'Mijn foto's zijn mijn geheugen'

De wereldberoemde Amerikaanse fotografe Nan Goldin woont sinds een paar jaar in Parijs. Ze maakt extreem intieme foto's: soms van een vrolijke wereld, maar vaker vol geweld, dood, drugs en aids....

Nan Goldin (50) drukt haar sigaret uit en begint een mandarijn te pellen. 'Drie jaar geleden, toen ik in Bombay op de filmset van Monsoon Wedding in een leeg zwembad 3,5 meter naar beneden viel, brak ik mijn rechterhand en pols. Ik fotografeer met rechts, en dit was een gecompliceerde breuk, elk bot in mijn hand was verbrijzeld. Ik ben er vijf keer aan geopereerd; in India, Amerika, Frankrijk en Zwit ser land. Ik had zoveel pijn dat ik morfine kreeg. Zo raakte ik verslaafd aan de morfine. Terwijl ik net voor die val in dat zwembad in een New Yorks afkickcentrum had gezeten. Uiteinde lijk ben ik vorig jaar in een kliniek in Londen van de morfine afgekomen.

'The Priory is een afkickcentrum voor celebrities. Pure oplichterij; een verschrikkelijk ziekenhuis. Ze zetten me op een dieet van 160 milligram methadon; daar kun je normaal vier mensen mee dood krijgen. Ik begon zo zwaar te hallucineren, dat ze me uit het therapie programma gooiden, omdat ik niet te houden was. Ze hebben me vijf weken in een donkere kamer gezet. Ik was totaal de weg kwijt, ik sloeg wartaal uit, hallucineerde over iets wat ik Cinema Voltaire noemde. Geen idee waarom. Uiteindelijk kwam er een man mijn kamer binnen die mijn leven redde. Gary Jenkins, therapeut, en de enige redelijke mens die in dat ziekenhuis rondliep. Gary is de warmste, liefste, vriendelijkste persoon die ik ooit heb ontmoet. Zonder twijfel. Ik spreek hem nog bijna dagelijks. Ik heb mijn nieuwe boek aan hem opgedragen.'

Filmrolletjes

In dat boek staat een serie van 23 foto's die ze in de kliniek nam. 'Ik had vijf filmrolletjes bij me. Ik móest fotograferen om mijn verblijf draaglijk te maken. In drie maanden heb ik die vijf rolletjes volgeschoten. Wat voor mijn doen belachelijk weinig is, normaal schiet ik tien films per week. Vijf rolletjes, en 23 goeie foto's Geen slechte score.'

Ze wijst een paar foto's aan.'Hier, dat ben ik, toen was ik er héél beroerd aan toe. En dit is een boom in de tuin van het ziekenhuis.' Walging en verdriet klinken in haar stem door als ze over de kliniek praat.

The Devil's Playground heet haar nieuwe boek. Het is Goldins dikste boek tot nu toe. Veel werk uit pakweg de laatste tien jaar. Ruim vijfhonderd pagina's, meer dan 3 kilo papier. 'Te dik, als je het mij vraagt', zegt ze. 'Maar wel een mooi boek. Ik zie veel geluk en veel verdriet; het golft, het is net een symfonie.'

De fotografe bladert erdoorheen en noemt soms de namen van de mensen die ze portretteerde. 'Kijk, dit was een vriend in Berlijn, hij is dood. Ik heb hem twee jaar verzorgd. Ik was in m'n eentje bij hem toen hij overleed. Bijna al mijn vrienden uit New York zijn ook dood. Het is een mirakel dat ik zelf nog leef.'

LSD-trip

Nancy Goldin werd in 1953 geboren in Washing ton d.c. als jongste van vier kinderen. Toen ze 11 jaar was, pleegde haar zeven jaar oudere zus Barbara Holly zelfmoord. Nan besloot dat ze uit het beklemmende ouderlijk huis weg wilde. Ze zat bij pleeggezinnen, belandde op een hippieschool en ging in een commune wonen. Op haar dertiende nam ze haar eerste lsd-trip.

Ze ging fotograferen en legde haar omgeving, haar vrienden, haar leven vast. De aanleiding was heel duidelijk: van haar zus Bar ba ra Holly had ze amper foto's, ze kon zich na een paar jaar de gezichtsuitdrukking van de zus die ze aanbeden had amper meer herinneren. Het zou Nan geen tweede keer overkomen dat haar herinnering haar in de steek liet. 'Mijn foto's werden mijn geheugen. Waar door ik me ook meer op de tegenwoordige tijd kon concentreren.'

Haar middelbare school was prettig vrij en ongedisciplineerd. Met klasgenoot David Arm strong, nog steeds een van haar beste vrienden, ging ze elke middag naar de bios coop. 'Ik ben een totale filmfreak. Ik heb alle films gezien die ooit gemaakt zijn', beweert Gol din.

Ze raakte aan de heroïne. De huisarts die de prikgaatjes in haar arm zag, raadde haar dringend aan om niet te spuiten, dat zou ze met haar hartruis niet overleven. 'Dus ik snoof en chineesde. Dat was mijn redding; anders was ik nu zeker dood geweest. Ieder een om me heen kreeg later aids, van de vuile naalden die rondgingen.'

Verslaafd of niet, Nan werkte gestaag door, bleef haar vriendenkring van travestieten, transseksuelen, homo's en outcasts fotograferen. Ze bekommerde zich amper om de techniek. 'Ik kocht gestolen camera's in het café waar ik werkte. Maakte me niet uit welk merk. Ik wist niks van licht, ik schoot gewoon foto's, ook als er niet genoeg licht was.' Daarmee was Nan een van de eersten die de rommelige snapshot tot kunst verhief.

Foto's als diashow

Vrolijk was haar werk nooit, maar waar de foto's van travestieten en transseksuelen nog iets feestelijks hadden, werd haar werk in de jaren tachtig wranger. Ze liet haar foto's als diashow zien, met muziek eronder. The Ballad of Sexual Dependency werd haar bekendste werk; een drie kwartier durende diaserie, als een soort film. Foto's van vrienden, familie, en vooral veel van zichzelf en haar partner Brian. Van Nan en Brian die seks hebben, Brian die zich bevredigt, Brian die na de seks van een sigaretje geniet.

In 1984 sloeg Brian Nan in Berlijn in elkaar, zodanig dat ze het amper overleefde. Het leverde een van haar beroemdste foto's op: ze fotografeerde zichzelf een maand later, nog steeds blauw en paars van de zwellingen. 'Mijn linker oogkas was op vijftien plaatsen gebroken, ik ben er bijna blind door geraakt. Ik heb de aanval sowieso ternauwernood over leefd. Brian had me voor dood achtergelaten en de hotelkamer in brand gestoken. De vrouw die me heeft gered was overtuigd anarchist en wilde niet naar de politie, daarom heb ik nooit een aanklacht ingediend. Heb ik nog altijd spijt van; misschien had ik Brians gedrag beter verwerkt als hij ervoor veroordeeld was.

'Ik ben daarna echt zwaar aan de drugs gegaan. Het is nogal wat, als je geliefde jou heeft proberen te vermoorden. Tussen '86 en '88 was ik zo zwaar aan de dope dat ik amper fotografeerde; ik heb in die jaren hooguit tien rolletjes geschoten. Er zitten wél een paar erg goeie foto's bij. Loodzware foto's.'

Besmet

Haar foto's zijn haar geschiedschrijving, wat niet wil zeggen dat ze haar oude series niet aanpast, foto's toevoegt en weghaalt. Maar ze huivert van de suggestie dat ze best wat lullige foto's van haar ex Brian had kunnen toevoegen om haar geschiedenis met hem te herschrijven, om hem minder als de mooie jongen af te beelden. 'Ik maak geen lullige foto's, nooit gedaan. Ik fotografeer mensen uit interesse en liefde, niet om ze te betrappen in een stom moment. Ik ben niet Mar tin Parr. Als ik ooit één afzeikfoto à la Mar tin Parr zou maken, zou ik die camera meteen weggooien. De camera zou voor altijd besmet zijn.'

Nan Goldins foto's zijn zo direct verbonden met haar persoonlijke leven dat je je afvraagt w t haar kunstwerk is: de foto's die ze maakt, of haar leven zelf? 'Als je bedoelt dat ik mijn leven ensceneer voor de kunst: absoluut niet. Mijn foto's zijn momenten in mijn leven, situaties. Ik plan nooit een fotosessie, ik zeg nooit: morgen kom ik je fotograferen. De flauwste kritiek die ik krijg is van mensen die zeggen: die en die foto heeft ze vast gestileerd. Ik kreeg zelfs kritiek omdat ik op de foto van mijn in elkaar getimmerde gezicht lippenstift droeg. Belachelijk: ik ging in die tijd de deur nooit uit zonder lippenstift

'Misschien ben ik met mijn foto's wel altijd bezig om mijn realiteit concreet te maken. Ik groeide op in een Amerikaanse suburb waar je altijd voor de buren de schijn op moest houden dat het goed met je ging, waar je altijd de gordijnen dichthield. Ik wilde als kind al weten wat er bij andere mensen thuis gebeurde, en ik wilde laten weten wat er bij mij thuis gebeurde. Mijn werk gaat over het openbaar maken van wat eigenlijk privé is. Daar om maakte ik foto's over aids, foto's over geweld tegen vrouwen. Is het niet belachelijk dat er in Amerika elke 20 seconden een vrouw in elkaar wordt getimmerd, en dat daar amper aandacht voor is?'

Dus val haar niet lastig met postmoderne kunst. 'Neem een keer een lsd-trip en je weet meteen dat het postmodernisme totale flauwekul is. Dat hield ik mijn studenten op Har vard ook altijd voor.' Kunst kan wat haar betreft niet realistisch en geëngageerd genoeg. 'Stel je voor dat een suicide bomber zich nu op George Bush stort, dat zou het ultieme kunstwerk zijn.'

Goldin woont in Parijs sinds George Bush drie jaar geleden de Amerikaanse verkiezingen won. 'Won? Hij heeft de verkiezingen gestolen. Ik schaam me voor mijn nationaliteit. Ik kom nu veel in Egypte, ik heb er een vriend. Denk je dat ik daar ga zeggen dat ik Amerikaan ben? Natuurlijk niet! Ik zeg altijd dat ik een boeddhistische monnik uit Ierland ben. Ik kan met mijn rode haar makkelijk voor Iers door.'

Hoogste kunstvorm

Nan Goldin is nu 50 jaar en zou het liefst films regisseren. 'Ik heb film altijd als de hoogste kunstvorm gezien. Fotografie vond ik alleen maar een handige manier om mijn emoties te kunnen vastleggen. Er zijn weinig fotografen die ik echt waardeer. Diane Ar bus, Weegee, August Sanders, Peter Hujar en sommige foto's van Larry Clark. Mijn probleem is: als ik een film zou maken, dan wil ik Citizen Kane maken. Een slechte foto is tot daar aan toe, maar ik zou het verschrikkelijk vinden om een slechte film te maken; een belediging voor het genre. Ik leg de lat dus nogal hoog voor mezelf.'

Sterke vrouwen

Nan Goldin heeft een eigenaardige manier van praten: rustig, extreem beminnelijk en vriendelijk en bijna monotoon zeilt ze van het ene onderwerp in het andere, inclusief de kleinste details, waarmee haar verhaal toch duizelingwekkend wordt. 'Had ik al verteld dat ik veel in Egypte kom? Egypte is een fantastisch land. De mensen zijn prachtig, het licht is er adembenemend mooi. Mijn vriend heeft in Luxor een huisje voor me gebouwd. Ik heb er ook mijn eigen paard, daar ben ik vorige maand van af gevallen. Enkele ribben gebroken, aan de linkerkant.'

Na twee uur ligt de vloer voor de driezitsbank waarop we zitten bezaaid met tijdschriften en fotoboeken: Araki, Arbus, Peter Hujar en haar eigen boek. De honderden foto's in The Devil's Playground blijven maar verhalen oproepen. 'Hier, mijn moeder, in een jas van Alexander McQueen. Ziet er voor een 88-jarige goed uit, niet?'

Hoe zit het met Goldins vriendenkring, die zelfgekozen familie waarop ze al dertig jaar haar lens richt? Ondanks dat ze zegt dat bijna al haar vrienden aan overdoses of aids zijn overleden, wekt ze de indruk dat ze een onmetelijke schare naaste vrienden heeft. 'Ken je mijn Nederlandse vrienden Marietta de Vries en Jan Roelfs? Ze werkten mee aan de films van Peter Green away. Marietta is een van de allerliefste mensen op aarde; als je haar niet noemt in je artikel ga ik gillen.'

Ze bladert verder in het boek. Er wordt op haar foto's veel geneukt, maar nergens wordt het porno of poezelig. Het lijkt echt waar: Nan Goldin fotografeert de waarheid.

'Dit is Valérie, een goede vriendin hier in Parijs. Ze is half Armeens. Haar vader is eigenaar van tijdschrift en radiostation Nova. Valérie maakt films. Ze is ijzersterk, ik hou van sterke vrouwen. Ze was alleenstaande moeder, totdat ze Bruno tegen kwam, ook een filmer. En hier is een foto van Valérie in de zee; op de een of andere manier fotogra feer ik vaak mensen terwijl ze zwemmen. Na deze foto van Valérie heb ik m'n Leica in het water laten vallen. Die ene foto kostte me dus een paar duizend dollar.'

Verschoppelingen

Rijk is Goldin niet, zegt ze. 'Het grote geld heb ik gemist: toen andere kunstenaars in de jaren tachtig schatrijk werden, zat ik aan de dope en had ik niet eens door dat er iets te verdienen viel. Ik ben van de generatie die dacht dat je moest lijden voor de kunst. Mijn foto's zijn relatief spotgoedkoop: 6000 dollar per stuk. Ik dacht altijd dat ik mijn kunst betaalbaar moest houden, maar eigenlijk is dat een belachelijke gedachte. Iemand die 6000 dollar voor een foto over heeft, kan ook wel het dubbele betalen.'

Goed, arm is ze ook niet. Ze heeft vier assistenten in dienst: twee in Parijs en twee in New York. Ze heeft een huisje in Luxor, en een prettig rommelige woning in Parijs. Haar huiskamer hangt en staat tjokvol religieuze kunstwerken en relikwiekasten. 'Kijk, echte botten van heiligen', zegt Goldin over een groot bruinig tableau waarin de botsplinters in rijen verwerkt zijn. Zeventiende-eeuws, denkt ze, uit Italië. 'Ik heb een uitgesproken hekel aan het katholicisme, maar de muziek en de kathedralen zijn prachtig, en ik ben gefascineerd door heiligen. De vrouwen die heilig verklaard zijn, zijn dezelfden die in andere eeuwen als heks verbrand werden, en dezelfde mensen die nu nog de verschoppelingen van onze maatschappij zijn. Ze hielden zich niet aan de burgerlijke norm. Volgens mij waren alle heilige vrouwen lesbisch. Net als ik. Of nee, ik ben biseksueel. Mijn favoriete heilige is Sint Barbara, die niet naar de regels van haar vader wilde leven en dat met de dood moest bekopen. Barbara, net als mijn zusje Barbara Holly.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden