Mijn toekomst smaakt zwierig en vol

Het ware leven – een roman, zo heet het nieuwe boek van Ilja Leonard Pfeijffer. Deze derde roman én zijn reputatie als virtuoze oproerkraaier waren voor Vrij Nederland vorige week aanleiding een portret van de dichter-schrijver-criticus-polemist te publiceren....

Afgezien van vrienden, (ex-)collega’s en een ex-vriendin komt de kunstenaar hierin ook zelf aan het woord. Over zijn nieuwe roman zegt Pfeijffer onder meer: ‘Mensen beschouwen mijn virtuositeit als harnas en zien slechts de buitenkant. Ik word gezien als een arrogante vlerk die overal een spel van maakt. Na Het ware leven kan niemand dat meer zeggen.’

Het kan niet anders of Pfeijffer is hier ironisch. Het ware leven is één groot, ingenieus, literair spel. Dat hij zichzelf als personage opvoert, betekent niet dat hij nu eens persoonlijk wil worden. Het is helemaal volgens de regels van dat spel. Dat hij zichzelf daarbij lichtelijk belachelijk maakt ook. De langharige dichter met overgewicht slijt zijn dagen in een Leidse kroeg, bestelt het ene na het andere zware Belgische bier bij de roodharige, rijzige en rondkontige serveerster Marinda op wie hij in stilte verliefd is. Hij slaat de andere cafébezoekers gade, schrijft over ze, benijdt ze. Maar kwetsbaar is dit personage niet en ontroerend wordt het nergens.

Niet dat dat erg is. Beginnen aan Het ware leven is alsof je een kermisattractie instapt die tegelijkertijd cakewalk, zweefmolen, achtbaan en de tent van de-vrouw-met-de-baard is. En dat zonder misselijk te worden. Het is een kunstige constructie waarin fictie en werkelijkheid dooreen lopen – als het al niet 2006 was zou je zoiets postmodern noemen.

Bestaande plekken zijn het decor voor de verwikkelingen van fictieve en ‘echte’ figuren. De schrijver aarzelt niet om sprekende paarden en allang overleden personages op te voeren. Tegelijkertijd geeft hij levende tijdgenoten het woord: professor doctor Irene de Jong, hoogleraar Griekse taal- en letterkunde en narratologe, raakt bijna overspannen van Het ware leven omdat het in geen enkel narratologisch model past.

Ook een recensent van NRC Handelsblad vindt zichzelf terug; Pfeijffer vertelt hem en zijn collega’s bij voorbaat wat zij aanstonds over dit boek zullen schrijven.

Het ware leven is opgebouwd uit korte hoofdstukken waarin steeds een ander personage het woord krijgt. Tweede luitenant Ferdinand Boeb schrijft brieven aan zijn verloofde, vanuit een ijzig Wit-Rusland, waar hij en zijn mannen op zoek zijn naar een vijand. Eugenie van Zanten schrijft aan haar autobiografische roman De heuvels van Amalfi, over haar reis naar Italië waar ze op zoek gaat naar haar ware ik. Haar hoofdstukken zijn, vooral in het begin, hilarisch: geschreven in slecht Nederlands, compleet met taalfouten en rare beeldspraken. Ze zijn een parodie op de populaire autobiografische vrouwenromans van deze tijd: ‘‘‘Mijn toekomst smaakt zwierig en vol,’ verzuchtte ik, ‘zoals een meeuw vrij in een roes van vrijheid zijn weg baant in het koele zwerk dat van hem is.’’’

De andere personages becommentariëren de gang van zaken, of hebben genoeg aan hun eigen beslommeringen: de figurant Drinsky uit het leger van Boeb beklaagt zich over de erbarmelijke omstandigheden waarin ze werken, serveerster Marinda bevalt het absoluut niet dat ze in het boek voorkomt, Moretti is een vertegenwoordiger van God zelf en houdt Eugenie nauwlettend in de gaten – op een gegeven ogenblik lezen we zelfs de notulen van een vergadering van de scriptschrijvers van Het ware leven; ze vragen zich af hoe de ontknoping vorm te geven.

Het is een caleidoscoop waarin steeds dezelfde motieven terugkomen. De schrijver heeft zichzelf kennelijk verplicht in elk hoofdstuk een recept te noemen. Die recepten verwijzen naar het boek zelf, want volgens Pfeijffer verlangen lezers naar ‘een boek als recept voor het ware leven’. Een boek dat houvast geeft.

Want ondanks alle keuzevrijheid die deze tijd ons biedt, imiteren we, kiezen we een rol en spelen die zo goed mogelijk: de bohémien-dichter, de tweede luitenant, de recensent, de vrouw van middelbare leeftijd op zoek naar zichzelf. Daardoor zijn we net zo min vrij als romanpersonages, ontsproten aan de fantasie van de schrijver.

De fantasie van Ilja Leonard Pfeijffer is groot, zoveel moge duidelijk zijn. Door de vele grappen en stijlwisselingen blijft je nieuwsgierigheid op peil.

Tot precies halverwege. Dan heb je de truc door en is de rek eruit.

Dan kan de schrijver zich tegen het einde kwaad maken en nog zo hard roepen dat het ware leven géén grap en is dat die misvatting hem woedend maakt, veel hoeven we ons daarvan niet aan te trekken.

Het ware leven is wel degelijk een grap – virtuoos, duizelingwekkend, en de helft te lang.

Wineke de Boer

Ilja Leonard Pfeijffer: Het ware leven – een romanDe Arbeiderspers320 pagina’seuro 19,95ISBN 90 295 6421 0De Arbeiderspers320 pagina’seuro 19,95ISBN 90 295 6421 0

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden