Review

Meteoor is kleurrijke collage van alle facetten van het mens-zijn

Boek (fictie) - Karel Capek

De roman van Karel Capek uit 1934 is een kleurrijke collage van alle facetten van het mens-zijn.

Tijdens een zware storm stort een vliegtuigje neer. De enige overlevende is buiten bewustzijn, onherkenbaar verminkt en zijn papieren zijn verbrand. 'Geval X', noemen ze hem in het ziekenhuis. Wie is hij?

Dat is de schijnbaar simpele vraag waar het om draait in de roman Meteoor van Karel Capek (1890-1938). De afgelopen jaren werden in Nederland meer boeken van de Tsjechische meester uitgegeven, allemaal vertaald door Irma Pieper. Waar Krakatiet (1924) en Oorlog met de Salamanders (1936) maatschappijkritisch zijn, gaat het in Meteoor en Een doodgewoon leven (beide uit 1934) over het individu. In laatstgenoemde zet een gepensioneerde spoorwegbeambte zijn leven op papier om er achter te komen wie hij nu werkelijk is en zodoende 'het dossier van zijn leven' af te sluiten.

In Meteoor wordt deze premisse omgedraaid. Nu is het niet het hoofpersonage zelf dat wil weten wie hij is (Geval X is immers buiten bewustzijn), maar de mensen om hem heen. Ten eerste is daar een nuchtere arts, die van alles afleidt uit de fysieke toestand van zijn patiënt. Een betrokken verpleegster gelooft dat haar dromen over X iets te betekenen hebben. Een helderziende medepatiënt krijgt te maken met 'gewaarwordingen' over het karakter van de ongelukkige, en tenslotte is er een schrijver die met zijn fantasie jacht maakt op het leven van X.

Dus, wie is hij volgens hen? Evengoed een dolende armoedzaaier als een rijke Cubaanse zakenman, evengoed een verliefde gek als een koelbloedige afperser, of een halve wees, een depressieve alcoholist, een koppig rijkeluiszoontje, een onverschillige handelsreiziger of een miskende scheikundige... Ja, voor iemand zonder gezicht of stem heeft X vele gedaanten. Het gaat in Meteoor dan ook niet zozeer om wie dit specifieke geval nou precies is, maar om een grotere en interessantere vraag: wat is een mens? Is dat een optelsom van ervaringen en herinneringen? Een geheel van karaktereigenschappen? Dat wat iemand tijdens zijn leven doet? Een product van de omstandigheden? Een vat vol onbewuste driften?

Fictie
Karel Capek
Meteoor
Uit het Tsjechisch vertaald door Irma Pieper.
Wereldbibliotheek; 190 pagina's; euro 19,99.

Het kan niet anders dan dat Capek bekend was met het werk van zijn tijdgenoot Sigmund Freud, gelet op de verwijzingen naar doods- en levensdrift, bewuste en onbewuste psychische drijfveren, onverwerkte jeugdtrauma's en allerhande afweermechanismen. In een mensenleven klinken volgens de freudiaanse leer altijd de ervaringen uit de kindertijd door. Maar de mens is zich hier over het algemeen nauwelijks van bewust. Die ervaart slechts het heden, schrijft Capek, 'en weet niet dat de kleine beweging die hij op dat moment uitvoert de resultante is van krachten die als bliksemflitsen door heel zijn leven lopen om de spanning tussen geboorte en dood in evenwicht te brengen'.

De psychoanalyse is aan Capek wel besteed. In onverteerbaar getheoretiseer vervalt hij echter nooit, want zijn fascinerende beschouwingen laat hij brengen door droogkomische personages: de zuster die slaappillen neemt omdat ze helemaal niet zit te wachten op de droombezoekjes van Geval X, de larmoyante schrijver die zich verlekkerd stort in de 'gruwelijke en pijnlijke bijzonderheden' van X, terwijl de arts niet verder komt dan een droogjes: 'arme kerel', en de helderziende die niet eens uit het raam hoeft te kijken om te zien wat voor weer het is. 'Hij vestigt de blik op het puntje van zijn lange neus en hup, hij weet al dat er buiten een storm raast.'

Meteoor is een kleurrijke en elegante collage waarin alle facetten van het begrip 'mens' belicht worden. De roman overtuigt omdat Capek geen definitieve conclusie trekt. Hij wijst ons er alleen op dat we, als we een ander willen begrijpen zoals hij werkelijk is, niet zonder ons verstand, geloof, gevoel of onze verbeelding kunnen.

Foto Floor Rieder
Meer over