Mevrouw Verona daalt de heuvel af

Twintig jaar wachten op een cello

Een kerstverhaal zonder Kerstmis. Speelt in februari, verschijnt in oktober. Geschreven door een Vlaming, als in gans België iedereen zich met de zorgwekkende actualiteit engageert. En waar komt Dimitri Verhulst mee voor de dag, de jonge solist die alweer dat doet waar niemand op heeft gerekend? Een teder sprookje over een bejaarde weduwe in het geïsoleerde Waalse dorpje Oucwègne, drie heuvels groot, met in de diepte de rivier Gemontfoux.

Twintig jaar nadat haar grote liefde ongeneeslijk ziek werd en zich ophing aan een loofboom achter hun huis, besluit ook Mevrouw Verona uit sterven te gaan, in de sneeuw van februari. Aan haar voeten de trouwe hoevehond die maar geen afscheid van de lieve bazin wil nemen. 'Liefdeslang en niet langer zou een leven mogen duren', stelt de verteller uit haar naam, maar in de honderd pagina's die hij nodig heeft voor zijn winterverhaal weet hij je te bewegen erop te vertrouwen dat waarachtige liefde zelfs over het levenseinde heen kan reiken.

Maar wacht eens even. Neemt Verhulst, die tot dusver nooit is teruggeschrokken voor een rauwe snauw, ons met dit pastorale gebed in stemmig proza niet bij de neus? Met zijn stilistische souplesse en humor, die hem dit voorjaar een groot publiek bezorgde toen zijn roman De helaasheid der dingen verscheen, moet hij daar zeker toe in staat worden geacht. 'De mens: ze hadden hem nooit uit het water mogen laten kruipen', lezen we weliswaar in het nieuwe boek, maar die helaasheid wordt eerder aangeroerd om een verzoenende revérence te maken tegenover de natuur, die haar rechten terugneemt als de cultuurmens is opgekrast, dan om die laatste in zijn hemd te zetten.

Argwanend en wel moeten we eraan geloven, en Verhulst kríjgt ons ook zover dankzij zijn elegische toon die nergens topzwaar wordt. Ooit, lang geleden, toen Mevrouw Verona pianoles gaf op de academie, ontstak ze in liefde voor een componist, die door de inwoners van Oucwègne met de koosnaam 'Meneer Pottenbakker' werd bedacht. Omdat hij kunstenaar was meenden ze dat het wel een pottenbakker moest zijn, 'wellicht omdat het nut van vazen en kruiken hier hoger werd aangeschreven dan het belang van sarabandes en sonnetten.' De twee kwamen in het uit de tijd getilde bergdorpje wonen, en waren domweg gelukkig.

Veel gebeurde er niet in het plaatsje, zodat ook de idylle niet werd gebruuskeerd. Natuurlijk stierf er weleens iemand, en werd er in de toog van de kantine bij de cinema behalve getafelvoetbald ook te diep in het glas gekeken. Maar de saamhorigheid overwon alles, als men met de liedjes van Aznavour meezong.

De zompigheid van het ongeciviliseerde bestaan, die hij bijna wellustig tekende in zijn vorige roman, ontbreekt dit keer evenmin, maar ze fungeert vooral als contrapunt. Als Meneer Pottenbakker zich heeft opgehangen, fantaseren de veertien vrijgezelle mannen van het dorp over wie de eerste is die zich tot het bed van Mevrouw Verona gaat wagen. Het blijft bij gemijmer, want zij verlangt niet naar een nieuwe partner. Daar is zelfs geen plaats voor. Ze praat nog steeds met haar man, draagt zijn kleren, en wacht zelfs twintig jaar tot het hout van de boom waaraan haar liefde zich verhing rijp is om in de vorm van een cello door haar te worden vastgehouden en bespeeld, 'een duet met de afwezigheid'.

Als een oude sage ontrolt zich deze vertelling, en Verhulst hult zich in het gewaad van een wereldwijze sprookspreker die ons meeneemt naar een uithoek, ver van het gewemel van alledag: 'Konden de schapen eindelijk likken wat ze o zo moeizaam hadden geoond, hadden de steenkappers het leisteenstof dat zich alsmaar hoger opstapelde in hun longen boven de gootsteen uitgekotst, waren de thermossen uitgespoeld, de hoefijzers geslagen, de velden gezaaid, de hooiharken getrokken, het koren geponderd, het beton gestort, de voeren hout geleverd en het geld geteld, kortom als het werk erop zat en men wou vergeten dat er 's anderendaags opnieuw moest worden geoond en gehoest en gespoe

ld en geslagen, dat men weer diende te zaaien en te trekken en te ponderen en te storten en te leveren opdat men daar hopelijk iets om te tellen aan overhield, dan, en niet eerder, trokken de mannen naar de kantine van de oude katholieke cinema, voor hun slaapmutsjes.'

Wie kent het kerstgevoel niet, wanneer bij kaarslicht en met een gedempt engelenkoor op de achtergrond de tijd daar is voor een fabel die de eeuwige sentimenten bij de naam mag noemen, zonder dat de toehoorders naar het schild van het sarcasme of de ploertendoder van het cynisme grijpen, bang als ze zijn te worden ingepakt, omdat ze hun eigen ontroering niet meer vertrouwen?

Laat die afweer varen, sust Verhulst, en met het onbeschaamd gebruik van zijn palet aan alliteraties, rijm, assonanties en consonanties geeft hij zelf het voorbeeld: 'In alle goeie herinneringen groeiden gloriasas en stonden de ganzeriken perzikroze.'

Allez, je moet een reddeloze valse hond zijn om voor het cellospel van Mevrouw Verona niet sniffend door de knieën te gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden