boekrecensie

Met zijn woorden schept Roelof ten Napel kamers waarin het fijn vertoeven is ★★★★☆

Roelof ten Napel voegt een opmerkelijk ingetogen dichtbundel toe aan zijn spannende oeuvre. Hij stelt veel vragen en geeft weinig antwoorden. Maar is dat erg?

Geertjan de Vugt
Roelof ten Napel  Beeld rv
Roelof ten NapelBeeld rv

In 1508 tekende Albrecht Dürer twee biddende handen op een blauwe ondergrond. Betende Hände is een werk van een zeldzaam iconische kracht. Dat kun je toch wel stellen nu ze op talloze postkaarten, wandhangers, toiletrolhouders en zelfs op het graf van Andy Warhol prijken. Met al die kitsch zou je bijna vergeten dat het een buitengewoon precies en zacht tafereel is. ‘De vingertoppen zijn bijeengebracht’, schrijft Roelof ten Napel liefdevol over dit werk, ‘zoals je misschien een gewonde vogel zou verplaatsen’.

Tussen bidden en dichten bestaat een opmerkelijk verband. Gedichten hoeven niet eens de gedaante van een gebed aan te nemen, niet eens tot een onzichtbare god te zijn gericht, om toch die functie te hebben. Scheppen kan, volgens Henri Brémond, die met Prière et poésie (1926) een nog altijd lezenswaardige studie over dit thema schreef, zelf als een vorm van bidden worden gezien. De dichter ontledigt zich, zodat iets hogers zich in hem kan uitstorten. Of hij vouwt z’n handen tot een kom, waarin woorden worden gegoten en een magische omwenteling ondergaan.

Roelof ten Napel, misschien wel de spannendste auteur van zijn generatie, lijkt zo’n dichter voor wie dit opgaat. Ten Napel groeide op in een gereformeerd gezin, ontdekte ooit dat hij niet meer geloofde, ging wiskunde studeren en heeft inmiddels een aantal indrukwekkende dichtbundels en romans op zijn naam staan. Niet in de laatste plaats was daar zijn vorige boek, In het vlees, een adembenemende bundel sonnetten. Met Dagen in huis voegt hij daar nu een opmerkelijk ingetogen, zeer prettige bundel aan toe. Mét daarin veel aandacht voor de handen en het bidden.

Iets te verbergen

In Dürers biddende handen ziet hij in elk geval zorgzaamheid terug, handen die het gewonde vogeltje niet verder willen bezeren, maar het evenmin al vrij willen laten. Biddende handen, gebeden zo je wilt, hebben iets te verbergen. In een ander gedicht schrijft Ten Napel dan ook: ‘Je verbergen is het vinden van/ een zelf verborgen plaats,/ en ik zou de eerste niet zijn die van bidden/ zo’n plaats maakt, een binnen/ dat zich niet bespieden laat.’

Misschien is het toeval, maar wie wil, kan in deze regels een echo horen van die andere biddende dichter, Joost Baars, in wiens Binnenplaats een veel explicieter naar buiten gericht bidden te vinden is. Voor die laatste geldt dat bidden een vorm van zelfmanifestatie is. Terwijl het ik zich tot een ander richt, maakt hij zichzelf kenbaar. Bij Ten Napel lijkt alles veel meer naar binnen gericht, zonder solipsistisch of particulier te worden. Met zijn woorden schept hij kamers waar het voor hemzelf waarschijnlijk even fijn vertoeven is als voor de lezer.

Veel vragen, weinig antwoorden

Bidden is vragen stellen. En het valt nog maar te bezien of er een antwoord op komt. Ten Napel werpt veel vragen op en vindt inderdaad weinig antwoorden. Maar is dat erg? Op een ander moment schrijft Ten Napel: ‘Misschien dat bidden een naam is voor/ wat enkel bestaat wanneer je het doet,/ als het toevallig lukt.’ Een betere definitie van de poëzie is haast ondenkbaar.

In Dagen in huis lukt het Ten Napel gelukkig vaak en dat is ergens wel opvallend. Want de manier waarop hij ontdekte niet langer te geloven was juist doordat hij minder ging bidden, heeft hij eens in een interview met NRC beweerd: ‘Als een bepaalde plek niet prettig is, kom je er minder, al mijd je hem niet actief. Als ik wel weer bad, voelde dat nep.’ Dat laatste gaat gelukkig niet op voor het werk van Ten Napel. Dagen in huis is een plek waar we eens in de zoveel tijd naar terug willen keren.

null Beeld Hollands Diep
Beeld Hollands Diep

Roelof ten Napel: Dagen in huis. Hollands Diep; 64 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden