Metershoge atleten en rijpe maagden

Na Riefenstahl en Speer wordt met een tentoonstelling over nazi-beeldhouwer Arno Breker de discussie weer heropend: kan kunst ondanks nazi-connotaties als kunst worden gewaardeerd?...

Van onze correspondent Sander van Walsum

Kan een ‘foute kunstenaar’ ook virtuoos zijn? En is het mogelijk dat het Derde Rijk behalve onrecht en massamoord ook ‘eeuwige schoonheid’ heeft voortgebracht? Deze vragen staan centraal in de polemiek die is ontbrand naar aanleiding van de overzichtstentoonstelling van het werk van Arno Breker (1900-1991) – Hitlers favoriete beeldhouwer. Breker gaf de schoonheidsidealen van het nationaal-socialisme gestalte: metershoge atleten en krijgers die wilskrachtig naar de einder turen, bevallige maagden, geslachtsrijpe boerinnen en mythologische gestalten.

Hoewel Breker na de oorlog nooit geheel brodeloos is geraakt, had zijn werk in het democratische Duitsland de tijdgeest tegen: met de ondergang van het Derde Rijk had het elke relevantie verloren. Tegen die opvatting komt Rudolf Conrades, de conservator van het museum Schleswig-Holstein-Haus in Schwerin (deelstaat Mecklenburg-Vorpommern), nu in opstand. Hij heeft een – op 21 juli te openen – tentoonstelling ingericht met zeventig werken uit de nalatenschap van Breker.

Daarvoor is, aldus Conrades, alle reden. Breker heeft zich weliswaar enige tijd toegelegd op de productie van ‘figuren met overbrede schouders’, maar hem wordt geen recht gedaan als hij wordt gereduceerd tot de decorbouwer van het Derde Rijk. Tijdens het mecenaat van Adolf Hitler (die hem meerdere ateliers en een jaargeld van één miljoen Rijksmark toekende) genoot hij ook buiten Duitsland veel achting.

Hij maakte deel uit van de jury die de inzendingen van de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1937 beoordeelde, en hij exposeerde geregeld in Frankrijk – dat hij als zijn ‘artistieke vaderland’ beschouwde. De schrijver/schilder Jean Cocteau noemde Breker ‘de meest vitale beeldhouwer van zijn tijd’. De beeldhouwer/graficus Aristide Maillol hield hem voor ‘de Michel-angelo van de 20ste eeuw’. En voor Salvador Dali was hij nog in 1975 ‘de profeet van de schoonheid’.

Zij waren, met andere woorden, bereid Breker te vergeven dat een massamoordenaar zijn grootste vereerder was, en zelfs dat Breker diens gunsten in dankbaarheid had aanvaard. Breker had in de geest van onverdachte grootheden als Rodin en Maillol gewerkt. Voor de oorlog werd hem een ‘Franse stijl’ toegedicht – wat in het toenmalige Duitsland geen aanbeveling was. De joodse impressionist Max Liebermann, in de jaren twintig voorzitter van de Pruisische Academie der Kunsten, overreedde Breker in 1934 om uit Frankrijk – waar hij zich voor langere tijd had gevestigd – naar Duitsland terug te keren. Na de oorlog maakte Breker bustes van de eerste twee kanseliers van het democratische Duitsland, Konrad Adenauer en Ludwig Erhard.

Vanaf de jaren zeventig werden deze wapenfeiten echter niet meer als verzachtende omstandigheid aangemerkt voor het feit dat Breker, in de woorden van Klaus Staeck, voorzitter van de Berlijnse Academie der Kunsten, ‘een van de grootste profiteurs van een misdadig regime’ was. Volgens Kornelia von Berswordt, directeur van de staatsmusea in Schwerin, is Breker hooguit een historisch curiosum, maar zeker geen serieus te nemen kunstenaar. Met de tentoonstelling in Schwerin wordt dus een discussie heropend die ook rondom het oeuvre van de cineaste Leni Riefenstahl en Hitlers ‘hofarchitect’ Albert Speer is gevoerd: kan kunst ondanks nadrukkelijke nazi-connotaties als kunst worden gewaardeerd? Rudolf Conrades heeft met zijn tentoonstelling in elk geval een bijdrage willen leveren aan dit debat. Getuige ook de naam van zijn initiatief: ‘Ter discussie gesteld: de beeldhouwer Arno Breker’.

Volgens zijn critici getuigt in elk geval zijn timing al van een tekortschietende politieke sensitiviteit: op 17 september worden in (onder andere) Mecklenburg-Vorpommern deelstaatverkiezingen gehouden, en een publieke ode aan Hitlers lievelingsbeeldhouwer zou de extreem-rechtse NPD wel eens ten goede kunnen komen.

Tot dusverre heeft Conrades zich niet gevoelig getoond voor deze beproefde argumentatie. ‘Ik geloof niet dat van een tentoonstelling een grote invloed uitgaat op het stemgedrag van mensen’, zei hij in Die Welt. Afgezien daarvan behoort Breker tot de Duitse kunstgeschiedenis. ‘Daarvoor zou een vrije samenleving zich niet moeten willen afsluiten.’

Met deze onorthodoxe opvatting heeft Conrades brede bijval geoogst. De SPD in Schwerin acht het land rijp voor een meer onbevangen omgang met zijn cultuurhistorie. En Nobelprijswinnaar Günter Grass, die de Bondsrepubliek in het verleden als mentale erfopvolger van het Derde Rijk zag, heeft zich voor de tentoonstelling uitgesproken omdat ze – ‘mits goed vormgegeven’ – het opportunisme van getalenteerde kunstenaars documenteert. Misschien baant hij hiermee wel onbedoeld de weg naar andere tentoonstellingen van ‘nazi-kunst’. Want zoals Arno Breker waren er velen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden