf jaar tot politieke gevangene werd veroordeeld; oom An en tante Roos, die hun achternaam veranderden om als échte Indonesiërs op Java voort te kunnen gaan; en een tante die naar Duitsland uitweek. Dat u in interessante tijden moge leven is een wrange titel. 'Onder Chinezen geen wens,' preciseert Tan, 'maar een vervloeking.'

Bij de recente strijd in Indonesië werd een familiefabriek platgebrand. 'Verder gaat het goed: zij bleven ongedeerd. Ik volg hen op afstand. Meer kan ik niet doen. Mijn film was een poging uit te vinden wie ik ben, opgegroeid in Australië, maar een Chinese, volgens mijn vaders traditie. Daar was voor mij de idylle aan verbonden van een nobele, oude beschaving, waar ik graag in wilde delen. Dat ideaalbeeld loste op bij het najagen ervan. Nu heb ik er vrede mee dat ik ergens en nergens opga tussen oost en west. Het niemandsland heeft zijn voordelen.'

Tan ontleende het motto van haar expositie Elsewhere is a Negative Mirror aan het boek Onzichtbare steden van de Italiaanse schrijver Italo Calvino. Ze las het in het Engels, haar moedertaal, die ze op haar achttiende verruilde voor het Duits, toen ze in haar eentje naar Hamburg emigreerde, en daarna voor het Nederlands, toen ze in Amsterdam naar de Rietveld- en de Rijksacademie ging. Elsewhere is a Negative Mirror is een positieve reflectie, vindt Tan, die van paradoxen houdt.

'Elders zie je wat je zelf niet hebt en bent. Dat is een verrijking: het besef dat de wereld altijd groter is. Vermoedelijk ben ik daarom verslaafd aan reizen. Het scherpt mijn zinnen. Eerst bracht de wisseling van talen me van mijn stuk. Ik kon niet meer kiezen of ik in het Engels, Duits of Nederlands moest nadenken. Nog is mijn tong niet mijn beste vriend, maar ik kreeg mijn gedachten voldoende onder controle. De wankele balans tussen de ratio en het onderbewuste is me eigen. Denken zonder woorden gaat niet, maar wij denken ook in beelden.'

Tan vangt ze, die beelden, die vluchtiger zijn dan 'het huis van de taal'. Ze diept ze op, uit het geheugen van de wereld, of haar eigen herinnering. 'Film is een mooi medium om ze vast te houden.' Ze heeft het kunstcentrum ingericht als een dwaalzolder, waar in schemerlicht het verleden herleeft. 'De expositie is als een film waarvan je de scènes, de diverse installaties, in een lineaire of kruiselingse volgorde kunt zien.' Tan monteert haar beelden in de ruimte en regisseert het publiek. Ze voert het mee door de tijd.

Bij binnenkomst lacht Het Kalendermeisje (1993) de vergankelijkheid weg. Tan projecteert een vergeelde jaargang op de muur. Met de keurig in kaart gebrachte maanden verspringt de daarbij geplakte foto van een blondstralend kind, in twaalf momentopnamen uit eenzelfde rij. Ze gaan op in een korte film die de beweging van de data weerspreekt. Het jaar verstrijkt, maar Het Kalendermeisje blijft eeuwig jong.

In de zaal ernaast krijgt ze gezelschap van bosjesmannen, nomaden en indianen, die Tan uit de archieven van het Tropeninstituut en Filmmuseum heeft gelicht. Natuurvolkeren uit alle windstreken, en onze koloniale geschiedenis, komen bijeen in haar Thin Cities (work in progress). Naast dappere krijgers verschijnen moeders met baby's op de arm, peuters aan hun rok. De kinderen stoeien of stribbelen tegen; de volwassenen kijken recht in de camera, argwanend of welwillend, soms zelfs draaiend om hun as.

'De beelden hadden een encyclopedische functie, maar het rare is: ze gaan voorbij aan de culturele diversiteit. In Suriname, India of Indonesië is de benadering telkens dezelfde. Uitleg blijft achterwege. De mensen poseren als voor een portretfotograaf. Je kunt je afvragen: wie kijkt naar wie? De verschijning van westerlingen met zware camera's moet in hun ogen iets zijn geweest om zich aan te vergapen.'

Documentaire opnamen bevallen Tan beter dan sensationele beelden uit speelfilms. 'Het leven is rijker dan een willekeurige Hollywood-fantasie. Dit hele vroege materiaal van voor 1920 heeft nog het onbeholpene van de eerste keer. De esthetische waarde was geen doel, maar een toegift. Er werd gebouwd aan een wereldarchief, vol vertrouwen in het derde oog: de camera die de wereld direct bij ons thuis brengt, zonder geraffineerde trucs of montages.

'Nu denken we misschien dat we daar dwars doorheen kijken, maar reizen nog steeds de aarde af met het idee dat we haar overzien. Die macht van het beeld is eerder dan het verleden mijn onderwerp. De geschiedenis dringt zich op, omdat zij er bij uitstek door wordt gekleurd. Wij zien de wereld door beelden. Ons verleden is een transparante constructie, in sepia en zwartwit, en pas sinds kort zo bont als de regenboog.'

Tussen de boeken en knipsels uit haar eigen verzameling, waarmee Tan in Utrecht een stemmige studeerkamer inrichtte, hangt een citaat van Umberto Eco: 'Ik ben ervan overtuigd dat creativiteit niet is gelegen in het vinden van nieuw materiaal, maar in herschikking van het bestaande.'

Tan weet het zo te schikken dat ze met de door haar opgediepte beelden tegelijk het verleden eert en een voorschot op de toekomst neemt. 'Mij trekt het idee dat het leven een vertelling is. Ik herhaal in gedachten mijn favoriete scènes', schrijft ze in de tussentitels van de sprakeloze liefdesfilm Linnaeus' Flower Clock (1998). Ze maakte dit verdichtsel van klassieke en hoogstpersoonlijke scènes toen de hartstocht pas was ontvlamd en ze zich afvroeg hoe zij en haar minnaar zich hun passie over dertig jaar zouden herinneren.

E N ZE vult het geheugen alvast met bloemen: op het ritme van de Ster van Bethlehem, die haar bladeren om elf uur 's ochtends ontvouwt, de Passiebloem, die een uur later ontwaakt, en de Witte Waterlelie, die haar kelk om vijf uur 's middags sluit. Onderwijl spatten sepia-kleurige klaprozen open en verglijden de paradijselijke beelden die Tan en haar man op hun eerste vakantie samen zagen. Ze volgen het spoor van een zeeschildpad, die net haar nest in het zand heeft verlaten en verdwijnt in het water - een oceaan van herinneringen.

'Ik wilde de verliefde gevoelens bewaren, de intensiteit die onherroepelijk van korte duur is, en later alleen in sprankels terugkeert. De Zen-Boeddhisten hebben het vast veel mooier gezegd: dat in ons leven verandering de enige constante is. De schildpad daarentegen is voor Chinezen een symbool van geluk en onsterfelijkheid. Het is een van de oudste dieren uit de evolutie, en hun individuele leeftijd overtreft de onze. In een Australische dierentuin woont nog een door Darwin gevangen exemplaar.'

Tan filmde haar 'boodschapper van het geluk' op een klein eiland aan de kust van Australië: het land van haar moeder, dat ze bij de zoektocht naar haar Chinese oorsprong achter zich had gelaten. 'Zeeschildpadden zijn ook nomaden. Ze zwemmen oceanen over, de hele wereld rond.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden