Mijn platenkast staat vol met verkrachters en moordenaars, maar ik blijf de muziek luisteren

Focus niet op foute liedjes maar op het systeem, vindt Esma Linneman

Ook op de playlist van Esma Linneman staan verkrachters en moordenaars. Maar focus je niet op nare mannen of smerige songteksten, stelt zij. Pak het systeem aan.

Foto Bruno Mangyoku

Toen ik de eerste keer Drunk in Love hoorde, tijdens de cooldown van een lesje bodyshape op de sportschool, gebeurde er iets geks in mijn lijf. Die plagerige double-entendres, die baslijn als hartslag: Beyoncé slingerde mij rechtstreeks naar de kern van liefdevolle lust.

Tot halverwege het nummer. Dan begint echtgenoot Jay-Z er opeens doorheen te rappen met de volgende tekst: Baby no I don't play Now eat the cake, Anna Mae Said, Eat the cake, Anna Mae!

Voortdurende geweld

Jay-Z verwijst hier naar een scène uit What's Love Got To Do With It, de biopic over het leven van Tina Turner. In deze scène dwingt Ike Turner zijn vrouw Tina - echte naam, Anna Mae - in bijzijn van de hele band om taart te eten. Zijn ego is gekwetst omdat twee fans niet hem, maar Tina om een handtekening vroegen. Als Tina weigert, duwt Ike de taart in haar betraande gezicht. Jaren later, in een interview met the Daily Beast erkent Ike het voortdurende geweld tegen zijn toenmalige vrouw. 'Yeah, I hit her, but I didn't hit her more than the average guy beats his wife.'

Verdomme Beyoncé, dacht ik. Je bent zo schatplichtig aan Tina Turner. Eén Youtube-filmpje van de Ikettes, en iedereen ziet waar jij je de mosterd vandaan haalt. En nu schept Jay-Z op dat hij net zo'n klootzak is als Ike, in een nummer dat nota bene vrouwelijke seksuele autonomie bezingt.

Ik besloot om voortaan alleen naar de eerste drie minuten van Drunk In Love te luisteren, want die geven me een heerlijk gevoel. Zodra Jay-Z begint te tetteren draai ik de volumeknop om. Een goed getimede fade-out, en voilà: mijn ongemak is verholpen.

Vol verkrachters

Was het maar zo simpel met andere muziek waar ik graag naar luister. Mijn kast staat vol verkrachters en andere geweldsplegers.

Het hele genre rythm& blues, soul en de huidige r&b is doorweven met verhalen over mishandeling en aanranding. Van James Brown tot Bobby Brown tot Chris Brown, de lijst van vrouwonvriendelijke mannen kent geen einde en al die namen vind je terug in mijn muziekcollectie. Evenals de dubieuze liedjes die dat geweld verheerlijken.

En vergis je niet, het geweld is evengoed aanwezig in andere genres. Neem die brave Beatles. Wat te vinden van het nummer Getting better, en de zinsnede: I used to be cruel to my woman/ I beat her and kept her apart from the things that she loved.

Moordenaars

John Lennon gaf in een interview in Playboy toe dat deze tekst volledig autobiografisch was, op één puntje na: als jonge man sloeg hij niet één, maar al zijn vrouwen.

In mijn platenkast houden zich zelfs moordenaars schuil. Zoals Bertrand Cantat, de frontman van Noir Desir, die zijn vriendin in een coma sloeg, waarna ze overleed. Zijn wonderschone Le Vent Nous Portera staat op mijn Spotify-lijstje 'gezellig'. Of Phil Spector, bedenker van The Wall of Sound, het massieve geluid van strijkers, pauken en achtergrondkoren waar artiesten als The Ronettes en The Righteous Brothers tegenop zongen. Spector is een van de invloedrijkste producers uit de geschiedenis van de popmuziek. Hij is tevens veroordeeld voor de moord op actrice Lana Clarkson.

Hiphop - royaal aanwezig in mijn speellijstjes - is het toevluchtsoord voor getalenteerde, gemarginaliseerde mannen. Maar de muzikale bevrijding van de ene groep werd de soundtrack van onderdrukking voor andere groepen: vrouwen en homo's. Sommige muziekcritici waarschuwen voor een eenzijdige nadruk op hiphop als motor van vrouwenhaat. Muzikanten uit alle muziekgenres hebben immers hun bijdrage geleverd aan vrouwenonderdrukking, zowel in woord als in daad.

Een groupie

Zo stak zanger en bassist Sid Vicious van punkband The Sex Pistols vermoedelijk zijn 20-jarige vriendin Nancy Spungen dood in een hotel in New York. Met de kennis van nu is het ontluisterend hoe kil andere muzikanten reageerden op de dood van een groupie, in werkelijkheid een ernstig schizofreen meisje, dat al op haar 15de haar eerste zelfmoordpoging had gedaan en van huis wegliep om zich te prostitueren aan bandleden. Mensen als producent Malcolm McLaren benadrukken in interviews vooral hoe irritant Nancy wel niet was, en hoe onschuldig Sid.

En neem Fleetwood Mac-gitarist en zanger Lindsey Buckingham, die volgens biografieën zijn vriendin Stevie Nicks mishandelde en de volgende vriendin Carol Ann Harris probeerde te wurgen. Led Zeppelin-gitarist Jimmy Page gaf op zijn beurt opdracht om de toen 14-jarige 'baby groupie' Lori Maddox te kidnappen naar een hotelkamer, waar hij haar met de deur op slot 'verleidde'. Of verkrachtte, afhankelijk van het tijdperk waar vanuit je oordeelt.

Machtssystemen

De afgelopen maanden schreven vooral mannelijke journalisten de kranten vol over de vraag hoe we ons moeten verhouden tot gevallen acteur X of masturberende stand-upper Y. Ook V, het cultuurkatern van de Volkskrant, riep deze week de vraag op wat te doen met al die foute kunstenaars. Het antwoord was een checklist waarmee je de gevallen helden kunt beoordelen.

Wat mij opvalt in deze stukken is de nadruk op de individuele kunstenaars en afzonderlijke teksten, en het zwijgen over de machtssystemen waarbinnen deze mannen konden floreren. In de muziek zijn mannen nog altijd de baas. Popjournalist Laura Snapes zette deze week in The Guardian nog eens de treurige cijfers op een rijtje: van alle Grammy-genomineerden van de afgelopen zes jaar is slechts 9 procent vrouw. In de top 25 machtigste mensen in de muziekindustrie staat slechts één vrouw: Jody Gerson, de CEO van Universal Music. Van alle artiesten van de Billboard Hot 100 is nog geen 23 procent vrouw. Slechts 12,3 procent van alle hits wordt geschreven door een vrouw. Zo'n ongelijkheid draagt bij aan een industrie die onverschillig is voor vrouwenhaat.

Tekst gaat door onder de illustratie.

Foto Bruno Mangyoku

Strenger

Een kritische muziekconsument moet zich misschien minder laten leiden door misdragingen in de privésfeer, en meer door de bijdrage van muzikanten aan een onderdrukkend systeem. Laat ik een vergelijking maken met een andere industrie: de deze week overleden Ikea-oprichter Ingvar Kamprad koesterde in de oorlogsjaren nazisympathieën, dat was algemeen bekend. Ik heb de meubelzaak om die reden nooit gemeden, Kamprad maakte met Ikea immers design mogelijk voor gezinnen met een krappe portemonnee. Maar als was gebleken dat de Kamprad 5 procent van de opbrengst van zijn Billy-kasten en Henmes-bedden aan neonazi's schonk, dan zou ik nooit meer naar Ikea gaan. Ik ben dan ook strenger voor muzikanten die openlijk bijdragen aan vrouwenhaat in hun muziek.

Ook is het voor mij als muziekliefhebber relevanter om Phil Spector te memoreren als een onderdrukkende producent dan als een moordenaar. Zangeres Darlene Love vertelt in de documentaire 20 Feet To Stardom hoe Phil Spector haar in de jaren zestig onder valse voorwendselen liedjes liet opnemen, om haar werk vervolgens uit te brengen onder de naam van The Chrystals. Spector zag Love als zijn persoonlijk eigendom en dwarsboomde elke stap die ze zette richting een eigen carrière. Toen het contract met Spector in de jaren zeventig eindelijk afliep en Darlene Love kon overstappen naar een andere platenmaatschappij, 'kocht' Phil Spector haar binnen een maand weer terug.

Niets over

Hoe destructief de platenindustrie ook decennia later was voor zwarte vrouwen, blijkt uit de documentaire Can I Be Me, waarin je als kijker moet toezien hoe zangeres Whitney Houston elke vorm van autonomie verliest. Houston moet precies doen wat haar management haar dicteert. Er is feitelijk niets meer van de zangeres over, als ze in 2012 volledig gedrogeerd wegzakt in haar badkuip en niet meer bovenkomt.

Ook nu nog is het lastig voor vrouwelijke artiesten om zich te onttrekken aan dit systeem van uitbuiting. Momenteel het meest in het oog springende voorbeeld is de de Amerikaanse zangeres Kesha, die maar niet onder haar contract uitkomt met producer dr. Luke, ook al beschuldigt ze hem van jarenlang emotionele mishandeling en verkrachting.

Nu de #MeToo-discussie ook wordt gevoerd in de popindustrie, moeten we waken voor een verkeerde en te puriteinse focus op songteksten. Westerse popmuziek is de katalysator geweest van seksuele bevrijding. En seksuele fantasieën, de inspiratie voor vele liedjes, lopen nu eenmaal niet altijd langs de lijnen van politieke correctheid. Onderwerping en dominantie is aan de orde van de dag in popliedjes. Dat hoeft geen reden te zijn om de muziek, of de artiest te verwerpen, alhoewel het verfrissend en troostrijk zou zijn om iets vaker te horen hoe opwindend gelijkwaardigheid kan zijn, nog een reden waarom het zo spijtig is dat Prince niet meer leeft (Oh girl, When you were mine, I used to let you wear all of my clothes).

Miauw

Ik trek dan weer wel een grens bij een nummer als Blurred Lines van Robin Thicke. Niet vanwege de in ogen van sommigen 'rapey' teksten (I know you want it). Vrouwen fantaseren nu eenmaal ook over dominante mannen die oneerbare voorstellen doen. Maar het plezier vergaat mij door de bijgaande clip, waarin modellen op schoot zitten bij de volledig in pak gehesen muzikanten en met hun blote borsten wiegend op de maat 'miauw' zeggen tegen de camera. 'Natuurlijk is het clipje denigrerend voor vrouwen', zegt Thicke in een interview met GQ. 'En hoe leuk is dat, om vrouwen te vernederen? Ik heb dat nooit kunnen doen.'

Het probleem is dat hij het wel heeft kunnen doen, omdat (mannelijke) songwriters, managers en platenbazen dat doodnormaal vinden. Thicke en producer William Pharrel dachten dat ze de taboesfeer betraden, in werkelijkheid is het machtsvertoon in Blurred Lines juist de norm.

Tekst gaat door onder de illustratie.

Foto Bruno Mangyoku

Vrouwonvriendelijke tijd

Misschien leg ik de lat hoger voor mijn generatie mannen, voor Robin Thicke en Jay-Z, mannen die naar mijn mening beter moeten weten dan hun voorgangers waar ze muzikaal op bogen. Artiesten als John Lennon en James Brown zijn weliswaar dader, maar ook het product en in zekere zin zelfs slachtoffer van een vrouwonvriendelijke tijd. Ik heb ook weinig medelijden met onze eigen Boef, zijn culturele achtergrond ten spijt. Denigrerende teksten over vrouwen hoorden misschien bij rap, maar die 'traditie' hoeft niemand door te zetten anno 2018.

Toch wil ik het eigenlijk niet over de poppetjes hebben, maar vooral over het spel. Ik ga foute mannen niet verbannen uit mijn muziekbeleving: geniale muziek overstemt nu eenmaal alles. Ik verlang naar een industrie die, ook in Nederland, ruimte biedt aan vrouwelijke A&R-managers, vrouwelijke producenten, vrouwelijke liedjesschrijvers en vrouwelijke popjournalisten. Ik ben oprecht nieuwsgierig naar het muzikale resultaat van zo'n machtsverschuiving, en ik wil daar graag plek voor vrijmaken in mijn platenkast. Dat hierdoor mogelijk vieze mannetjes het veld moeten ruimen, dat is misschien spijtig. Maar het is geen censuur. Het heet consumentenvrijheid, en ik wil daar ook van proeven.