InterviewMicha Wertheim

Micha Wertheim moet nu maar eens duidelijkheid verschaffen. Simon Sluizer stapt in de auto bij de cabaretier

Micha WertheimBeeld Daniel Cohen

Bestaat Micha Wertheims Transitieteam wel echt? Onderzoeksjournalist Simon Sluizer gaat op onderzoek uit.

De theatervoorstelling ‘Micha Wertheim voor alle duidelijkheid’ werd in deze en de meeste andere kranten met vijf sterren ontvangen. Uitgerekend op de dag dat de voorstelling voor tv zou worden opgenomen, werden alle theaters in Nederland gesloten vanwege het coronavirus. Toevallig was er vorig jaar zomer een privé-opname gemaakt die goed genoeg werd bevonden om op tv uit te zenden. Omdat het originele materiaal al was vernietigd kon er in die registratie niet meer worden geknipt. Daarom zendt NPO3 de meer dan twee uur durende voorstelling zondagavond integraal uit.

Als ik bij Micha Wertheim in de auto wil stappen, gebaart hij dat ik schuin achter hem moet plaatsnemen. Eenmaal binnen krijg ik de opdracht niet voorover te buigen tijdens onze rit. ‘Als je met je hoofd tegen je hoofdsteun blijft zitten, is de afstand precies één meter zestig’, zegt de cabaretier terwijl hij via de achteruitkijkspiegel naar me glimlacht.

Aanleiding voor onze afspraak is de tv-uitzending van zijn nieuwste voorstelling, Micha Wertheim voor alle duidelijkheid, maar ook de twijfel die bij de hoofdredactie, de chef satire en de Ombudsclown van deze krant is ontstaan over de vraag of het Transitieteam, waarvoor Wertheim wekelijks een bericht op de achterpagina publiceert, wel echt bestaat. Alle reden voor de Ombudsclown om onderzoeksjournalist Simon Sluizer te vragen duidelijkheid te verschaffen over de relatie tussen het Transitieteam en de Cabaretier.

In eerste instantie reageerde hij afwerend toen hem werd gevraagd bewijzen te overleggen. Toen de krant de druk opvoerde, verklaarde Wertheim dat zijn contacten bij het Transitieteam niet wilden meewerken. Pas nadat gedreigd werd de rubriek stop te zetten was hij bereid een ontmoeting te organiseren tussen een medewerker van deze krant en het Transitieteam – maar alleen op voorwaarde dat het gesprek ook over zijn cabaretvoorstelling zou gaan.

Als we op de snelweg zijn vraag ik wat Wertheim het meest mist nu de theaters gesloten zijn. ‘Dit’, zegt hij, en hij tikt met zijn handen op het dashboard. ‘Het onderweg zijn. De ritjes van en naar het theater. In de auto komt er een rust over me heen die ik verder nergens vind. Ik heb lang gedacht dat ik een atelier nodig had, maar inmiddels weet ik dat ik ook daar tot weinig kom, omdat ook daar altijd kleine klusjes gedaan moeten worden.’

Zijn voorstellingen, vertelt Wertheim terwijl hij af en toe via het achteruitkijkspiegeltje in de gaten houdt of ik alles wel noteer, ontstaan voor een belangrijk deel in de auto. ‘Onderweg naar het theater is mijn concentratie het grootst. Ik moet dan regelmatig even stoppen om ideeën op te schrijven. Dat gebeurt ook op de terugweg naar huis. Ik voer dan hele gesprekken met mezelf over wat de voorstelling nog nodig heeft, wat er uit kan en wat ik eigenlijk had moeten zeggen.’

Mis je het applaus niet?

‘Applaus is leuk, maar een mens kan prima een paar maanden zonder. Net als theater trouwens. Er wordt nu heel dramatisch over gedaan, maar het is niet zo dat het publiek zich nu hoeft te vervelen. Iedereen heeft thuis stapels boeken en films liggen die erop wachten gelezen en bekeken te worden. Natuurlijk, dat is niet te vergelijken met theater, maar soms loopt het leven anders dan je had gedacht. De sluiting van theaters is vooral verschrikkelijk voor mensen die er financieel van afhankelijk zijn. Maar laten we niet doen alsof dat door de corona komt. Musici, theatertechnici, dansers en acteurs zijn de laatste jaren allemaal gedwongen zelfstandig ondernemer te worden. Cultureel ondernemerschap, heette dat tien jaar geleden, toen diversiteit nog niet het toverwoord was waarvan iedereen de mond vol had. We zien nu hoe realistisch dat cultureel ondernemerschap was. Het is net als met de zelfstandige pakketbezorgers. Als die straks verkouden zijn, gaan ze heus niet veertien dagen thuis zitten. Dat kan alleen iemand met een vaste baan zich permitteren. We hebben jaren financieel gesneden in van alles en nog wat. Nu blijkt dat we ook in onze eigen vingers hebben zitten snijden. Het woord ‘zelfstandig’ dekt natuurlijk ook helemaal de lading niet. Alleen een autistische kluizenaar op een onbewoond eiland is zelfstandig. Zelfs een miljardenbedrijf als Booking.com blijkt het zelfstandig niet te redden. Je zou ook ‘aan hun lot overgelaten’ kunnen zeggen: steeds meer mensen worden aan hun lot overgelaten omdat dat goedkoper is. Maar dat bekt een stuk minder lekker dan zelfstandig.’

De acteur Hans Kesting gaat 1 juni een solovoorstelling spelen in de Amsterdamse Stadsschouwburg, voor dertig man publiek. Zou jij ook zoiets willen?

‘Als Kesting daar gelukkig van wordt, moet hij dat vooral doen. Ik word ook gek van het thuiszitten. Hij boft dat hij een hele organisatie om zich heen heeft die het mogelijk wil maken. Maar laten we alsjeblieft niet doen alsof dat iets met theater te maken heeft. Als ik in de Stadsschouwburg naar de wc ga, is dat ook geen theatervoorstelling. Een voorstelling maak je voor publiek en met het publiek. Of in ieder geval vanuit de gedachte dat er publiek op af kan komen. Zolang de zaal niet wezenlijk gevuld kan worden door mensen die op een wezenlijke manier bijdragen aan de onkosten, blijft het een soort mis die in een afgesloten tempel wordt opgedragen door onzichtbare priesters.’

Wat moeten ze dan doen?

‘De minister van cultuur roept steeds dat de sector zo creatief is. Als ze zelf creatief was, had ze al die werkloze technici, producenten en makers al lang ingezet om scholen, verpleegtehuizen en meer van dat soort plekken wat te ontlasten. Veel muzikanten en acteurs hebben een hoge opleiding, vaak met een pedagogische aantekening en lesbevoegdheid. Ze zouden zo aan het werk kunnen om scholen te ontzien die het voor deze crisis al bijna niet voor elkaar kregen om de boel draaiend te houden. Theater- en festivalproducenten die nu niets omhanden hebben omdat alles stilligt, zouden de schoolleiding administratief kunnen ondersteunen. Theatertechnici zouden kunnen helpen om allerhande overheidsgebouwen en zorginstellingen aan te passen aan de anderhalvemetereconomie. Zodra er een vaccin is, zijn ze daar niet meer nodig en kunnen ze terug naar hun eigenlijke baan. Als het kabinet tenminste wil dat er na deze crisis nog theaters zijn.’

In je laatste voorstelling, die zondag op tv komt, ben je daar vrij somber over. Je hebt het over minister Wiebes, die als Zomergast de kunst reduceerde tot een hobby waaraan de staat niet zou moeten meebetalen.

‘Niets is zo bedreigend voor mensen die alleen maar in geld denken dan de gedachte dat andere mensen iets doen zonder er financieel op vooruit te hoeven gaan. Dat geldt voor mensen die ondanks alles blijven werken in de bejaardenzorg en voor vrijwilligers in de zwakzinnigenzorg, maar het geldt ook voor kunstenaars die een beetje schoonheid willen toevoegen aan een wrede en oneerlijke wereld.

Een hobby is in wezen gewoon iets wat je doet zonder er veel geld aan te verdienen. Ik denk dat Wiebes daar met zijn hoofd niet bij kan. Diep van binnen heeft hij denk ik toch meer begrip voor zo’n topman van KLM, die ondanks alle ellende bij zijn personeel, vooral bezig is met het vullen van zijn eigen zakken.

Maar als je er wat langer over nadenkt, is vrijwel alles wat wij beschaving noemen natuurlijk een hobby. Welbeschouwd is de rechtsstaat ook iets waar we prima zonder kunnen. Dat verklaart misschien ook de eindeloze hoeveelheid bezuinigingen op de sociale advocatuur. In Mogadishu redden de krijgsheren het prima zonder rechtsstaat. In Moskou schijn je heerlijk te kunnen winkelen en in Peking kun je fantastisch uit eten, weet ik uit ervaring.’

Vind je dat de politiek het nu ook zo slecht doet?

‘Helemaal niet. Ik moet bekennen dat ik erg onder de indruk ben van Mark Rutte. De manier waarop hij Nederland nu op sleeptouw neemt, dwingt bewondering af. De flair, souplesse en politieke veerkracht die hij de afgelopen jaren inzette om de samenleving ervan te overtuigen dat buitenlanders en kunstenaars verwende paria zijn die alleen maar voor overlast zorgen, die charme gebruikt hij nu om het hele land door deze krankzinnige tijd heen te loodsen. Dat doet hij echt heel knap. Ik zou niemand weten die dat beter kan.’

Wertheim stopt om te tanken. Als hij weer instapt wil hij toch nog even terug komen op de vraag of hij het optreden mist.

‘Die eerste week van quarantaine, toen iedereen op het balkon stond te klappen voor de mensen in de zorg, dat kwam wel heel hard aan. Je voelde aan alles dat dat niet klopte. Dat het tegen alle natuurwetten in ging dat er niet voor mij, maar voor verpleegkundigen werd geklapt.’

De cabaretier is even stil, start dan zijn auto en rijdt de snelweg weer op.

‘Ik heb de mensen uit de zorg ook nergens zien buigen’, gaat hij verder. ‘Terwijl buigen toch het minste is wat je kunt doen als er voor je wordt geklapt. Buigen is een vorm van nederigheid die je toont naar het publiek. Iedere artiest weet dat. Blijkbaar ontbreekt die nederigheid bij zorgmedewerkers. Terwijl zelfs een kind snapt: als mensen voor je klappen, dan buig je.’

Dan, na een korte stilte: ‘Als je dat beetje respect niet kunt opbrengen, moet je ook niet raar opkijken als er na de crisis gewoon weer verder wordt gekort op de zorg.’

Je klinkt nu net als het Transitieteam, waarvoor je wekelijks berichten doorspeelt naar de Volkskrant.

‘Met het Transitieteam heb ik niets te maken. Hoe vaak moet ik dat nog uitleggen? Wat zij willen gaat recht in tegen alles waar ik voor sta! Ik ben hun doorgeefluik. Verder niets.’

Micha Wertheim Beeld Daniel Cohen

Als je er niet achter staat, waarom werk je er dan aan mee?

‘Omdat de transitie er zonder mij ook wel komt.’

Dat is toch geen reden om eraan mee te werken?

‘Juist wel. Straks, na deze crisis, zullen een paar theaters wel weer opengaan, maar er zal steeds minder behoefte zijn aan het soort theater dat ik maak. Dan wordt het kiezen tussen bekende Nederlanders die koken met publiek of theatermakers die maatschappelijke problemen die allang zijn aangekaart opnieuw aankaarten, voor een publiek dat het al lang met ze eens is.’

En wat jij maakt is anders?

‘Ik houd van kunst die meer vragen stelt dan ze beantwoordt. Als ik iets zie, hoor of lees wil ik uit mijn evenwicht worden gebracht. Kunst is voor mij juist de laatste plek waar je geen stelling zou moeten nemen. Als publiek niet, maar ook als maker niet. Dus als ik iets maak, dan wil ik bij wijze van spreken aan alles gaan twijfelen: aan wat ik vind, aan wat ik doe en aan wie ik ben.’

Het Transitieteam lijkt juist te ijveren voor een wereld zonder twijfel.

‘Klopt. Daar maak ik mij ook grote zorgen over. Maar ik help ze omdat ik ook een beetje aan mijn eigen toekomst moet denken. Ik moet straks ook ergens van kunnen rondkomen. Diversifiëren, noemt mijn financieel planner dat. Vergelijk het met de paginagrote advertentie die begin deze maand in een aantal kranten stond: de brief waarin de Chinese ambassadeur zich tot het Nederlandse volk richtte. Dat bericht heeft hij heus niet zelf opgesteld. Daar heeft hij een Nederlands pr-bedrijf voor in de arm genomen. Ongetwijfeld allemaal mensen die gehecht zijn aan onze democratie en onafhankelijke pers. Ik sluit niet uit dat sommige van hen zelf in de journalistiek begonnen zijn. Alleen: die pr-medewerkers willen ook een beetje brood op de plank. Laten we wel wezen, de journalistiek is al lang geen vetpot meer. Daarom klussen ze wat bij voor een regime dat al veel verder is met de transitie dan wij hier. Voor de uitgevers zijn dat soort advertenties ook zeer welkom. Zeker nu de advertentie-inkomsten vrijwel stilgevallen zijn, hebben ze de advertenties van repressieve regimes hard nodig om de vrije pers draaiende te houden.’

Zijn er dan echt geen grenzen aan wat je voor het Transitieteam zou doen? Vorige week raakte de jongerenafdeling van het Transitieteam in opspraak toen bleek dat ze in hun appgroep antisemitische berichten hadden gedeeld. Ligt daar niet een grens?

‘Ik heb het daarover gehad met de diversiteitsmedewerker van het Transitieteam en die gaf aan dat het een storm in een glas water was. Antisemieten, legde ze mij uit, hebben per definitie de pest aan alle Joden. Bij het Transitieteam is dat niet het geval. In de appjes ging het over de Joden. Niet over alle Joden. Praten over alle Joden zou ook niet eens kunnen. Zolang er ergens maar één Jood is aan wie het Transitieteam niet de pest heeft, is het potsierlijk om het team als antisemitisch weg te zetten. Niemand kent alle joden. Daarom zullen antisemieten na de transitie ook nooit van antisemitisme beticht kunnen worden.

Inmiddels zit ik al vier uur bij Micha Wertheim in de auto en heb ik nog steeds niemand gesproken of gezien die kan verifiëren dat het Transitieteam echt bestaat. En dus besluit ik er zelf maar over te beginnen. Ik ben nog niet uitgepraat of Wertheim zet de auto met een ruk stil langs de kant. Zijn gezicht is plotseling hard als een steen. Hij draait zich naar me toe en komt veel dichterbij dan de voorgeschreven anderhalve meter.

‘Doe jij onderzoek voor je aan een interview begint?’, wil hij weten.

Ik zeg dat ik altijd mijn huiswerk doe. Dat ik in de voorbereiding van dit interview alle berichten van het Transitieteam heb teruggelezen. Dat ik zijn cabaretvoorstellingen heb bekeken, dat ik een aantal interviews heb…

‘Heel goed’, valt Wertheim me in de rede. ‘Ik heb namelijk zelf ook een beetje onderzoek naar jou gedaan!’

Zijn stem klinkt voor het eerst dreigend en ik voel spuug op mijn gezicht landen.

‘Wat blijkt: steeds als ik de naam Simon Sluizer google, kom ik stukken tegen die óf over mij gaan óf door mij zijn geschreven en over jou gaan. Als ik niet beter wist, zou ik haast gaan geloven dat ik jou, Simon Sluizer, zelf bedacht heb, als een soort alter ego. En als dat zo is, waarom moet ik dan iemand die naar alle waarschijnlijkheid door mijzelf verzonnen is ervan overtuigen dat het Transitieteam echt bestaat?’

‘Verzonnen?’, sputter ik verbijsterd tegen. ‘Ik heb net vier uur naar je geluisterd, ik zit nu bij je in de auto en als dit interview straks in de krant komt staat mijn naam erboven.’

‘Voor iemand die beweert al mijn voorstellingen te hebben gezien, ben je wel heel erg verrast over deze stijlvorm. Wat zei ik nou toen we op de snelweg waren? Dat ik in de auto vaak hele gesprekken met mezelf voer. Heb je niet zitten opletten toen ik tegen je praatte?’

Ik blader in mijn notitieboekje en laat zien dat ik het allemaal keurig heb opgeschreven. Wertheim draait zich weer naar voren, staart voor zich uit en is plotseling heel kalm.

‘Ik betwijfel niet of jij bestaat’, zegt hij. ‘Als ik zou twijfelen aan jouw bestaan, dan had ik nooit een gesprek met je kunnen voeren. Maar als het Transitieteam niet bestaat, dan besta jij ook niet, Simon Sluizer. Als jij wel bestaat, dan bestaat het Transitieteam ook. De keuze is aan jou: wil je bestaan of wil je niet bestaan?’

To be or not to be.

‘Je wilde bewijs zien?’, zegt Wertheim voor hij mij gebaart uit te stappen. ‘Kijk maar in de spiegel. Het bewijs staart je recht in de ogen.’

Licht geïntimideerd, maar ook onder de indruk van de geestelijke lenigheid waarmee Micha Wertheim mij in een staat van existentiële onzekerheid heeft achtergelaten, stap ik uit. Pas dan zie ik dat hij me precies heeft afgezet waar ik vier uur eerder ben ingestapt. Als ik niet beter wist, zou ik haast denken dat we nooit van onze plek zijn geweest.

Micha Wertheim voor alle duidelijkheid, 31/5, NPO3, 23.00 uur

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden