Theater To Kill a Mockingbird

Met To Kill a Mockingbird is Amerika een held armer, maar een pijnlijk interessant theaterstuk rijker

Jeff Daniels als Atticus Finch en Gbenga Akinnagbe als Tom Robinson in To Kill a Mockingbird. Beeld Julieta Cervantes

Amerika is weer een held armer. Zijn naam is Atticus Finch, een beroemd personage uit de beroemde roman To Kill a Mockingbird. Finch is een advocaat die in de jaren dertig, in het van racisme doortrokken zuiden van Amerika, een zwarte man verdedigt die er valselijk van wordt beschuldigd een witte vrouw te hebben verkracht.

Atticus wordt in het boek beschreven zoals de verteller, zijn dochtertje Scout, hem ziet: heldhaftig, dapper, perfect. Ook in de ogen van miljoenen Amerikaanse lezers is Atticus precies dat. Rechtschapen, vasthoudend, verdraagzaam. Een man zonder gebreken.

Maar nu staat Atticus op Broadway. In een veel geprezen bewerking van To Kill a Mockingbird door scenarioschrijver Aaron Sorkin (van films en tv-series als A Few Good Men, The Social Network en The West Wing), die onlangs in première ging. Daarin is hij niet meer de vlekkeloze held, maar een goedbedoelende en naïeve witte man die vanuit zijn bevoorrechte positie de plank flink misslaat.

Dat leverde vrijdag in het Shubert Theater in New York een lange staande ovatie op, en veel betraande ogen bij het publiek. Lag het aan Atticus (gespeeld door Jeff Daniels), die zwakker, menselijker en dus herkenbaarder is geworden? Lag het aan zijn zwarte huishoudster Calpurnia (LaTanya Richardson Jackson), die sterker, menselijker en dus herkenbaarder is geworden? Was het gewoon ontroerend om mensen te zien worstelen, met idealisme en realisme, in tijden van raciale ongelijkheid?

Aan de haal gaan met To Kill a Mockingbird is aan de haal gaan met een heilige tekst. Toen de semi-autobiografische roman van Harper Lee in 1960 uitkwam, was hij direct niet meer weg te denken uit de Amerikaanse boekenkast. Het boek won een Pulitzer Prize, kreeg een Oscar-winnende verfilming (in 1962, met Gregory Peck als een onverstoorbare Atticus), en is tientallen miljoenen keren verkocht. ‘Mockingbird’ wordt nog altijd klassikaal gelezen op middelbare scholen. En afgelopen herfst werd het boek door miljoenen Amerikanen verkozen tot ‘de geliefdste roman van de natie’ in het tv-programma The Great American Read.

En nu dit. Heiligschennis.

Er kwam protest van de stichting die Lee’s nalatenschap beheert. Harper Lee, die nooit instemde met herbewerkingen van haar boek omdat zij Gregory Peck’s Atticus de ideale vertolking vond, ging pas drie weken voor haar dood in 2016 overstag voor producent Scott Rudin en Aaron Sorkin. Na haar dood dreigde haar zaakwaarnemer alsnog met een rechtszaak, omdat Atticus in het toneelstuk als held niet uit de verf komt.

(Ook al had diezelfde stichting ironisch genoeg al deuken in Atticus’ imago geslagen met de postume uitgave van Go Set A Watchman, een eerder boek van Lee, afgekeurd door haar toenmalige uitgever, waarin zij Atticus juist als een openlijke racist neerzet.)

Het compromis, na maanden getouwtrek: Atticus drinkt en vloekt niet op het toneel, en bezit geen vuurwapen. Daarentegen mag hij wel teksten uitspreken die niet in Harper Lee’s oertekst staan.

En dus kijkt vrijdag een volgepakt theater naar een klassiek huisje met een veranda en een boom in het stadje Maycomb, dat na wat geschuif met tafels en stoelen verandert in een klassiek gerechtsgebouw. Het toneelbeeld mag verwijzen naar het Alabama uit de vorige eeuw, wat zich daar afspeelt refereert evengoed naar het Amerika van nu. Als het bericht binnenkomt dat Tom Robinson, de zwarte man die onterecht is veroordeeld, tijdens een vluchtpoging uit de gevangenis is neergeschoten en de huishoudster Calpurnia routineus vraagt: met hoeveel kogels? (Atticus: ‘Vijf, in zijn hoofd en zijn rug’), dan is de associatie met ongewapende zwarte slachtoffers van politiegeweld onvermijdelijk.

To Kill a Mockingbird

Als Tom Robinson zegt dat hij liever schuld bekent en instemt met een schikkingsvoorstel van 18 jaar cel, omdat hij twijfelt aan eerlijke kansen in de rechtszaal (de plek waar volgens Atticus’ heilige overtuiging alle mensen gelijk zijn), moet je constateren dat er ook in dat opzicht weinig is veranderd.

Sorkins grootste troef is dat hij Robinson en Calpurnia ­– de twee zwarte personages die in Lee’s roman weinig tekst hebben – na ruim vijftig jaar een stem geeft. Hun rauwe realisme stelt Atticus’ idealisme in een schril licht. Hij verafschuwt racisme, maar gelooft ook dat iedereen begrepen kan worden ‘als je in zijn schoenen gaat staan of in zijn huid kruipt’. Mensen die zich racistisch uitlaten, meent hij, hebben soms gewoon hun baan verloren.

Tja, dat hebben we meer gehoord, de afgelopen twee jaar.

Zo denken is een wit privilege, spiegelt Calpurnia hem voor. Wanneer Atticus beweert dat hun dorpje meer tijd nodig heeft om over racisme heen te groeien, zegt zij met de perfecte mengeling van hoon en gespeelde onderdanigheid: ‘En hoeveel tijd had Maycomb gewenst?’

Maar wat Calpurnia eigenlijk aan Atticus en aan de toeschouwers vraagt: rassenhaat afkeuren, maar niet actief tegenspreken, is dat niet hetzelfde als racisme faciliteren?

Amerika is een held armer, maar een pijnlijk interessant theaterstuk rijker. Nu is het wachten op een zwarte toneelschrijver die zich over Amerika’s lievelingsboek buigt. En op een soepeler opstelling van Harper Lee’s zaakwaarnemers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.