interviewJoseph Duplantier

Metalband Gojira schreeuwt het uit: de mens is de grootste nachtmerrie voor de planeet

De Frans-Baskische band werd de belangrijkste nieuwe metalband van de wereld dankzij vernieuwende heavy muziek én een boodschap. Op de plaat Fortitude roept Gojira de mensheid op de krachten te bundelen en nog één keer de strijd aan te gaan.

De leden van Gojira, vanaf links: drummer Mario Duplantier, bassist Jean-Michel Labadie, zanger-gitarist Joseph Duplantier en gitarist Christian Andreu. Beeld
De leden van Gojira, vanaf links: drummer Mario Duplantier, bassist Jean-Michel Labadie, zanger-gitarist Joseph Duplantier en gitarist Christian Andreu.

Hoe muzikaal vernieuwend het laatste album van de Frans-Baskische metalband Gojira ook is, de plaat voldoet ook aan een bepaalde verwachting. Jazeker, de elf brute maar tegelijk best toegankelijke tracks op Fortitude gaan opnieuw over dierenrechten, over de teloorgang van de aarde en de ellende die de mens aanricht.

Geen band die zich in ruim twintig jaar zo heeft vastgebeten in een onderwerp, dat voor een metalband ook niet echt voor de hand ligt – sla daar een halve eeuw metalgeschiedenis maar op na. Gojira zingt niet over veldslagen, over horror, Noorse goden of heidense rituelen. Nee, Gojira zingt over onze planeet en hoe die te beschermen. Over drijvende plastic eilanden in de oceanen. En met die natuurthematiek werd de band de belangrijkste en grootste nieuwe metal-act, met miljoenen fans wereldwijd. Volgens vele metalbeschouwers is Gojira het beste wat het heavy-genre de afgelopen decennia is overkomen, omdat de band in vorm en inhoud de grenzen verlegt.

Oprichter Joseph Duplantier

Om de oorsprong van het artistieke statement van Gojira te begrijpen, moeten we eerst op pad met de oprichter; zanger, gitarist en liedschrijver Joseph Duplantier (44). Niet echt op pad natuurlijk, want de pandemie drukt ons nog steeds vast op die stoel achter de laptop, maar in gedachten en dwars door dat verdomde beeldscherm heen. Duplantier zit op de afgesproken Zoom-tijd op de afgesproken Zoom-plaats, ook achter een laptop in een werkkamer maar dan in Frans-Baskenland, ergens bij de plaats Ondres. Omdat hij de vraag ‘waar ligt dat nou precies’ kennelijk van verre ziet aankomen, pakt hij een groot vel papier en een pen om de geografie even uit te tekenen.

Hij krabbelt de Franse kustlijn en die rechte haakse hoek in de Golf van Biskaje, tussen Frankrijk en Spanje. En hij prikt een punt op het denkbeeldige land: daar ongeveer. De bossen en de bergen van het overweldigend mooie Baskenland, of zoals de Basken zeggen: Euskal Herria. ‘Hier groeiden we op’, zegt Duplantier. ‘Hier vormden ik en mijn broer Mario ons bandje, met twee vrienden. Hier probeerden we covers van onze favoriete bands Sepultura, Death en Morbid Angel na te spelen. En ontdekten we dat we dat best goed konden.’

Maar Joseph Duplantier trok ook zijn eigen plan. ‘Als klein kind al wilde ik alleen maar het bos in. Als het maar even kon: hup, daar ging ik weer en dan was ik de hele dag weg. Mijn ouders vonden dat prima. Ze waren ruimdenkend en vonden het ook wel mooi, geloof ik. Mijn moeder was ook een beetje een hippie. Dus daar zat ik dan op een geheime plek tussen de bomen. Omringd door vogels en dieren. Ik bouwde hutten en leerde hoe ik vuurtjes kon maken.’

Hij nam zijn muzikale hobby mee het bos in: Duplantier schreef zijn eerste liedjes tussen de ruisende bomen. ‘Ik heb dat nooit tegen iemand verteld, maar vooruit, het wordt tijd om openheid van zaken te geven. De tekst voor het nummer In the Forest van onze eerste plaat Terra Incognita uit 2001 heb ik geschreven terwijl ik op mijn rug lag op een bed van dode bladeren. Geen ingewikkelde tekst hoor: ik wil in het bos leven, alleen maar in het bos leven. Voor altijd. Klaar.’

Wonen in een boshut

Duplantier was als puber gewoon een beetje verliefd op de natuur. ‘Inderdaad. Heel af en toe liep ik het bos weer uit, dan ging ik oefenen met mijn broer en mijn vrienden. Als ik weer vertrok, dachten mijn bandleden: wat is er met die jongen aan de hand?’

Toen Gojira serieus begon te worden en eind jaren negentig wat eerste optredens ging doen in Frankrijk en zelfs in het buitenland, zag Duplantier zich gesteld voor een dilemma. ‘Ik was een jaar of 20 en had mij compleet teruggetrokken in het bos met mijn vriendin. We leefden twee jaar lang in een hut, zonder water en elektriciteit. Omdat we dat geweldig en avontuurlijk vonden, maar ook vanuit een overtuiging.

‘We wilden geen belasting vormen voor de natuur, een zo klein mogelijke voetafdruk achterlaten. We haalden water uit een beek, maakten eten op een open vuurtje en ’s avonds staken we een kaars aan. Het was fantastisch. Maar er kookte ook iets in mij. Ik voelde dat die band van ons iets kon gaan betekenen. Die woeste heavy metal die in mij zat wilde ook uitbreken. Ik moest een beslissing nemen.

‘Ik had het ideale leven ervaren, bijna als een oorspronkelijke bewoner van een regenwoud of zoiets. Wij leefden twee jaar in totale harmonie met onze omgeving. Maar ik voelde dat ik mijn idealen zou kunnen uitdragen in mijn band Gojira. Ik had veel te vertellen, vond ik. Ik dacht dat ik misschien nuttiger zou kunnen zijn voor de wereld als ik weer zou gaan deelnemen aan het razende verkeer. En mijn mond open zou trekken, in plaats van zwijgend in dat bos te blijven zitten.’

Terug naar Gojira

En zo wandelde Duplantier de Baskische wouden uit en de oefenruimte in. Daar werd hij door zijn drummende broer Mario en de rest van de groep met gejuich onthaald: het ware bandleven kon beginnen. Maar de uiteindelijke keuze van Duplantier zou Gojira voor altijd vormen. Gojira mocht nooit onzin verkopen, de idealen moesten altijd voorop staan. De band zette zich aan conceptuele platen met een maatschappelijk betrokken inhoud. Duplantier bombardeerde iets als plastic soep in de oceanen al tot alarmerend discussiepunt toen de rest van de wereld nog een beetje lag te pitten.

De duurzaamheidsthematiek was geen gimmick voor de band, of iets om mee op te vallen in het soms best conservatieve metalwereldje. Gojira voert nu al twintig jaar hardnekkig actie en collecteert bij concerten voor organisaties als Sea Shepherd. En de band koppelde vorige week een grote inzamelingsactie aan de nieuwe single Amazonia, die de rampzalige staat van het Braziliaanse regenwoud bezingt. De opbrengsten gaan naar organisaties die zich inzetten voor het behoud van het bos – de eerste en eeuwige liefde van Duplantier.

Meedogenloos stemgeluid

De bevlogen opvattingen van Gojira maakte de band geliefd, bij fans en de muziekkritiek. De vorige week verschenen plaat Fortitude werd wereldwijd lovend ontvangen, net als het vorige album Magma (2016). Op het laatste album knoopt Gojira vrij extreme metal, ontleend aan de morbide en agressieve death metal van de jaren negentig, aan behoorlijk toegankelijke rock. En dus steeds die belangwekkende onderwerpen: de erfenis uit Duplantiers verleden.

Zijn grauwende stem ramt de boodschap er soms meedogenloos in. In het donderende nummer Into the Storm roept hij ons op de rug te rechten en ons te keren tegen de destructieve krachten die ons omringen. ‘We hebben ons verstopt’, briest hij, ‘maar nu wordt het tijd dat we ons laten zien en de razende storm tegemoet treden.’

Het is bijna een klassiek protestlied en de groovende rock onder het nummer is eigenlijk niet onder een simpele genre-aanduiding als ‘metal’ te scharen. ‘We zijn nooit dogmatisch geweest en wilden op dit album vooral onze artistieke vrijheid vieren. Ik gebruik naast mijn grommende stem, dus dat gebrul van die holbewoner, steeds vaker mijn zuivere zangstem. Daar schaam ik me niet voor. Ik denk niet meer: o jee, wat gaan de echte metalheads vinden van dat gevoelige stemmetje van mij. Het kan me niet schelen.’

Wat ook opmerkelijk is aan Fortitude: de plaat lijkt ingegeven door de covid-pandemie, omdat vrijwel ieder nummer verwijst naar de crisis waarin de wereld is gestort. Maar de plaat was al opgenomen toen de pandemie uitbrak, zegt Duplantier.

En juist dat is veelzeggend, vindt hij. ‘Wij denken dat we nú in een crisis zitten, nu we er met onze neus bovenop worden gedrukt. Maar de wereld verkeert al twintig jaar in een diepe crisis. Daar hebben wij het dus al twintig jaar over! Niet alleen covid is een virus: de mens zélf is een virus dat het leven op aarde onmogelijk maakt. Wij zijn de vernietigende kracht die over de aarde raast. Wij zijn de grootste nachtmerrie voor de planeet, de dieren, voor de oceanen. De pandemie van nu is een gevolg van ons handelen. Van de manier waarop wij met dieren omgaan. Het gezeul met beesten, de mishandelingen, de gigantische hoeveelheden vlees die wij consumeren: het is compleet onacceptabel. En dat is het niet pas nú, maar dat is het al jaren. Ik blijf dat herhalen.’

Laatste waarschuwing

De coronacrisis zien als een laatste waarschuwing van de aarde aan de mens, nee, dat is Duplantier te zweverig en simpel. ‘Ik ben niet religieus of bijgelovig. Ik zie de aarde niet als een of ander wezen dat ingrijpt. Nee, we moeten bij onszelf zijn. Covid moet onze eigen laatste waarschuwing zijn en een teken dat we onze levensstijl allemaal drastisch moeten veranderen. Omdat het anders afgelopen is.’

In het daverende nummer Another World, een van de mooiste liedjes uit het oeuvre van Gojira, is de band voor het eerst cynisch. ‘Dat lied is ons tantrum, onze driftbui’, zegt Duplantier. ‘We hebben altijd braaf ons vingertje opgestoken en de luisteraars verteld hoe het beter moest, dat ze vegetarisch moesten worden en zo. Maar in Another World zijn we als een onredelijk kind dat zijn zin niet heeft gekregen: oké, de aarde is misschien niet te redden, dan gaan we er maar vandoor, op zoek naar een andere planeet.’

In de getekende videoclip bij het nummer zien we Gojira een raket bouwen en de aarde verlaten. Duplantier: ‘Zo van: fuck deze wereld, we gaan naar de volgende.’ Maar tegen het einde van de clip stort de Gojiraraket terug op de thuisplaneet en zien de bandleden de gevolgen van de apocalyps, en een ingestorte Eiffeltoren.

‘Dat is uiteindelijk de boodschap’, zegt Duplantier. ‘We kunnen niet ontsnappen. We moeten het hier doen. En we hebben nog een kans want de mens is niet alleen een vernietigende maar ook een helende kracht. Een mens kan compassie voelen, begrip tonen, samenwerkingen aangaan en tot grote dingen komen. Het is niet te laat. Onze plaat heet niet voor niets Fortitude, dat in het Frans en het Engels hetzelfde betekent: kracht, standvastigheid. We moeten als mensheid onze krachten verzamelen en nog één keer de strijd aangaan.’

Fortitude van Gojira is vorige week verschenen bij Roadrunner/ Warner.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden