Boeken Recensie

Mieren zijn ons de baas ★★★★☆

Frappant zijn de overeenkomsten tussen mens en dier als het om paden gaat. Robert Moor heeft zijn vermakelijke wandelboek verrijkt met wetenschappelijke kennis en filosofische inzichten.  

Robert Moor: Over paden – Een ontdekkingstocht. Beeld Uitgeverij Ten Have

Een fanatieke wandelaar ziet een pad vooral als een discrete assistent, een hulpmiddel op een verder autonome voetreis. Maar als de Amerikaan Robert Moor, hike-fanaat en journalist voor onder andere The New York Times, de beroemde Appalachian Trail van Georgia naar Maine loopt, bijna drieduizend kilometer lang, beseft hij dat die aanname niet klopt. Een wandelaar is geen vrijbuiter à la Jack Kerouac. Hij loopt zo volgzaam als een apostel over één lijn, het reeds bestaande pad. 

Voor Moor, die er al van jongs af aan van droomde een echte hiker te worden (zo iemand met afgesleten bergschoenen, een ik-heb-alles-meegemaakt-blik en gebruinde, geaderde benen), is het een levensveranderd inzicht. Het ultieme doel van de reiziger mag dan ongebreidelde vrijheid zijn, maar een wandelpad, zelfs als dit eindeloos over bergtoppen en langs rivieren meandert, biedt geen ultieme vrijheid: het begrenst hem juist. In alles voegen wij ons naar het pad, filosofeert Moor, of juist niet en maken we ons eigen pad – maar in je uppie door de chaotische wildernis trekken is zo makkelijk nog niet. Moor verdwaalt zonder kompas zelfs in het bos achter zijn huis in British Columbia, Canada. 

Zes maanden later, als hij de Appalachian Trail op zijn naam heeft staan, zet zijn fascinatie voor hiken en wandelen hem aan tot een geschiedkundige zoektocht naar de alomvattende betekenis van dat ene gigantische onderwerp: paden. Zijn intelligente debuut Over paden, waarin hij zijn onderzoek ingenieus vervlecht met zeven jaar aan wandel- en reiservaringen, werd een bestseller in de Verenigde Staten. Het begint als een vermakelijk reisboek, geestig en filosofisch, maar al snel krijgt Over paden een wetenschappelijk karakter. Moor heeft een indrukwekkende kennis van zaken, maar roept daarmee ook het ‘volg het vlaggetje’-gevoel op: je spoedt je achter een ervaren gids aan, die naast wandelaar, literair kenner en historicus ook filosoof is, en je om de oren slaat met wetenschappelijke, biologische en evolutionaire processen. 

Gelukkig wisselt Moor die kennis af met persoonlijke ervaringen, nuchter en vermakelijk beschreven, zoals zijn mislukte poging tot meditatief lopen. Met talmoedische concentratie probeert hij maandenlang alleen maar naar het pad onder zijn voeten te kijken en zijn hoofd vrij van gedachten te houden, maar ondertussen besteedt hij zijn tijd vooral aan denken, zeuren, fantaseren, tobben en dromen van lekker eten. Herkenbaar, ook voor stadsparkwandelaars.

Beeld Claudie de Cleen

In het eerste hoofdstuk reist Moor op Newfoundland in Canada af naar fossiele sporen van ruwweg 565 miljoen jaar oud. Strikt gezien zijn fossielensporen geen paden maar ‘afdrukken’, vergelijkbaar met woorden als sporen, (voet)wegen, routes, trajecten, trails. Ook definieert Moor de woorden ‘pad’, dat ‘waardig, majesteitelijk en een tikje saai’ klinkt en ‘trail’, dat de connotatie heeft van ‘ongepland, onafgewerkt en eigenzinnig’. Wat al deze samengesmolten synoniemen gemeen hebben is dat het er uiteindelijk alleen toe doet of ze wel of niet gebruikt worden voor ‘het constante, gemeenschappelijke proces waardoor een pad nut krijgt, tegenover het langzame proces van afbrokkeling waardoor het in verval raakt’.

In de volgende hoofdstukken bestudeert Moor insectenpaden, sporen van vierpotige zoogdieren, eeuwenoude menselijke samenlevingen verbonden door voetpaden, het langste wandelpad ter wereld en de oorsprong van ons wegennet en het internet. Het fascinerende van Over paden zijn de frappante gelijkenissen tussen mens en dier. Volgens schapenboer William Herbert Guthrie-Smith beginnen schapen als ze naar een nieuw gebied worden overgebracht, meteen een leefgebied voor zichzelf in te richten door paden te maken. Ecoloog Stephen Blake vertelt waarom olifanten paden aanleggen die meestal naar een drinkplaats of een voedselrijke plek leiden: ‘Zoals alle voetpaden in Engeland ofwel naar de pub of naar de kerk leiden, leiden alle olifantenpaden meestal naar iets wat de olifanten graag willen hebben.’ 

Baas boven baas zijn de mieren die door middel van een geurspoor en collectieve intelligentie onzichtbare paden aanleggen. Deze routes functioneren voor mieren als een wegenstelsel naar voedsel en bouwmaterialen die de hele groep te allen tijde terug kan vinden; een mierenpad moeten we volgens Moor zien ‘als een vorm van extern geheugen’. Er zijn in de jaren zeventig zelfs algoritmes gemodelleerd naar het zelforganiserende mierenpadensysteem, ‘waarbij talloze initiële routes verkend worden, de beste versterkt worden en de rest vervaagt’. ‘Zwermintelligentie’ wordt sindsdien ‘gebruikt om de Britse telecommunicatienetwerken te verbeteren, efficiëntere scheepvaartroutes te ontwerpen, financiële data te rangschikken, hulpgoederen tijdens een ramp beter en efficiënter aan te leveren, en taken in een fabriek beter te plannen.’ 

Over paden en software gesproken. Ooit geweten dat koeien bij het vinden van het efficiëntste pad door een veld beter presteren dan een geavanceerd computerprogramma?

Robert Moor: Over paden – Een ontdekkingstocht

Non-fictie. 

Uit het Engels vertaald door Ernst de Boer en Ankie Klootwijk. 

Ten Have; 384 pagina’s; € 23,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden