Mexico als personage in broederfilm

Rudo y Cursi is helemaal de film van debutant Carlos; producent én broer Alfonso is er ter ondersteuning.

Heeft Alfonso Cuarón zijn stoel iets naar achter geschoven, of zit zijn broer Carlos gewoon rechterop? Hun lichaamstaal vertelt in elk geval: Rudo y Cursi is helemaal de film van debutant Carlos; producent Alfonso is er ter ondersteuning.

Geen wonder dat ze bijna verbaasd kijken bij een vraag over onderlinge rivaliteit. ‘Jeeeez’, doet Carlos. En dan: ‘Het kan geen gevecht zijn om mijn moeders aandacht, want ik weet allang dat hij’ – een knikje schuin naar achter – ‘het lievelingetje is’.

Broer Alfonso, onderuitgezakt, lacht voluit. ‘Nou, nou. Daar heb je indirect een antwoord!’

Toch kan de vraag geen verrassing zijn. De komedie Rudo y Cursi gaat over de bijna natuurlijke competitie tussen broers, twee ‘boerenkinkels’ die beide profvoetballer kunnen worden en te maken krijgen met alle verleidingen van dien. Bovendien: het is Carlos’ regiedebuut.

Acht jaar geleden schreef Carlos samen met oudere broer Alfonso het scenario van het bejubelde Y tu mamá también (2001), een van de ‘new wave’-films die de Mexicaanse cinema weer internationaal op de kaart zette. Alfonso, die ook regisseerde, kwam daarna in Hollywood definitief op de A-lijst te staan: hij tekende voor de blockbusters Harry Potter and the Prisoner of Azkaban (2004) en Children of Men (2006). Carlos, die zichzelf in eerste plaats scenarioschrijver noemt, regisseerde een aantal korte films.

Maar rivaliteit? Nee. Carlos – minder grijs, voller gezicht, maar met dezelfde oogopslag – peinst hardop: ‘Toen we kinderen waren, was er natuurlijk wel strijd. Maar dat eindigde altijd op dezelfde manier: hij gaf me een klap en dat was het. Hij is natuurlijk vijf jaar ouder. Nu ondersteunen we elkaar vooral.’ Zijn broer was een van de mensen die hem aanmoedigden om ook te gaan regisseren, zegt Carlos.

Rudo y Cursi is de eerste film van de productiemaatschappij Cha Cha Chá, die Alfonso heeft opgericht met ‘new wave’-collega’s Guillermo del Toro (Hellboy, Pan’s Labyrinth) en Alejandro González Iñárritu (Amores Perros, Babel). ‘Filmbroers’ noemt Alfonso hen. De broertjes Cuarón ontmoetten hen jaren geleden, toen ze allemaal nog worstelden om geld bij elkaar te schrapen voor hun films. Dat ze Rudo y Cursi in de stal zouden opnemen was ‘natuurlijk’. ‘Als wij filmbroers zijn, dan is deze film gemaakt door alle andere leden van de familie.’

Want – en hier wordt het verhaal nog kleffer – met de film werden ook acteurs en vrienden Diego Luna en Gael García Bernal weer met elkaar en de Cuaróns herenigd sinds Y tu mamá también. Een groot voordeel, zegt Carlos. ‘Je kunt op de set alles zeggen zonder dat je bang hoeft te zijn dat je iemand beledigt. En als dat wel gebeurt, is het na vijf minuten weer vergeten. Bovendien verlies je geen tijd meer aan discussies – die heb je allemaal al eerder gevoerd.’

Rudo y Cursi lijkt een omgekeerde versie van Y tu mamá también. Die film ging over twee stadse tieners die het echte Mexico leren kennen door een lange tocht naar de kust; in Rudo y Cursi maken twee landarbeiders de overstap naar de glamour in Mexico-stad.

Dat was vooral omschakelen voor Luna en Bernal, vertelt Carlos. ‘Ik ken dat gedeelte van Mexico al mijn hele leven; we brachten er onze zomers door. Daarom wilde ik ook de bananenplantages laten zien; ik wist hoe weelderig ze zijn, maar ik had dat nog nooit gezien in een film.

‘Gael en Diego zijn twee cultureel ontwikkelde jongens uit Mexico-stad die opeens twee boeren moeten spelen zonder opleiding en met andere normen en waarden. Daarom heb ik hen twee weken voor het draaien naar die plantage gebracht, om de mensen echt te leren kennen.’

Die geworteldheid in de (rauwe) realiteit is een van de kenmerken van die Mexicaanse new wave. De politiek-sociale achtergrond speelt altijd een belangrijke rol, in Y tu mamá también bijvoorbeeld, in Amores Perros en nu ook in Rudo y Cursi. ‘Een wolf in schaapskleding’ noemde co-producent Guillermo del Toro het – het lijkt een vettige komedie, met seksueel getinte grappen en een kitscherige rancheroplaat op de soundtrack, maar er zit meer onder.

Carlos: ‘Ik vind het belangrijk om te laten zien waar deze jongens vandaan komen, hun context hoort erbij. Dan kun je hen beter begrijpen. Daarom moest ik echt een portret maken van het contemporaine Mexico, bijna als een extra personage. Met de lichte en de donkere kanten, met onze verhouding tot voetbal, de liefde en de corruptie, met drugsbazen en alleenstaande moeders. Gewoon laten zien, zonder te oordelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden