Michael Moores trucje is een beetje uitgewerkt

Michael Moores weinig subtiele overtuigingsstrategieën hoeven ook in deze pro-Europafilm niet meer te verbazen. Hoe aanstekelijk en komisch ook, toch wringt het als Moore minder vrolijke kwesties negeert.

Michael Moore in Where to Invade Next.Beeld Rechtenvrij

Terroristische aanslagen, de vluchtelingenproblematiek, de opkomst van extreemrechts: alles wat het hedendaagse Europa doet schudden op zijn grondvesten, lijkt in Michael Moore's Where to Invade Next als sneeuw voor de zon verdwenen.

Nadat het Pentagon hem zogenaamd heeft gesmeekt om het in alle opzichten ellendige Amerika op te lappen, gaat de immer activistische documentaireveteraan (Bowling for Columbine, Sicko, Capitalism: A Love Story) op missie naar verschillende Europese landen. De Amerikaanse vlag ferm in de hand, klaar om de beste nationale beleidsideeën te kapen.

In Italië hoort Moore van doorbetaalde vakantiedagen. Hij ontdekt gratis universitair onderwijs in Slovenië, huiswerkloze leerlingen in Finland, vrouwelijke bankiers in IJsland - enzovoort, enzovoort. Europa verschijnt in Where to Invade Next als Luilekkerland, en vaak werkt dat nog aanstekelijk ook - al is het maar vanwege het komische effect. Geweldig, de scène in een Franse schoolkantine, waar Moore van een verfijnde én gezonde warme lunch smult, en het toch niet kan laten zijn piepjonge disgenoten van een meegesmokkeld blikje cola te laten proeven.

Uiteindelijk gaat de twijfel knagen aan de geloofwaardigheid van Moore's project. Minder vrolijke nationale kwesties worden door hem genegeerd ('Ik wil de bloemen plukken, niet het onkruid') en hij zet Amerika wel erg lomp af tegen Europa. Natuurlijk, het hoort allemaal bij Moore's bekende methode; zijn weinig subtiele overtuigingsstrategieën hoeven na zijn vorige films niet meer te verbazen.

Where to Invade Next. Documentaire. Regie: Michael Moore. 119 min., in 28 zalen

Toch wringt het, wanneer Moore in Noorwegen neerstrijkt om het progressieve gevangeniswezen tegen het licht te houden, en vervolgens de vergevingsgezinde vader van een slachtoffer van Anders Breivik opvoert - alsof deze ene vader voor heel Noorwegen symbool kan staan. Na een aantal reisbestemmingen is het trucje - Moore die blij verbaasd de opgeruimde inwoners van een land interviewt - ook wel uitgewerkt; en dan propt hij er ook nog een stevige complottheorie (het Amerikaanse anti-drugsbeleid als voortzetting van de slavernij) tussen.

Het sterkst zijn de minder schreeuwerige episodes, zoals wanneer Moore stilstaat bij de manier waarop Duitsland de Holocaust herdenkt, en de spaarzame momenten waarop hij zijn sprekers (enigszins) ongemoeid aan het woord laat. In Tunesië mag een frontvrouw van de Jasmijnrevolutie zonder suggestieve vragen of montage-foefjes haar verhaal vertellen: frontaal in de camera kijkend wast ze Amerika de oren, fel maar ook met een twinkeling in haar ogen. Daar kan Moore's al met al nogal doorzichtige Euro-propaganda moeilijk tegen op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden