Mezzosopraan groeit per aria in rol festivalrevelatie

Het komt zelden voor, maar het Festival Oude Muziek Utrecht ontpopte zich als de bakermat van een nieuwe ster: invalster Josè Maria Lo Monaco....

UTRECHT Het Festival Oude Muziek Utrecht is een feest voor iedereen die hongert naar details over hoe het er in Londen anno 1740 voorstond met het concerto grosso als theatraal vehikel, of alles wil weten over het barytontrio tussen 1787 en 1789 in Eszterházy. Behalve dat, wordt er ook vaak uitstekend muziek gemaakt.

Zelden komt het echter voor dat het Utrechtse festival zich ontpopt als bakermat van een nieuwe ster. Dat geluk had scheidend directeur Jan Van den Bossche tijdens het openingsweekeinde van zijn laatste festivaleditie. In de Augustinuskerk zagen de Vlaming en zijn opvolger Xavier Vandamme zaterdag een memorabele invalbeurt: Josè Maria Lo Monaco, een jonge Italiaanse mezzosopraan die de dirigent Mike Fentross en zijn La Sfera Armoniosa Orchestra uit de brand kwam helpen met een reeks aria’s van Händel (de alt Sonia Prina moest afzeggen) bleek een grande dame in de dop. Per aria groeiend in haar rol van festivalrevelatie, strooide Lo Monaco wat timide haar eerste nootjes rond in een aria uit Giulio Cesare. Ze kwam op temperatuur in magnifiek langzaam werk als Cara sposa uit Händels Rinaldo, eindigde als een vuurspuwende Ariodante, en bewoog een kerk vol oudemuziekgangers tot gejuich en Begeisterungspfiffe.

Met het begrip ‘ster’ laat Oude Muziek Utrecht zich doorgaans niet makkelijk combineren. Repertoire en stijl van uitvoering staan voorop. Ermee aan de haal gaan, wordt niet gewaardeerd. Maar Händel, die een carrière lang in symbiose verkeerde met sterren – hij schreef de ‘oude muziek’ uit Lo Monaco’s invalsterskoffertje voor virtuozen als de castraten Grimaldi en Carestini – zou hier mogelijk hebben gespind van tevredenheid.

Een vocalist met een nog klein maar karakteristiek geluid, die naar musici luistert, en voor kleur en intonatie moeiteloos de golflengte opzoekt van de strijkers en de fraaie fagot en hobo’s van Fentross’ orkest – daar mag Xavier Vandamme, festivalprogrammeur vanaf 2010, méér voor bedenken. Als het nog wil lukken. Lo Monaco werkte al met dirigenten als Zedda en Muti, en liet haar neus zien in Salzburg en de Parijse Opéra.

Dat is andere koek dan de Geertekerk. Van Lo Monaco, die aan haar acht Händelaria’s nog een negende van Purcell (Dido’s lament) toevoegde als encore, ging het op een drafje naar Collegium Vocale Gent en de fortepianist Kristian Bezuidenhout, die in de Geertekerk klaar zaten met sonatewerk en koorliederen van Haydn.

Anders dan het ‘orkest in residentie’, Frans Brüggens Orkest van de Achttiende Eeuw, dat uit overtuiging alleen grootmeesterlijke muziek op het repertoire heeft (deze week van Haydn en Mendelssohn), bleek Collegium Vocale niet op te zien tegen schuifdeurenwerk van Haydn over de oude dag, het huwelijk en de wijn. Hoe gaaf ook getoonzet en hoe keurig ook gezongen, de boel werd gered door Bezuidenhouts toverijen met Haydns afgrondelijke sonatekunst.

Zo mogen kleinere Britten als Jenkins en Tomkins in Utrecht vanzelf meedoen met de grote Purcell. Phantasm, een gamba-gezelschap dat zich naar het genre noemt waarin Purcell al het genie dat hij in zich had kwijt kon, de fantazia voor gambaconsort, combineerde reus en dwergen tot een grandioos sprookje in klank over de Londense gamba, 1600-1680.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden