Interview Michael League

Michael League won een Grammy met Snarky Puppy, en toen ging alles heel snel

Negen jaar lang was niemand in Snarky Puppy geïnteresseerd. En kijk: nu wil echt iederéén werken met de veelkoppige band van bassist Michael League.

Michael League in zijn woning in Brooklyn, New York. Beeld Amy Lombard

Michael League, bassist en bandleider van het Amerikaanse Snarky Puppy, een van de succesvolste jazzbands van dit moment, woont aan een mooie laan met van die voor Brooklyn, New York typerende brownstone huizen. Hier, bij hem thuis in Park Slope, heeft hij V uitgenodigd. League (34) is op deze doordeweekse avond net terug uit Los Angeles en moet de volgende dag door naar Marokko.

Kelder zonder ramen

Om tien uur ’s avonds heeft de bandleider een uurtje vrij voor een gesprek met een goed glas wijn, heeft hij de verslaggever beloofd. Helaas, bovenaan de trap van het beoogde pand weet het bezoek niet welke van de zes bellen van League is. Gelukkig komt op dat moment net een kwieke dertiger van de andere kant van de straat aanlopen. ‘Hallo, jij komt vast voor mij’, zegt hij. ‘Je staat bij het goede huis, maar ik woon in de kelder.’

Michael League stelt zich voor en maakt maar meteen duidelijk wat zijn plek is in de peperdure stad: ‘In dit deel van Brooklyn zit er voor mij niet meer in dan een kelder zonder ramen. Maar ik woon hier graag, want het is op vijf minuten fietsen van de studio waar ik dag en nacht terecht kan. Als jij zo weggaat, ga ik nog even een uurtje spelen. Alleen dan kan ik daarna rustig slapen.’

Het gaat hem goed. League reist met zijn veelkoppige Snarky Puppy (‘bijtgraag hondje’) de wereld rond, oogst prijzen en juichende kritieken, en hoort dit weekeinde tot de topattracties op het North Sea Jazz Festival: als Artist in Residence zal hij drie optredens geven, in verschillende bandbezettingen.

Michael League is bezeten van muziek maken, maar hij raakt ook snel verveeld. Dat is al zo sinds zijn studietijd. ‘Toen ik vijftien jaar geleden in Texas jazz begon te studeren, was iedereen bezig zijn grote helden te imiteren. Daar vond ik geen moer aan. Ik hield van de grote namen in de jazz, maar ik voelde geen enkele behoefte hun werk nog eens over te doen.’

Aan de University Of North Texas in Denton studeerde hij vooral basgitaar. Maar arrangeren en componeren vond hij minstens zo interessant. ‘Ik studeerde nog geen jaar toen ik al gelijkgestemden zocht om samen een band te formeren. Die zou alles anders moeten doen dan wij op school leerden.’

Gestructureerde muziek

Op school stond het improviseren centraal. ‘Een standard vertolken en daar dan als solist zo ver mogelijk vandaan spelen, was de norm. Daar vond ik niets aan. Ik hield van heel gestructureerde muziek, waarin de ruimte voor blazers, gitaren en toetsen precies vast ligt. Maar dat kon niet, vonden onze leraren. Elk instrument moest zijn eigen plek in een stuk bevechten.

‘Toch ben ik met Snarky Puppy altijd aan mijn lijn blijven vasthouden. We maken nog altijd lange instrumentale stukken waarin zowel rock- als funk- gospel en jazz-elementen voorbij komen. Helemaal geen moeilijke muziek volgens mij, maar het duurde toch een jaar of zeven tot de eerste erkenning kwam.’

Die kwam als eerste in Europa. League herinnert zich hoe hij in 2010 voor een vakantie naar Engeland kwam. ‘Ik stond in Londen in de rij voor een showcase toen iemand me aansprak: ‘Jij bent toch de bassist van Snarky Puppy?’ Ik was verbijsterd. De jongen had me van een YouTube-filmpje herkend. Hij volgde zelf muzieklessen en zijn leraar had de klas opgedragen op YouTube naar Snarky Puppy te zoeken.’

Leden van de band Snarky Puppy met hun Grammy Award voor Best R&B Performance in 2014. Beeld EPA

De jonge fan bracht League, die tot dan nooit in Europa had gespeeld, in contact met zijn docent. ‘Die was zo enthousiast, dat hij wel geld wilde inzamelen om ons te laten optreden.’

League greep de kans met beide handen aan. Het was zonde om het bij een enkel concert in Engeland te laten, dus schreef League zijn buitenlandse contacten aan. Zo kwam hij onder meer terecht bij het Rotterdamse jazzpodium LantarenVenster.

Tienmansband zonder naamsbekendheid

Nederland was cruciaal voor het succes van Snarky Puppy, stelt League. ‘We hadden natuurlijk een probleem met onze bezetting. We waren met z’n tienen en soms zelfs met meer en geen van ons had een bekende naam. Geen zaal in de wereld boekt een tienmansband zonder naamsbekendheid, want dat is veel te kostbaar. Ik moest er van 2003 tot 2010 keihard aan trekken. We deden alles zelf. Platen uitbrengen, zalen benaderen, posters drukken, alles. Ik weet ons eerste optreden nog. Geboekt door een pizzeria die wel eens concerten organiseerde in de kelder. Ik haalde de eigenaar over ons door hem voor te rekenen dat als wij alle tien elk twee bezoekers zouden meebrengen hij een lekker gevuld keldertje had.’

‘Het was YouTube dat alles in een stroomversnelling bracht. We postten onze opnamen en toen we in 2010 het album Tell Your Friends ook in een dvd-versie uitbrachten, stond die meteen online.’

Het waren de beginjaren van YouTube. ‘Alle muziekliefhebbers die ik kende, struinden het internet af naar nieuwe muziek. Dat heeft ons ontzettend geholpen.

‘Bovendien zat er in 2010 verder nauwelijks ontwikkeling in de muziek. Er gebeurde niks. Als je niet de hele dag Katy Perry-liedjes wilde zingen, zat er weinig anders op dan zelf op onderzoek uit te gaan.’

Toen Snarky Puppy in 2011 naar Europa kwam, was de ontvangst zo gul dat League de wens uitte een plaat op het continent te nemen. Bij voorkeur in Nederland, want hier was de ontvangst het hartelijkst geweest. Het muzikale klimaat in Nederland, waar relatief veel podia ruimte bieden aan ‘moeilijk’ gevonden jazzmuziek, stond League aan.

‘Het was Mike Bindraban, onze concertpromotor in Nederland, die met het idee kwam om in het studiocomplex Kytopia in Utrecht te gaan opnemen. In deze artistieke vrijplaats ontmoette ik trompettist Colin Benders die toen nog zijn Kyteman Orchestra had, en zijn vader Erik die zakelijk leider was van Kytopia. Geweldige mensen, die meteen ja zeiden. Snarky Puppy mocht kosteloos een plaat opnemen en Colin en Erik hielpen waar ze maar konden met de productie.’

Levenslang

Zelfs bandleider Michael League weet niet precies uit hoeveel leden zijn band Snarky Puppy bestaat. ‘We begonnen met z’n tienen. Ik denk dat er inmiddels een kleine twintig muzikanten in Snarky Puppy zitten.’ Die doen niet altijd tegelijk mee. ‘Voor elke tour en elk album kijk ik wie beschikbaar is. Velen van ons doen ook sessiewerk en de toetsenisten Bill Laurence en Cory Henry zijn ook op eigen houtje succesvol.’

Vooral Cory Henry maakt furore met zijn Funk Apostles. ‘Hij heeft al een paar jaar niet meer kunnen meedoen. Toch blijft hij voor mij altijd bij Snarky Puppy horen. Wie eenmaal heeft meegespeeld, blijft zijn hele leven bandlid. Als Cory zich meldt, is hij meteen welkom.’  

Grammy Award

En toen ging het snel. Alles kwam in 2013, 2014 samen. ‘Onze naamsbekendheid werd zo groot dat we in zalen voor meer dan tweehonderd man konden gaan spelen. Zeker nadat we in 2014 met het nummer Something een Grammy Award for Best R&B Performance wonnen. We deden altijd lacherig over die prijs, want die zou alleen succes meten en geen recht doen aan artistieke waarde. Maar echt álles veranderde toen we hem zelf kregen. Ineens besta je, mag je geld vragen voor een optreden en word je zelf gebeld of gemaild in plaats van dat al je mails onbeantwoord blijven.’

De Kytopia-opnamen resulteren in 2014 in het album We Like It Here, dat de internationale doorbraak van de band betekende. Bij de opnamen was een vertegenwoordiging van het Metropole Orkest aanwezig. ‘Ze vroegen of we eens iets samen zouden willen doen. Echt, ik dacht dat we in de maling werden genomen. Iets met de verborgen camera, of zo. Negen jaar lang ziet niemand je band staan en ineens gebeurt dit allemaal.’

League gaat aan het werk en schrijft de arrangementen voor het Metropole Orkest allemaal zelf. Het album Sylva dat de band samen met het orkest in 2015 opneemt levert League opnieuw een Grammy op, ditmaal voor Best Contemporary Instrumental Album.

In de legendarische zanger/songschrijver David Crosby (The Byrds, Crosby Stills Nash & Young) vindt de band een nieuwe fan. ‘Ineens zagen we dat David Crosby op sociale media filmpjes van ons begon te delen. En niet eentje, maar tientallen. Ik stuurde hem maar dus maar een berichtje.’

Het contact was meteen innig. ‘Alsof ik een broer had gevonden. En hij vroeg zelf of we niet eens iets samen konden doen.’ Binnenkort verschijnt een door League geproduceerd nieuw studioalbum van David Crosby. Het is een van de vele op stapel staande uitgaven. Er volgt een nieuw album met zijn andere, meer op wereldmuziek gerichte band Bokanté, een nieuw Snarky Puppy-album staat in de steigers. ‘Ik kijk nooit verder dan 72 uur vooruit. Anders word ik gek, zegt League, terwijl hij de koelkast opentrekt voor een glas koele Chardonnay.

‘Morgen vlieg ik naar Marokko en tijdens die vlucht moet ik de arrangementen voor onze show op North Sea met het Metropole Orkest uitwerken. Dat heeft nu prioriteit.’

Hoog tijd dat het bezoek de deur uit, zodat League kan doen waar hij zin in heeft: even lekker losgaan in de studio. ‘Hoe blij ik ook ben met alle erkenning en de volle zalen, ik ben het gelukkigst als ik iets speel dat me even het gevoel geeft uit de werkelijkheid te ontsnappen. Daar blijf ik naar zoeken. Dat is wat me drijft. Maar een Grammy is mooi. En het gevoel dat ik had toen ik tijdens de opnamen het Metropole Orkest op volle kracht hoorde, blijft onbetaalbaar.’

North Sea Jazz

Michael League speelt drie keer op het North Sea Jazz Festival. Vrijdag 13/7 Snarky Puppy & Metropole Orkest o.l.v. Jules Buckley. Zaterdag 14/7 Michael League met Antonia Sanchez en Pedrito Martinez. Zondag 15/7 Bokanté met gasten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.