INTERVIEW

'Mijn Auschwitz-film moest over de horror van binnenuit gaan'

Hoe verfilm je de ergste horror die de mensheid heeft gekend? László Nemes plaatst in zijn overrompelende debuut de kijker midden in Auschwitz, met een subjectief gefilmde tocht door het vernietigingskamp.

Beeld uit Son of Saul.

Het is niet niks als iemand jouw debuutfilm aanbeveelt als 'de anti-Schindler's List'. Zeker als die iemand Claude Lanzmann is, de 89-jarige regisseur van de verpletterende Holocaustdocumentaire Shoah, tevens berucht criticus van pogingen diezelfde Holocaust in fictie te vatten.

En toch is dat precies wat de Hongaarse cineast László Nemes onderneemt in Son of Saul (Saul Fia), een rigide drama over de Joden van de Sonderkommando's, die gedwongen assisteerden in de gaskamers en crematoria van Auschwitz. Twee dagen uit het leven van de fictieve Hongaarse gevangene Saul Ausländer, die zijn zoon meent te herkennen tijdens het ruimen van de lijken en het lichaam een waardiger afscheid tracht te geven; een praktisch onmogelijke opdracht in het vernietigingskamp. Geheel gefilmd vanuit het perspectief van de afgestompte Joodse man die zich beweegt in een onbevattelijk wreed, gesloten systeem. In vierkant beeldformaat: de gruwelen in de kantlijn, soms onscherp maar niet minder aanwezig, wat ook geldt voor de commanderende stemmen van de Duitsers.

In Cannes, waar de speelfilm afgelopen mei in wereldpremière ging en door de juryvoorzittende Coen-broers werd bekroond met de Grand Prix, stapte veteraan Lanzmann af op zijn 38-jarige collega.

Laszlo Nemes

László Nemes (1977, Boedapest) studeerde in Parijs geschiedenis en internationale betrekkingen en in New York scenarioschrijven. Daarna ging hij twee jaar ‘in de leer’ bij de vermaarde Hongaarse cineast Béla Tarr. ‘Een mooie periode waarin ik veel leerde, acht jaar geleden. Ik geloof dat je de nederigheid moet opbrengen je als leerling te melden bij een meester, om het vak te leren. Dat is beter dan een filmschool, die ik gevaarlijk vind. Ik geloof niet in de democratische opvatting van filmen die men daar bepleit. De regisseur is geen koning of god, maar wel de baas. De film komt voort uit zijn of haar ambitie.’

'Je bent mijn zoon', zei hij tegen u.

'Dat was aangenaam. Om te horen dat het simpele verhaal van de film hem had geraakt, terwijl ik weet dat hij onwillig staat tegenover gefictionaliseerde films over de Holocaust.'

Deelt u zijn kijk op Schindler's List?

'In dat debat ga ik me niet mengen. Lanzmann bedoelt die aanbeveling als 'anti-Schindler's List' lovend en ik begrijp zijn intentie. Ik heb Son of Saul gemaakt voor de doden, volgens mij deed Lanzmann hetzelfde met Shoah. Als ik er daarbij in slaag de toeschouwer íéts te doen begrijpen - op instinctief niveau - van hoe het geweest zou kunnen zijn om je in een concentratiekamp te bevinden, dan heb ik niet gefaald.'

Wat later in het gesprek, wanneer Spielbergs Holocaustdrama nogmaals ter sprake komt: 'Het is een intense film van een zeer goede regisseur, maar wel met een paar elementen die volgens mij problematisch zijn. Schindler's List legt de nadruk op de uitzondering, op de overlevers. Dat is de Holocuast niet. De Holocaust gaat over uitroeiing, over de volstrekte hopeloosheid van de mensen die zich er middenin bevonden.'

Ter gelegenheid van de Nederlandse première van Son of Saul is Nemes nu op bliksembezoek in Nederland. 's Middags gearriveerd uit zijn woonplaats Parijs, de volgende ochtend weer terug. De bedachtzaam formulerende regisseur bracht zijn prille jeugd door in Hongarije, als enige zoon van toneel- en filmdramaturg András Jeles.

De Holocaust was een gegeven: een deel van zijn Joodse familie, onder wie zijn opa en oma van moeders kant, keerden niet terug uit de kampen. Het idee voor Son of Saul kwam tien jaar geleden in hem op toen hij de geschriften las van enkele Sonderkommandoleden. Het waren in de grond van Auschwitz verstopte ooggetuigenverslagen, die na de oorlog opdoken en werden gepubliceerd.

'Elke zin uit die brieven brengt je direct naar die plek. Ik realiseerde me dat áls ik een film over Auschwitz wilde maken, die over iets van binnenuit moest gaan. Eén gezichtspunt, één persoon. Ik moest niet proberen het hele epische verhaal in een film te vatten.'

Tijdens een voorvertoning van Son of Saul in Amsterdam liep een aantal bezoekers de zaal uit: men noemde de film te zwaar. In Cannes vroeg een aantal critici zich af of Nemes geen grens overschreed met zijn verbeelding: moet of mag je alles laten zien?

László Nemes Beeld Mariska Kerpel

'Mensen hoeven de film niet leuk te vinden', zegt Nemes, de mond nu iets strakker en met priemende ogen. 'Het enige dat ik níét accepteer, is dat mijn morele standpunt in twijfel wordt getrokken. Dat gebeurt niet vaak, het is me hooguit twee keer overkomen. Maar dán stel ik iemands intellectuele capaciteiten ter discussie. Ik groeide op in een communistisch land: ik ruik het van grote afstand als iemands kritiek ideologisch gedreven is. De moraliteit van mijn film schuilt in de regiestrategie, daar is alles mee bepaald. De camera volgt Saul en Saul kijkt niet naar de horror. Die horror is er gewoon, om hem heen. En die blijft komen.'

Nemes nam een lijstje voorschriften mee naar de set: niet te mooi filmen, geen balans aanbrengen in de shots, geen filmdramatiek, geen iconische beelden. 'Een soort Dogma, zoals Deense filmmakers rond Lars von Trier dat eind vorige eeuw deden. Zo noemden we het ook, een beetje sarcastisch.'

Niemand probeerde de hel van Auschwitz ooit zo subjectief te filmen. Verbaast u dat?

'Eigenlijk wel, ja. Het had ook zomaar een andere regisseur kunnen zijn. Maar de film is er nu en groeit mij voorbij.'

U noemt de Holocaust een Europese coproductie.

'Een zeer succesvolle, moet ik zeggen.'

En u probeerde Son of Saul op te zetten met geld uit diverse Europese landen.

'Wat me niet lukte. Het zal wel iets met elkaar te maken hebben.'

Nemes' project werd met belangstelling gevolgd vanuit Berlijn en hij werd uitgenodigd om aan het script te werken in Jeruzalem. Uiteindelijk besloten zowel de Duitse als Israëlische filmfondsen toch maar geen geld te steken in deze Holocaustproductie. Te riskant, zeker voor een debuut.

'Misschien voelen de Duitsers en Israëliërs zich meer op hun gemak bij de traditionele verbeelding van de Holocaust', stelt de regisseur. 'Die stelt de kijker gerust en legt de schuld bij die en die officier, bij die ene nazi. En dan heb je altijd ook die ene goede man. Mijn film toont een machine, een machine die al in werking is gezet. De verantwoordelijkheid voor wat je ziet, valt nauwelijks te projecteren. Dat maakt de Duitsers nerveus. En de Israëliërs ook, vermoed ik. Wie mijn film ziet, móét stoppen met denken en iets voelen. Er bestaat een enorme neiging de Holocaust te over-intellectualiseren, met het gevaar dat je mensen de mogelijkheid ontneemt er een gevoelsmatige relatie mee te ervaren. Zo wordt de Holocaust een boek op een kastplank.'

De realisering van Son of Saul kostte circa anderhalf miljoen euro, een bedrag toegekend door het Hongaarse filmfonds, dat de film inmiddels instuurde voor de Oscars.

Leidde uw film tot veel debat in Hongarije?

'Wel over de rol van het land tijdens de Holocaust, niet zozeer over de wijze van filmen. Hongaren met iets van hersenen omarmden de film. En dan heb je nog de neonazi's, die zeiden: 'O, de zoveelste gelegenheid voor Joden om te klagen.' Dat is oké. Ik heb de Holocaust bestudeerd: ik weet hoe moordenaars, dieven en leugenaars functioneren. Ik praat niet met ze. Ik weet dat Géza dat wel doet, soms. Die praat met iedereen.'

Géza is Géza Röhrig, Hongaars dichter en amateuracteur, woonachtig in New York en hoofdrolspeler in Son of Saul. Toen een journalist tijdens de perspresentatie in Cannes de Sonderkommandoleden aanduidde als 'half slachtoffer, half beul', verhief Röhrig zijn stem: niks half, maar hónderd procent slachtoffer. De Joden van het Sonderkommando hadden geen enkele keuze, benadrukte de dichter. 'Ze verrichtten ondersteunende diensten voor de Duitsers tot ze zelf vermoord werden.'

Saul bevindt zich diep in de schemerzone tussen leven en dood. Juist dat maakt zijn menselijke gebaar zo imposant, zegt Nemes. 'Kan er in die wereld zonder hoop en zonder God, toch iets bestaan als een innerlijke stem? Een fragiele stem, die maakt dat een mens nog mens is? Dat is de vraag die de film stelt. Dat is tegelijk de hoop van de film.'

Het is een optimistische film.

'Dat denk ik, ja. Het is misschien vreemd, maar zo zie ik het wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden