'Mijn blik op Auschwitz wordt steeds wijder'

Alleen op literaire wijze is de wereld van Auschwitz en Buchenwald voorstelbaar, ondervond de Hongaarse schrijver Imre Kertész. Dit voorjaar verscheen zijn roman Liquidatie in het Nederlands. Gesprek met de Nobelprijswinnaar 2002 in Berlijn.

Beeld epa

Hij komt hier graag, zegt hij, en dat blijkt ook uit de verstolen knipoog van de ober die hem een glas Evian voorzet. In de bar van het Berlijnse hotel Kempinski kun je ongestoord converseren. De Hongaarse schrijver Imre Kertész (1929) is, nadat de toekenning van de Nobelprijs in oktober 2002 hem wereldberoemd maakte, eindelijk weer de onopvallende passant die hij verkiest te zijn.

Dat was hij ook drie jaar geleden, toen hij uit zijn geboorte-en woonplaats Boedapest kwam en in Berlijn een woning huurde, op advies van zijn vrouw, die meende dat verandering van omgeving hem goed zou doen. Kertész: 'Daar had ze gelijk in. Ik woon in beide plaatsen, maar meestentijds in Berlijn. Ik was vast komen te zitten in mijn laatste boek, Liquidatie. Hier kon ik de draad weer oppakken. Dit is een interessante Europese hoofdstad: liberaal, met veel geduld, internationaal. Veertig jaar heb ik in Hongarije gewoond zonder eruit te mogen. Onder de communistische dictatuur kon ik niet aan een paspoort komen.

Grotestadsmens

'Ik ben een grotestadsmens, en ik zou ook in Parijs, Londen, Rome of Amsterdam kunnen leven, plaatsen waar ik allemaal ben geweest na de omwenteling van 1989. Maar het werd Berlijn omdat ik van de westerse talen alleen het Duits beheers. En vele kunstenaars uit Oost én West ontmoeten elkaar hier. Oost-Europese schrijvers worden hier veel vertaald, van oudsher zijn de Oost-Europese en de Russische cultuur door de Duitse poort naar het Westen gekomen. Voor het eerst in mijn leven woon ik in een stad waar altijd wat gebeurt. Een onbekende ambiance trekt mij. Vreemdeling zijn, te gast, dat ben ik graag - zolang ik de rekeningen kan betalen. Verstehen Sie?

'De holocaust is ook in Berlijn gepland, zoals u weet. Maar kijk, de generatie van de daders is uitgestorven, en de Duitse generaties van daarna wil ik niet veroordelen voor wat hun vaders en grootvaders hebben aangericht. Bovendien heeft Duitsland de herinnering aan de holocaust allerminst weggemoffeld. Je kunt hier het meeste materiaal daarover vinden - alles waaraan het mij in Hongarije ontbrak. Als holocaustschrijver - wat ik niet ben; ik ben een schrijver die over de holocaust schrijft - voelt het heel natuurlijk dat ik juist hier ben. U moet weten dat ik met de Duitse cultuur ben grootgebracht, die heeft me gestempeld, en dat ik in Boedapest jarenlang Duitse literatuur heb vertaald, van Nietzsche tot Canetti.

Imre Kertész

1929 Geboren in Boedapest.
1944 Afgevoerd naar concentratiekamp Auschwitz, en van daaruit naar Buchenwald.
1945 Bevrijd uit Buchenwald.
1948 Terug in Boedapest, journalist voor de stadskrant Vilàgosság.
1951 Ontslagen wanneer de krant de communistische partijlijn gaat volgen.
1953-2001 Vertaalt Duitstalige auteurs als Nietzsche, Schnitzler, Freud, Hoffmannsthal, Joseph Roth, Wittgenstein en Canetti in het Hongaars; publiceert romans, essays, lezingen en dagboekaantekeningen, die buiten Hongarije waardering krijgen.
1975 Onbepaald door het lot (vertaald in 1994).
1988 Het fiasco (vertaald in 1999).
1990 Kaddisj voor een niet geboren kind (vertaald in 1994).
1992 Dagboek van een galeislaaf (vertaald in 2003).
1997 Ik, de ander (vertaald in 2001).
2001 Huurt woning in Berlijn.
2002 Ontvangt als eerste Hongaarse auteur de Nobelprijs voor Literatuur.
2003 Liquidatie (vertaald in 2004).

Afgedwongen vrolijkheid

'Om in mijn onderhoud te voorzien, heb ik eind jaren vijftig en begin jaren zestig ook musicals en komedies geschreven. Vreselijke dingen, maar zo kon ik, zonder ergens ambtenaar te moeten worden, het werk aan mijn roman Onbepaald door het lot financieren. Dat boek, over een jongen die de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald overleeft, heeft me jaren gekost. In 1973 was het af, maar ik begon er al aan in 1960.

'Het regime van na de Hongaarse opstand van 1956 wilde zich consolideren en verlangde daartoe onder meer operettes en kluchten; amusement, conformisme, geen politiek. Afgedwongen vrolijkheid. Twee theaters hadden permanent stukken nodig. De ene helft van het jaar schreef ik die komedies, volgens vast recept: jonge man ontmoet jonge vrouw, in akte twee krijgen ze een probleem, en in de derde stevenen ze af op een happy end. Ik woonde verplicht de première bij en haastte me dan weer naar huis. In de tweede helft van het jaar kon ik dan schrijven wat ik zelf wilde. Wat ik moest. Dát is mijn oeuvre. Die komedies horen er daar niet bij.

Perspectief

'Toch heb ik in technische zin wel iets geleerd van die scheissliche, witzige, dumme Komödien. De dramaturgie namelijk. Dialogen. En vooral de wet dat je het publiek niet mag vervelen. In Liquidatie pleegt de schrijver en overlevende van de holocaust, genaamd Bé, zelfmoord. Zijn redacteur Keserü vindt in Bé's nagelaten papieren niet de grote roman die hij hem had toebedacht. Later blijkt dat Bé's ex-vrouw Judith dat manuscript heeft verbrand. Die roman wás er dus, al is hij er niet meer. Net als Bé zelf.

'De oorlog is verleden tijd, de geschiedenis is afgesloten, maar in het versplinterde heden is de echo nog aanwezig. De roman speelt een rol, verbrand en wel bestaat hij, doordat erover wordt gesproken - in Liquidatie. Ik wissel onverwacht van perspectief: de redacteur vertelt het verhaal, maar het laatste kwart van het boek is voor Judith. Dat nu is zo'n techniek die ik van dat vermaledijde komedie schrijven heb geleerd. De brokstukken waarin de lezer het verhaal krijgt gepresenteerd, staan voor de traumatische werkelijkheid van onmiddellijk na de Wende in 1989, die onvoorbereid kwam, als een geschenk van buitenaf. Alles was toen op zijn kop gezet. Niemand had een ongebroken biografie. Die Bodenlosigkeit wilde ik weerspiegelen, ook in de vorm.

Conglomeraat van gruweldaden

'Liquidatie gaat over de oorlog, zoals die nu resteert. Het is onmogelijk geworden om de oorlog en de holocaust nog terug te halen. Literatuur is ontoereikend. Maar die radeloosheid is vorm te geven, paradoxalerwijze in een roman.Zodat er toch hoop blijft bestaan.

'In Dagboek van een galeislaaf (1992) heb ik geschreven dat het concentratiekamp "alleen voorstelbaar is als literaire verbeelding, niet als werkelijkheid. Ook niet als je zelf in zo'n kamp zit, dan helemaal niet." Zonder esthetische middelen is de wereld van het kamp, dat conglomeraat van gruweldaden, niet voorstelbaar. Onbepaald door het lot is een negatieve Bildungsroman, niet over hoe een mens zich opbouwt, maar hoe een mens zich afbouwt. De hoofdpersoon is een kind, naïef, hij weet niet wat hij tegemoet gaat. Maar ik wilde geen goedkope tranen bij de lezer opwekken. Mijn doel was niet een autobiografie, maar te laten zien dat een mens in een dictatuur infantiel wordt, niet vrij is om te kiezen, onderworpen aan de beslissingen van ánderen.

'Vreemdeling zijn, te gast, dat ben ik graag.' Beeld afp

Sluitstuk

'De gesprekken, de taal en de compositie van dat boek zijn fictie: een kind is aanvankelijk thuis in Boedapest, komt dan in de kampen terecht en keert ten slotte weer naar huis terug. De stijl en compositie zijn beslissend voor de werking van het boek. Over Auschwitz kun je niet schrijven - tenzij op een literaire manier. Zonder techniek, met alleen een weergave van een vloed aan gruweldaden, zou de lezer het boek tegen de muur gooien. Die techniek heb ik mij, afgewisseld met het schrijven van die stompzinnige kluchten, in de jaren na 1960 moeizaam eigen gemaakt.

'Je kunt Liquidatie zien als het sluitstuk van een tetralogie. Er is een samenhang. Het was mijn plan de blik niet van Auschwitz af te wenden. Maar die blik biedt steeds wijdere perspectieven op Auschwitz. De eerste roman, Onbepaald door het lot, speelt in de concentratiekampen. De tweede, Het fiasco (1988), is een reflectie op de eerste, spelend in de tijd van stilstand in de Koude Oorlog, over een schrijver die opgesloten zit in een woning van 28 vierkante meter. Volgt hij de roep van de creativiteit, dan gaat hij te gronde, omdat de hem omringende maatschappij anti-creatief is.

Gelukscatastrofe

'Kaddisj voor een niet geboren kind (1990), de derde, gaat over de gevolgen van Auschwitz voor een overlevende. Het is het gebed van een schrijver die zijn werk en leven ziet als het delven van het graf waaraan anderen, die boven de wolken wonen, meedelven.

'In de vierde, Liquidatie (2003), kom ik aan bij de problemen van de tweede generatie: de tekst van het oorlogsboek is er niet meer, en toch is die roman aanwezig. De gecompliceerde vorm bracht me in problemen. Het was 2001, en toen stelde mijn vrouw voor hierheen te verhuizen. Als vreemdeling hervond ik mezelf weer.

'Op een derde was ik, toen mij de Nobelprijs ten deel viel. Een schok, een gelukscatastrofe. Ik vreesde de roman niet meer te kunnen voltooien, toen de hele wereld op me af kwam. Ik was mezelf niet meer, maar moest de merknaam "Imre Kertész" dienen. Na een jaar kon ik de turbulentie achter me laten en het boek afmaken.

Nobelprijs

'In Hongarije heeft men de Nobelprijs wel als een prijs voor de natie opgevat. Hoewel ik niet dacht tot de natie te behoren. Vroeger had het regime drie mogelijke houdingen tegenover schrijvers: verbiedend, duldend en ondersteunend. Ik viel in de tweede categorie, wat betekende dat mijn boeken met onverschilligheid werden begroet. (lachend) Also, ein schöner, hoffnungsloser Status. Onder het communisme moest ik lid zijn van de schrijversbond, omdat ik anders niet verzekerd was. Meteen na de val ben ik uit de bond getreden, uit protest tegen een antisemitisch tijdschriftartikel van de toenmalige vice-voorzitter, een dichter. Dat het eerste wat bovenkwam, in de vrije democratie in Hongarije, een uiting van antisemitisme was, dat had me verbluft. Kortgeleden zijn er nog eens 160 schrijvers uit de bond getreden, vanwege gelijksoortige opmerkingen van een medewerker van die toenmalige vice-voorzitter. Daar heb ik op gereageerd in een artikel dat in mei jongstleden in de Duitse krant Die Zeit is verschenen.

'Het zal nog enige tijd vergen voordat er in de Europese Unie overeenstemming bestaat over gedeelde waarden. Er heerst in de Oost-Europese landen nog veel achterdocht, ook door de wonden die de Europeanen zelf hebben geslagen. Had men de handen eerder ineengeslagen, dan was de laatste Balkanoorlog misschien te vermijden geweest. Ik ben niet pessimistisch - de gemeenschappelijke viering van D-Day laatst vond ik ontroerend, maar de geest die daaruit sprak is nu nog niet zichtbaar in Hongarije. De Tweede Wereldoorlog is daar nog niet verwerkt, mede door de communistische dictatuur die erop volgde. In Duitsland verschenen de grote romans over de oorlog ook niet meteen na de val van het nazisme. In Hongarije heeft men zich heel lang noodgedwongen aangepast. Veel schrijvers communiceerden met hun lezers tussen de regels door. De witte bladzijden spraken duidelijker taal dan de bedrukte. Na de Wende stopten veel schrijvers met die methode, maar ze konden geen andere vinden.

'Liever dan over lijden praat ik over de vreugde: dat ik ondanks alles heb kunnen schrijven.' Beeld reuters

Vreugde

'Ik heb me overeind gehouden met de gedachte dat de wereld waarin ik leefde niet normaal is. En wat niet normaal is, moet eens ophouden. Dat duurde alleen erg lang. Ik kon het uithouden doordat ik geen familie had om te onderhouden, en geen behoefte had aan een Trabant. Ik had een innerlijke vrijheid. Liever dan over lijden praat ik over de vreugde: dat ik ondanks alles heb kunnen schrijven. Zo hield ik het hoofd boven water.

'En ik werk nog dagelijks door. Geen dag zonder regel, zoals een Latijnse spreuk zegt. Literatuur heeft geen invloed op de maatschappij, maar wel op de enkeling. Ik heb de periode afgesloten dat ik redevoeringen houd, zoals ik na de oorlog in Buchenwald heb gedaan, want ik heb er een hekel aan in gemeenplaatsen te vervallen. De geijkte varianten van de leuze dat "we het niet vergeten mogen". Dat is waar; anderzijds is de wereldorde na Auschwitz überhaupt niet veranderd.

'In toeschouwen ben ik goed. Geen geboren spreker. Iets oorspronkelijks kan ik beter in mijn boeken aanbieden. Waar mijn nieuwe boek over handelt, kan ik u niet zeggen. Dan geef ik het geheim prijs, en dan lukt het niet meer.' Imre Kertész lacht breeduit. 'Maar deze troost kan ik u wellicht geven: dat het desperate slotwoord uit Liquidatie, "Annuleren", niet het laatste woord van mijn oeuvre zal worden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.