Boekrecensie

Met onderkoelde humor beschrijft Menachem Kaiser zijn zoektocht naar verloren familiebezit ★★★★☆

Menachem Kaiser gaat in Polen op zoek naar het huis van zijn grootvader. Die zoektocht mondt uit in een verhaal met Indiana Jones-achtige dimensies. De tragiek wordt er niet minder om.

Bert Wagendorp
null Beeld Leonie Bos
Beeld Leonie Bos

In 2011 begint de schrijver Menachem Kaiser aan een speurtocht die er uiteindelijk toe moet leiden dat hij weer in het bezit komt van het huis dat zijn grootvader Mair Menachem Kajzer voor de oorlog bezat in de stad Sosnowiece, in het zuiden van Polen. Zijn grootvader heeft als enige van zijn familie de oorlog overleefd – althans, dat is wat Menachem dan nog denkt – en het huis dat zijn eigendom was is door de Polen geconfisqueerd nadat hij naar Canada is geëmigreerd. Anderhalf jaar zal het duren, verwacht hij, voor hij alle juridische klemmen en angels heeft overwonnen en het huis zal zijn teruggekeerd bij zijn rechtmatige eigenaars, de erfgenamen van Mair Menachem.

Dat loopt anders, en dat is een van de verhaallijnen in De nalatenschap, het boek dat hij over zijn Poolse avontuur schreef. Aanvankelijk dacht hij dat in romanvorm met goede afloop te doen: de hoofdpersoon krijgt zijn rechtmatige bezit terug. Maar gaandeweg, hij was nog niet aan het schrijven, kwam Kaiser erachter dat het ware verhaal van zijn zoektocht interessanter, absurder en verrassender was dan hij had verwacht en dat hij er een non-fictieboek van moest maken. Hij kon het aan de werkelijkheid overlaten zichzelf te vertellen. Al schemert de schrijvende vakman, die afstudeerde in creative writing aan de universiteit van Michigan, voortdurend door het boek heen.

Hoewel zijn Nederlandse uitgever het boek nog aankondigt als een roman, was de keuze voor non-fictie een gelukkige. Was De nalatenschap een roman geweest, dan was de schrijver ongeloofwaardigheid verweten.

Een hopeloze missie

Het is niettemin een vreemd boek geworden, waarvan je je zo nu en dan afvraagt of Menachem zijn fantasie wel onder controle heeft gehouden. Met name aan het eind, wanneer hij met een vriend op zoek gaat naar een schat die verborgen is – zo gaat het verhaal – in een spouwmuur van een ander huis. De laatste zin luidt: ‘O mijn god, zei hij.’ Onbevredigend voor een non-fictievertelling, want dan weet je dus nog niks. Maar dat geeft niet, er is inmiddels zo veel krankzinnigs voorgevallen dat de reactie van de vriend er ook nog wel bij kan.

Uiteindelijk duurt het zes jaar voor Kaiser de hopeloosheid van zijn huizenmissie inziet. Hij komt erachter dat het huis waarvan hij dacht dat het van zijn opa was geweest, niet het juiste is: de nummers zijn veranderd. Het huis dat eigendom was van zijn grootvader blijkt dan weer niet zijn voormalige woonhuis, maar een investeringsobject. De gedachte dat het huis hem dichter bij zijn grootvader zal brengen vervliegt, het hele project lijkt op een fiasco uit te lopen. Ook al omdat de advocaat die Kaiser heeft ingehuurd, haar bijnaam The Killer niet waarmaakt. De Poolse justitie blijkt nog bureaucratischer dan gedacht.

Menachem Kaiser  Beeld Beowulf Sheehan
Menachem KaiserBeeld Beowulf Sheehan

Op zoek naar de waarheid

Maar achter dat alles zit een ander verhaal. Dat van familieherinneringen, of beter gezegd familiemythologieën. Het verhaal van de duizenden Amerikaanse Joden die terugkeren naar het Europa dat hun vaders en grootvaders zijn ontvlucht. Op zoek naar hun roots, hun geschiedenis, zichzelf. Naar de waarheid achter de verhalen die zijn meeverhuisd naar de Nieuwe Wereld.

De zoektocht naar wat waarheid ís, wordt op scherp gezet wanneer Kaiser in contact komt met schatgravers in het Riese Project, een immens gangenstelsel in het Uilengebergte in Silezië, ooit om onduidelijke redenen aangelegd door de nazi’s. Er doen bizarre verhalen de ronde over het waarom – ufo’s, tijdmachines, de opheffing van de zwaartekracht, een trein met goud in een van de tunnelgangen.

Hier begint het boek een Indiana Jones-achtige dimensie te krijgen. Zeker wanneer Kaiser ontdekt dat de bijbel van de schatgravers, Za drutami smierci, is geschreven door Abraham Kajser – een neef van zijn grootvader die ook de oorlog blijkt te hebben overleefd en door de schatgravers als een heilige wordt vereerd. Roem die afstraalt op de schrijver.

Zo vindt Kaiser niet wat hij zocht, maar stuit hij wel op de Holocaust-memoir van een familielid dat hij niet kende. Zo vindt hij eigenlijk meer dan waarnaar hij op zoek was.

Het is dus allemaal naar waarheid opgeschreven: het tunnelstelsel bestaat, de memoires bestaan, Abraham Kajser bestond. De mislukking van de missie waarmee zijn achterneef het verhaal begint, heeft zich voorgedaan. De redenen waarom een overdracht van het huis onmogelijk is, worden steeds absurder: er moet bijvoorbeeld worden bewezen dat Holocaust-slachtoffers echt dood zijn. The Killer staat machteloos.

Kaiser schrijft het allemaal tamelijk laconiek op, met een onderkoelde humor die niet lijkt te passen bij de tragiek achter het verhaal – maar die daardoor des te beter werkt. Het boek is tevens een panklaar geschreven filmscenario, maar dat zullen ze in Hollywood inmiddels wel hebben ontdekt.

null Beeld Thomas Rap
Beeld Thomas Rap

Menachem Kaiser: De nalatenschap – Een zoektocht naar vergeten familiebezit, nazischatten en de betekenis van herinneringen. Uit het Engels vertaald door Fred Hendriks. Thomas Rap; 318 pagina’s; € 23,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden