Met zijwaarts gedrukte letters

Van alle boeken die nu verschijnen om de vierhonderd jaar oude band tussen Japan en Nederland te vieren, is De poorten gaan open (Meulenhoff; fl 39,90) een van de interessantste....

Tot 1854 was het land voor alle buitenlanders (behalve Nederlanders) verboden terrein. Dat was de schrijver van De poorten gaan open, Yukichi Fukuzawa, een doorn in het oog. Al vanaf zijn vroegste jeugd, herinnert hij zich in deze autobiografie, nam hij geen genoegen met onredelijke beperkingen die hem werden opgelegd, een karaktertrek, die hem tot een van de meest hardnekkige ijveraars voor een 'open' Japan zou maken.

Landen die zich volledig afsluiten voor de buitenwereld - het blijft iets bespottelijks houden, ook als we weten hoe gruwelijk een dergelijke politiek (vóór de val van de Muur in het hele Oostblok, nu nog in Cuba) voor de inwoners van deze landen kan uitpakken. Het is van alle tijden, maar zo bont als Japan het vier eeuwen lang heeft gemaakt, is vermoedelijk onovertroffen. Fukuzawa gaat niet in op de geschiedenis van dit isolement. Hij vertelt over zijn leven, dat steeds meer in het teken kwam te staan van zijn grote ambitie: dat er op een zeker moment een vrij verkeer van goederen, ideeën en mensen tussen Japan en het Westen (Amerika, Europa, continenten die hij bezoekt) zou zijn.

Al vroeg is zijn nieuwsgierigheid door alle mogelijke dingen gewekt, maar hij kan er alleen maar meer over te weten komen als hij toegang krijgt tot geleerde of bruikbare boeken, en dat zijn in Japan Nederlandse boeken. Gensho.

'Wat is gensho?', vraagt hij als hij op een dag te horen krijgt dat hij gensho moet bestuderen om zich in de westerse artillerie te verdiepen. 'Gensho', luidt het antwoord, 'betekent boeken die zijn uitgegeven in Holland met zijwaarts gedrukte letters. Er zijn een paar vertalingen in het Japans, maar als iemand deze westerse wetenschap serieus wil bestuderen, moet hij dat doen in de oorspronkelijke taal. Ben je bereid Nederlands te leren?'

U begrijpt dat de jonge Yukichi daar geen 'nee' op zegt, en nog dezelfde dag vertrekt hij naar Nagasaki om Nederlands te leren (en later Engels, en nog veel meer; Fukuzawa schopt het nog heel ver). Voor Nederlandse lezers is het aardige van dit boek (waarvan voor het eerst in 1978 een Nederlandse vertaling verscheen) dat het veel zegt over het belang van het Nederlands voor Japan (en over het belang van taal, talenkennis, en kundige vertalingen in het algemeen), maar ons ook een eigenzinnig persoon toont, die zich - hoe Japans aangepast ook - krachtig te weer stelt tegen elke beknotting van 's mensen behoefte om te weten en daaraan een ijzersterke kritisch-rationalistische levenshouding ontleent.

Fukuzawa stierf in 1901 en ging de geschiedenis in als stichter van Keio-gijuku Universiteit, waar hij jarenlang zijn ideeën over de waarde van culturen en de overbodigheid van grenzen kon uitdragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.