Review

Metallica kan live veel beter

Dat Metallica in de Ziggo Dome zo veel nieuwe nummers speelt, en dus weigert een metal-meezingshow te organiseren, moet worden gewaardeerd. Toch is het optreden van de grootste metalband ter wereld te vaak los zand, te veel een metalcircus. Het bandjesgevoel ontbreekt. En waarom dat ronde podium?

Beeld Ben Houdijk

Als Metallica maandagavond de Ziggo Dome betreedt voor de eerste van twee uitverkochte shows in Amsterdam, dan schraapt de fan de keel. Dat wordt weer meezingen, met het vaste hitrepertoire van Master of Puppets tot Seek and Destroy.

Toch is deze Metallicashow speciaal. Anders dan anders. Metallica, al een jaar of dertig de grootste metalband ter wereld, heeft na bijna tien jaar stilte eindelijk een nieuwe plaat op zak. En dus nieuwe liedjes om de zaal in te slingeren. Het zijn nog fijne liedjes ook: Hardwired... to Self-Destruct uit 2016 is een razende thrashmetalplaat, voortgedreven door rauwe punkwoede, die trots naast de beste albums van de Californische band staat, zo ongeveer tot aan het titelloze 'zwarte album' uit 1991.

De grote vraag bij het Metallicashirtjes-volk, bij het naar binnen schuifelen van de poparena: hoeveel van die vette nieuwe tracks durft Metallica door de set te breien?

Metallica (***), metal
Ziggo Dome, 4/09, Amsterdam

Rond podium

Metallica live in de Ziggo Dome is ook bijzonder omdat de band de laatste jaren zelden in een zaal was te vinden. Metallica speelde gewoontegetrouw op enorme festivalgronden, bijvoorbeeld als headliner op Pinkpop en dus meestal voor een massapubliek van minstens zestigduizend man. De Ziggo Dome is voor de band en de trouwe aanhang een 'intiem concertje'.

Maar de grootste verrassing, om niet te zeggen schok, is maandagavond de podiumopstelling. Metallica heeft middenin de arena van de Ziggo Dome een rond podium neergezet: een soort cirkelvormige catwalk rond het drumstel van bandoprichter Lars Ulrich. De band experimenteerde al met zo'n podium in de live-film Through the Never uit 2013, en had de voordelen kennelijk hoog aangeschreven.

Als band op een rond podium middenin de zaal sta je overal omringd door je publiek, en is er dus veel direct contact. Bovendien kan je het hele concert rondsprinten op die shorttrack-schaatsbaan, en steeds van plaats wisselen. Lekker afwisselend.

Die geneugten gelden ook voor het publiek, zou je zeggen. En bij de eerste nummers Hardwired en Atlas, Rise! - jawel, twee splinternieuwe liedjes - voel je vooral die primaire sensatie: wat sta je inderdaad dicht op de musici. Je mond klapt toch even open als je het basbeest Robert Trujillo op een meter afstand zijn instrument ziet afrossen.

James Hetfield maandagavond tijdens een optreden in de Amsterdamse Ziggo Dome.Beeld Ben Houdijk

Bandjesgevoel ontbreekt

Maar daarna springen vooral de nadelen in het oog, zo ongeveer vanaf de eerste hitkraker Seek and Destroy. Het bandjesgevoel ontbreekt. Je kijkt steeds naar één persoon, en dus een parade van voorbijtrekkende Metallicamannen, en hebt eigenlijk nauwelijks het idee dat hier een hecht metalbandje staat te spelen. Vooral ook omdat de band helemaal niet hecht speelt.

Lars Ulrich is niet de strakste metaldrummer op aarde, dat weet iedere Metallicafan. Maar nu hij alleen op zijn drumeiland zit, hoor je hem soms echt zoeken naar zijn maatjes. Ook in het op de nieuwe plaat zo heerlijk groovende nummer Now That We're Dead. Je krijgt bijna medelijden met bassist Trujillo, die Ulrich steeds opnieuw in het juiste ritme moet duwen.

En je ziet toch ook dat zanger James Hetfield zich niet helemaal prettig voelt in zijn rol als rondwandelend rockicoon dat zich iedere drie minuten aan een ander deel van het publiek moet laten zien. De bravoure ontbreekt in zijn optreden, alsof je hem tijdens de uitvoering van For Whom the Bell Tolls ziet denken: 'Waarom heb ik eigenlijk ingestemd met deze cirkelshow?' Concentratieproblemen.

Die richten veel schade aan, bij Metallica in de Ziggo Dome. Het is te vaak los zand, te veel een metalcircus. Terwijl Metallica juist zo groot en goed is vanwege de versplinterende shows die ze nog altijd kúnnen geven: vier jongens op een rijtje, de beuk erin.

Nieuw publiek

Er gebeuren gelukkig ook veel mooie dingen. De rond het podium vliegende vierkante blokken, waarop steeds andere beelden worden geprojecteerd, zijn een genot om naar te kijken. Het spektakel bij het alweer nieuwe nummer Moth Into Flame is adembenemend, met als kleine motjes rondvliegende, lichtgevende minidrones. En het feit dat Metallica zo veel nieuwe nummers speelt, en dus weigert een metal-meezingshow te organiseren, moet toch ook worden gewaardeerd.

De band bedient ook duidelijk een nieuw publiek, zie je in de Ziggo Dome: naast de oudere, licht kalende liefhebbers staan overal jongens en meiden van een jaar of 17. Nieuwe fans, die zijn ingehaakt bij die laatste plaat. Respect voor dat bandje van 50-plussers.

Maar je had vooral ook dat nieuwe publiek een ouderwetse Metallicashow gegund: vier metalheads op een podium, en een kolkend publiek in een rechthoek voor hun neus. Metallica kan live veel beter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden