ReportageRemake West Side Story

Met zijn radicale remake van West Side Story waagt Ivo van Hove zich op heilige Amerikaanse grond

West Side Story in de regie van Ivo van Hove, met choreografie van Anne Teresa De Keersmaeker. Beeld Jan Versweyveld

Van Hove achtte radicale ingrepen in de musical nodig, met als toppunt een nieuwe choreografie, door Anne Teresa De Keersmaeker. Waar haalt de Belg het lef vandaan en hoe pakt het uit? 

Daar staan ze dan, Tony en Maria. Voor het eerst samen, voor het eerst alleen. Voor het eerst verlost van de misprijzende blikken van anderen, van hun opvattingen en oordelen: dat hun liefde onbestaanbaar, verboden, gevaarlijk is.

‘Zie alleen mij’, smeekt hij haar. Denk niet aan de groep waarbij ik hoor, denk niet aan wat anderen van mij vinden.

‘Jij bent de enige die ik zie’, antwoordt zij. En inderdaad: haar vrienden, die op een afstandje afkeurend met de armen over elkaar hebben toegekeken, verlaten het toneel. Ook zijn vrienden druipen af. Groot geprojecteerd op een videoscherm lossen de in zwart-wit gefilmde bendeleden op in het niets; als schimmen die uit de hoofden van de geliefden verdwijnen.

Even zijn daar alleen zij en zij alleen: Tony en Maria.

Maar wanneer ze afscheid nemen, staan die anderen er weer. De Jets achter Tony, de Sharks achter Maria. De twee rivaliserende bendes klampen zich aan de geliefden vast, trekken hen naar achteren, elk naar hun eigen kant. Wanneer Tony en Maria voorover hellen voor een laatste kus, vormt het collectief achter elk van hen het contragewicht dat hen uit elkaar houdt.

Zo ziet polarisatie er dus uit, in het theater.

Dit is West Side Story, de musical over de onmogelijke liefde tussen Tony en Maria, en over de New Yorkse straatbendes waartoe ze behoren. Dit is de Broadwayproductie die in 1957 bij de première insloeg als een bom, die de musicalwereld voorgoed veranderde en die ­– mede dankzij de verfilming uit 1961 ­­­– uitgroeide tot Amerikaans cultureel erfgoed. Vraag een willekeurige Amerikaan een van de songs van Leonard Bernstein te neuriën (tátata táda America!) of een tekst van Stephen Sondheim te zingen (Ma-riii-ááá!) en je zal niet teleurgesteld worden. Vraag naar de choreografie van Jerome Robbins en mensen zullen beginnen over de hoge sprongen met opgetrokken knieën en gebalde vuisten in nauwe New Yorkse steegjes. Over de gestileerde, maar overrompelende energie.

Richard Beymer en Natalie Wood in de film West Side Story uit 1961.

West Side Story is, kortom, een klassieker van de bovenste plank, Broadway-evangelie, heilige musicalschriftuur. Amerikaans dna.

En precies dat verhaal, dacht de Belgische regisseur Ivo van Hove (61), directeur van het Internationaal Theater Amsterdam, is aan een herinterpretatie toe. Hij wilde ‘een West Side Story voor de 21ste eeuw’ maken, zegt hij zelf, een week voor de première, in een café in Manhattan. Een remake waarvoor hij radicale ingrepen nodig achtte: hij kortte de musical drastisch in, gooide een geliefd nummer als I Feel Pretty overboord en, ­nog nooit vertoond in de 60-jarige opvoeringsgeschiedenis van West Side Story: hij nam afscheid van de choreografie van Robbins.

Van Hove benaderde Anne Teresa De Keersmaeker (59), de Belgische die wereldfaam verwierf met haar avant-gardistische dansgezelschap Rosas. Ze choreografeerde nooit eerder een musical, en haar rigoureus formalistische danstaal lijkt mijlenver af te liggen van Broadway-entertainment. Ze twijfelde aanvankelijk, vertelt De Keersmaeker in een glazen kantoor op de zevende verdieping van een wolkenkrabber in Manhattan, waar haar agentschap is gevestigd. Het is niet zonder risico’s, zegt ze: een choreografie die zo geliefd is bij een zo breed publiek laten wijzigen – door een Belgische nog wel. ‘Maar ik wist: als ik ooit een musical wil doen, is er maar één, en dat is deze.’

Isaac Powell en Shereen Pimentel in West Side Story. Beeld Jan Versweyveld

En dus ging donderdag, in het Broadway Theatre in New York, hun West Side Story in première.

Kun je met een musical die zestig jaar geleden zo’n impact had, in 2020 opnieuw indruk maken? Kunnen twee Belgen een Amerikaans meesterwerk opnieuw relevant maken? Wat voor nieuws valt er te ontdekken in een liefdesgeschiedenis die al zo vaak is verteld?

Het was 2016 toen bij Van Hove het idee postvatte iets te doen met West Side Story. Het was de periode dat de theater- en operaregisseur, befaamd om onorthodoxe interpretaties van klassiekers, definitief doorbrak in Amerika. Hij regisseerde er in korte tijd Arthur Miller’s A View From the Bridge, David Bowie’s Lazarus, en The Crucible, eveneens van Miller – en verbleef dus veel in New York.

Het was ook het jaar van de Amerikaanse verkiezingen, van de tv-debatten tussen presidentskandidaten. Van Hove zat aan de buis gekluisterd. ‘Per debat zag je Trump groeien, en het debat verruwen. Je zag het wij-zij-denken ontstaan. Een nieuw politiek klimaat, waarin het geoorloofd was beledigingen te uiten, zondebokken te creëren, anderen belachelijk te maken en opponenten bijnamen te geven [Crooked Hillary, Low Energy (voor Jeb Bush), Lyin’ Ted (voor Ted Cruz), red.]. Die mentaliteit verspreidde zich als een vuurtje over de wereld. Over die veranderende wereld wilde ik iets maken. En ik dacht: er is één tekst die het daarover heeft, en dat is West Side Story, raar genoeg.’

Een liefdesgeschiedenis die licht werpt op het Trump-tijdperk?

Terug naar 1957. Donderdag 26 september, de première in het Winter Garden Theatre. Daar bleef het na afloop van tweeënhalf uur West Side Story minutenlang muisstil in de zaal. Waarna het publiek alsnog in een overdonderend applaus uitbarstte. Walter Kerr, recensent van The Herald Tribune, noemde de uitwerking van de musical destijds ‘radioactief’.

Larry Kert en Carol Lawrence als Tony en Maria in de Broadwaymusical van 1957. Beeld Getty Images

Dat zat hem voor een groot deel in de thematiek. Choreograaf en regisseur Jerome Robbins wilde al lange tijd een musical maken gebaseerd op Shakespeare’s Romeo en Julia, maar dan gesitueerd in hedendaags New York. Uiteindelijk kwam hij op het idee de rivaliserende adellijke Capulet- en Montague-families te vervangen door strijdende jeugdbendes in de Upper West Side, destijds een achterbuurt, waar gedurende de na-oorlogse ‘Migración’ jaarlijks tienduizenden Puerto Ricanen naartoe verhuisden. Dat leidde tot spanningen met migranten die er net iets eerder waren: de Polen, de Ieren, de Italianen.

Zo ontstond dus de tragedie over de Jets (de witte migranten, met bijnamen als Snowboy, Action en Mouthpiece) en de Sharks (de Puerto Ricanen – gespeeld door bruin geschminkte, witte acteurs) en de gedoemde liefde tussen twee van hen: Tony en Maria. Dat een musical grimmige thema’s als armoede, geweld en uitsluiting aanstipte (en dat er vóór de pauze al twee lijken op het podium lagen, terwijl de belangrijkste moord nog moest plaatsvinden) was ongekend op Broadway, dat destijds werd gedomineerd door gezelliger musicals als My Fair Lady en The Music Man.

West Side Story werd óók een mijlpaal in de musicalgeschiedenis dankzij de topkwaliteit van de makers. De weelderige syncoop-compositie van Bernstein, die klassieke motieven wist te koppelen aan Latijns-Amerikaanse dansmuziek en bigbandblues. Het compacte maar meeslepende script van Arthur Laurents. De choreografie van Robbins, die ballet combineerde met de lichaamstaal van de straat (vingerknippen!). En de prikkelende songteksten van de toen nog jonge Stephen Sondheim (die met West Side Story op Broadway debuteerde).

Die losse onderdelen werden in West Side Story voor het eerst echt een eenheid. Was een musical voorheen toch vooral tekst-stop-lied-stop-tekst-stop-dans; hier vloeide een lied logisch voort uit de voorgaande scène en stuwden muziek, zang en dans het verhaal werkelijk verder. Het werd een blauwdruk voor vele musicals die volgden.

Dat West Side Story vervolgens tot het collectieve geheugen ging behoren lag minder aan de oerversie (die ‘maar’ 732 keer op Broadway werd opgevoerd), dan aan optredens van de cast in bijvoorbeeld het populaire tv-programma The Ed Sullivan Show, aan de grammofoonplaat (met een door New York rennende Maria en Tony op de cover). En, boven alles, aan de met tien Oscars bekroonde musicalfilm uit 1961 (met Natalie Wood als de wat naïeve Maria en Richard Beymer als de lieve Tony) die direct als ‘Amerikaans meesterwerk’ werd getypeerd.

Toch kan een meesterwerk ook gebreken hebben. Toen Ivo van Hove aan producent Scott Rudin voorstelde een 21ste-eeuwse versie van West Side Story te maken, zei hij er meteen bij dat hij vier basisvoorwaarden had.

Van Hove: ‘Voor de Sharks wilde ik louter latino’s en latina’s ­casten; echte migrantenkinderen, géén geschminkte acteurs, zoals ook in de film nog gebeurde. En voor de Jets – die zijn altijd voorgesteld als witte Amerikanen – wilde ik een gemengde groep: wit, zwart, Aziatisch, alles; het Amerika van vandaag. Ten tweede wilde ik per se jonge mensen, om de rauwe energie te vangen die in de musical besloten ligt. Normaal wordt die omwille van de moeilijkheidsgraad van de zang en de dans gespeeld door mensen met wat meer ervaring. Maar het merendeel van onze cast is tussen de 17 en 21 jaar.’ Het was een monsterklus: om de gewenste spelers te vinden werden een jaar lang audities gehouden, in onder meer New York, Los Angeles, Miami en Cuba. Van Hove koos uit een recordaantal van 1.700 kandidaten.

De filmposter van West Side Story uit 1961.

De musical moest ook korter en sneller, vond van Hove. Zonder pauze. ‘Zodat je in de afgrond bent beland voordat je het doorhebt, net als die jongens en meisjes, die op straat leven en geen tijd hebben om na te denken, maar slechts dóórgaan in hun poging te overleven.’ En er moest dus een nieuwe choreografie komen ­– basiseis nummer vier. Een die niet geworteld was in het moderne ballet, zoals die van Robbins. Maar in de moderne dans, die hier in New York is ontstaan, door vernieuwers als Merce Cunningham, Trisha Brown en Steve Paxton. ‘Als er iemand is die dat op een geheel eigen manier heeft uitgekristalliseerd dan is dat Anne Teresa De Keersmaeker.’

Producent Scott Rudin toog met die voorwaarden naar de erfgenamen van Bernstein, Laurents en Robbins en naar de 89-jarige Sondheim. Binnen drie weken was iedereen akkoord.

In het Broadway Theatre blijkt hoe radicaal deze West Side Story afwijkt van alle voorgaande. Deze versie is rauwer, dreigender en donkerder. Ook al was het thema van de musical altijd al aan de grimmige kant, het spel was ouderwets zoetsappig. Nu is Tony (een fenomenaal fysiek spelende Isaac Powell) niet alleen een jongen die meeslepend verliefd kan zijn, er kleeft ook bloed aan zijn handen. Maria (de sopraan Shereen  Pimentel) is een jongedame die geen moment met zich laat sollen. Een scène waarin Anita, het liefje van de bendeleider van de Sharks, in de oorspronkelijke musical onaangenaam wordt bejegend door een groepje Jets-leden, ontaardt bij Van Hove in een beklemmende bijna-verkrachting.

En dan heb je nog de beroemde ‘balkonscène’, waarin Tony en Maria elkaar hun liefde toezingen op zo’n typische New Yorkse brandtrap – in de oorspronkelijke musical althans. In de nieuwe versie gebeurt dat gewoon zittend op de grond. Ook bij Van Hove is dit een romantisch hoogtepunt, ontroerend juist in zijn kaalheid. En tegelijk is de scène – door de twee groepen die zich achter de geliefden manifesteren en hen uit elkaar trekken ­– een zinnebeeld van haat.

Het vindt allemaal plaats op een podium dat leeg is, op een gigantische videowand na, die de volledige achterwand inneemt (een ontwerp van Jan Versweyveld). Daarin zitten twee openingen naar kleinere speelruimten. Op het scherm worden scènes geprojecteerd die ter plekke door acteurs op of achter het podium worden gefilmd, met camera’s of mobiele telefoons. Ook zijn er beelden te zien die de werkelijkheid en de actualiteit buiten het theater de musical binnen halen. Beelden van de muur tussen Amerika en Mexico, wanneer de Sharks in America zingen over de voor- en nadelen van hun nieuwe thuisland. Of beelden van politiegeweld tegen Afro-Amerikanen, wanneer de Jets in Gee Officer Krupke! bezingen hoe niemand – van politie tot justitie tot welzijnswerkers – zich hun lot werkelijk aantrekt.

Ook de choreografie van De Keersmaeker is veel rauwer dan de balletachtige elegantie van Robbins. Haar vocabulaire bestaat uit moderne en postmoderne dans, uit dagelijkse bewegingen (het verplaatsen van lichaamsgewicht dat overgaat in lopen, dan in rennen, dan in vechtbewegingen, dan in dansvechten). ‘En uit veel meer vloerwerk’, zegt ze. Horizontale bewegingen, dicht bij de grond, die aansluiten bij de thematiek van liefde en dood.

Terwijl veel van De Keersmaekers choreografieën zich kenmerken door formalisme en herhalingen, moest ze nu ook kijken welk narratief de dans moest uitdrukken. Neem de ‘balkonscène’, die zij mede bedacht. Of de scène waar de Jets en de Sharks elkaar treffen in een danszaal en er een dancebattle ontstaat tussen beide groepen. In de dans van de Jets herken je elementen uit krumping en hiphop, voor de Sharks zocht ze met hulp van de dansers zelf en twee daarvoor aangestelde choreografen hoe zij hun dans kon ‘latiniseren’ zonder in clichés te vervallen.

Of haar danstaal door de producenten van de musical niet te avant-gardistisch werd bevonden, te weinig ‘Broadway’? De Keersmaeker: ‘Op Broadway is een producent nauw betrokken bij het maken van een stuk, er is een voortdurende dialoog. En op Broadway ligt natuurlijk meer nadruk op de feestelijke dan op het reflectieve kant van de podiumkunst. Maar uiteindelijk is het goed gelukt, vind ik.’

‘Ik vond dat ik West Side Story moest bevrijden van een vernislaagje, van verwachtingspatronen over hoe het hóórt te zijn’, zegt Van Hove een paar dagen eerder. ‘Je kunt denken: het is maar een oppervlakkige musical. Maar in de tekst zitten veel verborgen geheimen. Als je een beetje kunt lezen en een beetje kunt luisteren en een beetje verbeelding hebt, zie je grote thema’s. Er wordt alleen niet zwaarwichtig over gedaan, en dat vind ik precies de kracht. Het is als primitieve kunst. Het is einfach kompliziert; het vertelt op een eenvoudige manier iets complex.’

Tony’s en Maria’s 

De allereerste Tony en Maria, in de oerversie van West Side Story op Broadway in 1957, werden vertolkt door zanger, acteur en danser Larry Kert (toen 26) en musical-actrice Carol Lawrence (toen 24). Beiden werden gepasseerd voor de musicalfilm in 1961, omdat ze (toen 30 en 29) te oud werden bevonden om nog door te kunnen gaan voor tieners.

De Tony en Maria die in ieders geheugen staan gegrift, zijn daarom Richard Beymer en Natalie Wood (beiden toen 23). Eerst werd Elvis Presley voor de rol van Tony gevraagd, maar zijn manager, kolonel Parker, wilde niet dat Presley met jeugdbendes en criminaliteit geassocieerd zou worden. Uiteindelijk koos men voor voormalig kindster Beymer. Voor de rol van Maria werd een hele sloot actrices afgewezen (o.a. Audrey Hepburn) om bij Wood uit te komen, die op 17-jarige leeftijd was doorgebroken naast James Dean in Rebel Without a Cause (1955). De zangpartijen van Beymer en Wood werden ingezongen door Jimmy Bryant en Marni Nixon.

Pas in 1980 kreeg Broadway zijn eerste echte Puerto-Ricaanse Maria: Josie de Guzman. Desalniettemin werden haar huid en haar voor de rol donkerder gemaakt.

Controverse rond Amar Ramasar

‘Hey hey, ho ho, Ramasar has got to go!’ Voor aanvang van een opvoering van Ivo van Hoves West Side Story verzamelen zich op een donderdagavond tientallen demonstranten voor het Broadway Theatre. Ze dragen protestborden met teksten als: ‘Boe Bernardo!’ en: ‘Aanranders verdienen straf, geen rol op Broadway’. De demonstranten roepen theatergangers op de musical te boycotten. Ze staan er elke week opnieuw.

De reden: Amar Ramasar, de danser die de rol van Bernardo speelt, is ervan beschuldigd seksueel expliciete foto’s van ballerina’s te hebben gedeeld, zonder hun toestemming. Het New York City Ballet ontsloeg hem om die reden, maar moest hem weer hem aannemen nadat een bemiddelaar had geoordeeld dat ontslag een te zware disciplinaire maatregel was.

De demonstranten eisen nu het vertrek van Ramasar bij West Side Story. De producenten van de musical stelden donderdag in een verklaring achter Ramasar te blijven staan. Omdat ‘het vermeende incident plaatsvond op een andere werkplek – het New York City Ballet ­– die geen enkele relatie heeft met West Side Story’ en ‘Ramasar geen overtredingen heeft begaan op de huidige werkplek’ stellen zij, is er geen reden voor ontslag.­

Nu al een succes

Al voor de première ­(en voor er recensies zijn verschenen) ­is Ivo van Hoves remake van de musicalklassieker West Side Story een groot succes. Alle try-outs (voorstellingen voorafgaand aan de première, om het eindresultaat te perfectioneren) in het Broadway Theatre (1.700 stoelen) zijn tot nog toe volledig uitverkocht. Sinds de eerste voorstelling op 10 december haalde West Side Story wekelijks zo’n 1,5 miljoen dollar binnen met kaartverkoop  ­– uitzonderlijk voor een voorstelling in de try-outfase. Op 9 februari was in totaal bijna 14 miljoen dollar verdiend, aldus theatertijdschrift Playbill. De productiekosten van West Side Story bedroegen circa 15 miljoen dollar. Kaartjes kosten tussen de 39 en 375 dollar.

Spielbergs Story

Niet alleen Ivo van Hove zag potentie in een hernieuwde versie van West Side Story. Ook filmregisseur Steven Spielberg werkt aan een remake van de Broadwayklassieker. Eind december komt zijn film West Side Story uit, naar een script van toneelschrijver Tony Kushner en met een choreografie van Justin Peck. Aan de audities deden meer dan 30 duizend mensen mee. De 25-jarige acteur Ansel Elgort (The Fault in Our Stars) gaat Tony spelen; de 18-jarige zangeres Rachel Zegler wordt Maria. Ook de 87-jarige actrice Rita Moreno, Anita in de met tien Oscars bekroonde West Side Story-verfilming uit 1961, krijgt een rol in de Spielberg-film.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden