Interview Beck Dorey-Stein

Met Obama in het zweethok - als presidentiële stenograaf de wereld over

Beck Dorey-Stein hing vijf jaar lang aan de lippen van Barack Obama – als zijn stenograaf. Ze werden maatjes tijdens hun ochtendsessies in de gym. Gouden materiaal voor een boek, dat nu in het Nederlands verschijnt.

Beeld Linda Stulic

Beck Dorey-Stein was 25, altijd blut. Ze woonde in Washington DC en combineerde vijf parttimebaantjes, waarmee ze toch vaak net niet de huur kon betalen. Toen zag ze een vacature voor een baan als stenograaf bij een advocatenkantoor. Ze schreef een mail, werd uitgenodigd om op gesprek te komen, maar zegde af omdat het tijdens haar werktijd bij Lululemon was, de yogaklerenwinkel waar ze een van haar vijf banen had.

Maar toen kreeg Dorey-Stein een mail van Bernice, de vrouw met wie ze het sollicitatiegesprek zou hebben. ‘Ha Rebecca, ik begrijp dat je het druk hebt. In het kader van de transparantie wilde ik je even laten weten dat het om een baan in het Witte Huis gaat en dat je de president vergezelt op zijn nationale en internationale reizen. Laat me even weten of dit iets uitmaakt.’

Dit soort volstrekt ongeloofwaardige dingen gebeurt alleen in boeken en films. Maar het gebeurde óók in het leven van Beck Dorey-Stein, die na het krijgen van deze bizarre mail vijf jaar als stenograaf voor Obama zou werken (en twee korte, helse maanden voor Trump).

Over die vijf jaar schreef ze een boek, From the Corner of the Oval, in het Nederlands vertaald als Wanneer kun je beginnen? Als je eerste echte baan bij Obama in de Oval Office is. Het boek wordt ook verfilmd, en als je Dorey-Stein als filmtype zou beschrijven, is ze honderd procent Reese Witherspoon. Blond, grappig, hagelwittetandenlach, complimenteus, beweeglijk, roze gympen en een ketting met een enorme gouden krokodil om haar hals.

Ze springt van het ene been op het andere tussen twee interviews in ‘om de endorfinen op gang te krijgen’ en neemt op een charmante manier net een grote hap van een felgroene appel als ik haar de eerste vraag stel.

Veel medewerkers van het Witte Huis hebben last van het oplichterssyndroom, las ik. Dus dat je denkt dat je eigenlijk niet goed genoeg bent om in zo’n happening omgeving te werken. Had jij dat ook – vooral omdat je eerst niet eens doorhad dat je solliciteerde op een baan in het Witte Huis?

‘Ik denk dat ik altijd last van het oplichterssyndroom heb, behalve toen ik stenograaf werd. Want je moet het natuurlijk wel even leren, maar dan weet je ook wel hoe het moet. Binnen een paar weken nadat ik op het Witte Huis was begonnen, had ik al een moment dat ik dacht: ‘Mijn baan is nu typen, en dat wil ik echt niet.’ Terwijl alle anderen in mijn kantoor het prima vonden om rustig te typen. Ik was eigenlijk een slechte kandidaat voor die baan.’

Waarom ze de baan dan kreeg? Omdat ze erg omhoog zaten qua stenografen in het Witte Huis, en omdat zij op haar cv had staan dat ze Engels had gegeven op de Sidwell Friends School, een prestigieuze school waar zo ongeveer alle zonen en dochters van grote Amerikaanse politici – Roosevelt, Clinton, Biden en ook de dochters Obama – op hebben gezeten. Dorey-Steins aanstaande chef ging ervan uit dat ze, als ze op dat elitaire instituut had gewerkt, vast goed kon omgaan met hooggeplaatsten en hun privacy.

Na de desillusie over het typewerk begint algauw het leuke deel van Dorey-Steins baan: het reizen. Vanaf dan bestaat haar leven voor eenderde uit rondvliegen in Air Force One met POTUS (niemand die voor Obama werkt noemt hem Obama), voor eenderde uit saai stenowerk en voor eenderde uit een destructieve liefdesaffaire met een woest aantrekkelijke hoge medewerker van Obama (hierover straks meer).

Dorey-Stein krijgt van de beveiligingsdienst een rood achthoekig speldje dat haar toegang geeft tot alle ruimten waar Obama zich bevindt (behalve secondary hold, de wc). Hij kan altijd de pers te woord staan, en dan moet zij meteen ter plekke zijn met haar opnameapparaten, om de opnamen vervolgens uit te typen.

Te midden van de glitter en glamour die haar baan oplevert – kersttrips naar Hawaii, in een paar dagen heel Azië door, een heleboel White Russians in hotelbars – is het uiteindelijk Dorey-Steins zweterige sporthobby die zorgt dat ze een persoonlijke band met POTUS krijgt. Hun band ontstaat via de loopband, in elke sportzaal in elk hotel op elk continent waar ze heen reizen. Dorey-Stein is een fanatieke hardloper en staat elke ochtend in de gym, en Obama is net zo toegewijd. Vaak rennen ze zij aan zij, rond zes uur ’s ochtends, met niemand om ze heen behalve wat discreet opgestelde types van de Secret Service.

Zonder het hardlopen had je nooit contact met Obama gekregen. Je stond dan wel altijd vlak bij hem met een opnameapparaatje, maar daar hoorde je niet bij te praten.

‘Ja, dat rennen was ons verbond. Toen ik mijn afscheidsfoto met hem liet maken, zei hij: ‘Je was een geweldige gym buddy.’ Dat was ons ding. Ik heb een grote broer, en Obama kon heel grotebroerachtig zijn. Plagen. Zeggen: ‘Ik dacht dat je wel sneller zou zijn.’ Hij is zich er erg bewust van hoe hij met vrouwen omgaat, dus het feit dat hij zich ontspannen genoeg voelde om mij te plagen, was een compliment. Hij wist dat ik het wel oké vond.’

Toen het reizen begon, bedacht Dorey-Stein al snel dat ze aantekeningen moest maken. ‘Ik had over mijn eerste persbriefing geschreven, over mijn eerste werkdag, gewoon in e-mails naar mijn moeder, maar toen ik eenmaal op reis was, dacht ik: dit is echt interessant. En toen voegde ik er de laag van Jason aan toe en werd het een echt verhaal.’

De laag van Jason, zoals ze het noemt, omvat ongeveer de helft van het boek. We hebben dus het Obama-deel, met de wandelgangen van het Witte Huis, de exotische trips en alles wat daarbij gebeurt, compleet met een nare, hooggeplaatste cheffin met rinkelende armbanden die Dorey-Steins ambities de kop indrukt, en dat is sappig genoeg. Maar er is ook nog de romantische zijde van het boek, obsessief gecentreerd rondom Jason Wolf (niet zijn echte naam; wie het is wordt ook na fanatiek googelen niet duidelijk), een hoge adviseur van Obama die vreemdgaat met Dorey-Stein.

Beeld Linda Stulic

Het is een verhaal dat vaker, of eigenlijk altijd, wordt verteld in de chicklit: de hopeloze liefde voor een charmante, knappe hork met relatieangst. (Illustratie van de horkerigheid van deze Jason: hij geeft Beck voor haar verjaardag niet de eerste druk van een klassieker uit de wereldliteratuur waar ze hem vanwege hun intellectuele gesprekken om gevraagd had, maar een vibrator.)

‘Veel vrouwen hebben me geschreven om me te bedanken voor het boek’, zegt Dorey-Stein. ‘Want iedereen heeft wel een Jason gehad. En het traumatische aan een Jason-relatie zit ’m er deels in dat je je er heel alleen in voelt. Iedereen om je heen zegt: stop ermee. Maar dat kun je niet. Dus je praat er niet meer over met je vrienden, maar je gaat er wel mee door. En dat is eenzaam. Het is fijn om die ervaring met iemand te delen, zelfs al is het via een boek.’

De romantische verhaallijn had ze er aanvankelijk helemaal niet in willen schrijven, hoe allesoverheersend haar affaire ook was. Het was David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker, die Dorey-Stein op dat idee bracht.

‘Ik kende niemand in de literaire wereld, behalve David Remnick. Dat is grappig, want hij is meteen ongeveer de grootste. Maar goed, ik had hem leren kennen omdat hij Obama volgde voor een artikel, dus ik vroeg hem om advies voor mijn boek. Remnick zei: je moet je eigen verhaal erin verwerken, want jij hebt een uniek perspectief. Tot dan toe had ik essays geschreven over mensen die voor Obama werkten, zoals David Plouffe en Susan Rice. Maar ik nam Remnicks advies ter harte, ging op een dag in het park zitten schrijven and wrote my little heart out over Jason. Toen werd het echt iets.’

Dat ze het boek ook echt afmaakte, kwam door Donald Trump. ‘Als Hillary had gewonnen, was ik op het Witte Huis blijven werken. Dan zou ik namelijk ook nog een boek over haar kunnen schrijven, had ik al bedacht. Maar toen Trump begon… Het was zo verschrikkelijk. Ik kon mezelf ’s ochtends niet meer mijn uit bed krijgen. Overal liepen nieuwe mensen rond, 22-jarigen die geen idee hadden wat hun baan inhield. Ze wilden niet eens horen waar de lichtknopjes zaten in het Witte Huis, ze wilden niets leren van de mensen die onder Obama hadden gewerkt.’

Twee maanden bleef Dorey-Stein nog doorwerken, maar ze wilde stoppen, en bovendien lag haar afdeling onder vuur. Trump, bleek al gauw, wilde eigenlijk niets weten van het hele fenomeen stenografie. In juli schreef Dorey-Stein een opiniestuk in The New York Times onder de kop ‘Ik was stenograaf in het Witte Huis. Trump was geen fan’ waarin ze uiteenzette hoe zij en haar stenocollega’s steeds minder gewenst waren in het Witte Huis, en vaak niet op de hoogte werden gesteld van gesprekken tussen Trump en de pers, of de kamer werden uitgestuurd. Terwijl eerdere presidenten dol waren op de stenografen omdat ze op hun teksten konden terugvallen als ze verkeerd geciteerd werden (‘I love the stenos!’ schijnt George W. Bush met regelmaat geroepen te hebben), had Trump geen trek in ze, want, concludeert Dorey-Stein in het stuk: ‘Het is duidelijk dat de stenografen van het Witte Huis niet zijn regering dienen, maar zijn vijand: de waarheid.’

Het hele gegeven van feitelijkheid stond op de tocht, en daarmee ook haar werk. Het boek dat ze al jaren wilde schrijven, moest er nu ineens uit. En Trump had nog een effect op Dorey-Stein: ‘Ik dacht: als Trump de verkiezingen kan winnen, kan alles. Dan kan ik ook misschien beter schrijven dan ik denk. Dan kan ik een boek schrijven.’

Ze vond een agent (door in de dankwoorden van boeken die haar bevielen te kijken welke literair agent er bedankt werd), en sleepte in de twee maanden dat ze nog voor Trump werkte een dubbel boekencontract en een filmcontract binnen.

‘Ik zat een persbriefing van Sean Spicer uit te typen in het Witte Huis toen mijn agent me een berichtje stuurde: ‘Je moet even je kantoor uitlopen om me te bellen.’ Ik schreef terug: ‘Dat kan niet, ik zit midden in een briefing.’ En zij schreef: ‘Loop naar buiten!’ Dus ik naar buiten, en toen vertelde ze: ‘Je hebt een deal voor twee boeken.’’

Het had wel een interessant tweede boek opgeleverd als je onder Trump was blijven werken.

‘Mijn agent heeft me nog geprobeerd zover te krijgen om in Trumps Witte Huis te blijven. Ze zei: kun je het niet volhouden? En er zouden nog meer voordelen aan hebben gezeten, want ik werkte al bijna lang genoeg in het Witte Huis om levenslange voordelen te krijgen. Maar ik wist zeker dat ik krankzinnig zou worden. Toen Obama wegging en Trump president werd, had ik echt het gevoel dat ik kapotging.’

Over mensen gesproken die wél zijn gebleven: hoe kijk jij aan tegen de brief in The New York Times waarin een anonieme hooggeplaatste Witte Huis-medewerker vertelt hoe Trumps medewerkers stiekem zijn plannen proberen te dwarsbomen?

‘Ik ben vorige week op CNN geweest: ze wilden de officiële mening van de ex-stenograaf over deze zaak.’ (Lacht) ‘Het grappige was: ze vroegen of ik hem of haar een onbekende held vond. En ik zei: niemand in de regering-Trump is een onbekende held, op wat voor manier ook. Zelfs al weerhouden ze hem ervan om bepaalde dingen te doen, ze laten hem nog steeds een heleboel gekke dingen wél doen. Dus nee. Ik ben niet onder de indruk van iemand die daar nog werkt.’

Beck Dorey-Stein: Wanneer kun je beginnen? Als je eerste echte baan bij Obama in de Oval Office is

Meulenhoff; 384 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden